Een demonstrant bij de Tönnies-vleesfabriek.

Besmettingen Vleesfabriek

Na de besmetting in Tönnies’ vleesfabriek is de kotelettenkeizer echt te ver gegaan

Een demonstrant bij de Tönnies-vleesfabriek. Beeld Getty Images

Tientallen jaren kon rouwdouwer Clemens Tönnies zonder veel tegenstand zijn vleesimperium en zijn voetbalclub Schalke04 leiden. Maar nu er op zijn vleesfabriek meer dan 1500 mensen besmet zijn met corona, zijn de kansen gekeerd.

Op de vrachtwagens die dag en nacht vol ham en worst door Duitsland rijden staat naast een dartelend varken en een grijnzende koe met grote letters ‘Tönnies vlees: daar kun je op vertrouwen’. Maar dat vertrouwen is er niet meer. “Tot het nulpunt gedaald”, zei Thomas Kuhlbusch, de leider van de regionale crisisdienst Noord-Rijnland-Westfalen.

Tot dat moment hadden de plaatselijke autoriteiten geprobeerd hun kritiek binnenskamers te houden. Een bedrijf als Tönnies jaag je niet zomaar tegen je in het harnas. Het is niet zomaar een hamfabriek, het is de grootste vleesproducent van Duitsland, met een marktaandeel van dertig procent en een omzet van 7,3 miljard. Wereldwijd heeft Tönnies 16.500 mensen in dienst, in de regio Gütersloh 9000.

Bovendien is Clemens Tönnies, de bedrijfsleiders en eigenaar, een grootindustrieel met dikke ankers in de regio. Behalve een van de grootste werkgevers van het gebied is hij ook nog eens de grootste sponsor en bestuursvoorzitter van voetbalclub Schalke04.

Pesterige bijnaam

Dus bleef het bij een pesterige bijnaam hier en daar. ‘Kotelettenkeizer’, zeiden ze over Clemens Tönnies. ‘Vleesimperium.’ ‘Varkensbaron’, of ‘slachtkoning’. Er waren zeker geluiden dat de zaken van Clemens Tönnies lang niet altijd deugen, maar er werd óók gezegd dat hoge bomen nu eenmaal veel wind vangen.

Clemens Tönnies mocht bijvoorbeeld een half jaar geleden na een korte schorsing gewoon terugkeren als voorzitter van Schalke04, ook al had hij in een toespraak over ethisch ondernemen gezegd dat mensen in Afrika straatverlichting nodig hadden opdat ze zich minder snel zouden voortplanten.

Maar nu de hele regio zijn zomervakantie die op 29 juni van start gaat, in rook ziet opgaan vanwege een nieuwe lockdown, nu alle werknemers van andere grote bedrijven – Miele, Bertelsmann – vanwege nieuwe sluitingen van scholen en kinderdagverblijven woedend door de straten marcheren, zijn de tongen los.

Clemens Tönnies is te lang de hand boven het hoofd gehouden, verwijten de burgers in de wijde omtrek de plaatselijke overheid. Iedereen had immers met eigen ogen kunnen zien dat er zelfs na de corona-uitbraak nog busjes vol buitenlandse werknemers de fabriek in en uit reden. Iedereen wist al lang dat die werknemers in een soort vooroorlogse kazernes vol stapelbedden worden gehuisvest. Nu moet de hele omgeving eronder lijden. Dinsdag viel het besluit: Gütersloh en zijn omgeving gaat opnieuw in lockdown.

Door de uitbraak van het coronavirus in de vleesbedrijf gaat de regio Gütersloh in Noord-Rijnland-Westfalen weer op slot, voor het eerst sinds de virusuitbraak in Duitsland. 

Hoe groot de uitbraak exact is, staat nog niet vast. Nog altijd worden werknemers van de slachterij getest. De autoriteiten hadden grote moeite de werknemers te lokaliseren, omdat Tönnies in eerste instantie weigerde hun adressen te geven. Het aantal geïnfecteerde fabriekswerknemers is nu al boven de 1500. Gezinsleden van werknemers zijn nog niet getest.

Voor zevenduizend werknemers van Tönnies gelden vergaande quarantaine-maatregelen. Zij mogen de huizen, waarin ze vaak dicht opeengepakt wonen, niet verlaten. Het bedrijf heeft beloofd hen de komende tijd van levensmiddelen en verzorging te voorzien, maar de hulp komt traag op gang.

Twee kinderen met het bord 'Clemens speelt Oom Dagobert, wij spelen weer alleen' bij de Tönnies-fabriek. Beeld EPA

Weer ligt de Miele-fabriek stil. Weer zitten honderdduizenden mensen aan huis gekluisterd, mag niemand naar het café of bij een ander op visite. De eerste keer werden de maatregelen gelaten geaccepteerd. Nu kolkt de woede op Twitter: ‘dat bedrijf had al veel eerder moeten ophouden met die misselijkmakende arbeidspraktijken’.

Door de hele regio wonen duizenden Bulgaren en Roemenen opeengepakt in kleine kamertjes, soms met hun hele gezin. Voor het absolute minimumloon benen ze de hele dag dieren uit en vermalen die tot worsten en gehakt.

Familievete

Dat iedereen precies weet hoe het er bij Tönnies aan toe gaat, komt voornamelijk door Clemens’ neef Robert Tönnies. Die leeft al jaren nogal openlijk in onmin met zijn oom. Robert bezit net als Clemens de helft van de aandelen in het bedrijf, maar heeft over de dagelijkse gang van zaken weinig te zeggen. Ontmoeten doen de twee elkaar in rechtszalen, waar Robert steevast probeert de macht van Clemens in te perken.

Keer op keer wijst Robert erop dat Clemens te ouderwets zaken doet. Dat hij evenmin ethisch werkt als milieubewust. Dat er een nieuwe eeuw is aangebroken.

Zouden die gesprekken normaal gesproken achter gesloten deuren zijn, bij Tönnies zijn ze in het openbaar, in rechtszalen. Robert en Clemens vechten al jaren om het miljardenbedrijf dat in 1971 werd gesticht door de negentienjarige Bernd Tönnies.

Toen Bernd Tönnies zijn zaak van alleen varkens wilde uitbreiden met rundvlees, trok hij zijn broer Clemens het bedrijf in. Die kreeg 40 procent van de aandelen.

De broers bestierden een bloeiende onderneming die almaar groeide, ook met dochterondernemingen, joint-ventures, holdings en subholdings. De Tönnies gingen internationaal. Maar lang kon oprichter Bernd er niet van genieten. In 1994 overleed hij, 42-jaar, aan een nierprobleem.

Bernd Tönnies’ meerderheidsaandeel werd volgens zijn testament verdeeld onder zijn twee zonen, Robert van negentien en Clemens junior van zestien. Omdat ze nog te jong waren om een bedrijf te runnen, nam een zaakwaarnemer eerst hun plaats in. Zodra ze dertig jaar werden, kon ieder van hen vrij beschikken over dertig procent van de aandelen.

De problemen begonnen meteen daarna. Bernd was nog maar net begraven of zijn broer Clemens vertelde de jongens dat hun vader hem op zijn sterfbed nog een laatste wens had meegegeven. Hij zou hebben gewild dat zij ieder vijf procent van hun aandelen aan Clemens overdroegen. Robert heeft zichzelf later nog vaak verweten dat hij dat toen geloofde. Dat hij toen dacht dat het beter was om oom Clemens dat aandeel te geven. Hij heeft er zelfs nog om geprocedeerd, maar de rechter vond dat gedane zaken geen keer namen.

Zo kwam Clemens in het bezit van de helft van het bedrijf. Op de één of andere manier kreeg Clemens ook dubbel stemrecht, waardoor de helft van de jongens in de praktijk niets waard was. Alle besluiten werden door oom Clemens genomen.

Clemens Tönnies, de bedrijfsleider en eigenaar van Tönnies Fleisch, is een grootindustrieel met dikke ankers in de regio. Behalve een van de grootste werkgevers van het gebied is hij ook nog eens de grootste sponsor en bestuursvoorzitter van voetbalclub Schalke04.Beeld EPA/Sascha Steinbach

Bijna vooroorlogse werk- en leefomstandigheden

De jonge Clemens, de broer van Robert, zag een carrière in het slachterijwezen helemaal niet zitten. Op zijn dertigste ging de rest van zijn aandeel naar zijn broer Robert. Het was 2013, Tönnies was internationaal nog altijd in opmars, en Robert begon vol goede moed en moderne bedoelingen aan een carrière bij Tönnies Fleish. Hij wilde moderniseren, diervriendelijker produceren en een einde maken aan de bijna vooroorlogse werk- en leefomstandigheden van de via onderaannemers ingehuurde uitbeners op de werkvloer.

Hij kreeg geen jota voor elkaar. Oom Clemens bleek zo glad als een aal, vol mooie woorden en vage beloften. Al snel werd Roberts toegangspas tot het bedrijf geblokkeerd en zijn Tönnies-mailadres afgesloten. Sindsdien treffen neef en oom elkaar een aantal keer per jaar voor een rechter, die zich dan een weg moet zien te banen in een familietwist met steeds meer merkwaardige wendingen.

‘Clemens Tönnies krijgt een gevoelige slag te verduren’, schreef het Nederlandse blad De Boerderij in 2015, toen Robert bij het hooggerechtshof in Hamm wist af te dwingen dat Clemens geen dubbel stemrecht meer zou hebben. Een half jaar later bepaalde een andere rechter dat Robert zijn ooit afgestane vijfprocentsaandeel niet terug kreeg. Zo won dan weer de één, dan weer de ander een slag, tot 2017. Toen leek de vrede getekend.

Op een gezamenlijke persconferentie vertelden Robert en Clemens Tönnies dat ze elkaar niet langer het leven zuur wilden maken. Ze vertelden dat ze hadden afgesproken dat het bedrijf verkocht moest worden als ze ooit nog ruzie zouden maken. Als symbool voor de nieuwe verhoudingen kreeg Robert zelfs weer een Tönnies-slachtschort.

Ze beloofden het bedrijf ‘toekomstbestendig’ te maken, diervriendelijk, met moderne arbeidsverhoudingen en trokken een nieuwe generatie Tönnies de zaak in: de toen 26-jarige Max Tönnies, de zoon van Clemens. Alle beloften kwamen op papier te staan.

Was dat papier destijds tot praktijk verheven, dan zouden nu geen 7000 mensen in de regio Gütersloh in quarantaine zitten. Maar Clemens had weinig haast om de daad bij het woord te voegen en had er ook weinig geld voor over. Al snel verschenen weer klachten van Robert in de plaatselijke pers: de jaarlijkse post van 25 miljoen op de Tönnies-begroting voor Schalke04 stond de uitvoering van de vernieuwing in de weg en daarbuiten waren er steeds maar weer uitbereidingsplannen waarin moest worden geïnvesteerd. In China, bijvoorbeeld. “Ik ben bang dat mijn oom aan grootheidswanen leidt”, zei Robert.

De kwestie speelt ook nu weer. Vorige week kwam er een brief van Robert in de openbaarheid, waarin hij vanwege de coronacrisis het aftreden eist van de complete bedrijfsleiding. Die verwijt hij ‘onverantwoordelijk handelen’ en ‘het toebrengen van reputatieschade’ aan het bedrijf. Wat hem betreft komt de dagelijkse leiding in handen van Max Tönnie.

Duitse militairen van een gezamenlijke mobiele medische testpost van het Rode Kruis en de Bundeswehr, maken zich op om Covid-19 tests af te nemen en te analyseren van mensen die in quarantaine zitten in de plaats Verl in Noord-Rijnland-Westfalen.Beeld EPA

‘Stadsweldoener’

“Wij gaan middenin een crisis helemaal nergens naartoe”, reageerde oom Clemens tegen Duitse media. “Eerst moeten we het bedrijf weer naar veiligheid loodsen.” Daarna, zo belooft hij nu, zal de bedrijfsvoering echt worden aangepast. ‘Vintage Clemens Tönnies’, schreven de Duitse kranten, zo doet de vleesbaron altijd. Grove fouten maken, omstandig excuseren, een groot gebaar maken en dan op de oude voet doorgaan. Precies zoals hij deed met die toespraak over ‘Afrikanen’: achteraf stelde hij dat racisme met wortel en tak moest worden uitgeroeid. Of neem wat hij afgelopen voorjaar presteerde, in april, toen hij zich nog als stadsweldoener wist te presenteren door het Tönnies-laboratorium aan te bieden als corona-testlab. “Als we varkensbloed kunnen testen, kunnen we ook mensenbloed testen.”

Maar of Clemens’ successtrategie ook dit keer weer slaagt, is de vraag. Bovenop alle woede is het feit dat Clemens Tönnies de enige is die volgens de nieuwe, streng gecontroleerde quarantaine-maatregelen nog heen en weer naar kantoor mag, nu extra voeding voor de woede van de dorpsbewoners.

Ook de toon van de autoriteiten is nu anders. De Duitse federale minister voor arbeid, Hubertus Heil, zei maandag openlijk dat hij vindt dat Tönnies Fleisch aansprakelijk is voor de schade van de corona-uitbraak. “Iedereen die de regels overtreedt en verspreiding van corona veroorzaakt en zodoende een hele regio gijzelt, moet daarvoor aansprakelijk worden gesteld”, zei de minister.

Lees ook: 

Waarom slaat het coronavirus juist in slachterijen zo hard toe?

Volgens sommige publicaties is het niet toevallig dat het coronavirus toeslaat in de vleessector. Maar hoogleraar Mart de Jong meent dat de oorzaak eerder buiten dan binnen de muren van de vleesfabriek ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden