Rabin Baldewsingh: 'Ik vind dat een politicus die hier verantwoordelijk voor is, zich de luxe niet kan permitteren om zuinig te zijn met woorden. Niet in deze kwestie.'

InterviewRabin Baldewsingh

Rabin Baldewsingh: ‘Belastingdienst moet ‘institutioneel racisme’ erkennen’

Rabin Baldewsingh: 'Ik vind dat een politicus die hier verantwoordelijk voor is, zich de luxe niet kan permitteren om zuinig te zijn met woorden. Niet in deze kwestie.'Beeld Martijn Gijsbertsen

Rabin Baldewsingh, de nieuwe Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, vindt dat zowel de Belastingdienst als de politiek de misstanden bij de dienst veel scherper moet veroordelen. ‘Hier was sprake van institutioneel racisme.’

Jan Kleinnijenhuis en Robin Goudsmit

Rabin Baldewsingh leunt een beetje achterover in de vergaderzaal in zijn kantoor in Den Haag. Nog niet zo lang geleden bleek het toeslagenschandaal iemand in zijn directe omgeving te hebben getroffen. “De gesprekken daarover hebben me zeker geraakt.”

Baldewsingh – blauw pak, montuurloze bril – is een man die zeker van zijn zaak lijkt. Hij praat luid, in weloverwogen, ietwat meanderende zinnen – iets wat het resultaat moet zijn van twaalf jaar ervaring als wethouder in Den Haag. Maar als het gaat over de gedupeerde persoon in zijn omgeving, lijkt hij toch even uit het lood geslagen. “Deze man is academisch geschoold. Jaren heeft hij bij de overheid gewerkt. En dan komt deze verdenking. Eerst zie je boosheid. En dan gaat iemand zich afvragen: hoor ik er nog wel bij?”

Het is moeilijk, zucht hij, om dat gevoel weg te nemen. “Zo’n man heeft de brieven van de Belastingdienst thuis liggen. Hij kan wijzen en zeggen: kijk, Rabin. Zij vinden wel degelijk dat ik er niet bij hoor.”

Baldewsingh is sinds vijf maanden Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR). In die functie zal hij een nationaal programma maken om ongelijke behandeling op basis van etniciteit, religie, gender of seksuele oriëntatie tegen te gaan. De NCDR is het resultaat van een maatschappelijke debat, zegt Baldewsingh. Zwarte Piet, het toeslagenschandaal en de protesten van de Black Lives Matter-beweging hebben ervoor gezorgd dat veel mensen vinden dat er iets moet worden gedaan tegen racisme. “Er is heel lang weggekeken wat racisme in Nederland betreft”, zegt Baldewsingh. “Maar er is een kantelpunt geweest. Mensen willen nu dat er iets verandert. Het is treurig tot en met dat deze functie moet bestaan, maar het is wel nodig.”

Dat bleek recent opnieuw, zegt Baldewsingh. Onderzoek van PricewaterhouseCoopers toonde aan dat de Belastingdienst jarenlang mensen als fraudeur aanmerkte op basis van discriminerende criteria. De Belastingdienst en het ministerie van financiën wisten daarvan, maar hielden dit achter voor de Tweede Kamer en journalisten.

Wat vond u van de recente bevindingen bij de Belastingdienst?

“Ik vond het shocking. Ik moet je zeggen, ik ben wethouder geweest en daardoor weet ik wel iets van de kloof tussen burger en bestuurder. Maar door de toeslagenaffaire heeft er een hele grote vertrouwensbreuk met de overheid plaatsgevonden. Er is de facto helemaal géén vertrouwen meer in de overheid bij sommige mensen.

“Dit is majeur. Nederland verwordt op deze manier tot een low trust society. Vertrouwen is één van de pilaren voor een gezonde democratie, het is het vlot waar alles op drijft. Als dat vertrouwen er niet is, en dat zie je nu met het toeslagenschandaal, dan ligt dus ook de democratie onder vuur. Door het handelen van de Belastingdienst brengen we onze democratie in gevaarlijk vaarwater. Als je kijkt naar de gemeenteraadsverkiezingen, dan zie je de opkomstcijfers al dalen. Ik maak me daar zorgen om.”

Staatssecretaris Marnix van Rij noemde de manier van handelen bij de Belastingdienst ‘discriminatoir’, maar geen racisme.

“Ik denk er anders over.” Lezend vanaf zijn telefoon: “In de definitie die ik gebruik is er sprake van institutioneel racisme als beleid en geschreven en ongeschreven regels van instituten of organisaties leiden tot ongelijke behandeling op basis van afkomst etniciteit, religie enzovoorts.” Opkijkend: “Bij de Belastingdienst was een lijst met criteria om fraude op te sporen waar precies dit soort dingen in stonden: donaties aan de moskee, nationaliteit, enzovoorts. Er was hier per definitie sprake van institutioneel racisme.”

Hij vervolgt: “Wat is er nou mis mee voor de staatssecretaris om dat ook te zeggen? Hij was op nationale televisie. Zég het dan gewoon. Ik vind dat een politicus die hier verantwoordelijk voor is, zich de luxe niet kan permitteren om zuinig te zijn met woorden. Niet in deze kwestie.

“Als je je als bewindspersoon niet uitdrukt, is dat gevaarlijk. Je loopt het gevaar dat je mensen niet serieus neemt. Je geeft mensen het gevoel dat zij er niet toe doen. Je moet hun pijn erkennen en herkennen. De taak van de overheid is om zorgplicht uit te oefenen over de bevolking, om bescherming te bieden aan je onderdanen. Hier heeft die bescherming gefaald.”

Heeft u Marnix van Rij gebeld na zijn reactie op het rapport?

“Nee.”

Zou een gesprek met de staatssecretaris hierover passen in uw functie?

“Ik heb wel gesprekken gevoerd met het departement, al was dat niet naar aanleiding van Van Rij’s uitspraken. Die zijn ook van hem, daar ga ik niet over. Maar in eerdere gesprekken heb ik wel gezegd: het is van groot belang dat jullie als departement actie ondernemen.”

“In mijn functie maak ik een programma met maatregelen dat ik deze zomer zal presenteren. Daar zijn de politiek verantwoordelijken van het ministerie van financiën en de Belastingdienst ook onderdeel van. Ik ga ervan uit dat ze mijn advies ter harte zullen nemen.”

Wat voor daden kan de staatssecretaris stellen?

“Vooropgesteld, ik ben de staatssecretaris niet. En er zijn ook wel daden geweest, zoals de excuses van de minister-president aan een groep getroffen ouders in 2020. Ik denk heus dat er veel gebeurt nu bij de Belastingdienst om de bedrijfscultuur te veranderen. Maar die daden hebben nog niet geleid tot het herstellen en compenseren op een manier waarop mensen dat graag zouden willen zien.

“Ik denk dat het een goed idee zou zijn om niet de politiek verantwoordelijke, maar ook de Belastingdienst zélf excuses te laten aanbieden, zoals de Raad van State dat al wel heeft gedaan. Laat de Dienst nu ook zeggen: sorry, we hebben het verkeerd gedaan. Mensen die slachtoffer zijn geworden van de toeslagenaffaire voelen de pijn nog steeds. Zo’n excuus kan een manier zijn om te zeggen: ik voel je pijn.

“Het zou ook goed zijn als de Belastingdienst meer zou uitleggen. Waarom is het lastig om die organisatie te veranderen? Wie garandeert dat daar nu een heel ander systeem is? Het zou een belangrijke daad kunnen zijn om transparant te zijn over wat daar nu gebeurt.

“Bij de formatie zeiden de partijen: we gaan een andere bestuurscultuur maken. Als je dat allemaal in ogenschouw neemt, en dan komt deze reactie van de staatssecretaris langszij, dan denk ik: maar wacht even, we zouden toch in een nieuw elan terechtkomen? Dat is dus niet het geval. Het zou van kracht getuigen om ook buiten campagnetijd te zeggen: we doen sommige dingen niet goed, er ligt geld op de plank en we slagen er niet in om dat bij de mensen terecht te laten komen. Soms is het ook belangrijk om in de politiek door het vuur te gaan. Met de billen bloot. Daarna kun je met een schone lei beginnen. Zo had ik het graag gezien.”

U bent als Nationaal Coördinator deel van de overheid. Is het niet ingewikkeld om onderdeel te zijn van iets wat u ook moet bekritiseren?

“Ik val onder ministeriële verantwoordelijkheid. De onafhankelijkheid die bijvoorbeeld een ombudsman heeft, die heb ik niet. Ik moet wel rekening houden met dat ik intern draagvlak moet hebben om de maatregelen die ik voorstel uit te kunnen voeren. Daar ben ik prudent mee. In de maatschappij is er veel draagvlak. Maar als ik met daadkracht dingen wil kunnen doen, dan moet ik óók steun hebben van het kabinet.”

Later: “Ik zit hier wel voor de mensen, niet om het systeem te beschermen. Dat heb ik ook gezegd toen ik voor deze functie mijn vinger opstak. In lippendiensten bewijzen ben ik niet goed. Ik kan dat niet.”

U had het over institutioneel racisme, waarbij het vooral gaat over systemen die ervoor zorgen dat mensen ongelijk worden behandeld. Maakt die definitie het niet heel moeilijk om ook individuele ambtenaren verantwoordelijk te houden voor hun daden?

“Of individuele ambtenaren bij de Belastingdienst vervolgd hadden moeten worden, daar ga ik niet over. Maar ik probeer die ambtenaren wel te begrijpen, voor zover als dat kan. Ik denk niet dat zij hebben gehandeld op basis van eigen gezag.

“Ik denk niet dat iemand bij het ambtelijk apparaat is opgestaan met het idee van: welke moslim zal ik vandaag weer eens pesten? Of: welke zwarte persoon ga ik vandaag weer te kijk zetten? Ik denk niet dat het zo werkt. Ik denk eerder dat zij hebben gehandeld omdat hen dat door het systeem is mogelijk gemaakt. Maar daarmee zeg ik niet: niemand is verantwoordelijk.

“Ik denk ook dat de politiek in deze kwestie niet vrijuit moet gaan. De politiek heeft veel te lang de eigen burgers met wantrouwen bejegend en als fraudeurs weggezet. Ik heb daar als wethouder ook mee te maken gehad; ik had werkgelegenheid en sociale zaken in mijn portefeuille. In de gemeenteraad werd door veel politieke partijen gezegd: je moet ze aanpakken, die uitkeringsfraudeurs. En dan zei ik iedere keer weer; natuurlijk letten we op fraude. Maar om als uitgangspunt te nemen: er is een uitkering dus er is fraude, dat vind ik niet kunnen.

“Het OM zei overigens vrij snel over die individuele ambtenaren in het toeslagenschandaal: we gaan niemand vervolgen. Daar hadden ze wel even kunnen wachten op de uitkomst van de parlementaire enquête.”

Het OM kende ook niet alle feiten. Zowel de Belastingdienst als het ministerie van financiën wist dat er gewerkt werd met discriminerende criteria, maar ze verzwegen dat.

“Ja, dat is een doodzonde.”

De staatssecretaris zegt nu: we kunnen niet meer reconstrueren wie dit heeft gedaan.

“Ik denk dat er heel veel te reconstrueren valt. Alle informatie had toch overlegd moeten worden, tenzij het staatsgeheim is. Wanneer er sprake is van processen en regels die mensen systematisch uitsluiten, dan druist dat in tegen artikel 1 van de Grondwet. Zij die daar verantwoordelijk voor zijn, moeten rekenschap afleggen.”

Gaat het niet ook om het weghalen van blinde vlekken? Mensen zeggen toch snel: maar ík ben geen racist, dus wrijf me niet aan dat ik anderen ongelijk behandel.

“Neem zo’n tribune met voetbalsupporters die oerwoudgeluiden maken. Dat is vreselijk natuurlijk, maar zijn het allemaal racisten die daar zitten? Dat geloof ik niet. Hetzelfde geldt voor de Belastingdienst. Het zijn niet allemaal racisten. Maar het zijn wel mensen die onvoldoende beseffen dat zij uitingen doen die racistisch van aard zijn. Dat is iets anders. Het zijn geen racisten maar er hebben wel processen plaatsgevonden die racistische mechanismen in zich droegen.

“Ik constateer wel dat er sprake is van zelfgenoegzaamheid in Nederland. Er wordt gezegd: we hebben het toch zo goed geregeld met elkaar, kom op joh, we zijn niet racistisch. Maar er zijn bijvoorbeeld nog altijd wetten in dit land die tot uitsluiting kunnen lijden. Ik vind het wrang om te vernemen dat er in zes gemeenten nog steeds de Rotterdamwet is, die de mogelijkheid biedt om mensen uit bepaalde buurten te weren op basis van sociaaleconomische verschillen. Wonen is toch een recht in Nederland? Nou, niet voor iedereen dus.

“Zo zijn er nog meer voorbeelden. Neem de Wet Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens al heeft gezegd: doe het niet. Maar is het inzicht al bij de politiek beland? Nee.

“Ik vind dat de tijd is aangebroken om wetten tegen het licht te houden om te kijken of ze geen uitsluitende mechanismen in zich hebben. Maar het vervelende is dat we nog geen constitutioneel hof hebben. Grote democratieën hebben dat, binnen het koninkrijk heeft Sint Maarten het. Sommige juristen zullen zeggen: we hebben internationale verdragen waaraan wordt getoetst. Maar ik denk dat het wel gezond zou zijn om ook onze eigen Grondwet daarvoor te gebruiken. Zodat mensen weten dat ze beschermd zijn.”

Wie is Rabin Baldewsingh?

Rabin Baldewsingh (Paramaribo, 1962) werkte jarenlang in de Haagse lokale politiek. In 2006 werd hij wethouder integratie, een portefeuille die hij omdoopte tot burgerschap. In 2014 werd Baldewsingh lijsttrekker van de PvdA in Den Haag. Sinds vorig jaar bekleedt hij de nieuwe functie van Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.

Lees ook:

Belastingdienst verzweeg discriminerende criteria

Om te bepalen of iemand mogelijk fraudeerde, selecteerde de Belastingdienst op afkomst, leeftijd en geloof, bleek eind maart uit onderzoek. Maar dat was al lang bekend bij de fiscus, en het ministerie van financiën.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden