Tweede Wereldoorlog

Op zoek naar Nederlanders die in dienst traden van de Nazi’s

Een collaborateur wordt opgebracht, Hengelo, 3 april 1945. Beeld Nationaal Archief
Een collaborateur wordt opgebracht, Hengelo, 3 april 1945.Beeld Nationaal Archief

Hoe verwordt een normale burger tot gewelddadig collaborateur in oorlogstijd? Onderzoeker Paul van de Water zocht het uit.

Harriët Salm

Jacoba Roelofs uit Utrecht is in 1940 nog maar zestien jaar oud. Ze ontwikkelt na de Duitse inval sympathie voor de Duitsers, vooral om zich af te zetten tegen haar autoritaire en anti-Duitse vader. De jonge, naïeve Hollandse vrouw wordt uiteindelijk kampbewaakster, eerst in Kamp Vught en later zelfs in Auschwitz.

Roelofs is een voorbeeld van Nederlanders die na 1940 zware misdaden pleegden, terwijl ze voor de oorlog niet als crimineel bekend hadden gestaan, zegt onderzoeker Paul van de Water. Waar kwam die omslag van een normale burger naar een gewelddadig collaborateur vandaan?

De levensloop van collaborateurs

“Er is nooit één factor, het zijn altijd meerdere zaken die een rol hebben gespeeld bij de keuzes die zij in hun leven maakten. Maar er zijn wel overeenkomsten”, constateert hij in zijn deze week verschenen boek ‘In dienst van de Nazi’s’, waarin hij de levensloop van elf Nederlandse collaborateurs onder de loep legt.

“Zo is het opvallend dat de collaborateurs die ik beschrijf allemaal een ellendige jeugd hebben gehad, soms door armoede, soms door een autoritaire vader of seksueel misbruik”, zegt Van de Water. “En ze hebben allemaal een gebrek aan empathie en worden niet gehinderd door moreel besef of een geweten.”

De 66-jarige Van de Water studeerde Nederlands en sociale wetenschappen en was werkzaam in het onderwijs. Inmiddels gepensioneerd is hij druk met een onderzoek waarop hij aan de Universiteit van Amsterdam hoopt te promoveren. Daarvoor bestudeert Van de Water de levens van circa veertig mannen en vrouwen die met de Nazi’s gingen samenwerken.

Onder de elf die u beschrijft zijn maar drie vrouwen: waarom is dat?

“Het is lastig in Nederland gewelddadige vrouwen te vinden, ze zijn er nauwelijks. Wel vrouwen die lichte vormen van geweld toepasten, een tik uitdeelden of verraadsters, maar geen systematische mishandeling of foltering of moord. Jacoba Roelofs eindigde als kampbewaakster in Auschwitz, maar ik heb geen echt bewijs kunnen vinden dat zij daar zelf fysiek geweld uitoefende. Wat niet wil zeggen dat het niet gebeurd is natuurlijk. En dat ze heel foute keuzes maakte is evident. Ze kreeg ook tien jaar gevangenisstraf opgelegd.”

Hoe verklaart u dat verschil tussen mannen en vrouwen?

“Mannen hadden vaak uitvoerende functies bij organisaties waar vrouwen geen toegang toe hadden, zoals de SS. Maar er zijn natuurlijk wel voorbeelden van zeer gewelddadige Duitse nazivrouwen als Irma Grese of Maria Mandl. Ik heb nog geen Nederlandse tegenhangster daarvan ontdekt in de archieven. Ik heb daar eigenlijk geen verklaring voor, die vraag verdient meer onderzoek.”

U beschrijft dat van deze elf vrijwel niemand uit ideologische overtuiging nazi werd?

“Klopt. Het ging hen niet om het geloof in een betere samenleving. Slechts bij een van de elf is daar sprake van. De geweldcultuur van het nationaalsocialisme trok hen aan, vaak uit opportunisme gekoppeld aan impulsiviteit, ze zagen een mogelijkheid tot persoonlijk gewin. Hun morele besef was daaraan ondergeschikt. Groepsdruk is ook belangrijk bij allemaal; als anderen verwachtten dat ze gewelddadig optraden, deden ze dat. Overigens vond ik maar bij drie van de elf een sadistische inslag, in de zin van plezier beleven aan een ander pijn doen. En bij bijna allemaal was een drankprobleem zichtbaar.”

Gaat dit om mensen die van nature slecht zijn?

“Nee, ik geloof niet dat mensen gewetenloos geboren worden. Door allerlei omstandigheden in combinatie met aanleg leren zij om gewetenloos te handelen. Wel zijn sommigen die ik onderzocht sadistische psychopaten. Zij konden zich in dienst van de Duitsers volledig uitleven.”

Zacharias Sleijfer (1911-1953): Zijn lijst met slachtoffers is lang

Zacharias Sleijfer was een Nederlandse medewerker van de Duitse Sicherheitsdienst. Onderzoeker Paul van de Water: “Hij bedacht de kapbehandeling, waarbij een aan zware bronchitis lijdende arrestant een papieren kap over het hoofd kreeg en Sleijfer daaronder rook blies.” Sleijfer groeide op in een arm, streng en somber katholiek gezin in Leeuwarden. Hij stond bekend als weinig intelligent en bang. Via zijn schoonvader werd hij in augustus 1940 lid van de NSB. Hij trad in dienst van de SD en kwam in aanraking met een cultuur van geweld. Van de Water: “Dat was voor hem het omslagpunt, hij ontspoorde.” Psychiatrische rapporten na de oorlog stellen dat hij aan een psychische stoornis had, daarom belandt hij in een inrichting. “Daaruit wordt hij tot mijn verbazing in 1952 vrijgelaten, al moet hij wel onder toezicht blijven.” Hij gaat in Zeist wonen en overlijdt in 1953 aan kanker.

Branca Simons (1918-1979): Zij verraadde tientallen Joden

Branca Simons kwam uit een arm joods gezin. Ze kon niet goed leren, ging al op haar dertiende werken. Op haar twintigste kreeg ze een verhouding met een crimineel met wie ze in februari 1940 trouwde. Haar huwelijk met een niet-joodse man beschermde haar. Ze woonde in de Amsterdamse Kerkstraat. Haar man plunderde illegaal lege huizen van afgevoerde Joden, maar werd daarvoor opgepakt en naar Kamp Vught gestuurd. In juni 1943 werd Simons, nu alleen wonend, opgepakt door rechercheur Pieter Schaap van het Bureau Joodse Zaken. Die zag dat ze een jodin was. Ze kreeg de keus: werken voor de SD of deportatie naar een kamp. Paul van de Water: “Daar kwam haar omslagpunt: ze was een opportuniste met weinig ethisch besef. Natuurlijk gebeurde dit onder dwang, maar ze was heel fanatiek in de uitvoering en dat valt haar zwaar aan te rekenen.” Simons verraadde tientallen joden. Ze kreeg na de oorlog levenslang, maar kwam in 1959 vrij. Simons overleed in 1979.

Lees ook:

Kristien Hemmerechts: Vlaamse SS’ers waren de ergste

De vader van Hein en Toon Van den Brempt was SS’er, hun moeder de secretaresse van het hoofd van de Belgische SS. De schrijfster Kristien Hemmerechts heeft, met de broers, hun familiegeschiedenis ontrafeld.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden