InterviewVaders geweldslachtoffers

‘Nabestaanden hebben recht op een correcte bejegening. Dat je daar een wet voor nodig hebt’

Jef Rijsbergen.Beeld Martijn Gijsbertsen

Jef Rijsbergen en Jack Keijzer verloren beiden een kind door een geweldsmisdrijf. Sindsdien knokken ze voor een betere positie van slachtoffers en nabestaanden in het rechtssysteem. In de 25 jaar die de strijd nu duurt zijn grote stappen gezet, maar de wensenlijst is nog altijd lang.

Jef Rijsbergen legt een dikke map voor zich op tafel. Het strafdossier over de dood van zijn dochter Linda. Uit de map haalt hij een foto van haar. Een jonge vrouw, breed lachend. “Zo is ze er ook een beetje bij. Het gaat tenslotte om haar.”

De 22-jarige Linda werd om het ­leven gebracht door haar vriend. Zij wilde de relatie beëindigen, hij pikte dat niet. Hij kreeg vier jaar cel en tbs opgelegd voor doodslag.

De dader is allang weer een vrij man. Het is allemaal dik 25 jaar geleden gebeurd. Maar Rijsbergen (73) kan erover vertellen als was het de dag van gisteren. Over hoe hij destijds brieven schreef aan het Openbaar Ministerie (OM), aan alle politieke partijen, aan de tbs-instelling en aan het gerechtshof. Allemaal om gehoord te worden. Of zoals Rijsbergen zegt: hij was op zoek naar de medemenselijkheid voor hem als nabestaande.

Linda Rijsbergen.

De keuze die hij toen maakte om in actie te komen tegen het gebrek aan slachtofferrechten in het Nederlandse rechtssysteem, is de reden dat Rijsbergen nu aan de keukentafel van Jack Keijzer zit. Ook Keijzer (63) verloor een kind door geweld. Zijn zestienjarige zoon Pascal werd in 2007 om het leven gebracht na een drugsruzie. Twee mannen werden veroordeeld tot vijftien en acht jaar cel. Jaren later nam zijn andere zoon Remy zijn eigen leven. Volgens Keijzer een direct gevolg van het verlies van zijn grote broer. “Zo’n gebeurtenis vreet je gezin op, dat weet Jack als geen ander”, zegt Rijsbergen.

'We konden met elkaar praten’

Keijzer is voorzitter van de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG). De vereniging vertegenwoordigt zo’n vijfhonderd families en Keijzer zit met regelmaat namens hen aan tafel bij het ministerie van justitie en veiligheid en het OM. Volgt er een wetsvoorstel om slachtofferrechten uit te breiden – en de afgelopen jaren passeerden best wat van dergelijke voorstellen – dan brengt FNG daar advies over uit.

Het was Rijsbergen die 25 jaar geleden de eerste stap zette voor oprichting van de belangenvereniging. Toen hij na de dood van Linda op zoek was naar mensen die hetzelfde hadden meegemaakt, bleken die moeilijk te vinden. “Je had wel een club van ouders van een overleden kind, maar die vonden het maar moeilijk dat het om geweldslachtoffers ging.” Dus besloot hij het zelf te organiseren. De ‘Vereniging ouders van een vermoord kind’ werd geboren, later opgegaan in de FNG, samen met vergelijkbare belangenclubs.

“In het begin was het vooral gericht op herkenning”, zegt Rijsbergen. “We wisselden ervaringen uit, we konden met elkaar praten. We gaven elkaar tips, over hoe je van je af kunt schrijven of over hoe wandelen kan helpen.”

Keijzer: “Ik had er zelf helemaal geen behoefte aan. Mijn vrouw wel. Toen die na een bijeenkomst wel heel lang bleef hangen omdat ze een andere moeder had ontmoet, besloot ik een keer mee te gaan. Meer voor haar dan voor mezelf. Na een half uur was ik om. Het voelde fantastisch om met mensen te praten die begrijpen wat je voelt, die zien dat je verdriet hebt en daar soms geen woorden voor nodig hebben.”

Rijsbergen: “In het begin word je wel in je eigen omgeving opgevangen, maar dat houdt een keer op. Mensen hebben op een gegeven moment zoiets van: ben je er nou nog steeds niet overheen? Het kan pijnlijke situaties opleveren. Mijn schoonouders streepten de naam van Linda door op de verjaardagskalender.”

Jack Keijzer. Beeld Martijn Gijsbertsen

Herkenbaar, zegt Keijzer, een kennis van hem deed hetzelfde bij Pascal. “Een streepje van nog geen vijf centimeter, maar dat komt binnen.”

Spreekrecht tijdens de rechtszaak

Waar samenkomen met lotgenoten in de begintijd de nadruk kreeg, groeide de rol van de vereniging als belangenbehartiger voor nabestaanden. Een van de belangrijkste agendapunten vanaf het begin: het spreekrecht tijdens de rechtszaak. Inmiddels gebruikelijk in Nederland, 25 jaar geleden ondenkbaar.

Officieel dan. Nadat de moordenaar van zijn dochter bij de rechtbank tot twee jaar cel en tbs was veroordeeld (in eerste aanleg voor moord), besloot Rijsbergen een brief te schrijven aan het gerechtshof waar het hoger beroep liep. Hij haalt de brief uit de dikke map op tafel. ‘Leiden, 30 augustus 1993’ staat erboven. Hij schrijft dat de lage straf voelt als ‘een klap in het gezicht van de nabestaanden’. Rijsbergen: “De voorzitter las de brief voor. Zo was het eigenlijk een soort eerste vorm van een slachtofferverklaring.”

Sinds die tijd is het spreekrecht steeds een beetje uitgebreid. Tijdens de rechtszaak rond de gewelddadige dood van Pascal was het nog zo dat één familielid mocht spreken. “Er was toegezegd dat ook Remy iets mocht zeggen, maar dat werd een dag voor de zitting weer ingetrokken”, zegt Keijzer. “Je was afhankelijk van de goedheid van de rechters.” Sinds 2016 is het spreekrecht onbeperkt. Dat wil zeggen: nabestaanden en slachtoffers zijn vrij om zich over alles uit te laten, zoals over de strafmaat.

Die ontwikkeling ging gepaard met de nodige kritiek. De vrees is dat de emotie te veel de rechtszaal binnenkomt. En volgens strafrechtadvocaten kan er een soort tweede requisitoir ontstaan, nu niet alleen het OM een strafeis formuleert, maar ook de slachtoffers dat doen. En dat terwijl een verdachte op dat moment nog niet schuldig is bevonden door de rechter.

Keijzer kent alle kritiek. Wat hem betreft wordt onderzocht of de oplossing zit in het anders indelen van de zitting, zoals advocaten ook al opperden. Dus dat je de rechter eerst laat bepalen of iemand schuldig is, en dat daarna de slachtofferverklaringen en de strafmaat volgen. “Zolang verdachten maar aanwezig zijn als slachtoffers aan het woord komen”, zegt Rijsbergen. “Dat is voor ons het allerbelangrijkste.”

Pascal Keijzer.

Niet alleen het spreekrecht ontwikkelde zich de afgelopen 25 jaar. Er werd ook een hoop geprofessionaliseerd. Bij Slachtofferhulp bijvoorbeeld. “Niets ten nadelen van de vrijwilligers die na de moord op Pascal ontzettend hun best deden, maar ze zaten hier te huilen op de bank nadat ik mijn verhaal had gedaan”, zegt Keijzer. “Daar had ik ­helemaal niets aan. Gelukkig worden er nu professionals ingezet bij moord- en doodslagzaken.”

En waar de officier van justitie het 25 jaar geleden ‘niet nodig vond’ dat Rijsbergen naar de uitspraak van de rechtbank kwam – het was maar een formaliteit – heeft het OM nu speciale slachtofferofficieren. Een gesprek voeren met nabestaanden voorafgaand aan de zitting is gebruikelijk geworden.

“Het gaat om de bejegening van slachtoffers en nabestaanden”, zegt Rijsbergen. Dat is zelfs bij wet geregeld, aldus Keijzer, doelend op de Wet versterking positie slachtoffer uit 2011. “Er staat letterlijk in dat wij recht hebben op een correcte bejegening door de politie, het OM en de rechtbank. Dat je daar een wet voor nodig hebt!”

‘Gewoon luisteren, dat is het belangrijkste’

Wat de FNG ook wil bieden, is een luisterend oor. Regelmatig gaat bij Keijzer de telefoon en hoort hij een vreselijk ervaringsverhaal. “Sommige nabestaanden zitten er helemaal doorheen, ze raken hun baan kwijt, ze raken aan de drank of komen in financiële problemen.” Dergelijke gesprekken herinnert Rijsbergen zich ook uit de tijd dat hij de vereniging bestierde. “Gewoon luisteren, dat was in zo’n geval het belangrijkste.”

Geen enkele nabestaande is hetzelfde, benadrukt Keijzer. Sommigen komen uiteindelijk tot vergeving, anderen vinden dat de dader niets anders verdient dan het vuurpeloton. En alles ertussenin. De tijd kan dat gevoel bovendien veranderen, weet hij uit eigen ervaring. “Ik heb lange tijd geen wraakgevoelens gehad. Tot ik een gesprek met een van de daders had, op mijn verzoek. Hij zei met een grijns op zijn gezicht dat hij geen spijt had. Toen is er een zaadje van wraak in mij geplant. Een zaadje dat af en toe water krijgt.”

Is het wel mogelijk om de belangen te behartigen van een groep mensen die totaal verschillend reageren op zo’n gebeurtenis? Keijzer: “Wat voor ons belangrijk is, is dat we met redelijke eisen bij de politiek aankloppen. Ik ga dus echt niet om invoering van de doodstraf vragen, maar ik kaart bijvoorbeeld wel aan dat we de straffen voor minderjarige daders laag vinden. Of dat we financiële steun willen voor nabestaanden van Nederlanders die in het buitenland vermoord zijn, als ze geen geld hebben om erheen te gaan.”

En soms moet je je erbij neerleggen dat je niet altijd je zin krijgt. Zo heeft FNG lang gepleit voor een verhuisplicht voor daders die vrijkomen. Het ministerie zocht het uit, maar kwam tot de conclusie dat dat niet haalbaar is. Jammer, zegt Keijzer, die in zijn eigen zaak te maken heeft met een dader die na zijn celstraf vlakbij is komen wonen. Toch legt hij zich erbij neer. “Het ministerie is niet over één nacht ijs gegaan. Ze hebben het goed uitgezocht. Ze hebben ons gehoord.”

Lees ook :

Een vrouw loopt thuis nog altijd het meeste gevaar

Trouw bracht van één jaar alle zaken in kaart, waarin een vrouw werd gedood door haar levenspartner of ex-partner. Zulk geweld is nog altijd een van de meest voorkomende levensdelicten.

‘De nadruk in de samenleving ligt op vergelding, daar luisteren we goed naar’

Dat we strenger zijn gaan straffen in Nederland, vindt Gerrit van der Burg, topman bij het Openbaar Ministerie, een logische ontwikkeling. Al moet strafrecht volgens hem niet als oplossing worden gezien voor alle maatschappelijke problemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden