NaschriftCarel Teunissen (1946-2021)

Ook buiten het klaslokaal bleef Carel betrokken bij zijn leerlingen

Carel Teunissen in 1981. Beeld
Carel Teunissen in 1981.

Als leraar Frans verlangde Carel Teunissen van zijn leerlingen een serieuze werkhouding. Nog belangrijker vond hij dat ze zich als breed geïnteresseerde mensen ontwikkelden. Hij deelde zijn leven met vrienden wereldwijd en was anderen vaak tot steun.

Carel Teunissen was in zekere zin leeftijdloos: hoe oud hij was, liet hij in het midden, zijn verjaardag sloeg hij het liefst over. Niet alleen zijn eigen leeftijd vond hij onbelangrijk, leeftijd speelde überhaupt geen rol in zijn vriendschappen. Oud of jong, met iedereen kon hij overweg. Hij was loyaal aan zijn vrienden van het eerste uur, maar in de loop der decennia bouwde hij ook met hun kinderen en kleinkinderen een band op.

Het mooie was dat je het met Carel over heel veel dingen in het leven kon hebben. Hij was erudiet en discussieerde graag over tal van onderwerpen, maar ook als het over persoonlijke zaken ging was hij een ideale gesprekspartner. Niet dat hij zijn eigen ziel blootgaf, hij richtte zich op de ander. Iemand die hem nodig had kon rekenen op een luisterend oor en morele steun, nooit beschaamde hij het vertrouwen.

In zo’n een-op-eenrelatie was hij op z’n best, in een groot gezelschap hield hij zich enigszins afzijdig. Toch gold hij op het Christelijk Lyceum in Gouda, waar hij na zijn studie Frans in 1970 ging lesgeven, als een van de gangmakers onder zijn jonge collega’s. Als zij elkaar na schooltijd nog even opzochten, was hij erbij. Ook buiten schooltijd en nadat docenten afscheid van school hadden genomen, hield hij met menigeen contact en was zo een verbindende schakel tussen (oud)collega’s.

Eén van zijn klassen hielp hem bij zijn verhuizing

Als nieuwkomer werd hij mentor van een eerste klas en ging, zoals gebruikelijk was, ter kennismaking op huisbezoek. Naarmate hij leerlingen langer lesgaf en ze beter leerde kennen, ontstond een band tussen hen. Hij toonde oprechte belangstelling en had vaak beter dan de pubers zelf door wat zij nodig hadden. Op den duur nodigde hij hen thuis uit. Dan werd er wijn gedronken en naar muziek geluisterd, het kwam ook voor dat ze met z’n allen het nabijgelegen park, de Chinees of een pannenkoekenhuis bezochten.

Eén van zijn klassen hielp hem bij zijn verhuizing – toen bij het optillen van een doos al het glaswerk sneuvelde omdat een meisje de bodem niet goed had dichtgemaakt, haalde Carel stoïcijns zijn schouders op met de opmerking: ‘Daar leer je van’. Voor de klas echter lagen de verhoudingen anders. Daar was hij een autoriteit die de wind eronder had, zonder zijn gevoel voor humor te verliezen. Een leerling die een propje papier naast de prullenbak gooide gaf hij de opdracht het op te rapen, weg te gooien en zelf ook even in de prullenbak te gaan staan.

Bakken huiswerk kregen ze

Hij was een strenge leraar die opstellen minutieus nakeek en wars was van inspraak bij het toekennen van cijfers, zoals bij sommige leraren gebeurde. Zijn lessen bereidde hij gedegen voor, van zijn leerlingen verlangde hij eenzelfde inzet. Bakken huiswerk kregen ze mee, soms op het onredelijke af, vond een assertieve klassenvertegenwoordigster die op een dag opstond en in klare taal zei dat het genoeg was: hij kon opgeven wat hij wilde, maar ze zouden het toch niet maken. Met een simpel ‘d’accord’ gaf hij haar gelijk en wist daarmee het protest in de kiem te smoren.

Carel Teunissen Beeld
Carel Teunissen

Gedurende de les zat hij op een stoel, in zijn karakteristieke houding met de benen over elkaar geslagen en niet zelden met een sjekkie tussen de vingers. Omdat de school roken ontmoedigde verstopte hij zijn mini-asbak in een la. Hij sprak uitsluitend Frans en wist hen enthousiast te maken voor Franse literatuur. Hij hield zich uitstekend op de hoogte van wat er aan nieuwe boeken verscheen; thuis had hij een omvangrijke bibliotheek die naast romans en poëzie ook veel kunst- en reisboeken bevatte. Met zijn liefde voor literatuur en kunst stimuleerde hij de leerlingen zich breed te ontwikkelen en bijvoorbeeld naar de muziekavond op school te gaan. Cultuur verruimt de blik: wie zich veelzijdig ontplooit, hield hij hen voor, wordt een goed mens en kan iets voor de wereld betekenen.

Ook na hun eindexamen volgde hij hoe ze terechtkwamen en bleef hij vaak betrokken. Een jongen die zijn diploma had gehaald, zag diezelfde avond tot zijn verrassing Carel uit een taxi stappen om hem thuis te komen feliciteren. Na afloop van een ander eindexamenjaar ontmoette hij in Parijs een groepje pas geslaagde gymnasiasten. Het bleek geen toeval, maar een geplande actie: hij wilde de jongeren de stad laten zien. Voortaan, zei hij, hoefden ze geen meneer Teunissen meer te zeggen, maar Carel. Naarmate ze elkaar langer kenden en de vriendschap hechter werd, verdween het leeftijdsverschil naar de achtergrond.

Altijd bleef hij vrijgezel, zijn leven deelde hij met vrienden die hij over de hele wereld, dikwijls onaangekondigd, opzocht. Ondanks zijn reislust was hij honkvast, veertig jaar woonde hij in hetzelfde huis in Utrecht. Hij had de stad leren kennen toen hij nog op school zat. Vanuit Ede, waar hij met zijn jongere broer Cor en zusje Heleen een groot deel van zijn jeugd had doorgebracht, verhuisde hij met het ouderlijk gezin naar Utrecht toen zijn vader een administratieve baan bij de AKU (Algemene Kunstzijde Unie) fabriek in Ede, verruilde voor een functie als conciërge op een mts in Utrecht.

Carel Teunissen met zijn ouders, broer en zus. Beeld
Carel Teunissen met zijn ouders, broer en zus.

Op het gymnasium daar haalde Carel zijn diploma. Hij had een groot gevoel voor taal en ging Frans studeren, als bijvak volgde hij Spaans. Hij pikte het Frans snel op en sprak het al gauw foutloos en met een Parijs’ accent. Dit was mede te danken aan een verblijf bij een doktersgezin in de buurt van Poitiers. Aan zijn bed hing een koebel met een touw naar buiten, zodat men ook ‘s nachts de dokter kon bereiken. Aan hem de taak de dokter wakker te maken als de nood aan de man was. Hij voelde zich een lid van de familie en bleef hen later opzoeken. Hij had er zijn eigen kamer.

Na zijn afstuderen deed hij vertaalwerk voor de EEG in Brussel, maar zijn hart lag bij het onderwijs. Zijn baan bij het Christelijk Lyceum in Gouda beviel hem, al had hij aanvaringen met de directie die schoolcijfers wilde versoepelen. Toch bleef hij altijd aan de school verbonden, totdat hij begon te tobben met zijn gezondheid. Hij kreeg diabetes en onderging op zijn 54ste een hartoperatie, waarna hij werd afgekeurd. Dat gaf hem een flinke knauw, maar toen zijn conditie verbeterde, vulde hij zijn leven van lieverlee met dingen die hij graag deed: verre reizen maken, lezen, concerten en tentoonstellingen bezoeken. Dat laatste deed hij regelmatig met zijn zuster Heleen. In het huishouden daarentegen had hij, onpraktisch als hij was, weinig interesse. Zo ontstond de gewoonte dat Heleen zijn was mee naar huis nam, iets wat aanvankelijk zijn moeder op zich had genomen.

Tolk voor asielzoekers

Grote voldoening haalde hij uit zijn jarenlange werk als tolk bij Vluchtelingenwerk Nederland. Hij stak veel tijd en energie in het terzijde staan van vluchtelingen tijdens hun asielprocedure. Als leraar voor de klas was hij daar al mee begonnen. Zo betrokken als hij was bij zijn (oud)leerlingen, zo begaan was hij ook met deze mensen. Schrijnende situaties maakte hij mee, maar vaak kon hij helpen bij regelzaken, of als tolk wanneer iemand een dokter of psychiater bezocht.

Hij ontfermde zich over een vluchteling uit Guinee en gaf hem de sleutel van zijn huis. De jongen, die klusjes voor hem deed, noemde hem papa. Afgelopen voorjaar vergezelde Carel hem naar het azc in Ter Apel. Op de laatste etappe van hun reis met het openbaar vervoer sprak Carel een man aan: ‘Ik zoek de bus naar het azc’. De man keek hem aan en reageerde stomverbaasd: ‘U?!’ Carel had er veel plezier om.

Hij was nog lang niet van zins te stoppen met zijn hulp aan asielzoekers toen het noodlot opnieuw toesloeg, dit keer op wel heel dramatische wijze. Bij het oversteken van een verkeerskruising, met de fiets aan de hand, zag hij over het hoofd dat het stoplicht nog op rood stond – een naderende bus kon hem niet ontwijken. Hij belandde op de ic. Er was hoop dat hij erbovenop zou komen. Carel had doorzettingsvermogen, opgeven was niets voor hem, maar door een longontsteking en hartfalen redde hij het niet. Twee weken na de ziekenhuisopname werden zijn vrienden overvallen door het bericht dat hij was gestorven.

Cornelis Carolus (Carel) Teunissen werd geboren op 7 december 1946 in Ede en overleed op 3 augustus 2021 in Utrecht.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden