Niet ieder verkrachtingsslachtoffer van de Bosnië-oorlog telt even zwaar

De verlaten ingang van wat ooit kamp Celebici was. Beeld Nenad Vukosavljević

Voor Servische vrouwen die in de Bosnische oorlog slachtoffer werden van seksueel geweld, is weinig aandacht. Serviërs worden als hoofdschuldigen van het conflict gezien, daarom is er voor hun ervaringen geen plaats, aldus onderzoeker Olivera Simic.

Het is even wennen. Jaren lang deed Olivera Simic (45) onderzoek naar slachtoffers van Servische oorlogsmisdaden, wat haar in 'eigen' kring het predicaat verrader opleverde. Nu komt ze met een boek over Servische slachtoffers. Om precies te zijn - Servische vrouwen die tijdens de oorlog in Bosnië slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld en verkrachting. Dit keer krijgt ze van de 'tegenpartij' een stempel. Daar heet ze nu een Servische nationalist. "Een fanatieke, nog wel." Het maakt haar nerveus, bekent ze. "Dat ben ik helemaal niet. Maar ik wil me ook niet constant hoeven te verontschuldigen dat ik het hierover heb."

'Silenced victims of wartime sexual violence' heet haar recent verschenen boek, dat deels gaat over de ervaringen van Bosnisch-Servische vrouwen, maar vooral over de vraag waarom juist aan hun verhalen geen stem is gegeven. Want seksueel geweld is bepaald geen thema waarvoor geen interesse is of is geweest. Al tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995) deden schrijnende verhalen over verkrachtingen de ronde. Ook tijdens de processen voor het Joegoslavië-tribunaal, dat verkrachting erkende als misdaad tegen de menselijkheid en specifiek oorlogswapen, was er veel aandacht voor deze vorm van geweld. Maar als wordt gesproken over Bosnische vrouwen, aldus Simic, gaat het doorgaans over Kroatische en vooral Bosniak (moslim) vrouwen, nauwelijks over Servische.

Het dominante verhaal van de oorlog is het verhaal waarin Serviërs als de hoofdschuldigen worden gezien, analyseert de in het Bosnische Banja Luka geboren Simic. Slachtoffers aan Servische kant vallen niet zo eenvoudig in dat verhaal in te passen. Servische vrouwen die te maken hebben gehad met seksueel geweld, zijn die net zo zeer slachtoffer als Kroatische en Bosniak vrouwen? Zijn zij in de eerste plaats vrouw, of toch vooral Servisch?

Feministen

Simic, als onderzoeker verbonden aan de Griffith-universiteit in het Australische Brisbane, wijst op een controverse die tussen feministen uit verschillende delen van voormalig Joegoslavië in het begin van de oorlog ontstond, toen de eerste berichten over seksueel geweld naar buiten kwamen. Wie is hier precies het slachtoffer, wie de dader? Is het een misdaad van mannen tegen vrouwen, of moet het worden gepreciseerd? Ja, zeiden feministen uit onder meer Kroatië. Het gaat niet om mannen, maar vooral Servische mannen, niet zomaar om vrouwen, maar vooral om niet-Servische vrouwen. Voor hen was seksueel geweld een kwestie van etniciteit. Servische feministen wilden zover niet gaan. Hoewel zij zich zeer bewust waren van de verantwoordelijkheid van Serviërs voor de oorlog, vroegen zij aandacht voor alle vrouwen die slachtoffer waren geworden. Bij hen lag de nadruk daarmee meer op gender.

Tekst loopt verder onder de foto

Beeld RV

Hiërarchie

Westerse feministen hebben veelal voor de etnische invalshoek gekozen. Er is daarmee een soort hiërarchie ontstaan, aldus Simic, waarbij met name Bosniak vrouwen als de echte slachtoffers zijn gaan gelden. Het slachtofferschap van een Servische vrouw wordt vertroebeld door haar etniciteit. Buitenlandse journalisten, onderzoekers, ngo's: ze hebben weinig belangstelling getoond voor de ervaringen van Bosnisch-Servische vrouwen, zijn er zelfs zelden naar op zoek gegaan, aldus Simic. Sympathie en empathie lagen bij anderen. Tot haar verbazing trof ze iets soortgelijks zelfs aan bij het Joegoslavië-tribunaal. In haar boek citeert ze een rechter uit het zogeheten Celebici-proces, genoemd naar het kamp waar Serviërs werden opgesloten en verkrachtingen plaatsvonden. In een interview sprak de rechter die de moslim- en Kroatische daders veroordeelde over het gevoel van ongemak een rol te hebben in een proces tegen moslims, juist de groep met de meeste slachtoffers.

Aantallen, dat is waar het in een specifieke discussie over slachtoffers van seksueel geweld doorgaans ook al gauw over gaat. Tijdens de oorlog deden de meest afschuwelijke cijfers de ronde. Tegenwoordig wordt vaak gesproken over 20.000 slachtoffers, al is het precieze aantal onmogelijk te bepalen. Er zijn vrouwen van wie het verhaal nooit ergens is vastgelegd, anderen hebben het zelfs nooit verteld, uit schaamte, uit angst voor stigma en reacties uit hun omgeving. Wat de werkelijke aantallen ook zijn, niet-Servische vrouwen hebben meer geleden, kreeg en krijgt Simic ook heel vaak te horen. Simic doet er niets aan af, wil dat niet bestrijden. Tegelijk tekent ze aan dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar wat Servische vrouwen is overkomen. "En waarom zou het betekenen dat je het helemaal niet over hen mag hebben?"

Bosnisch-Servische verkrachtingsslachtoffers worden ondertussen merendeels aan hun lot overgelaten. In Republika Srpska, zeg maar de Servische provincie in Bosnië, is nauwelijks opvang voor deze getraumatiseerde, vaak in armoede levende vrouwen. Dat is anders in de Federatie, het Moslim-Kroatische deel, waar allerlei organisaties, al dan niet met internationale steun, zorg verlenen. Over de 'grens' hulp zoeken, doet niemand. Aanbieden ook niet. Simic: "De houding is al gauw: ik heb het meeste geleden, ik heb de meeste pijn. We zijn niet hetzelfde, want we hebben niet hetzelfde meegemaakt."

Zwijgen

De oorlog in Bosnië eindigde ruim 20 jaar geleden, maar de effecten ijlen voort. Is het misschien te vroeg om het te hebben over de pijn van, ook, Servische vrouwen zonder dat daar meteen een weegschaal aan te pas moet komen? Paradoxaal genoeg heeft Simic ook van sommige Servische feministen te horen gekregen dat ze het inderdaad beter niet kan doen. Ze verwijst naar de eerder genoemde discussie hoe deze oorlogsmisdaad moest worden gekarakteriseerd. "Servische activisten hebben er op een gegeven moment het zwijgen toe gedaan. Ze zijn wel doorgegaan met het geven van hulp aan verkrachte vrouwen, vingen ze op, hielpen met het krijgen van abortussen. Maar in het openbaar hebben ze er nauwelijks over gesproken." Bang, aldus Simic, dat er anders helemaal niets meer over zou blijven van contacten met vrouwen elders in het voormalig Joegoslavië. Bang om uitgemaakt te worden voor een ontkenner van Servische misdaden. En bang om nationalisten in Servië en Bosnië in de kaart te spelen.

Die angst proeft Simic nog steeds. "Sommigen vrezen dat mijn boek geïnterpreteerd gaat worden als een Servisch-nationalistische tekst. Dat nationalisten zullen zeggen: Kijk, zie hoe de internationale gemeenschap ons heeft genegeerd, niemand was geïnteresseerd in onze ervaringen, dit is bewijs dat iedereen de Serviërs haat."

Gaat het boek ook op die manier gebruikt worden door bijvoorbeeld de regering van de Republika Srpska? Simic ziet het niet zo gauw gebeuren. Tenslotte is het niet alsof deze vrouwen tijdens en na de oorlog zoveel aandacht hebben gehad van de eigen autoriteiten. Ze benadrukt: "Het gaat mij er niet om het lijden van anderen te minimaliseren, maar om ook Servische vrouwen een platform te geven voor een verhaal dat niet is verteld."

Wie is Olivera Simic?

Olivera Simic (Banja Luka, 1973) was 19 toen de oorlog uitbrak in Bosnië. In de jaren daarna woonde ze als vluchteling in Servië, waar ze rechten studeerde aan de Universiteit van Nis. In 2006 verhuisde ze naar Australië, waar ze als senior-onderzoeker verbonden is aan de Griffith University Law School in Brisbane, Australië.

Zij houdt zich onder meer bezig met internationaal recht en transitional justice. Enkele jaren geleden publiceerde zij 'Surviving Peace', over haar ervaringen na de oorlogen in voormalig Joegoslavië.

Recent verscheen van haar 'Silenced Victims of Wartime Sexual Violence' (Uitgeverij Routledge, 196 pagina's).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden