CoronacrisisSociaal weefsel

Rampen brengen zowel het goede als het kwade in de mens naar boven

Hamsteren en mondkapjes stelen, tegenover lieve kaartjes en boodschappenacties: brengen rampen nu het goede of slechte in mensen naar boven?

Beeld Maus Bullhorst

Het was een klein bericht in een overstelpende storm coronanieuws afgelopen week: 150 mondkapjes en 35 flessen desinfecterende gel ontvreemd. Dieven drongen het kantoor van een thuiszorgorganisatie in Putten binnen. Glas op de vloer, geforceerde deuren, een leeg getrokken stellingkast. In deze tijd is het rendabeler om mondkapjes te jatten dan een fietsen – dat weten profiteurs ook.

Rampen brengen het slechtste in mensen naar boven, ze doen het vernisje van beschaving verdwijnen, hoor je mensen al verzuchten boven zo’n krantenbericht. Toch? Nou, met hetzelfde voorbeeld kun je het tegenovergestelde betogen: de bestolen thuiszorgorganisatie kreeg na de diefstal van alle kanten mondkapjes en desinfectiegel gedoneerd.

Dat roept de vraag op wat rampen precies doen met onze beschaving. Tegenover het volladen van winkelwagens met houdbare melk en afbakstokbroden, staat de toegenomen bereidheid om voor die oude dame een extra boodschap mee te nemen. Tegenover de mensen die argeloos en binnen de anderhalve meter hokken in het Vondelpark, staan de oud-zorgmedewerkers die hun hulp aanbieden. 

Niet de eerste ramp die ontregelt

Voordat we het reilen en zeilen van de menselijke psyche in tijden van crisis onder de loep nemen, eerst maar eens een kijkje in het verleden. Want dit is bepaald niet de eerste ramp die Nederland ontregelt, weet hoogleraar literatuur- en cultuurgeschiedenis Lotte Jensen. Ze leidt een meerjarig onderzoeksproject naar de impact van historische rampen op Nederlanders.

We kregen vaker dan andere landen te maken met de vernietigende kracht van het water: denk aan de Sint-Elisabethsvloed van 1421, de Kerstvloed van 1717, de ondergelopen Betuwe in 1861, of de bekende watersnoodramp van 1953. “Onze rampentraditie is sterk verbonden met de strijd tegen het water. Na watersnoodsrampen ontstonden soms honger­snoden of epidemieën.”

Opmerkelijk in die traditie, zegt Jensen, is dat solidariteit een constante is. “Rampen maken geen onderscheid naar afkomst of religie of sekse. Over het algemeen kan een ramp iedereen treffen. Dat je allemaal in hetzelfde schuitje zit, zorgt voor saamhorigheid en bereidheid om elkaar te helpen. Daarom hebben rampen ook bijgedragen aan de vorming van onze nationale identiteit.” Vanaf de 18de eeuw leidt die solidariteit tot georganiseerde liefdadigheidsacties, zegt Jensen. “In de 19de eeuw ontstond er zelfs een heuse liefdadigheidscultus.” Zo zamelden Nederlanders na de stormvloed van 1825 maar liefst 2,2 miljoen gulden in voor de slachtoffers. En kwamen er na het onderlopen van de Betuwe in 1861, allerlei initiatieven van de grond.

“Denk aan schrijvers en dichters die nieuw werk maakten en de inkomsten doneerden aan de slachtoffers. Of benefietconcerten. Een optreden van een Utrechts mannenkoor leverde 1152,72 gulden op. Er werden handwerkjes verkocht, loterijen georganiseerd, collectes gedaan, liederen gemaakt, goederen gedoneerd, en ga zo maar door”, vertelt Jensen. 

Beeld Maus Bullhorst

Aantal misdaden daalt tijdens een ramp

Als je naar het verleden kijkt, zie je dat rampen het beste in mensen naar boven brengen, is niet voor niets de overtuiging van historicus en journalist Rutger Bregman. In zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ haalt hij onderzoek van het Disaster Research Centre aan, dat sinds 1963 op basis van bijna zevenhonderd veldstudies vaststelde dat er na een ramp ‘nooit sprake is van een vloedgolf van egoïsme’.

Sterker nog: het aantal misdaden zoals moord, diefstal en verkrachting daalt meestal. ‘En hoewel er ook veel geplunderd wordt’, citeert Bregman een van de onderzoekers van het Research Centre, ‘het verbleekt altijd bij het wijdverbreide altruïsme dat leidt tot het gratis en massale geven en delen van goederen en diensten’.

Maar om nu op basis van de geschiedenis te zeggen dat rampen het beste in de mens naar boven brengen, gaat Jensen weer iets te ver. Wel geeft ze toe dat ze harder heeft moeten zoeken naar verhalen over plunderingen, dan naar verhalen over liefdadigheid. “Maar je vindt wel verordeningen dat diefstal veel strenger bekeurd wordt net na een overstroming, dat zegt wel iets.”

Rampen maken saamhorigheid los, maar zijn net zo goed een bron van conflict, leert de geschiedenis, zegt zij. “Het is van alle tijden dat er los van altruïsme altijd zaken zijn die niet goed gaan. Die het slechte in de mens wakker maken. Zo beschuldigden mensen na de kerstvloed in 1717 de bestuurders in Groningen ervan dat zij het beschikbare geld niet in dijken, maar in hun eigen zak hadden gestopt.”

Onlangs betoogde de Amerikaanse publicist David Brooks in The New York Times dat mensen tijdens rampen wellicht meer naar elkaar omzien, maar dat epidemieën compassie juist kunnen doden. Zijn redenatie: bij natuurrampen ligt het gevaar buiten onszelf, dat bindt samen. Maar tijdens epidemieën ligt het gevaar in de mogelijk besmettelijke juist bij de ander. Eén hoest of niesbui en het is gebeurd.

Zo citeert hij uit het beroemde literaire werk ‘Decamerone’ uit 1348, van dichter en geleerde Giovanni Boccaccio, die zelf een pestplaag in Florence meemaakte. Boccaccio beschrijft hoe burgers elkaar meden uit besmettingsangst, hoe buren en families elkaar lieten zitten en hoe vaders en moeders hun kinderen zelfs in de steek lieten om zichzelf te redden.

De pestepidemie mondde uit in geweld en razernij

Voor Brooks’ argument kun je in de Nederlandse geschiedenis ook aanwijzingen vinden, als je niet kijkt naar watersnoden maar naar epidemieën zoals de pest. In het boek ‘De gave Gods: pest in Nederland na de late Middeleeuwen’, concluderen historici Leo Noordegraaf en Gerrit Valk dat de pest leidde tot maatschappelijke ontwrichting, soms uitmondend in geweld en razernij.

Een paar voorbeelden: uit wanhoop timmerden stedelijke overheden besmette gezinnen dicht in hun huizen. Daar gingen ze zonder hulp dood. De historici beschrijven hoe armen om doodskisten vechten, hoe vrouwen in Nijmegen elkaar ‘tot bloedens toe bevochten om in het bezit te komen van lijkbaren’ tijdens de epidemie van 1635. Tot zover de compassie. 

Angst leidde ook tot vreemdelingenhaat, aldus de historici. Ze citeren een ziekenbroeder die zich stoort aan het feit dat niemand zieke vreemdelingen wil verzorgen. Daarnaast kregen Joden soms de schuld van de plaag. “Dat is ook een nare kant aan rampen”, zegt Jensen. “Na de saamhorigheid komt altijd de schuldvraag op tafel.”

Rampen na de Middeleeuwen

Grote branden, insectenplagen, soms een aardbeving en vooral veel waters­noden: al ruim twee jaar doet hoogleraar literatuur- en cultuurgeschiedenis Lotte Jensen van de Radboud Universiteit in Nijmegen samen met vijf medewerkers onderzoek naar rampen die Nederland teisterden na de Middeleeuwen.

‘Dealing with disasters: the shaping of Local and National identities, 1421-1890’, heet het vijfjarige project officieel. Jensen: “We hadden nooit gedacht dat ons onderzoek zo actueel zou worden. We hebben steeds bingo-momenten, zo van: dit hebben we ook in het verleden gezien.”

Neem de toespraak van de koning. “Dat is heel uniek in Nederland. De dienende rol van vorsten in rampentijd is in de 19de eeuw ontstaan. Juist in tijden van rampspoed, doen vorsten zich in ons land gelden als vader of moeder van de natie.”

Een ander voorbeeld is de dag van nationaal gebed, die vorige week georganiseerd werd door de Raad van Kerken. Jensen: “Vroeger kenden we een nationale traditie van een bededag na rampen, maar dat is in de 19de eeuw in onbruik geraakt. Dus wij vonden het heel interessant dat zo’n oud ritueel weer nieuw leven in werd geblazen.” 

Maar dit afschrikwekkende beeld van de pest wordt weer genuanceerd door historici die op basis van de Franse en Italiaanse situatie constateren dat mensen juist probeerden elkaar te helpen en het sociale weefsel in stand te houden, schreef historicus Adriaan Duiveman afgelopen week nog in een blog op de website Kennislink.

‘Als historicus leer je dat elke situatie uniek is: elk moment is een bijzondere samenkomst van factoren, actoren en structuren. Op het ene moment kon een epidemie ertoe leiden dat mensen Joden op de brandstapel zetten, op het andere moment juist dat buren en familieleden elkaar hielpen. En soms gebeurde het allebei’, schrijft hij.

Dat je met argumenten uit de geschiedenis zowel kunt betogen dat rampen het slechtste als het beste in mensen naar boven halen, verbaast Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht, niet. “Mensen hebben een januskop: we kunnen het goede en kwade allebei doen. Dat is afhankelijk van hoe goed we onze zelfzuchtige impulsen kunnen controleren.”

‘Onder stress overheersen primaire impulsen’

Er is, licht hij toe, door psychologen heel veel onderzoek gedaan naar menselijk gedrag onder stress-omstandigheden, zoals rampen. “Wat je in veel van die onderzoeken ziet, is dat onder invloed van stress primaire impulsen overheersen: meestal zijn dat zelfzuchtige impulsen. Je zet je eigen belang, je eigen materiële gewin en je eigen plezier voorop.”

Hij geeft een voorbeeld: het regent de hele middag, en je komt moe en hongerig bij de bushalte aan. Eerst vallen er twee bussen uit en áls er eindelijk een bus komt aanrijden, blijkt het er een van bijzonder klein formaat te zijn. Waar je op een zonnige dag, met een goed humeur en een volle maag, die oude dame voor zou laten, wurm je nu je aktetas ertussen en dring je voor.

Als we gestrest zijn, hebben we herinneringen nodig aan de sociale norm. Van den Bos: “Denk aan de ministers die ons deze week streng toespraken dat we echt anderhalve meter afstand moeten houden. Of vakkenvullers in de supermarkt, die een hesje dragen waarop een duidelijke regel staat: houd anderhalve meter afstand.”

Let wel, zegt de hoogleraar, zo’n herinnering werkt alleen als je de sociale norm in combinatie met concreet gedrag communiceert. “Wat je vaak ziet, is dat de sociale norm die iemand uitdraagt vaag is. Zoals in deze crisis: ‘We moeten een beetje op elkaar letten’, of: ‘Een ommetje mag wel’, dat maakt het lastiger voor mensen om hun gedrag aan te passen: mag je nu wel of niet naar het strand en het bos?”

Maar hoe verklaart hij de enorme golf van liefdadigheid en creativiteit die ook loskomt tijdens de coronacrisis? Stress, zegt hij, is niet het enige dat impact heeft op ons gedrag: ook onze ‘sociale waardenoriëntatie’ speelt een rol, een term uit de psychologie die beschrijft waarop jij als individu primair gericht bent als je met anderen optrekt: op anderen of op jezelf.

‘20 à 30 procent loopt niet harder voor iemand anders’ 

“We zien keer op keer in onderzoeken dat de meerderheid, 60 à 70 procent, gericht is op samenwerken. Dat is deels aangeboren, en dat leer je ook van kinds af aan. Wat dat betreft heeft Rutger Bregman gelijk: de meeste mensen deugen. Maar in al die onderzoeken zie je óók een groep van zo’n 20 à 30 procent die een zelfzuchtige reactie vertoont als primaire respons.”

Die groep zal tijdens een crisis niet harder lopen om iets voor een ander te doen, of er wellicht zelfs van willen profiteren. Maar de andere groep zal volgens Van den Bos aan het begin juist meer geneigd zijn iets te doen voor een ander – als de eigen stress nog niet te groot is – want in tijden van crisis is de noodzaak om met elkaar samen te werken groter. “Verschillen vallen weg”, zegt de hoogleraar. 

Maar, waarschuwt hij: hoe langer een crisis duurt, hoe moeilijker het is om dat prosociale gedrag te vertonen en niet te vervallen in een zelfzuchtige reactie. “Dit is nog maar het begin, dus nu is het de kunst om sterk te blijven, om ons voor te nemen onze zelfzuchtige impulsen te controleren. Als we uitgeput en geïrriteerd raken, verdwijnt ons controlemechanisme achter de horizon en zijn we de klos.”

Lees ook:

Hoe ‘let je een beetje op elkaar’? Deze hartverwarmende initiatieven ontstaan door corona

‘Let een beetje op elkaar’. Premier Mark Rutte eindigde er maandag zijn toespraak mee. De oproep blijkt niet aan dovemansoren gericht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden