null

InterviewHedy d'Ancona

Oud-policita Hedy d’Ancona (83): ‘Er zijn weinig oude rolmodellen, dat is een gemis’

Beeld Maartje Geels

In haar nieuwe boek Vrolijk verval overpeinst Hedy d’Ancona het ouder worden in Nederland. Zij doet dat strijdbaar en humoristisch, zoals altijd.

Oud zijn is geen drama, ­betoogt oud-politica Hedy d’Ancona. “En voor wie dat anders ervaart, is het troostend dat het niet al te lang duurt.” Aan optimisten die toch moeite hebben met de onvermijdelijke achteruitgang, kan haar nieuwe boek Vrolijk verval steun bieden. In columnachtige teksten bespreekt d’Ancona ouderdomsverschijnselen als euthanasie, onzichtbaar worden en handen die verschrompelen tot perkament terwijl je erbij staat. Vrolijker is het om te lezen over late liefdes, vel-seks en ’s ochtends opstaan met een plan in je hoofd.

D’Ancona (83) ontvangt in haar huis aan de Amsterdamse Amstel, waar elke centimeter muur bekleed lijkt met kunst. Veel werk van haar overleden partner en kunstenaar Aatje Veldhoen. Maar ook drie meter hoge schilderijen van de prehistorische Venus van Willendorf. Voor de open haard een bronzen beeldje van een vrouw die stofzuigt, getiteld ­Filosloof. D’Ancona serveert koffie in koppen met konijntjes op een lange glazen tafel, en schuift attent een kussentje onder de nieuwe knie van de interviewer. “Ik heb ervaring want ik ben al voorzien, met twee nieuwe heupen.”

De altijd activistische d’Ancona oogt tengerder dan ooit. Zij heeft zich de laatste jaren toegelegd op spreken en schrijven over ouderen. Als betrokkene bij twee fondsen die ouderen stimuleren aan kunst te doen, raakte zij geïnspireerd en geïnteresseerd in ouderdom. In 2019 schreef zij teksten voor de expositie Levenskunst van de in 2018 overleden Veldhoen. “Dat boekje heb ik op de fiets naar allerlei boekhandels gebracht. Het was snel uitverkocht en diverse uitgevers vroegen mij daarna om een eigen boek schrijven.” Heel moeilijk die korte teksten, zegt zij. “Ik had veel geschreven, politiek, ­lezingen, bijdragen in bundels, vaak lange stukken. Maar kort formuleren met een kop, staart en midden is best een ding.”

Het resultaat mag geslaagd heten vanwege de bekende d’Ancona-mix: scherpe analyses, relativerende humor en activisme. Ze wijst op dikke boeken, die in stapels op tafel liggen. “Die lees ik op vakantie. Het dunne Vrolijk verval is voor tussendoor, en met alle mooie illustraties een cadeautje voor jezelf.” Die illustraties zijn van Rembrandt, Fiep Westendorp, Len Munnik, Yrrah en natuurlijk Aat Veldhoen.

Respect, alleen omdat je bent blijven in- en uitademen​?

In Vrolijk verval beschrijft d’Ancona de Nederlandse trend om compassie en respect voor ouderen te ­tonen. “Onbegrijpelijk. Respect, alleen omdat je bent blijven in- en uitademen​?” Tegelijk signaleert zij dat er bijna nooit 80-plussers zijn in de politiek of op tv, ‘behalve als ze overlijden’. “Zij zijn zelfs afwezig in het straatbeeld. Ik zeg niet dat je het land moet bespikkelen met oude dames en heren, of dat je eeuwig op je positie moet blijven plakken. Feit is dat er weinig oude rolmodellen zijn. Dat is ook een gemis voor hen die met angst en beven naar ouder worden uitkijken. En voor jongeren is dat beeld van eenzame, hulpbehoevende ouderen ook angstaanjagend.”

Stop met stereotyperingen en scheer ons niet over één kam, schrijft d’Ancona. “Het is ook waanzin dat met de ouderdom wijsheid zou komen. Oud zijn is wel een tijd voor verwondering, waarin je onafhankelijk kunt zijn, zonder last te hebben van de blik van anderen.”

Als Europarlementariër zag zij in andere landen wel senior collega’s. In de VS heb je president Joe Biden (78) en Kamervoorzitter Nancy Pelosi van 81. “Zij krijgen hier vooral commentaar op hun leeftijd, maar ­Biden heeft tot nu toe meer gedaan dan zijn voorgangers.”

Zachte uitsluiting

De onzichtbaarheid van ouderen in Nederland noemt d’Ancona ‘zachte uitsluiting’. “Terwijl je na je pen­sioen, ondanks het fysieke verval, juist de tijd hebt aan een boeiende ontdekkingsreis te beginnen. Het op een andere manier fijn kunt krijgen.” Zelf is ze met pianospelen begonnen, en doet ze om de dag yoga via YouTube. “Op de toetsen ben ik geen natuurtalent, maar daar gaat het niet om. Het is leuk en goed voor je hersens. Ik ga binnenkort met een vriend die het beter kan ­samenspelen.”

Soms vraagt een kennis uit haar politieke loopbaan aan d’Ancona: ‘Doe jij nog wat?’ “Dan bedoelt zo’n man niet de trap een lekker sopje geven, maar wil hij weten of je voorzitter bent van een belangrijke commissie. Waarschijnlijk zitten ze er zelf mee dat ze toch misbaar blijken. Dat is denk ik moeilijker voor mannen. Het is gek dat vrouwen veel energieker en actiever zijn na hun 70ste. Kijk maar wie er musea en toneelstukken aflopen en mantelzorgen.”

Heeft u ergens spijt van, terug­kijkend op een lang leven?

“Wat moet ik met spijt? Natuurlijk geef ik mezelf voor een aantal dingen geen plus. Ik had soms aardiger kunnen zijn. Maar als ik dingen anders had gedaan, had ik die leuke kinderen misschien niet gehad. Ik heb absoluut geen volmaakt leven geleid. Toch vind ik schuld en spijt vreemde gevoelens. Ik kijk niet zoveel terug, maar geniet meer van de dingen die ik nu doe.”

Dat is belangrijker dan trots zijn op mijn loopbaan, zegt ze. Ook nuttig: ’s ochtends wakker worden met een plan in je hoofd. Dat concept heet in Japan ikigai en is daar een belangrijk onderdeel bij vitaal ouder worden. “Dat plan hoeft heus niet hoogdravend te zijn. Net zo goed kun je je voornemen lekker de trappen te gaan dweilen. Als je ’s avonds terugkijkt en constateert dat je gedaan hebt wat je wilde doen, geeft dat het leven zin.”

 Het beeldje de Filosloof  van Maja van Hall. Beeld Maartje Geels
Het beeldje de Filosloof van Maja van Hall.Beeld Maartje Geels

In Vrolijk verval schrijft d’Ancona ­hilarisch over de late liefde, want – geloof het of niet – ook als 60-plusser is het mogelijk een fijne partner te vinden: “Je accepteert het totaalpakket, dat scheelt een hoop gemorrel. Geen zorgen om kinderen, maar een zee van wederzijdse aandacht. Geen jaloezie. En levenslange trouw is ook al een stuk makkelijker. De verrimpeling is wederzijds, en als je maar dicht genoeg tegen de ander aan ligt, zie je het niet.”

D’Ancona noemt het simpele van elkaars ouwe lijf genieten ‘velseks’. Zij schrijft uit ervaring, want zij trof haar grote liefde Aatje Veldhoen pas toen zij allebei rond de 60 waren. “We zijn bijna 23 jaar samen geweest. Aatje was gek van vrouwelijk naakt. Maar het leuke is dat hij ook dol was op de lichamen van oude vrouwen en die wilde vastleggen. Hij zette weleens een advertentie in de krant: schilder zoekt oude vrouwen. Daar kwamen fiere types op af, die lak aan alles hadden en trots waren op hun lijf.”

Gewoon is het nog steeds niet om oude lijven in volle glorie te zien. Hoe kunnen we die natuurlijke ­seniorstaat dan leren accepteren? D’Ancona weet dat de naaktkunst van Veldhoen vrouwen geholpen heeft om zich gezien te voelen. Ook van de zestiger d’Ancona bestaat een blote versie. Waar is die gebleven? “Dat interesseert me niet. De kinderen hebben alles verdeeld en er is veel in musea gekomen.”

Gaat er na al die tijd met Aatje nog een andere, superlate liefde komen?

Nee, klinkt het beslist. “Het nare van de rouw gaat er met de jaren wel vanaf, maar het gemis blijft. Hij is nog bij mij van mijn kruin tot aan mijn tenen. Die onvolledigheid is best te doen als ik het zie als een ander leven, waarin ik nieuwe dingen kan leren. Het is ook realisme: ik wil een ander niet opschepen met mijn ziekte of mantelzorger worden van een nog onbekende. Daarbij komt dat ik mezelf heel goed bezig kan houden. Ik voel me nooit alleen en eenzaam. Die eerste lockdown? Het leek wel vakantie! Ik heb zúlke dikke boeken gelezen, kon echt lekker opschieten.”

Feminist tot in de kist. Wat betekent die uitspraak voor u?

“Ik blijf altijd de opgewonden boodschapper, de actievoerder. Dat is ook mijn karakter. Als oorlogsoverlever heb ik de plicht er wat van te maken.”

Is dat feminisme nog wel nodig?

“Gek dat er in Nederland vaak een voorbehoud bij dat woord wordt gemaakt. Op de vraag of ze feminist zijn, zeggen vrouwen op hoge posten in buurlanden volmondig: “Ja, wat denk je?” Denk aan #MeToo, online vrouwenhaat of zorgtaken. Ik heb altijd fulltime gewerkt, en ben ook nooit oppas-oma geweest, daarvoor had ik het veel te druk. Toch blijft moeder zijn je achilleshiel. ­Zolang kinderen nog altijd iets meer van de moeder zijn, is dat nadelig voor iedereen – ook voor vaders en kinderen. Pas als we arbeidstijd verminderen richting deeltijdwerk voor iedereen, kunnen we de verantwoordelijkheid eerlijk verdelen.”

Mevrouw Vlek, een prent van Aat Veldhoen. Beeld Aat Veldhoen
Mevrouw Vlek, een prent van Aat Veldhoen.Beeld Aat Veldhoen

Binnen de PvdA is een Hedy ­d’Ancona leergang gestart voor jonge vrouwen die de politiek in willen. “Vrouwelijke politici krijgen veel bagger over zich heen. Als je ervaringen hoort van vrouwen uit gemeenteraden en provinciale staten over mannelijke onderonsjes en buitensluiting... Kijk hoe de burgemeester van Amsterdam wordt behandeld. De Telegraaf ging in zijn berichtgeving al op haar los toen ze Tweede Kamerlid was. Puur seksisme. En dan nog het allergruwelijkste seksisme via anonieme sociale media. Wat Sylvana ­Simons en Sigrid Kaag over zich heen krijgen. Wreed en misselijkmakend. Het stoorde mij dat geen enkele mannelijke collega aan de bel trok en er schande van sprak dat dit vrouwen overkomt. Dat is ook seksisme.”

D’Ancona ziet een duidelijk verband tussen emancipatie van vrouwen en die van ouderen. “Ook ouderen moeten zich bevrijden uit de voorgeschreven rol. Het gaat ook bij hen om zelfbeschikking en zelfontplooiing, meepraten in plaats van ­besproken worden.”

Natuurlijk zit er een einde aan, ze beseft het als geen ander. “Het enige wat ouderen zeker weten: dat je korter voor je hebt dan achter je. Verval eindigt als het vogeltje echt dood is.” Tot die tijd legt d’Ancona de lat hoog. Ze kan niet anders.

Baanbreker en politieke rot

Hedy d’Ancona (1937, Den Haag) was onder ­andere senator, negen jaar Europarlementariër, staatssecretaris en vijf jaar minister van welzijn, volksgezondheid en cultuur. In 1968 was zij ­medeoprichter van Man Vrouw Maatschappij, en in 1972 medeoprichter van feministisch maandblad Opzij. Haar joodse vader overleed aan het eind van de oorlog in een concentratiekamp.

In 2002 kreeg zij de Aletta Jacobsprijs van de Rijksuniversiteit Groningen, in 2017 hield zij de Socrateslezing voor het Humanistisch Verbond. Vorige maand kreeg zij de Dr. J.P. van Praagprijs die om het jaar wordt uitgereikt vanwege iemands bijdrage aan ‘humanisering van de samenleving’.

Vrolijk verval door Hedy d’Ancona,
Nijgh & Van Ditmar, 112 blz. € 12,50

Lees ook:

‘Het is de hoogste tijd voor emancipatie van ouderen’

Hedy d’Ancona riep in haar Socrateslezing de samenleving vandaag op om anders naar ouderen te kijken. ‘We worden neergezet als kostenpost, deerniswekkend zelfs.’

Lees ook:

Hedy d’Ancona: Ik schaam me voor mijn verwantschap met Israël

Israël bestaat op 14 mei zeventig jaar. Trouw vraagt vijf bekende Nederlanders met Joodse wortels over hun band met de staat. Vandaag: oud-PvdA-minister Hedy d’Ancona (80).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden