Tien GebodenJeangu Macrooy

Muzikant Jeangu Macrooy: We denken dat we alles in de hand hebben, maar het virus maakt ons nederig

Jeangu Macrooy baalde van het uitstellen van het Eurovisiesongfestival de Nederlandse afgevaardigde, maar heeft er ook rust door gevonden. Beeld ANP

Jeangu Macrooy (Paramaribo, 1993) is muzikant. Op 4 maart werd bekend dat hij Nederland tijdens het Eurovisie Songfestival 2020 zou vertegenwoordigen met het nummer 'Grow'. Het festival gaat vanwege de coronacrisis niet door, maar er wordt op 16 mei, met de tv-show 'Eurovision: Europe, Shine a Light', toch feestgevierd.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Het verenigen van hearts en souls – het bij elkaar komen – vind ik nog steeds een mooi idee maar ik kan niet meer, zoals vroeger, geloven in een hel en een hemel, in engeltjes of in God de Vader die ergens in de wolken op een troon zit en op ons let. Ik interpreteer de verhalen uit de Bijbel niet langer letterlijk. En wat die tien geboden betreft: staat er ook niet ergens in de Bijbel dat Jezus zelf ‘Heb uw naaste lief gelijk uzelf’ het belangrijkste gebod vond? Daar ben ik het compleet mee eens. Je moet goed zijn, lief zijn voor elkaar. Voor mij is muziek daarin het allerbelangrijkst: door te zingen kan ik een ander blij maken. Muziek kan ervoor zorgen dat alles een beetje lichter wordt op een plek waar het eerst heel zwaar of donker was – of klinkt dit nou meteen heel zoetsappig?”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Je zou God ook ‘een oerkracht’ of ‘de natuur’ kunnen noemen. En als je het zo bekijkt, kan je niet anders concluderen dan dat we daar niet erg eerbiedig mee omgaan. Een pandemie is natuurlijk geen straf van God of zo, maar het is zeker een les van het universum; we worden eraan herinnerd dat we niet ergens boven staan, maar dat we deel uitmaken van de natuur. We denken wel dat we alles in de hand hebben, maar dat is dus gewoon niet zo. Het virus maakt ons humble, nederig, en het leert ons dat het de hoogste tijd is om ons gedrag te veranderen.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“De eerste twee weken na 18 maart – toen het Eurovisie Songfestival definitief werd afgelast – ben ik niet erg productief geweest. Ik was letterlijk tot stilstand gekomen. Het was zó’n heftige koersverandering dat ik even niets moest doen om het allemaal weer op een rijtje te krijgen. Het voelt stom om dit te zeggen maar toch: langzaam maar zeker drong tot me door dat die nieuwe werkelijkheid me ook van veel stress had verlost. Het is zeker vier jaar geleden dat ik me zó rustig heb gevoeld. 

Deze tijd geeft me ruimte om te creëren, om na te denken over het leven, om terug te gaan naar de essentie. Als ik zie wat anderen doen in de samenleving, hoe zorgverleners letterlijk de levens van anderen redden, vraag ik me wel eens af of ik ook niet ergens als vrijwilliger aan de slag zou moeten gaan of zo... Tegelijkertijd zie ik hoe mensen troost putten uit literatuur of muziek; misschien dat ik op die manier, indirect, ook mijn bijdrage lever. En natuurlijk heb ik óók gebaald – en ik mis het live spelen, ik mis de uitwisseling van energie – maar het ligt niet in mijn aard om me druk te maken om dingen die ik toch niet kan veranderen.”

Beeld Mark Kohn

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder heeft ons ooit een gedichtje geleerd. Het heet ‘Avondliedeke’ en gaat erover dat je, voor je gaat slapen, in je eigen hart moet kijken om te zien of je niemand pijn hebt gedaan. Dat idee heb ik altijd vastgehouden; ik vraag me iedere avond af of ik tenminste één persoon heb kunnen helpen die dag. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat ik erg veel geluk heb gehad met mijn ouders. Ik hecht veel waarde aan wat ze me hebben meegegeven. Mijn moeder is degene geweest die grote dromen bij me heeft aangewakkerd. Zij ging mee in mijn fantasieën. Ze is ook degene tegen wie ik alles kan zeggen. Zij was een van de eersten aan wie ik vertelde dat ik homoseksueel was. 

Mijn vader heb ik het nooit persoonlijk verteld... Ik weet niet zo goed waarom. In Suriname heerst een machocultuur, niet dat hij zo’n macho is of zo – sterker nog: ik las laatst in een interview dat hij, toen hij als student in Nederland woonde, nog een tijdje in een nachtclub heeft gewerkt en daar ook vaak homo’s tegenkwam, dus het was niks ‘engs’ voor hem – maar op een of andere manier lukte het me niet om in Suriname uitgebreid, met iedereen, over homoseksualiteit te praten. Ik móest op mijn twintigste ook echt het land uit, ik had het gevoel dat ik daar steeds ongelukkiger zou worden. Het was een grote stap: ik liet niet alleen mijn ouders en mijn jongere zusje achter, maar ik ondernam voor het eerst van mijn leven een avontuur zonder Xillan, mijn tweelingbroer. 

In Nederland kon ik mezelf zijn. Het ongemak dat ik had gevoeld om over mijn geaardheid te praten verdween. Nu zou ik het mijn vader wél meteen verteld hebben, denk ik. Ik weet ook hoe blij hij met me is. Trots. We hebben goede gesprekken over van alles en nog wat. We durven kwetsbaar te zijn, emoties te tonen... Alhoewel, er is één onderwerp waar we het eigenlijk niet over hebben: zijn scheiding. Dat was toen. Laten we vooral niet gaan graven. Ze zijn altijd goed met elkaar om blijven gaan, dus waar moeten we het over hebben? Mijn moeder is openhartiger. Ik heb haar kunnen vertellen hoe groot de impact van hun scheiding op mijn leven is geweest. Ik was tien. Hoewel we nooit iets hadden gemerkt, wisten mijn broer, mijn zusje en ik alle drie, nog vóór we te horen kregen dat onze vader weg zou gaan, wat er ging gebeuren. 

We moesten allebei vreselijk huilen, dat weet ik nog wel. Ik begreep er helemaal niets van. Waarom zo plotseling? Wat was er dan aan de hand? Waarom bleef hij niet bij me? Lag het dan aan mij? Wat had ik verkeerd gedaan? Ik was al een timide, onzeker kind, maar mijn zelfbeeld werd er door zijn vertrek niet beter op. Ik hongerde naar liefde, maar ik was niet leuk genoeg. Dat heeft nog heel lang doorgewerkt: als ik iemand tegenkwam, dacht ik al snel: don’t get too excited! Voor je het weet, verdwijnt hij weer uit je leven. Laatst realiseerde ik me ineens dat ik wel vaker liefdesverdriet had gehad, maar dat tijdens de scheiding van mijn ouders mijn hart voor de eerste keer werd gebroken.”

V Gij zult niet doden

“Ik heb in mijn boosheid weleens dingen stukgemaakt en ik herinner me dat ik ook een keer zó woedend was dat ik moest weglopen omdat ik anders misschien wel iemand iets had aangedaan. Dat is rauwe emotie, instinctief, agressie die iedereen in zich heeft. Ik kan me niet voorstellen dat het me ooit voldoening zou geven om een ander pijn te doen. Ik kan me wel schuldig voelen als iets kapot gaat terwijl ik de kans had om dat te voorkomen. Als ik kijk naar Suriname, naar de braindrain die daar nog altijd gaande is, voel ik erg de behoefte om op een of andere manier iets terug te doen. Misschien kan ik, samen met een stel jonge Surinamers die hier in Nederland wonen, daar iets gaan opzetten, met eigen geld, een duurzame investering doen. 

In het land van Desi Bouterse, ja... Het is onvoorstelbaar dat iemand die vorig jaar tot twintig jaar cel werd veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij de Decembermoorden nog steeds de president van Suriname is, maar het vonnis ligt er wel. Dat is een overwinning van de rechtsstaat. Hoopgevend. Maar goed, ook als Bouterse weg is, blijft de situatie dramatisch. De economie van Suriname ligt helaas helemaal op z’n gat. Ze kunnen daar alle hulp gebruiken. Ook die van mij.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“Toen de vorige paus, Benedictus XVI, tijdens zijn kersttoespraak in 2012 ineens allerlei rare dingen over homoseksuelen begon te roepen – dat ze ‘de essentie van het menselijk wezen’ zouden vernietigen – besloot ik dat ik niks meer met de rooms-katholieke kerk te maken wilde hebben. Ik kan geen lid zijn van een club waar dat soort mannen aan het hoofd staat. Ik heb zelf nooit gedacht dat ik iets mankeerde; het was eerder zo dat ik erachter kwam dat de wereld het gek vond dat ik zo was. Door alles wat ik om me heen hoorde, voelde ik me steeds onzekerder worden en werd ik eigenlijk alleen maar verder de kast in geduwd. Ik heb me nooit aangetrokken gevoeld tot een meisje, toen, en ook niet tot een vrouw, nu. Het kan nog komen, maar, laat ik het zo zeggen: ik heb degene die dát soort gevoelens bij me zou kunnen oproepen nog niet ontmoet. 

Ik herinner me nog goed hoe eenzaam ik me voelde, zo rond mijn veertiende, vijftiende, toen steeds meer mensen om me heen vriendjes en vriendinnetjes kregen en ontdekten hoe het was om seks met elkaar te hebben. Ik had wel goede vrienden – ik zie mijn vrienden van de middelbare school niet zo vaak meer, maar ik weet zeker dat we de draad zó weer kunnen oppakken – maar toch... die ene was er niet. Ik sloot me af, wilde er niet over praten waardoor ik misschien erg ‘rustig’ overkwam, maar ik was vooral bezig mezelf te beschermen. Ik twijfelde aan mezelf, maar niet aan mijn gevoelens: ik kón gewoon niet anders zijn dan zo, you know? Ik kon niet doen alsof. Niet eens voor mezelf.”

VII Gij zult niet stelen

“In Nederland drong de geschiedenis pas echt tot me door: oké, hier is een heel ander level van welzijn, hier is alles mogelijk, maar ten koste van wie? Hoeveel is er niet geroofd en geplunderd? Wat is er allemaal over de ruggen van mijn mensen verdiend? Ik vond het pijnlijk om te merken dat veel Nederlanders zich nauwelijks rekenschap willen geven van het slavernijverleden. Wie over excuses begint, wordt belachelijk gemaakt. In Suriname is 1 juli een nationale feestdag. Hier lijkt Keti Koti een feestje dat Surinamers en Antilianen wordt gegund; een herdenking waar Nederland in ieder geval helemaal niks mee te maken heeft. Ik vind, bijvoorbeeld, dat de koning er eigenlijk ieder jaar bij zou moeten zijn. Veel mensen wéten niet eens wat er op 1 juli wordt herdacht... 

Het is alsof het slavernijverleden een verzinsel is; alsof mijn voorouders niet in ketenen zijn gestorven. Door het verleden te ontkennen wordt er in feite ook een deel van mij, van wie ik ben, ontkend. Het is misschien een vreemde vergelijking, maar op 4 mei gedenk ik de doden en op 5 mei vier ik het feest van de vrijheid. Ik was er niet bij, maar ik ben me ervan bewust dat er mensen voor onze vrijheid zijn gestorven. Ik vind die twee minuten stilte ontroerend en inspirerend. Waarom zouden we niet één minuutje per jaar stil kunnen staan bij dat andere deel van onze gezamenlijke geschiedenis? En waarom moet ík – waarom moet de Surinaams-Antilliaanse gemeenschap – daar om vragen? Zou het initiatief voor een eerbetoon niet juist van de autochtone Nederlanders moeten komen?”

Beeld Mark Kohn

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Als ik blij ben, merk je dat meteen. Als ik verdrietig ben ook. Ik kan geen geheimen bewaren en ik kan niet liegen... alhoewel, toen ik nog niet mocht vertellen dat ik Nederland voor het Eurovisie Songfestival zou vertegenwoordigen, bleek het me, tot mijn eigen verrassing, heel makkelijk af te gaan. Dat was een white lie, toch? – nou ja, een soort van – maar grote leugens? Nee. Openheid en eerlijkheid zijn de eigenschappen waar ik de grootste waarde aan hecht.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Het is natuurlijk om je tot meerdere mensen aangetrokken te voelen, maar ik hecht veel waarde aan wat ik heb, met Sebas, en ik zal dus geen aandacht aan die verleiding schenken. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Ik gebruik het andersom: ik ben in onze relatie minder gefocust op mezelf, op wat ik allemaal wel of niet wil, en veel meer gericht op het geven. Hoe meer ik geef, hoe meer ik terugkrijg. Ik geloof er niet in om met één been in een relatie te staan dus met Sebas ga ik er vol voor. Je weet nooit of iets bedoeld is voor altijd, misschien komt er ooit een moment waarop je het teken krijgt dat je misschien ergens anders heen moet, maar ik leef nu. Ik ben er voor hem en ik geniet ervan dat hij er is voor mij.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“In 1984 zei Madonna tegen een journalist dat het haar plan was ‘to rule the world’. Zo’n antwoord heb ik ook gegeven toen een tante me, na een goede recensie van mijn eerste cd, vroeg wat mijn volgende stap was. ‘World domination’, zei ik. Dat wil ik nog steeds. Ik heb altijd grote dromen gehad, maar ik heb wel geleerd kleinere stappen te nemen om te komen waar ik wil zijn. Ik wilde muzikant worden, albums maken, op podia staan; kunnen leven van mijn vak. De afgelopen tijd ben ik gaan nadenken over wat mijn betekenis zou kunnen zijn, welke rol ik kan spelen in de wereld met mijn muziek. Niet voor mezelf dus, maar voor anderen. 

Na mijn eerste ep, die vrij donker, emotioneel was, volgde een album waar mensen ook op konden dansen. Ik speelde die zomer op festivals en zag het gebeuren. Anderen inspireren om er weer tegenaan te gaan: dat is echt het mooiste wat er is. Ik doe het niet voor het geld, niet voor de roem. Muziek is voor mij geen wedstrijd, snap je? Ik heb ook een haat-liefde verhouding met awardshows en talentenjachten – ja, ik ben de Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival! Hm... hoe leg ik dat goed uit? Ik wil wel shinen, maar shinen doe je niet alleen. Dat vind ik zo tof aan het Songfestival: het is een celebration. Ik geloof in verbroedering – dit klinkt óók weer veel te vroom, zeker? Oké, it’s official: ik ben gewoon een brave jongen.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden