NaschriftMarijn Kwant (1989-2021)

Marijn (1989-2021) wilde ook met zijn korte leven iets betekenen

Marijn met zijn ouders Saskia en René, en broer Floris en zus Sonja in april 2020.
 Beeld Marijn Kwant
Marijn met zijn ouders Saskia en René, en broer Floris en zus Sonja in april 2020.Beeld Marijn Kwant

Het beeld dat hij nog één keer zou finishen, bleef die laatste weken op zijn netvlies staan. Verpleegkundige Marijn Kwant zag zijn uitvaart als zijn allerlaatste finish. En zo reed de rouwauto met zijn kist vol rode en witte bloemen over de atletiekbaan van club Hellas.

Geen enkele keer vroeg Marijn zich af: waarom hij? Het is een vraag die anderen hem stelden, maar die hem niet bezighield. “Waarom ik niet?”, antwoordde hij dan. Kanker overwinnen? Hij zag dat anders: als je genas van kanker had je gewoon geluk – niets anders. Zelf had hij botte pech, dat wel. Toch bracht hem dat niet van zijn pad om door te zetten. Marijn ging honderd procent voor het leven, al wist hij diep van binnen dat hij niet oud zou worden.

Als zijn vader vorig jaar zomer tegen hem zegt dat er echt geen genezing meer mogelijk is, zegt hij met een knipoog: “Je geeft de hoop toch niet op, René?” Dat is Marijn ten voeten uit, altijd die droge humor. Natuurlijk is hij boos en verdrietig dat hij het leven moet loslaten, dat hij niets meer zal meekrijgen van de toekomst. Hij wil graag weten hoe de wereld er over dertig jaar uitziet; of er dan een beter klimaat is en nog democratie in de VS. Op een van de sporadische momenten waarop Marijn zijn schild vol levenskracht laat zakken, vraagt hij zijn moeder Saskia Boeker vertwijfeld: “Wat voor een leven heb ik nu eigenlijk gekregen?”

Voor zijn familie, vele vrienden en collega’s is dat geen vraag: Marijn is een verbinder pur sang. Samen met anderen is hij het gelukkigst: op groepsfoto’s staat hij altijd in het midden. Hij is een aanjager van activiteiten, maar zet zichzelf niet snel op de voorgrond. Marijn zorgt eerst voor de ander, dan voor zichzelf. Wanneer Shaun, een van zijn beste vrienden, Marijn bezoekt, haalt hij zelfs nog koffie voor hem. Hoe moeizaam dat ook gaat. Zijn verdriet is voelbaar, maar amper zichtbaar.

Sensitief maar ook daadkrachtig

Als kind valt Marijn juist op door zijn gevoeligheid. Zijn moeder vindt hem een keer in tranen voor de televisie. Hij aait het beeldscherm, want hij vindt het zo zielig dat het poesje in beeld zijn moeder kwijt is. Marijn is sensitief, maar ook daadkrachtig. Soms zelfs driftig. Hij wil meer dan hij kan. Vanaf het moment dat hij zijn eerste stappen zet, rent hij overal naartoe – vaak ergens tegenaan botsend. Als zijn vader gaat hardlopen, fietst hij de route mee. En op zijn zesde wordt hij lid van atletiekvereniging Hellas in Utrecht.

Met zijn twee jaar jongere broer Floris trekt hij veel op. De verdeling tussen de broers is helder: Marijn zit stevig trappend voor op de trekker en Floris zit achter in de kar. Zijn zusje Sonja is zes jaar jonger: haar wil Marijn vooral beschermen. Op vakanties naar kleine natuurcampings in de bergen zijn ze een drie-eenheid. Hij is een kleine pyromaan en na uren houtsprokkelen maken ze voor de tent een groot kampvuur.

Van jongs af aan was Marijn actief bij atletiekvereniging Hellas. Beeld
Van jongs af aan was Marijn actief bij atletiekvereniging Hellas.

In Marijns puberteit verhuist het gezin van Utrecht naar Nieuwegein: woest is hij. De tiener wil voor geen goud zijn school, sportclub en vrienden achterlaten en blijft dagelijks de 14 kilometer heen en weer fietsen. Hij houdt niet erg van schoolwerk, maar wel van gezelligheid. Hij zakt van vwo terug naar havo tot hij vanwege barre cijfers van school moet. Na veel gepraat en geregel vinden zijn ouders een plek op een andere middelbare school, maar de allereerste dag wordt er al naar huis gebeld. Waar hun zoon toch blijft? De docent vindt hem heel relaxed aan de babbel op het schoolplein.

Ambulancebroeder worden

De nonchalante knul maakt zich nergens druk om, behalve om zijn sportwedstrijden, zijn lievelingsclub Ajax en chillen met vrienden. Als hij in het vizier krijgt wat hij met zijn toekomst wil, haalt hij toch de havo. Van jongs af aan heeft hij een fascinatie voor de acute zorg. De eerste keer dat hij daarmee in aanraking komt, is als zijn broertje bijna verdrinkt in het zwembad en kort in coma ligt. De zesjarige Marijn staat gebiologeerd naar alle slangetjes en monitors te kijken. Gelukkig komt Floris erbovenop. Tien jaar later staat hij aan het ziekenhuisbed van zijn zus, die ternauwernood een gecompliceerde blindedarmontsteking overleeft. Marijn vraagt de verpleegkundigen het hemd van het lijf. Dan weet hij het: hij wil ambulancebroeder worden.

Wrang genoeg belandt de 18-jarige tijdens zijn eerste opleidingsjaar tot verpleegkunde zelf in het ziekenhuis. Tijdens hoogspringen, zijn specialisatie, ontwikkelt hij een atypische knieblessure. Een scan laat een tumor in zijn been zien: nota bene vlak voor de selecties van het NK hoogspringen. Vanaf dat moment slaat zijn relaxte houding om. Toch blijft zijn luchtigheid zichtbaar, want bij elk bezoek aan het LUMC in Leiden voor behandelingen doet hij café ‘Bruine Boon’ aan voor een taartje of een borrel. Dat soort momenten geven hem de energie om door te zetten.

Na een jaar van operaties en chemo’s pakt Marijn zijn studie weer op. Al vlot wordt duidelijk dat hij zijn droom om ambulancebroeder te worden moet opgeven. Net als werken in het ziekenhuis, ook dat is te zwaar merkt hij tijdens stages. Zijn immer protesterende knieprothese zit dwars. ‘Prothese’ wordt zijn vaste scheldwoord. Steeds moet Marijn terugschakelen. Skiën, bergwandelen, voetballen, hoogspringen: niets is meer mogelijk. Eigenlijk is hij gehandicapt, maar daar wil hij niets van horen. Op wilskracht zet hij door. Bij de zoveelste tegenslag zegt hij elke keer weer: “Ook dit lossen we op, let’s go”.

‘Niemand mag alleen sterven’

Pas op zijn 25ste heeft Marijn een goed functionerende prothese. Daarna betrekt hij samen met vriend Shaun een bovenwoning in Utrecht. Met z’n tweetjes halen ze het gemiste studentenleven alsnog in. Hoewel de droge grappen blijven klinken, weten zijn vrienden dat hij het zwaar heeft. Zelf neemt hij liever wat pijnstillers en gaat toch mee naar de kroeg. Samen sport kijken wordt nooit overgeslagen. Voor zijn ouders lijkt die periode soms meer op de puberteit. Dat merken ze als Marijn uitgeput op hun bank neerploft. Ze begrijpen hem goed: hij kan beter leuk zijn bij zijn vrienden en thuis zijn frustratie afreageren. Af en toe heeft hij een vriendin, maar Marijn vraagt zich wel af wat zijn leven nu te bieden heeft. Een vaste relatie, een gezin: hij ziet het niet voor zich.

Marijn Kwant in 2019. Beeld Marijn Kwant
Marijn Kwant in 2019.Beeld Marijn Kwant

In 2015 gaat hij als verpleegkundige aan de slag bij Altrecht in Utrecht. Die geestelijke gezondheidszorginstelling past hem als een oude jas. Hij kan goed zijn gevoel volgen bij de psychiatrische en veelal verslaafde cliënten. Marijns uitgangspunt is altijd: ieder mens deugt, ondanks zijn daden. Iedereen heeft wel iets goeds. Als hij hoort dat een cliënte helemaal alleen in het ziekenhuis op sterven ligt, rijdt hij er meteen naartoe en gaat naast haar zitten. “Niemand mag alleen sterven”, vindt hij.

Zo is Marijn. Een echte regelkoning. Hij is lid van de or en zorgt bij de verhuizing van zijn afdeling van Utrecht naar Zeist dat die voor cliënten weer huiselijk wordt – gezellig met huisdieren. En na een avonddienst rijdt hij net zo makkelijk nog naar Amsterdam om zijn vrienden op te halen die daar waren stappen. Uitjes, vakanties, familiebijeenkomsten: Marijn is de aanjager. Het is dan ook niet zo gek dat zijn atletiekvereniging hem vraagt actief te worden achter de schermen. Vanuit zijn motto: ‘eens een supporter, altijd een supporter’ zet Marijn zich in voor het wedstrijdsecretariaat, de jeugdcommissie en later als secretaris voor het algemeen bestuur. Hiervoor wordt hij benoemd tot ‘Lid van Verdienste’.

Ruimte om afscheid te nemen

In 2019 krijgt hij last van opgezwollen handen. Hij denkt aan reuma, maar de kanker blijkt terug. Operaties, chemokuren, het mag niet baten. Hij gaat er opnieuw vol voor. Tot duidelijk wordt dat Marijns terugkerende tumoren, nu ook in zijn hoofd, niet te stoppen zijn. Hij blijft op zichzelf wonen tot het echt niet meer gaat. De laatste twee weken kruipt hij bij zijn ouders op de bank.

Vanaf die plek geeft Marijn vrienden en geliefden alle ruimte om afscheid te nemen. Zelfs nu is hij nog met de ander bezig. Hij bedankt iedereen persoonlijk en vertelt wat hij of zij voor hem betekent. Aangrijpende momenten. Voor zijn vriendenclub koopt hij een stapel van zijn lievelingsboek, De meeste mensen deugen van Rutger Bregman, en schrijft voorin een lief woord. Dat is wat hij nalaat: een oproep het leven voluit te leven en bij te dragen aan een betere wereld.

Marijn Christiaan Kwant werd geboren op 10 juli 1989 in Amsterdam en overleed op 28 januari 2021 in Nieuwegein.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden