AchtergrondPersvrijheid

Persvrijheid in Afrika onder druk: ‘Landen kopiëren elkaars manieren om het journalisten moeilijk te maken’

Een protest in Kampala, Oeganda, op 18 november 2020. Zittend president Museveni vreesde de populariteit van oppositiekandidaat Bobi Wine (op het bord). Beeld AFP
Een protest in Kampala, Oeganda, op 18 november 2020. Zittend president Museveni vreesde de populariteit van oppositiekandidaat Bobi Wine (op het bord).Beeld AFP

In Afrika staat de persvrijheid onder druk. De coronapandemie heeft de situatie verslechterd. Afrikaanse leiders grijpen het aan om journalisten de mond te snoeren.

Ilona Eveleens

Mijn linkeroog speelt nog altijd op omdat de kogel er vlak langs scheerde voordat die zich in mijn hoofd boorde”, vertelt de Oegandese journalist Ashraf Kasirye. Artsen vermoeden dat het nog wel een halfjaar duurt, voordat hij weer alles kan. Maar hij is blij dat hij leeft.

In januari werd Kasirye 29 jaar terwijl hij in coma lag in een ziekenhuis. Enkele dagen daarvoor was hij bij een verkiezingsbijeenkomst in het stadje Masaka, ten zuidwesten van de Oegandese hoofdstad Kampala, door een politiekogel geraakt.

De weken in aanloop naar de Oegandese verkiezingen in januari werden gekenmerkt door wijdverbreid geweld. Journalisten raakten gewond, werden geslagen en bedreigd. Het gewelddadige politieoptreden werd door de autoriteiten uitgelegd als noodzakelijk omdat oppositieleiders, hun aanhangers en de pers de regels overtraden tegen de verspreiding van het coronavirus.

Het leek er echter meer op dat president Yoweri Museveni, al 35 jaar aan de macht, de populariteit vreesde van oppositiekandidaat Bobi Wine. Hoe minder de pers aandacht besteedde aan de oppositie, des te beter voor de zittende president. Museveni won, maar de verkiezingen werden niet als vrij en eerlijk bestempeld want er waren te veel berichten over intimidatie en gesjoemel.

Gedreven door overtuiging dat het tijd was voor verandering

Kasirye wist dat hij risico’s liep als verslaggever voor Ghetto Media, een online TV-zender gelieerd aan de oppositie. Hij was gedreven door zijn overtuiging dat het tijd was voor verandering in Oeganda. “Mijn hart vertelde me dat ik mijn journalistieke vaardigheden moest inzetten. Ik wist dat geen enkel Oegandees mediahuis journalisten zou vrijmaken om hele dagen de oppositie te volgen en te laten zien hoe de politie de vrijheden beperkte”, vertelt hij via een whatsapp-verbinding.

Kasirye versloeg vijf jaar geleden ook de presidentsverkiezingen, alleen was zijn opdracht toen om president Museveni te volgen tijdens zijn campagne. “Er was geen enkele beperking voor ons journalisten, geheel in tegenstelling tot de campagne van Bobi Wine dit jaar.”

Wereldwijd is de persvrijheid fors achteruitgegaan en Afrika vormt zeker geen uitzondering. Op het continent proberen meer en meer leiders de pers en de bevolking de mond te snoeren, bij voorkeur door het internet tijdelijk af te sluiten. In 2017 gebeurde dat in Afrika twaalf keer volgens de organisatie Access Now. Een jaar later was dat twintig keer en in 2019 maar liefst 25 keer. Het gaat dan niet altijd om landen die als dictaturen te boek staan. Ook de leiders van Malawi en Liberia gebruikten deze tactiek.

Radio- en tv-zenders uit de lucht gehaald

In veel landen op het continent worden journalisten geconfronteerd met geweld door politieagenten of militairen. Verslaggevers worden bedreigd of zonder aanklacht of met verzonnen beschuldiging opgesloten. Sommigen worden zelfs gedood. Radio- en tv-zenders worden uit de lucht gehaald, kranten verboden en meningen die verspreid worden via sociale media en blogs nagenoeg onmogelijk gemaakt.

“Toen de coronapandemie in 2020 de kop opstak, werd die gebruikt om nog sneller en vaker journalisten hard aan te pakken”, meent de Keniaanse Muthoki Mumo van CJP, het internationale comité voor de bescherming van journalisten. “Het was al een zwaar jaar voor journalisten omdat ze alle informatie moesten natrekken over corona vanwege oneindig veel nepnieuws. Dan werden er ook nog 24 verkiezingen in diverse landen gehouden. En dat allemaal om nieuws te brengen dat bij regeringen vaak niet in goede aarde viel.”

Nigeria kent een bruisend medialandschap, zowel on- als offline. Beeld AFP
Nigeria kent een bruisend medialandschap, zowel on- als offline.Beeld AFP

Dat ondervond de Nigeriaanse radiojournalist Kufre Carter (28), die werkt bij XL 106.9 FM in de zuidelijke deelstaat Akwa Ibom. Hij zat vorig jaar een maand in de gevangenis. Niet om wat de sportjournalist had gemeld via zijn radiostation maar omdat hij een bericht had doorgeplaatst op Facebook waarin de verantwoordelijke ambtenaar voor de volksgezondheid in de deelstaat werd beschuldigd van inadequaat optreden tegen de coronapandemie. Carter zou, zo luidde de aanklacht, de reputatie van de man hebben beschadigd. Een rechtbank verwierp uiteindelijk die beschuldiging.

Seksueel misbruik

Voor niets worden opgesloten is een veelvoorkomende gebeurtenis, zeker voor journalisten in Nigeria dat een bruisend medialandschap heeft. Er zijn honderden radiostations, tv-zenders en kranten. Maar om te werken in de media moet je niet bang zijn.

“Er zijn zoveel arrestaties en processen zoals de mijne omdat overheidsfunctionarissen routinematig journalisten laten arresteren als ze zich kritisch uiten. Het is een zorgelijke trend die de laatste vijf jaar verontrustend is toegenomen”, vertelt hij via whatsapp vanuit Akwa Ibom.

De Nigeriaan werd korter in de cel opgesloten dan zijn Rwandese collega Dieudonné Niyonsenga van het Rwandese YouTube-nieuwskanaal Ishema TV. Hij werd in april 2020 gearresteerd wegens het overtreden van de maatregelen tegen de pandemie. Het is de vraag of dat de echte reden was. Kort voor zijn arrestatie zond Ishema TV een bijdrage uit over vermeend seksueel misbruik door militairen die in hoog aanzien staan in het land omdat de president uit die gelederen komt.

In de tv-bijdrage vertelden drie vrouwen uit een arme wijk van de hoofdstad Kigali dat soldaten die de lockdown moesten afdwingen, hen hadden verkracht. Nieuws waar de overheid niet blij mee was. Journalist Niyonsenga werd pas dit jaar vrijgelaten nadat een rechtbank oordeelde dat geen van de aanklachten gegrond waren.

Rem op komst buitenlandse journalisten

Lokale journalisten in Afrika lopen grotere risico’s dan buitenlandse correspondenten. Regeringen die dingen te verbergen hebben, willen geen slechte internationale pers halen en maken bij voorkeur gebruik van de bureaucratie om buitenlandse journalisten te weren.

“Accreditatie wordt als wapen ingezet. Landen kopiëren elkaars manieren om het journalisten moeilijk te maken”, meent Muthoke Mumo van CPJ. Zo maken Congo en Tanzania accreditatie en media-visa krankzinnig duur. Andere overheden verlangen documenten die niet of nauwelijks te verkrijgen zijn. Zo eiste Oeganda voor de verkiezingen van buitenlandse verslaggevers een bewijs van goed gedrag, afgegeven door Interpol, in hun landen van herkomst. Opmerkelijk genoeg zit het enige Interpol-kantoor dat zoiets verstrekt in Oeganda.

Internet uit de lucht

De eerste internetafsluiting in Afrika ten zuiden van de Sahara was in 2007 in Guinee, nadat was opgeroepen tot demonstraties waarin werd geëist dat president Lansana Conté moest opstappen. In 26 van de 54 Afrikaanse landen is sinds dat jaar ten minste één keer het internet afgesloten. Tsjaad spande de kroon met de langste internetafsluiting, die duurde van januari 2017 tot maart 2018.

Ethiopië zette na omstreden verkiezingen in 2005 de rem op de komst van buitenlandse journalisten. Afwijzingen van accreditatie-aanvragen waren er zelden, er kwamen gewoonweg geen reacties. De hoop was dat het in 2018 zou veranderen, toen Premier Abiy Ahmed hervormingen doorvoerde en meer vrijheid voor de pers toeliet.

De mond gesnoerd of vastgezet

Dat was echter van korte duur. Eind vorig jaar, toen het conflict in de noordelijke regio Tigray begon, was het gedaan met het beetje persvrijheid in het land. Lokale journalisten werd de mond gesnoerd door ze te bedreigen of gevangen te zetten. Buitenlanders worden slechts sporadisch toegelaten en moeten vooraf precies aangeven waar ze heen gaan, wie ze willen spreken en welk verhaal ze willen maken.

Terwijl mediabedrijven in Afrika onder vuur liggen, maken veel regeringen het ook bloggers en gebruikers van de sociale media steeds lastiger. Het internet wordt gezien als een bedreiging en een veelvoud aan gerichte acties wordt ingezet om digitale gebruikers het zwijgen op te leggen.

Dictators – en sommige democraten – beseffen dat ze niet alleen knuppels of kogels nodig hebben om kritiek af te weren. Zo heffen Zambia en Oeganda belasting op het gebruik van sociale media. Tanzania eist dat bloggers zo’n 800 euro per jaar betalen terwijl het gemiddelde jaarinkomen rond de 1000 euro ligt.

Ouderwetse papiertjes

Driekwart van de 1,2 miljard Afrikanen is jonger dan 35 jaar. Vooral zij gebruiken sociale media om hun meningen te ventileren of om acties te organiseren, zoals tijdens de burgerrevolutie in Soedan in 2018. “We gebruikten Facebook en Twitter om afspraken te maken over plekken waar we ons verzamelden om te demonstreren, eerst tegen ex-dictator Omar al Bashir en later om de militairen te dwingen met burgers een regering te vormen”, vertelt activist Abdelmonim Ali per whatsapp uit de hoofdstad Khartoem. “Toen het internet werd afgesloten, gingen we over op ouderwetse papiertjes met tijd en plaats voor demonstraties. Die deelden we uit in onze woonwijken. En dat werkte ook.”

Maar op Facebook en Twitter wordt ook veel nepnieuws gepost. De Zuid-Afrikaanse professor Herman Wasserman en zijn Amerikaanse collega Dani Madrid-Morales deden daar onderzoek naar in Kenia, Nigeria en Zuid-Afrika. Ze concluderen dat “gebruikers van de sociale media een hoge mate van blootstelling aan desinformatie ondervinden en – vaak bewust – bijdragen aan de verspreiding ervan”.

Ook constateren ze dat het publiek in de drie landen weinig vertrouwen heeft in de pers. Mediahuizen zijn hard geraakt door economische teruggang. Er vielen ontslagen en kleinere redacties moeten de informatiestroom verwerken. Dat gaat ten koste van gedegen onderzoek.

Couverten met inhoud

De meestal slechte salariëring van journalisten heeft in Kenia geleid tot de praktijk van de ‘bruine enveloppen’. Dat zijn couverten met inhoud die journalisten accepteren van bronnen en vaak moeten delen met eindredacteuren, om een positief verhaal over iemand of iets te schrijven of een negatief artikel te produceren over een concurrent van de gelddonor. Dat is het publiek niet ontgaan.

Leon Willems, directeur van Free Press Unlimited in Amsterdam, meent dat de media in een perfecte storm terecht zijn gekomen. “Er is een erosie van de democratie, evenals een erosie in het vertrouwen van de media. Daarbij komt nog de economische teruggang waardoor er ontslagen vielen in de sector en ten slotte nog de effecten van de coronapandemie.”

Toch is Willems ook optimistisch. Hij ziet jonge journalisten – ook in Afrika – innoverend te werk gaan. “In Afrika groeit de onderzoeksjournalistiek. Er bestaan op dat gebied transnationale uitwisselingen van kennis en ervaring. In een land zoals Burkina Faso worden – ondanks grote tegenwerking – schandalen over het bedrijfsleven aan het licht gebracht.”

Jonge journalisten en internetgebruikers laten zich niet zomaar het zwijgen opleggen door onderdrukkende Afrikaanse regeringen. “De overheid had waarschijnlijk gehoopt dat een maand in de cel mij zou afschrikken”, merkt de Nigeriaanse journalist Carter op. “Integendeel, het heeft mij juist gesterkt in mijn overtuiging om mondiger te zijn.”

Lees ook:
Polen drijft onafhankelijke media verder in het nauw

In Polen komt de persvrijheid steeds verder onder druk te staan. Een nieuw wetsvoorstel lijkt onafhankelijke media nu financieel de strot dicht te knijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden