Schipper Jan Pronk op het KNRM-schip de Bernard van Leer.

Naschrift Jan Pronk

Mensen redden op zee, schipper Jan Pronk (1931-2019) kon niet anders

Bij onstuimig weer, als iedereen een veilig heenkomen zocht, voer schipper Jan Pronk juist uit. Zijn hele leven werkte hij voor de Reddingmaatschappij, werk dat hem altijd in de buurt van Scheveningen hield.

Met storm op komst werd Jan Pronk altijd onrustig. Dan bleef hij dicht bij huis en wachtte op een telefoontje. Om tien minuten na het noodsignaal de zee op te gaan om vissers, zeilers of surfers in nood uit het water te vissen. In totaal 235 mensen bracht hij veilig aan wal. Dag en nacht, zomer en winter. “Het is als een soort ziekte, als je er eenmaal mee bent behept, kom je er niet meer van los”, zei hij over zijn vak. 

Dat hij daarbij vaak zijn eigen­­ leven riskeerde, wist hij wel, maar maalde daar niet om. “Het is mijn werk”, zei hij dan nuchter. Jan zette zich dertig jaar in voor de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM), eerst als ‘opstapper’ (vrijwilliger­­) en later als vaste schipper.

Het reddingswerk zit in Jans bloed. Ook zijn opa en zijn vader zijn opstappers, en als hij later zelf een zoon krijgt, neemt hij Jantje vanaf zijn achtste vaak mee als hij in actie komt. Dat zijn vrouw Tiny alleen achterblijft, tja, dat is nu eenmaal het lot van de vrouw van een redder. Johannes (Jan) Pronk, geboren in 1931 in Scheveningen, komt oorspronkelijk uit een vissersgeslacht. Zijn moeder, Marie den Dulk uit Duindorp, draagt nog de officiële Scheveningse klederdracht en zijn vader Jan is visser en werkt ’s nachts op de visafslag. Hard werken en helpen­­­ waar je kan, dat krijgt Jan van huis uit mee.

Jutten, houtsprokkelen, keten

Hij geniet van zijn jeugd vol vrijheid. Als jochie gaat hij het liefst met zijn vrienden de hort op: jutten, houtsprokkelen, keten op het strand. De Duitse inval zorgt aanvankelijk vooral voor spannende avonturen. Zo wordt de tiener een keer in de kraag gevat als hij en zijn vrienden houthakken in het Scheveningse bos. Een SS’er pakt jolig zijn pistool en schreeuwt: “Je krijgt één minuut! En dan schiet ik.” Niet eerder rent Jan zo hard. En als er een keer een V2-raket in zee stort, die vanuit Wassenaar wordt afgeschoten, roepen ze baldadig tegen een paar Duitsers: ‘Das war unsere Waffe!”

Ondanks de jeugdige bravoure gaat hem de oorlog niet in de koude kleren zitten. Het gezin wordt geëvacueerd naar het Haagse Zuiderpark en een vriend van hem overlijdt. Halverwege de oorlog vertrekt Jan met zijn vader naar Groningen, zijn moeder en zusje Ada blijven achter. Jan werkt op een boerderij en zijn vader waakt over de opgelegde vissersschepen in Delfzijl – vol kostbaar zout. Ze handelen samen stiekem in zakjes zout en ruilen die voor een grote zak meel die ze naar Scheveningen sturen. Die komt wonder boven wonder aan en zo kunnen weer wat monden in de familie worden gevoed. Van de bevrijding herinnert Jan zich vooral de smaak van vanillevla, die hij voor het eerst eet.

Jan Pronk met zijn vrouw Tiny, zoon Jan en schoondochter Corine.

Jan ziet weinig in een rauw bestaan als visser en vertrekt naar de stuurmanschool. Hij wil graag hogerop komen en meldt zich met zijn diploma bij het Hospitaal Kerkschip ‘De Hoop’. Van 1954 tot 1960 vaart hij als tweede stuurman drie lange winters mee langs de Noorse kust. De indrukwekkende natuur, de Lofoten, de vriendelijke Noren en de heerlijke stokvis maken het tot een gouden tijd. Eenmaal terug in Scheveningen ambieert hij toch een baan dichter bij huis. Hij is per slot van rekening niet voor niets in 1958 getrouwd met Tiny Haa­zebroek, ‘dat aardige meissie’ dat hij ontmoet op een feest. Jan hijst zich in zijn goede goed en rijdt naar het hoofdkantoor van de KNRM aan de Amsterdamse Herengracht. Tijdens zijn sollicitatie hoort hij van directeur Van der Zweep dat hij een derde van zijn salaris moet inleveren. “De reddingmaatschappij betaalt je brood, het beleg moet je er zelf bij verdienen”, waarschuwt hij. Het maakt hem niet uit, reddingswerk is wat hij wil.

Jan leeft spaarzaam, behalve dat hij om het jaar een nieuwe Opel aanschaft, is verder weinig materie aan hem besteed. Voor wat extra centen gaat hij ’s nachts werken als vissorteerder op de visafslag. Hij geniet van de verschillende soorten vis die binnenkomen. Het harde werk deert hem niet, want na een nacht op de afslag wandelt Jan rustig naar zijn reddingboot de ‘Bernard van Leer’ waar hij elke ochtend aan werkt. Samen met zijn vaste team, inmiddels goede maten, hebben ze het gezellig. Met een bakje koffie een beetje klussen aan de boot en daarna op huis aan, wachten op een eventuele reddingsactie. En die komen er. Genoeg.

235 mensen gered

In totaal 567 acties voert hij uit, waarbij hij 235 mensen redt. Ook helpt Jan geregeld bij het onklaar maken van bommen op zee. Bloedserieus is hij in zijn vak, waarvoor je durf, uithoudingsvermogen, gezond verstand en zorg voor elkaar nodig hebt, zegt hij altijd. Zomaar naar de kapper of een verjaardag gaan – zonder een telefoonnummer achter te laten – doet Jan niet. Ook houdt hij nauwgezet het weer­bericht in de gaten en kijkt geregeld naar de lucht, zelfs als hij op vakantie is in Zeeland of Oostenrijk. Het komt geregeld voor dat Jan zijn vrouw en zoon op hun vakantiebestemming achterlaat, omdat in Scheveningen storm op komst is.

Te ver afgedreven zwemmers, surfers, catamarans, vissersboten, plezierjachten, alles en iedereen in nood kan op zijn komst rekenen. Vooral vermiste kinderen en drenkelingen maken op de rustige, nuchtere Jan indruk. Maar ook een volwassen vent die eens mijlenver uit de kust zwemt, blijft hem bij. De zwemmer weigert aan boord te komen en na veel gedoe en hulp van een kleine vissersboot die in de buurt vaart, hijsen ze hem aan zijn zwembroek aan boord. De man blijkt psychisch in de war en nog geen week later zwemt hij opnieuw ver uit de kust. Jan kan de verhalen smakelijk vertellen. Behalve deze zwemmer zijn de meeste mensen wél blij met hem, al ontvangt hij amper bedankjes. Maar, zo houdt hij zich voor, daar doet hij het niet om. Redden is nu eenmaal zijn werk, al kan hij een bedankbriefje wel zeer waarderen.

Bijna mis

Op 2 april 1973 gaat het bijna mis. Het is windkracht 12, sommigen zeggen zelfs 13: or­kaankracht. Diep weggedoken in zijn jas, gaat Jan op pad. Normaal kijkt hij niet op of om, maar die avond wel. Hij ziet zijn zoontje, die hem nakijkt vanuit de flat. Jantje is zijn achilleshiel, altijd wil hij exact weten waar de jongen uithangt, met die kleine mag niets gebeuren. De vissers in de haven roepen hem na: “Nu de zee op gaan, is je reinste zelfmoord.” Jan maakt een inschatting en vertrekt toch. De noodoproep blijkt om het zendschip Veronica te gaan; tien bemannings­leden moeten van boord. Tijdens die loodzware tocht, als zijn boot net langszij komt, klapt er een enorme golf boven op hen en wordt Jan boven op een andere redder gesmeten. Hij ziet de goede afloop van die onmogelijke actie als een van de geluksmomentjes uit zijn leven. De hele bemanning ontvangt nadien een zilveren medaille van de reddingmaatschappij.

Op zijn zestigste houdt Jan het voor gezien. Hij wil graag nog genieten met Tiny, hun caravan en hun zoon. Met hem maakt hij een keiharde afspraak, want hoewel ‘Jantje van de reddingboot’ al jaren als opstapper meevaart, vanaf dat moment verbiedt hij zijn zoon nog langer de zee op te gaan. “Ik kan het niet verdragen dat jij met storm op zee bent en ik machteloos thuiszit”, zegt hij resoluut. Zijn zoon respecteert het verzoek en blijft aan wal.

Jan senior verveelt zich geen moment. Hij blijft nog jarenlang actief in het KNRM-bestuur, mag graag de krant uitpluizen, de weerberichten volgen en jutten. Ook kookt hij nog elke dag, kapucijners met spek is zijn lievelingskostje. En als hij over het strand wandelt, kijkt hij altijd naar beneden. Op zoek naar munten. Hij vindt liever een cent op straat dan dat hij een tientje in de hand krijgt. Als Jan meermaals getroffen wordt door kanker hoor je hem niet. Liever staat hij voor het raam van zijn flat en kijkt uit over zee. Wie weet gaat het die dag nog stormen.

Johannes (Jan) Pronk werd geboren op 26 oktober 1931 in Scheveningen en overleed op 4 augustus 2019 in Den Haag.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden