Recensie Documentaire

Mirella Freni grote afwezige in ‘Pavarotti’

Luciano Pavarotti na afloop van een optreden in de People’s Assembly Hall in Peking. Beeld Vittoriano Rastelli/Getty Images

Twaalf jaar na zijn dood is er een film over Luciano Pavarotti. Die is niet al te best. De tenor met de mooiste stem aller tijden mag in de snelle montage geen enkele aria uitzingen.

Anderhalf uur lang zit je in spanning op haar te wachten, maar afgezien van een vluchtig fo­tootje komt ze helemaal niet voor in ‘Pavarotti’. De grote afwezige in de nieuwe documentaire over Luciano Pavarotti (1935-2007) heet Mirella Freni. De grote tenor en de grote sopraan werden in hetzelfde jaar geboren in Modena, zij in februari, hij in oktober. Hun moeders werkten allebei in een plaatselijke sigarenfabriek. De zuigelingen kregen de borst van een en dezelfde voedster. Velen hebben zich sindsdien afgevraagd of er iets in die moedermelk heeft gezeten, een geheim ingrediënt waarvan zowel Pavarotti als Freni op latere leeftijd zo hemels ging zingen. Hoe kan iemand als Freni, zo nauw verbonden met zijn jeugd en met zijn eerste grote successen, nou ontbreken in een film over Pavarotti?

De tenor maakte nota bene zijn debuut in de Milanese Scala in 1965 aan de zijde van zijn jeugdvriendin Freni in Puccini’s ‘La bohème’. Herbert von Karajan dirigeerde. Decca maakte niet veel later een legendarische opname van die opera met dit drietal. Over die gedeelde moedermelk hadden we Freni natuurlijk graag willen horen in de documentaire. Maar helaas. De andere sopranen met wie Pavarotti veelvuldig samen zong waren Joan Sutherland en Montserrat Caballé. Maar die zijn beiden overleden, terwijl Freni op 84-jarige leeftijd nog onder ons is. Het kan natuurlijk zijn dat Freni niet wilde meewerken.

Het negeren van Freni is én een teken aan de wand én een gemiste kans. Van die gemiste kansen zijn er meer in dit niet echt geslaagde portret van een van de allermooiste operastemmen van onze tijd. Die stem wil je natuurlijk horen, maar in de film mag Pavarotti geen enkele aria, geen enkel lied uitzingen. Terwijl je je nou juist wilt laven aan die goddelijke stem. Maar nee, de snelle en gejaagde montage zorgt voor onrust en schiet meestal na een paar maten zang weer naar het volgende shot van een pratend hoofd. In zo ongeveer alles is deze film van Ron Howard het volstrekte tegendeel van de prachtige film over operalegende Maria Callas van Tom Volf uit 2017. Het mooie aan die ‘Maria by Callas’ was dat alleen Callas zelf aan het woord kwam, en dat er van enig effectbejag geen sprake was.

Ze kon Pavarotti’s stem zien, als een verzameling moleculen

Bij Howard ligt het effectbejag voortdurend op de loer. Het is mooi dat hij de beide weduwen van Pavarotti, zijn drie dochters en een buitenechtelijke scharrel aan het woord kan laten. Zo vertelt zijn eerste vrouw Adua dat ze Luciano altijd knap had gevonden, maar die stem, dat was pas liefde op het eerste gezicht. En sopraan Carol Vaness zegt iets nog mooiers: dat ze Pavarotti’s stem kon zien, als was die een verzameling moleculen. En Pavarotti zelf deelt ons mee dat je een zangcarrière niet kunt vergelijken met poker, maar wel met schaken: ‘Als je verliest is het je eigen schuld’. En verliezen deed Pavarotti volgens velen toen hij zich uitleverde aan de commercie, zijn onversterkte stem aan de wilgen hing (juist hét speciale van een operazanger) en alleen nog maar door een microfoon in volle stadions zong. Met populaire artiesten zoals Bono van U2. En die Bono zorgt met afstand voor de ­tenenkrommendste uitspraken in de film.

Nee, een beste film is het niet. Met clichématig gebruik van muziek zoals de brute Scarpia-akkoorden als Pavarotti’s ‘duivelse’ manager Breslin in beeld komt. En dan die voortdurende mantra dat hij opera naar de massa bracht. Waar zijn al die massa’s dan, nu operatheaters steeds meer moeite hebben hun zalen te vullen? Het wachten is op een mooie documentaire over Mirella Freni. Daarin zal Pavarotti waarschijnlijk beter tot zijn recht komen.

‘Pavarotti’ is nu in de bioscoop te zien.

Lees ook:

Ondanks alles de allermooiste stem

Pavarotti bracht velen in tweestrijd. Enerzijds wekte hij afschuw met de dolgedraaide commercie rondom zijn megaoptredens, maar anderzijds was er altijd weer die fenomenale stem. Pavarotti is in de jaren sinds zijn debuut in 1961 uitgegroeid tot een megaster, een zanger die buiten zijn eigen proporties groeide, die de hoge muren rondom het operabedrijf afbrak en naar buiten trad met een ontwapenende naïviteit – én met een fenomenale stem.

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel werd het verkeerde woord voor voedster gebruikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden