InterviewHenk Kleijn

‘Mitsubishi heeft mij nooit betaald, ik heb drie jaar voor hen moeten werken’

Ex-krijgsgevangene Henk Kleijn is vergevingsgezind: ‘De Japanners van nu zijn niet dezelfde als de Japanners van toen’.Beeld Werry Crone

In Nagasaki overleden 138 Nederlandse krijgsgevangenen als gevolg van dwangarbeid in de Tweede Wereldoorlog. Henk Kleijn werkte drie jaar lang op een scheepswerf die na de oorlog door Mitsubishi werd opgekocht.

 Af en toe valt Henk Kleijn een moment stil. “Ik moet even in mijn geheugen graven”, zegt de 95-jarige ex-marineman dan vanuit de gestreepte fauteuil in zijn woonkamer. Zijn tijd als dwangarbeider in Japan ligt verstopt onder een laag van 75 jaar aan herinneringen. Maar wanneer de naam Mitsubishi valt, lichten zijn ogen op. “Ik heb nog nooit salaris gezien van Mitsubishi, terwijl ik er drie jaar voor heb moeten werken”, zegt Kleijn vol overtuiging.

Eind vorig jaar werd duidelijk dat Mitsubishi Corporation het Nederlandse energiebedrijf Eneco wil overnemen voor 4,1 miljard euro. Eneco is nu nog in handen van 44 Nederlandse gemeenten, maar die willen van hun aandelen af. “Toen ik hoorde dat Mitsubishi de koper werd, gingen bij mij de alarmbellen af”, zegt Linda Pijls, de dochter van Kleijn. Ze zit bij het gesprek, smeert broodjes en vult af en toe het verhaal van haar vader aan. “Er is een groep kinderen van dwangarbeiders die echt een rotjeugd hebben gehad door het verleden van hun vaders. Ik dacht: die gaan voor de deur liggen bij Eneco.”

Zoon van een KNIL-militair

Kleijn groeide op in voormalig Nederlands-Indië, op het hoofdeiland Java. “De Japanse legertroepen kwamen in 1940 al angstwekkend dichtbij”, herinnert hij zich. Tegelijkertijd bereikten hem berichten dat Nederland bezet was door de Duitsers. Dus besloot Kleijn, zoon van een KNIL-militair, op zijn zestiende bij de marine te gaan. “Ik nam dienst om Nederland te ontzetten.”

Hij werd stoker derde klasse op een marineschip. Hij spoot olie in de ketels, en hield de wacht in de machinekamer, maar Nederland bevrijden kwam er niet van. De Japanners zetten koers naar Nederlands-Indië en brachten de geallieerde marinevloot een fatale klap toe tijdens de Slag in de Javazee. “Van tevoren was de stemming onder de mannen al niet best”, zegt Kleijn. “Tegen Japan kon je niets ondernemen.” Zelf voer hij niet uit naar de Javazee: de inmiddels 17-jarige marinestoker was nog te jong voor het echte gevechtswerk. “Ik heb alleen de trossen losgegooid.”

Onmenselijk zeetransport

Met een postboot van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij probeerden Kleijn en zijn marinematen na de slag naar Australië te ontkomen. De vlucht mislukte: een eskader Japanse kruisers hield het schip aan en begeleidde het naar Makassar. “We konden nog net ­onze wapens overboord gooien, zodat die niet in Japanse handen vielen”, vertelt Kleijn. In Makassar maakte hij voor het eerst kennis met gedwongen arbeid. De krijgsgevangenen moesten er bordelen schoonmaken waar ­Japanse geisha’s tewerkgesteld waren.

Henk Kleijn werd stoker derde klasse op een marineschip. Hij spoot olie in de ketels, en hield de wacht in de machinekamer, maar Nederland bevrijden kwam er niet van. Beeld Werry Crone

Op 14 oktober 1942 voeren de krijgsgevangenen uit Makassar weg op het Japanse helleschip Asama Maru, gebouwd op de scheepswerf van Mitsubishi in Nagasaki. De titel helleschip kreeg het van de geallieerden omdat het krijgsgevangen op onmenselijke wijze vervoerde. “Met 800 man zaten wij opgesloten in het ruim”, vertelt Kleijn. “De badkamer konden we niet gebruiken, daar zaten komodovaranen, bestemd voor een dierentuin in Japan. Die dieren kregen twee kippen per dag gevoerd. Ze kregen gewoon beter te eten dan wij.”

Japanse hotemetoot

Pas bij aankomst kwam hij erachter dat ze naar Nagasaki waren overgebracht. “Een Japanse hotemetoot sprak ons toe: ‘Jullie hebben het goed hier, jullie mogen werken voor Japan’.” De eerste dag leek die belofte uit te komen. “Er kwamen geisha’s met eten naar onze barakken. De dag erna begon de ellende.”

De jonge stoker werd tewerkgesteld op de werf van Kawanami Shipbuilding, die na de oorlog is opgekocht door Mitsubishi. Op de nabijgelegen werf van Mitsubishi zelf werkten ook Nederlandse dwangarbeiders. Mitsubishi was op dat moment een zaibatsu, een machtig conglomeraat in handen van één familie, met grote belangen in de oorlogsindustrie.

Het bedrijf exploiteerde geallieerde krijgsgevangenen en Koreaanse, Chinese en Filippijnse burgers als dwangarbeiders in zijn mijnen en scheepswerven. Op die manier profiteerde Mitsubishi van de gratis arbeid en verdiende het tegelijkertijd aan de Japanse oorlogsvoering door schepen en grondstoffen te leveren aan de Japanse marine.

De atoombom

Samen met een grote groep krijgsgevangenen woonde Kleijn in kamp Fukuoka 2b. In de barakken kregen ze elke dag een kleine portie rijst met zeewier uitgedeeld. “Een paar keer jatte ik op de werf wat rauw vet dat gebruikt werd om de boten soepel van het droogdok te laten glijden. Dat mengde ik dan door mijn eten.”

Op de werf werkte hij dagelijks op metershoge steigers. Met een luchtdrukpistool klonk hij er gloeiendhete klinknagels door de stalen buitenkant van de schepen. “Kijk, dit heb ik eraan overgehouden”, zegt Kleijn, terwijl hij de wijsvinger van zijn rechterhand opsteekt. Het grootste deel van zijn nagel mist doordat zijn vinger klem kwam te zitten tussen een staalplaat. “Door de ondervoeding is het nooit goed geheeld.”

Het had erger kunnen aflopen. Als gevolg van de dwangarbeid zijn 138 Nederlandse krijgsgevangenen in Nagasaki overleden. “Die steigers waar we op werkten, waren echt hoog”, benadrukt Kleijn. “Daar viel weleens iemand vanaf.”

Heldere flits

Op 9 augustus 1945 had Kleijn al bijna drie jaar gewerkt als dwangarbeider. Die ochtend klonk hij nagels onder een scheepsromp in een droogdok met een glazen overkapping. Iets na 11.00 uur begon de grond onder hem te schudden. Een ogenblik later zag hij zo’n heldere flits dat zelfs het donkere deel van het dok onder het schip volledig verlicht werd. Nog een tel later hoorde hij stukken glas van de overkapping naar beneden suizen.

Door de luchtdruk zweefden de grote glasplaten horizontaal door de lucht. “Ik had geluk dat ik onder het schip kon schuilen”, zegt Kleijn. De Japanse opzichters in het dok raakten in paniek en gingen ervandoor. Toen de stilte intrad, verzamelden de krijgsgevangenen zich op de werf en liepen ze onbegeleid terug naar hun kamp. “Daar was geen Japanner meer te zien. Zelfs de Japanse vlag was weg. Een van de dwangarbeiders had die vervangen door een Nederlandse”, herinnert Kleijn zich.

Medicijntasjes met pamfletten 

Wat er precies was gebeurd, werd pas duidelijk toen een Amerikaans vliegtuig medicijntasjes met pamfletten erin boven het kamp dropte. “’The war is over’ stond daarop”, zegt Kleijn. “En iets over een plutoniumbom. Wisten wij veel wat dat was.” Vanaf het moment van de ontploffing van de atoombom boven Nagasaki, op nog geen tien kilometer van de werf waar Kleijn zich bevond, hebben de dwangarbeiders geen dag meer gewerkt.

Na de Japanse capitulatie keerde hij via de Filippijnen terug naar zijn geboorteland Nederlands-Indië. Daar was inmiddels de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog losgebarsten. Kleijn monsterde opnieuw aan op een Nederlandse marinekruiser. “We moesten vooral smokkelroutes rond Sumatra bewaken. Van de echte oorlog heb ik niet veel meegekregen.”

Toen Indonesië eenmaal onafhankelijk werd, vertrok hij naar Nederland, waar hij gestationeerd werd in de marinehaven van Den Helder. Ver weg van de scheepswerven in Nagasaki bouwde hij een nieuw leven op.

Excuses en compensatie

Na de capitulatie bezetten Amerikaanse troepen tien jaar lang Japan. Als vijandelijk bedrijf werd de zaibatsu Mitsubishi opgesplitst in tientallen bedrijven. Toen de Amerikanen eenmaal vertrokken waren in 1954, fuseerde een deel ervan tot het ‘nieuwe’ Mitsubishi Corporation. Samen met onder meer Mitsubishi Heavy Industries is het bedrijf tegenwoordig onderdeel van de Mitsubishi Group. Op papier zijn de bedrijven in de groep onafhankelijk van elkaar, in de praktijk zijn ze onderling sterk verbonden. De top komt elke vrijdag bijeen, ze delen het Mitsubishi-merk en -logo en ze zijn allemaal voortgekomen uit de oude zaibatsu.

Het oorlogsverleden blijft alle takken van Mitsubishi achtervolgen. Toen Mitsubishi Materials in 2015 een vergunning voor een nieuwe cementfabriek in Californië aanvroeg, eiste de Amerikaanse regering dat het officieel excuses aanbood aan de Amerikaanse ex-dwangarbeiders. Tijdens een persconferentie in Los Angeles ging Mitsubishi Materials door het stof.

‘Met 800 man zaten wij opgesloten in het ruim. De dieren kregen beter te eten dan wij.’ Beeld Werry Crone

Een jaar later besloot het Chinese hooggerechtshof dat Mitsubishi Materials excuses moest maken aan alle 3765 Chinese ex-dwangarbeiders. Onderdeel van het vonnis is een schadevergoeding van 13.650 euro per persoon. Eind november 2018 veroordeelde het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof Mitsubishi Heavy Industries tot het betalen van een schadevergoeding aan voormalige Koreaanse dwangarbeiders.

264 gulden

De Nederlandse ex-dwangarbeiders kregen nooit excuses of compensatie aangeboden door Mitsubishi. De Nederlandse overheid ging in 1956 namelijk akkoord met een financiële compensatie voor Nederlandse krijgsgevangenen en burger-geïnterneerden tegen finale kwijting. Onder dit zogeheten Yoshida Stikker-akkoord ontving iedere ex-krijgsgevangene 264 gulden, maar excuses of compensatie voor de dwangarbeid waren er geen onderdeel van. Sindsdien is iedere individuele claim niet-ontvankelijk verklaard in de rechtbank. Kleijn kan zich overigens niet meer herinneren of hij deze Japanse compensatie heeft ontvangen.

Maar de excuses in de Verenigde Staten maakten opnieuw iets los onder de Nederlandse ex-dwangarbeiders. Christiaan Kwasanco werkte zowel in de mijnen als op de scheepswerf van Mitsubishi. “Zeventig jaar lang heeft het bedrijf gezwegen”, verklaarde hij in 2015. “En dan bieden ze de Amerikaanse dwangarbeiders excuses aan, maar alle andere ex-krijgsgevangenen niet? Dit is heel erg pijnlijk.”

Datzelfde jaar reisde Kleijn met zijn gezin voor het eerst terug naar Nagasaki. Hij woonde er de onthulling bij van een monument voor de dwangarbeiders van kamp 2b. Tijdens zijn verblijf boden tientallen Japanse burgers hem excuses aan. Hij hield zelfs Japanse vrienden over aan de trip. “De Japanners van nu zijn niet dezelfde als de Japanners van toen”, zegt Kleijn vergevingsgezind. Maar officiële excuses van Mitsubishi of de Japanse regering bleven wederom uit in Nagasaki.

De ereschuld van Mitsubishi

En toen dook Mitsubishi Corporation in 2019 opeens op als koper van Eneco. De eerste dagen was er wat rumoer over het feit dat het Nederlandse energiebedrijf verkocht wordt aan een buitenlandse multinational. Maar het hoge bod van 4,1 miljard euro en de beloftes om netjes om te gaan met het personeel en te blijven investeren in duurzaamheid temperden de storm voordat deze echt opstak. Over het oorlogsverleden werd met geen woord gerept.

Pas op 16 januari begon het te broeien tijdens de raads- en commissievergaderingen in Den Haag en Rotterdam. In beide gevallen attendeerde een inspreker de raadsleden op de Nederlandse dwangarbeiders en hun leed. Er klonk een verzoek om erkenning, excuses en compensatie te eisen als onderdeel van de verkoop van Eneco. “Laat ik beginnen met te zeggen dat het ongemakkelijk is om hier te zitten”, reageerde de Rotterdamse wethouder financiën Arjan van Gils (D66) op dit verzoek. “Omdat er eigenlijk een zekere euforie was over de uitkomst van de Eneco-verkoop.”

Meer dan gepast

De aanwezige Rotterdamse raadsleden stipten bijna allemaal de ereschuld van Mitsubishi aan. “Officiële excuses vinden wij meer dan gepast”, stelde Duygu Yildirim van collegepartij PvdA. Oppositiepartij CDA verzocht de wethouder de kwestie te bespreken met de andere aandeelhouders en voor te leggen aan de rijksoverheid. De fractie van de Partij voor de Dieren noemde de verkoop “een kans om excuses en compensatie te vragen”.

Alle reuring heeft resultaat gehad: de aandeelhouderscommissie van Eneco verzocht Mitsubishi Corporation vorige week in gesprek te gaan met de ex-dwangarbeiders. In antwoord op vragen van Trouw wil Mitsubishi niet bevestigen dat het in gesprek gaat met de slachtoffers of dat het een verzoek daartoe van Eneco heeft gekregen. “Als er een gesprek komt, zou ik dat wel willen bijwonen”, zegt Kleijn nuchter. Over een compensatie heeft hij nooit nagedacht. “Ik heb een goed pensioen.”

Ik zit niet op een of ander stompzinnig excuus van Mitsubishi te wachten

Trouw sprak ook met enkele andere ex-dwangarbeiders. KNIL-officier Jan Oostdam zat net als Henk Kleijn krijgsgevangen in kamp 2b in Nagasaki. Hij is inmiddels 100 jaar en woonde vrijwel zijn hele naoorlogse leven in de gemeente Vijfheerenlanden, een van de aandeelhouders van Eneco. Dienstplichting KNIL-­militair Rudi Hoenson was als lasser tewerkgesteld op de scheepswerf die eigendom was van Mitsubishi Heavy Industries. Na de oorlog is hij naar Canada geëmigreerd.

Beide mannen staan feller in de slepende kwestie. “Ik heb jarenlang rondgelopen met de hoop dat het bedrijf haar oorlogsverleden erkent”, zegt Oostdam. “Stel dat de directie van Mitsubishi me excuses zou aanbieden, dan zal ik hen aankijken, maar niet de hand schudden. Hun excuses accepteer ik wel. Dan heb ik eindelijk rust.”

Hoenson hoeft geen excuses. Hij ziet liever dat Mitsubishi simpelweg zijn twaalfduizend gewerkte uren uitbetaalt. “Ik zit niet op een of ander stompzinnig excuus van Mitsubishi te wachten.”

Lees ook:

Voor de aankoop van Eneco moet Mitsubishi eerst met oorlogsslachtoffers praten

De verkoop van energiebedrijf Eneco stuit op een onverwachte horde: het oorlogsverleden van koper Mitsubishi.

Mitsubishi belooft Eneco een duurzame toekomst

Bij de verkoop van Eneco speelde niet alleen de opbrengst een rol, maar ook de vraag of de koper een groene toekomst garandeerde. Koper Mitsubishi uit Japan brengt volgens Eneco geld én een duurzame visie mee.

Mitsubishi belooft Eneco een duurzame toekomst

Ook de 94-jarige Christiaan Kwasanco overleefde dwangarbeid op de scheepswerven en in de mijnen van Mitsubishi Materials in Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij wil dat het bedrijf álle krijgsgevangenen excuses aanbiedt, niet alleen de Amerikaanse.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden