NaschriftWillemijn Sizoo (1934-2021)

Ondanks haar slechte zicht was Willemijn Sizoo een gedreven pionier in de strijd tegen leukemie

Willemijn Sizoo op haar 85ste verjaardagsfeest. Beeld Familiearchief
Willemijn Sizoo op haar 85ste verjaardagsfeest.Beeld Familiearchief

Onvermoeibaar werkte hematoloog Willemijn Sizoo aan de ontwikkeling van topzorg voor leukemiepatiënten. Ze wilde mensen helpen en toonde zich oprecht betrokken. Zelf beleefde ze de nodige tegenslag, maar ze was geen klager en nam het leven zoals het was.

Als Willemijn tegen het eind van haar studie medicijnen helpt bij het inenten van kinderen tegen pokken wrijft ze in haar ogen. Een onnadenkend gebaar, schijnbaar onbeduidend maar met verstrekkende gevolgen voor de rest van haar leven: ze krijgt een ooginfectie die haar zicht ernstig aantast, en meerdere oogoperaties in de loop der decennia mislukken. Van meet af aan echter vervolgt ze met enorme wilskracht het ingeslagen pad. Als jonge internist heeft ze zich gespecialiseerd in bloedziekte. Bij de laatste examens laat ze zich door een studiegenoot voorlezen en uitleggen hoe hij proeven uitvoert – met zijn hulp weet ze haar studie succesvol af te ronden.

Ook in haar werk als hematoloog bij de Rotterdamse Daniël den Hoedkliniek – tegenwoordig onderdeel van het Erasmus MC Kanker Instituut – is ze soms aangewezen op andermans ogen. Wanneer met de microscoop een bloedbeeld geanalyseerd moet worden, vraagt ze een arts-assistent door de lens te kijken en te rapporteren wat ze ziet – op basis daarvan weet Willemijn wat er moet gebeuren. Hoe hinderlijk haar visusprobleem ook is, het belemmert haar niet in de uitoefening van haar vak. Ze is een van de voortrekkers bij het ontwikkelen van specialistische topzorg op de afdeling oncologische hematologie.

Haar hart lig vooral bij de klinische praktijk, meer dan bij wetenschappelijk onderzoek. Ze is geliefd bij collega’s, het verplegend personeel en bij patiënten. Die zijn vaak relatief jong, de diagnose leukemie zet hun leven op z’n kop. Tijdens de langdurige behandeling ziet Willemijn niet alleen de ziekte maar ook hun wanhoop – haar betrokkenheid wordt zeer gewaardeerd.

Willemijn (rechts). Beeld Familiearchief
Willemijn (rechts).Beeld Familiearchief

Als ze het zelf moeilijk heeft, kan ze zich met haar positieve inslag en relativeringsvermogen oppeppen. Ook muziek helpt daarbij en is een belangrijke compensatie voor haar oogproblemen. Thuis luistert ze veel naar klassieke muziek, ze gaat naar concerten, met haar jongere broer Hans bezoekt ze de opera en als ze een jaar in New York woont ontdekt ze musicals. Een andere passie is reizen. Als jonge vrouw trekt ze een paar maanden in haar eentje door Guatemala en Mexico, er zijn verschillende vriendinnen met wie ze naar verre bestemmingen reist en wanneer ze voor haar werk een buitenlands symposium bijwoont, knoopt ze er een vakantie aan vast.

Verpleegster? Nee, dokter

Al jong is ze gefascineerd door andere culturen. Verhalen van een oudoom en -tante die als zendingsechtpaar werken op Sulawesi wekken haar enthousiasme. Op haar vijfde kondigt ze aan dat ze later zuster wordt bij de Papua’s, waarop haar moeder zegt: “Je kunt ook dokter worden bij de Papua’s.” Het typeert het milieu van haar jeugd waarin intellectuele ontwikkeling wordt gestimuleerd, bij de meisjes net zo goed als de jongens. Zelf deed haar moeder de hbs, op aandringen van oma Willemijntje die scholing belangrijk vond voor haar dochter. Willemijns vader is kernfysicus en wordt op 29-jarige leeftijd hoogleraar natuurkunde op de nieuw opgerichte faculteit wis- en natuurkunde aan de VU in Amsterdam.

Ze is de vierde in een rij van negen kinderen, eigenlijk zijn het er tien, maar Gerardje overlijdt op driejarige leeftijd. Het is een groot verdriet, zijn naam mag niet meer klinken in huis. Als later een zoon toch weer de naam Gerard krijgt, wordt hij jarenlang Bob genoemd. Het gezin is gereformeerd, maar de ouders zijn ruimdenkend: wie niet wil hoeft zondagmiddag niet mee naar de kerk. Wel gaat Willemijn vanzelfsprekend naar het Gereformeerd Gymnasium in Amsterdam en daarna naar de VU. Ze geniet van het studentenleven en is een actieve voorzitter van de Vereniging van Vrouwelijke Studenten aan de VU.

Willemijn Sizoo met broer Hans in Thailand. Beeld Familiearchief
Willemijn Sizoo met broer Hans in Thailand.Beeld Familiearchief

Ze hoopt op een toekomst als arts in het buitenland, het liefst ergens waar de zon schijnt. Na haar coschappen vindt ze een baan op Curaçao: ze houdt zich er bezig met de relatie tussen bloedarmoede en eetpatronen van kinderen, en geeft vrouwen voorlichting over anticonceptie. In de paar jaar die ze daar doorbrengt bouwt ze een vriendenkring op waarmee ze altijd contact houdt. Een liefdesrelatie daarentegen loopt stuk. Ze heeft pech in de liefde: ook latere relaties houden geen stand.

Uit haar werk put ze veel voldoening. Leerzaam is een periode in een hemato-oncologiekliniek in New York. Eenmaal terug in Nederland wil ze met haar opgedane kennis een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van specialistische zorg voor leukemiepatiënten. Die kans doet zich voor als ze in 1970 een aanstelling krijgt in de Daniël den Hoedkliniek, gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, maar met een hematologieafdeling die nog in de kinderschoenen staat.

Strijden voor verbetering

Aanvankelijk werkt ze er samen met één andere hematoloog en een arts-assistent. Ze wil de afdeling verder uitbreiden en trekt eind jaren zeventig hematoloog Bob Löwenberg aan. Samen werken ze aan een plan om beenmergtransplantaties bij mensen met leukemie mogelijk te maken. Hun initiatief stuit op scepsis: de afdeling is te klein voor dit soort behandelingen, maar Willemijn is strijdbaar en zet door. Tegen de stroom in voeren ze als partners in crime in 1980 bij een van haar patiënten met acute leukemie de eerste transplantatie met beenmergcellen van de patiënt zelf uit; deze veertigjarige vrouw met twee jonge kinderen geneest uiteindelijk volledig.

Ze haalt ook wetenschappelijk hematoloog Ton Hagenbeek binnen en bedenkt samen met ‘de jongens’ hoe ze nieuwe hordes moeten nemen, want de groei van de afdeling gaat met horten en stoten. Het is een inspirerende tijd met een gemotiveerd team. Als er isoleerkamers moeten komen om patiënten veilig te verplegen is daar geen geld voor, maar met steun van Herman van Veen wordt een actie opgezet om de benodigde 1,6 miljoen gulden bijeen te brengen. Een andere belangrijke stap vooruit is de door Willemijn geïnitieerde samenwerking met ziekenhuizen in de regio Rotterdam. Ze is een drijvende kracht achter het opzetten van een regionaal consultatiesysteem op het gebied van bloed- en lymfklierkanker.

Willemijn Sizoo aan het bed van een patiënt in de Daniël den Hoedkliniek. Rechts staat collega-hematoloog Ton Hagenbeek. Beeld
Willemijn Sizoo aan het bed van een patiënt in de Daniël den Hoedkliniek. Rechts staat collega-hematoloog Ton Hagenbeek.Beeld

In haar privéleven kan ze afstand nemen van haar werk dat naast alle mooie kanten ook zwaar is. Ze is gastvrij en geeft graag feestjes, het souterrain in haar Rotterdamse huis is omgebouwd tot een feestkelder met bar waar het er geregeld vrolijk aan toe gaat. Als de familie haar bezoekt rennen de kinderen direct naar de kelder waar ze hun gang kunnen gaan, de zakken chips en cola staan klaar. Willemijn is dol op haar (achter)neefjes en –nichtjes en is geïnteresseerd in wat ze doen. Ze compenseren het gemis van een gezin dat ze als vrijgezel voelt. De jonge generaties vinden het heerlijk bij Willemijn: ze is een levendige tante die tijdens logeerpartijtjes leuke uitjes bedenkt waar ze zelf net zoveel plezier aan beleeft als de kinderen. Ook als ze volwassen zijn blijven ze komen. Twee nichtjes wonen bij haar in huis als ze studeren.

Tijd voor andere dingen

Als ze in 1993 bij de Daniël den Hoedkliniek met vroegpensioen gaat, ontstaat er meer ruimte voor andere bezigheden. Ze is lid van Ichthus: een club mensen van verschillende kerkgenootschappen die maandelijks bijeenkomen in de Pauluskerk in Rotterdam. Evenals de andere leden houdt ze regelmatig een referaat, onder andere over de invloed van muziek op verschillende ziektebeelden, waarbij ze zich baseert op het boek Musicophilia van neuroloog Oliver Sacks.

Ze wordt ook lid van het bestuur van de Vriendenvereniging van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, helpt met het uitgeven van cd’s en organiseren van zondagochtendconcerten waarbij ze af en toe inleidingen houdt. Door haar gedrevenheid komt ze weleens in conflict met bestuursleden die vinden dat ze zich te veel met hen bemoeit. Hoogtepunten zijn de momenten dat ze met het bestuur aan tafel zit met grootheden als dirigent Valeri Gergiev.

Met een goede vriendin maakt ze cruises en muziekreisjes. Gaandeweg echter wordt ze minder mobiel. Ook haar zicht verslechtert, lezen lukt ten slotte niet meer. Het is een grote teleurstelling als in december de laatste hoornvliestransplantatie mislukt. Hoewel zelfstandig wonen lastig wordt, wil ze de regie houden. Een gepland uitstapje gaat niet door als ze akelig ten val komt. De wond aan haar been veroorzaakt bloedvergiftiging. In het ziekenhuis ziet ze af van een operatie, al beseft ze als arts goed wat de consequentie is. Ze krijgt morfine. Met broers en zussen rond haar bed glijdt ze bijna ongemerkt weg. Tot het eind heeft ze zeggenschap over haar leven gehouden.

Willemijn Sizoo werd geboren in Amsterdam op 5 januari 1934 en overleed op 8 mei 2021 in Rotterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden