Kinderen van de oorlogPalmyra Westerling

Mijn vader omstreden? ‘Hij heeft op Zuid-Celebes ook veel mensen gered’

Palmyra Westerling, dochter van Raymond Westerling, de omstreden Knil-commandantBeeld Suzanne Liem

Kapitein Raymond Westerling (1919-1987) was commandant van het Depot Speciale Troepen dat in 1946 naar Zuid-Celebes werd gestuurd om voor de koloniale legertop het gebied te ‘zuiveren’. Hij is de meest controversiële militair uit de dekolonisatieperiode. Zijn dochter Palmyra Westerling: ‘mijn vader heeft altijd achter zijn besluiten en handelen gestaan.’ Deel 9 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Zijn bijnaam was De Turk. Raymond Paul Pierre Westerling, werd geboren op 31 augustus 1919 in een voorstad van Istanbul. Hij was de zoon van een Nederlandse vader en Griekse moeder. Tijdens de Tweede Wereldoorlog volgde hij een Britse commando-opleiding in Schotland. Daarna ging het snel: in juni 1945 kwam hij in dienst van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) om vervolgens midden september te arriveren in Medan. Daar werd hem opgedragen een militair politiekorps samen te stellen uit Molukkers, Menadonezen en Indo-Europeanen. In het explosieve en gewelddadige Medan vestigde hij zijn reputatie door ‘s nachts met zijn mannen op jacht te gaan naar leiders van strijdgroepen.

Westerling staat vooral bekend als centrale figuur in de Zuid-Celebes-affaire: toen Japan capituleerde op 15 augustus 1945 en de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam, ontstond, ondanks Brits tussenbestuur, een machtsvacuüm in Nederlands-Indië dat uitliep op extreem geweld over en weer tussen pro-Nederlandse bevolkingsgroepen en Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Ook op Zuid-Celebes (tegenwoordig Zuid-Sulawesi genoemd) escaleerde het geweld. Daarom besloot legercommandant generaal Spoor in december 1946 om Raymond Westerling aan te stellen, met de weinig specifieke opdracht om op Zuid-Celebes de opstand neer te slaan. Dat deed Westerling, waarbij hij en zijn commando-eenheid DST, 123 man groot, het zogenoemde standrecht hanteerden.

Het interview met zijn dochter Palmyra Sophia Magdalena Westerling (1971) vindt plaats in het museum van het Korps Commandotroepen in Roosendaal. Palmyra is daar vroeger vaak met haar ouders geweest. Nog steeds komt zij er jaarlijks met haar moeder, man en nu elfjarige zoon genaamd Kay-Ran Pierre Raymond. In het museum zijn ook foto’s van haar vader te vinden.

Raymond, Ada en Palmyra Westerling in 1983 tijdens een feest dat ter ere van Westerling werd georganiseerd en waar ook het boek ‘Westerling, de eenling’ onder de aandacht werd gebracht.Beeld Suzanne Liem

‘Ik was zijn  nakomertje’

“’s Ochtends smeerde hij mijn broodjes en deed hij met militaire precisie mijn haren in twee staartjes. Omdat hij vanuit huis werkte was hij er altijd als ik uit school kwam. Ik heb een echte vader gehad, ik was zijn nakomertje”, zegt Palmyra. Raymond Westerling was 52 jaar toen ze in Amsterdam geboren werd. Ze stamt uit zijn derde huwelijk, met Ada VleeschDubois, die destijds een eigen kapsalon runde.

“Hij was echt een mensen-mens. Dat klinkt sommigen misschien vreemd in de oren, de beroemde/beruchte kapitein Westerling. Maar de mensen die hem gekend hebben, in Indië, maar ook in de jaren daarna in Nederland, zullen het beamen.”

Westerlings tactiek was contraterreur: op Zuid-Celebes werden door hem en zijn troepen dorpen bezet, de mannelijke bevolking samengedreven en ondervraagd, en op basis van dit onderzoek sprak hij zelf het doodvonnis uit. Zij werden ter plekke gefusilleerd, waarbij de bevolking moest toekijken.

Voormalig kapitein van de Knil Raymond Westerling arriveert op een vliegveld in België bij zijn terugkomst in 1950.

Westerling was omstreden

Raymond Westerling (1919-1987) meldde zich in 1941 in Groot-Brittannië als rekruut voor het Nederlandse leger. Zijn karakterstructuur bleek al snel niet erg geschikt voor het normale kazerneleven met zijn ritme en regeltjes. Westerling was er een voor het meer bijzondere werk en leidde na een commando-opleiding militairen op voor geheime, speciale missies. Zelf werd hij tijdens de Tweede Wereldoorlog niet ingezet in vijandelijk gebied.

Westerling kreeg daarna wel zijn kans in Nederlands-Indië. De manier waarop de kapitein daar contraguerrilla voerde en als ‘terrorist’ en ‘extremist’ gebrandmerkte Indonesische onafhankelijkheidsstrijders executeerde maakte hem tijdens de laatste vier decennia van zijn leven en daarna tot een omstreden figuur.

De soevereiniteitsoverdracht zat Westerling niet lekker. In 1950 ondernam hij met een paar honderd oud-KNIL’ers nog een poging om Soekarno af te zetten. Ook kort daarna flirtte hij nog met geweld en voortzetting van een gewapende strijd tegen Indonesië.

Later in de jaren vijftig begon hij stilaan uit te kijken naar de mogelijkheden om een gewoon burgerbestaan op te bouwen. Westerling dacht aan het benutten van zijn charisma en zijn tot dan toe wat verwaarloosde artistieke talent. Hij hield van opera en was een begenadigd zanger. Via het ministerie van onderwijs kreeg hij een beurs om een carrière van de grond te tillen. Als tenor vertolkte Westerling onder meer de rol van Cavaradossi in Puccini’s opera ‘Tosca’, maar hij bleek geen blijvertje. De oud-commandant verdiende in zijn laatste jaren geld met als handelaar in oude boeken met als thema Nederlands-Indië.

Na Westerlings dood werd in de jaren negentig nog een kameropera over zijn leven gemaakt. In deze eeuw kondigde producent San Fu Maltha een speelfilm over hem aan. Martin Koolhoven was de beoogde regisseur. Het zou “de Nederlandse ‘Apocalypse now’” moeten worden. De film is er tot op heden niet gekomen.

Het nu lopende, in opdracht van de Nederlandse regering uitgevoerde onderzoek naar de ware aard van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, uitgevoerd door drie gerenommeerde onderzoeksinstituten, moet definitief duidelijk maken hoe Westerling moet worden gezien. Was zijn harde optreden een uitzondering of toch meer regel dan allang is aangenomen? 

Paul van der Steen

‘Mijn vader zei altijd: Terreur? Dat accepteren we niet’

Palmyra zegt hierover: “Ik snap dat, als je hoort dat iemand ter plekke wordt berecht en op dat moment ter dood veroordeeld wordt, je je daar nu niets bij voor kunt stellen. Maar omdat ik documentaires heb gezien over de wantoestanden die daar op dat moment gaande waren, kan ik het mij wél voorstellen. Want een uitzonderlijke situatie vraagt om een uitzonderlijke maatregel; een paar terroristen opofferen om de rest te kunnen redden. Het is een noodtoestand. Mijn vader zei altijd: ‘Een zuivere nationalist heb ik altijd gerespecteerd. Maar terreur? Dat accepteren we niet.’”

“Wat veel mensen niet weten is dat mijn vader het standrecht ook met hulp van de bevolking heeft toegepast. Hij had een heel netwerk opgebouwd binnen de kampongs. Die mensen lichtten hem in over de echte terreurgroepen. Hij had de bevolking snel aan zijn kant, ook omdat hij Maleis sprak.”

Palmyra weet dat uit persoonlijke gesprekken die zij voerde met mensen die in het KNIL onder haar vader hebben gediend: “Die waren zo positief over hem: dat hij streng maar ook correct was; dat hij het woord bij de daad voegde dat hij heel gedisciplineerd was, en dat hij dat ook van zijn mannen verwachtte. Ook in de excessennota stond dat mijn vader best wel secuur te werk ging bij het uitvoeren van het standrecht. Want dat is natuurlijk een enorme verantwoordelijkheid die je draagt.”

Een KNIL-soldaat bewaakt twee gevangen die verhoord worden tijdens de 'politionele acties' in Indonesië.

De vrije hand om het standrecht toe te passen

“Mijn vader kreeg de vrije hand om het standrecht toe te passen omdat de situatie daarom vroeg. En daar stond men van hogerhand achter. Ik heb heel vaak geprobeerd om het persoonlijk en militair archief van mijn vader in te zien. Maar dat blijft tot nu toe allemaal gesloten. Ze zeggen dat er zaken in kunnen staan die een bedreiging vormen voor personen of situaties. En daar moet je het mee doen. Er zit ook politiek achter, waarvan waarschijnlijk veel in een doofpot is gestopt.”

“Vervolgens moet er een zondebok gezocht worden. Ik denk dat mijn vader, ook omdat hij het standrecht toepaste, en ‘de naam’ heeft, door de media veel executies in zijn schoenen geschoven heeft gekregen waar hij helemaal niets mee te maken had.”

Palmyra vindt dat verhalen over haar vader naarmate de jaren vorderen een eigen leven gaan leiden. “Op een gegeven moment berust ik erin en leg ik het naast mij neer: ik heb mijn jeugd en de mensen die ik ontmoet heb en ik weet hoe mijn vader als vader was. En ja, dat is míjn waarheid.”

“Laten we het er ook eens over hebben hoeveel mensen hij gered heeft met zijn acties, daar hoor je helemaal níets over. Ik heb mensen in zijn armen zien huilen van dankbaarheid, wat ik als kind erg indrukwekkend vond om mee te maken.’”

Raymond Westerling bij zijn aankomst in Brussel in 1950.Beeld ANP

Palmyra werd zelf afgewezen voor de luchtmacht

Palmyra zegt weinig negatiefs in haar leven te hebben ervaren over haar vader. “Heel af en toe. Na mijn vaders overlijden kregen we honderden rouwkaarten, het merendeel was positief, maar soms schreef iemand anoniem dat hij blij was dat hij overleden was.”

Zelf heeft zij ook militaire ambities gehad: “Ik solliciteerde bij de luchtmacht, maar strandde uiteindelijk op de flight simulator. Daarna heb ik het nog bij de landmacht geprobeerd. Ze hadden snel door dat ik ‘de dochter van’ was. Ik weet niet of dat invloed heeft gehad op hun oordeel. Uiteindelijk zeiden ze nee, maar ik kreeg geen concrete verklaring over de afwijzing. Ik heb het gelaten voor wat het was en ben Internationaal Management gaan studeren.” Inmiddels is Palmyra leidinggevende bij een grote Nederlandse bank.

Palmyra Westerling, dochter van Raymond Westerling, werd zelf afgewezen bij de luchtmacht. Ze is nu leidinggevende bij een grote Nederlandse bank. Beeld Suzanne Liem

‘Zijn graf is betaald door oud-strijders die geld inzamelden’

Toen Westerling in 1952 in Nederland terecht kwam, was het moeilijk voor hem om zijn weg te vinden in de maatschappij. Naast twee boeken die hij zelf heeft uitgegeven ‘Mijn Memoires & Westerling ‘de eenling’, probeerde hij het onder meer als operazanger, als eigenaar van een antiquariaat en later van een drukkerij. Het waren financieel moeilijke tijden voor het gezin. “Mijn vader kreeg in eerste instantie geen pensioen. Er waren veel mensen bij Defensie die vonden dat dat niet kon: doordat hij in de oorlog hoofdwonden had opgelopen en blind is geweest – er zat nog een stuk granaatscherf in zijn hoofd – kreeg hij uiteindelijk toch nog een klein ‘soldaten’-invaliditeitspensioentje. Omdat wij het financieel niet makkelijk hadden, is zijn graf betaald door oud-strijders die daarvoor geld inzamelden.”

“Hij heeft een zwaar leven gehad door zijn besluiten, maar hij heeft altijd achter zijn besluiten en handelen gestaan. Tot op de dag dat hij doodging. En hij heeft zichzelf altijd recht in de spiegel aan kunnen kijken en hij heeft ook nooit een oorlogssyndroom gehad. Hij sliep prima en hij was ook gewoon een leuke huiselijke vader met respect voor mens, dier en het gezin.”

Over de laatste dag van haar vader zegt Palmyra: “Mijn vader heeft ooit een beeldje geboetseerd, dat het leed van het Indonesische volk moest uitdrukken. Omdat mensen er zo geïnteresseerd in waren heeft hij een paar maanden voor zijn dood besloten wat replica’s te maken om weg te kunnen geven aan oudgedienden bijvoorbeeld. Daar was hij letterlijk tot op de dag van zijn dood nog mee bezig; lakken, op een voetje plaatsen et cetera. Dat is kenmerkend voor de laatste uren die we samen doormaakten. Die laatste avond kreeg hij heel veel telefoontjes van journalisten omdat de epiloog van Loe de Jong’s boekenserie Geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog met daarin een hoofdstuk gewijd aan Indonesië uit zou komen. Daar heeft hij zich wel een beetje druk om gemaakt … de rest is history.”

Dit interview is mede tot stand gekomen met financiële steun van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en met medewerking van Marjolein van Asdonck en Kees Snoek. Het maakt deel uit van het project ‘Kinderen van de Oorlog’. Hiervoor fotografeert en interviewt Suzanne Liem nazaten van grote spelers van het dekolonisatieproces, aan Indonesische en aan Nederlandse zijde. Het project verschijnt volgend jaar in boekvorm bij uitgeverij WalburgPers onder de naam ‘Echo van de strijd om Indonesië, familieverhalen in beeld’. Meer verhalen vindt u op trouw.nl/indonesie.

17 augustus 1945

Soekarno en Hatta roepen de ­Republiek Indonesië uit, onder druk van nationalistische jongeren. Mohammad Hatta wordt ­vicepresident.

Oktober 1945-begin 1946

Bersiap-periode, met massale ­gewelddadigheden van Indonesische strijdgroepen gericht tegen elk buitenlands gezag. Daarbij ­vallen mogelijk meer dan 35.000 dodelijke slachtoffers, onder wie veel (Indische) Nederlanders.

Maart 1946

Koloniaal bestuurder Huib van Mook stelt voor de Republiek ­Indonesië te erkennen. Nederlandse troepen worden in Indonesië toegelaten om Britse posities over te nemen.

15 november 1946

Ondertekening Akkoord van Linggadjati. Doel is een Verenigde Staten van Indonesië, dat samen met Nederland de Nederlands-Indonesische Unie vormt. Dat gaat veel Nederlanders te ver.

25 maart 1947

De Nederlandse Tweede Kamer ratificeert het Akkoord van Linggadjati, dat echter flink is bijgesteld. In Indonesië is het intussen permanent oorlog.

21 juli-5 augustus 1947

Operatie Product (eerste ‘politionele actie’) op Java en Sumatra door Nederlandse strijdkrachten.

19 december 1948-5 januari 1949

Operatie Kraai (tweede ‘politionele actie’). Hiermee wilde legercommandant Spoor een einde maken aan Soekarno’s Republiek Indonesië. De internationale reacties zijn furieus, de VN-Veiligheidsraad dreigt met sancties.

7 mei 1949

Nederland en de Republiek Indonesië sluiten een akkoord (de ‘Van Roijen-Roem-overeenkomst). Daarmee wordt gehoor gegeven aan de resolutie van de Veiligheidsraad.

23 augustus-2 november 1949

Rondetafelconferentie in Den Haag voor een definitieve regeling van het conflict.

27 december 1949

Soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië. Die wordt door Soekarno binnen een jaar omgevormd tot eenheidsstaat.

Lees ook: 

Soekarno’s zoon: Mijn vader was de architect van de Indonesische onafhankelijkheid

Soekarno is de iconische onafhankelijkheidsstrijder die de eerste president van Indonesië werd. Op 17 augustus is het precies 75 jaar geleden riep hij de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Zijn zoon Guruh Soekarnoputra: ‘Hij was niet alleen mijn vader, maar ook mijn vriend en leraar’. Deel 8 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden