ReconstructieMondkapjes

Made in Holland: de moeizame weg van het zelf produceren van mondkapjes

Luchtfilterfabrikant Afpro in Alkmaar produceert in opdracht van de overheid miljoenen FFP2-mondmaskers. Beeld Jean-Pierre Jans

Een mondkapje maken: het klinkt zo eenvoudig, maar bekende bedrijven durven er hun vingers niet aan te branden. Een beddenfabrikant en een filterproducent durven dat wel, maar dan moet het ministerie ze wel bestellen. 

“Het is een drama met die mondkapjes. Als er niet snel iets gebeurt, komen we in de problemen”, zegt een vriend, werkzaam in een ziekenhuis, op een vrijdagavond ­tegen Mark Groot Wassink. Groot Wassink is projectleider bij beddenfabrikant Auping en schakelt net zijn televisie uit na het Achtuurjournaal. Daarin ziet hij een item over het Reinier de Graaf-ziekenhuis in Delft, dat uit nood mondkapjes inelkaar naait van doek voor stofzuigerzakken.

De alarmkreet van zijn vriend en het item op tv planten een idee in het hoofd van Groot Wassink. Kunnen wij iets voor de zorg betekenen met de machines in ons naaiatelier, vraagt hij zich af. Hij denkt aan de ontstaansgeschiedenis van Auping, opgericht door Johannes ­Auping, die in 1890 de eerste ­verende spiraalbodems, ­geproduceerd van ­metaal, levert aan het Burgerziekenhuis in Amsterdam. Dan nog onder de naam ‘Auping’s stalen gezondheidsmatras’.

Enkele collega’s van Groot Wassink hebben hetzelfde idee over mondkapjes en ze beleggen die avond met een aantal andere bedrijven uit de omgeving een vergadering. Op zaterdagochtend, om acht uur, gaan ze aan de slag in de fabriek in Deventer.

Wat Groot Wassink niet weet, is dat er diezelfde zaterdag, 21 maart, in Den Haag koortsachtig wordt gewerkt aan oplossingen voor het mondkapjestekort. Bruno Bruins is net afgetreden als minister voor medische zorg, hij wordt vervangen door Martin van Rijn. Ministeries vormen na het opstappen van Bruins in allerijl twee nieuwe coronabrigades. In opdracht van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) wordt het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) uit de grond gestampt.

De grote namen zien niets in mondkapjes

Het ministerie van economische zaken en klimaat (EZK) formeert een groepje van twintig mensen om met het bedrijfsleven de productie van medische hulpmiddelen in Nederland op te zetten. De club wendt zich tot John Blankendaal, directeur van Brainport Indus­tries in Eindhoven, de high-techregio van ­Nederland. Zijn notitieboekje staat vol met ­namen en nummers van de mensen die ertoe doen bij bedrijven als Philips, VDL, Siemens en ASML.

Die gerenommeerde bedrijven hebben echter geen mondkapjesplannen. Ook in Twente, het thuisland van de textielindustrie in de ­negentiende en de vroeg-twintigste eeuw, zien bedrijven geen brood in productie van hoogwaardige maskers, die voldoen aan de strenge FFp2-norm voor medisch gebruik. Ten Cate wordt genoemd, als een van de spaarzame overblijfselen van die textielnijverheid. Het bedrijf heeft niet voor niets het predicaat ­‘Koninklijk’, net als Auping.

Topman Jan Albers is echter resoluut: Ten Cate is allang geen textielbedrijf meer en de machines in Hengelo en Nijverdal zijn niet ­geschikt voor mondkapjes. Albers heeft grote twijfels bij de haalbaarheid van een productielijn in Nederland, zegt hij begin april aan de ­telefoon. Het verkrijgen van een keurmerk is in zijn ogen een probleem en we kunnen niet op tegen de productiecapaciteit die in China ­alweer gang komt.

Zeker één bedrijf denkt daar anders over: filterproducent Afpro in Alkmaar. Op 29 ­februari, twee dagen na de eerste corona­besmetting in Nederland, koopt vicepresident Joost ­Verlaan in samenspraak met zijn vader, Afpro-oprichter en eigenaar Karel Bosschieter, een mondkapjesmachine in China. De firma heeft fabrieken in het Aziatische land en ­Verlaan en zijn vader zijn zich er al vroeg van bewust wat Nederland te wachten staat.

De machine moet stante pede worden ­betaald, maar hoe krijgen ze het 30 meter lange ­apparaat in Nederland? Door corona zijn vliegverbindingen verdwenen en dat is een probleem: per schip gaat ontzettend veel tijd ­verloren. En dan zijn er nóg drie obstakels: het materiaal, het certificaat en een order.

De mondkapjesmachine van Afpro, dertig meter lang, in de fabriek bij Alkmaar. Beeld EPA

Hoeveel mondkapjes zijn er nodig?

Dezelfde knelpunten passeren op die zaterdag in Deventer ook de revue, als Auping ­samen met ontwerpbureau Panton – ook uit Deventer – het ontwerp en de productie van een mondkapje probeert uit te dokteren. Mark Groot Wassink belt die middag nog met een kennis bij DSM, waarmee Auping in 2018 een circulair matras voor consumenten heeft ontwikkeld. Dat blijkt later een schot in de roos.

Prangende vraag: hoeveel mondkapjes zijn er nodig? Auping en Panton spreken af om in totaal 50.000 maskers te maken. Bij Afpro had men geen idee. Verlaan: “Zoveel mogelijk, dat was de reflex van iedereen die ik sprak.” Met zijn kennissen bij Economische Zaken maakt John Blankendaal achterop een bierviltje een snelle rekensom. Zo’n vijftig ziekenhuizen in Nederland, die gebruiken een paar duizend mondkapjes per dag. Als we er 200.000 per week kunnen maken, dan zijn we een heel end op dreef.

Het is veel te weinig. Het LCH becijfert in april dat de vraag naar FFP2-mondneus­maskers tijdens een besmettingspiek 61 keer hoger is dan normaal. Van 73.000 per week in 2019 naar een prognose van 4,5 miljoen per week nu. Groot Wassink (Auping): “In de dagen na dat eerste weekend in maart namen we snel ­afscheid van ons bescheiden plan voor alleen de lokale zorg.” Het bedrijf komt in contact met de ­betrokken ministeries en het LCH en schakelt om naar grote aantallen, net als ­Afpro. Die twee bedrijven leren van elkaars ­bestaan en realiseren zich dat vanaf dan de last op hun schouders ligt.

Met vereende krachten wordt in een paar weken tijd een productieproces uit de grond gestampt, een traject waarvoor in ‘normale ­tijden’ misschien wel een jaar staat, schatten Verlaan en Groot Wassink achteraf. Neem ­Duflex. De bescheiden machinefabrikant uit Elst bouwt in minder dan een maand tijd vanuit het niets een mondkapjesmachine, gelijkwaardig aan de complete machines uit China.

‘De markt was net het Wilde Westen’

DSM legt via het Duitse Innovatec de hand op tonnen van het cruciale ‘meltblown polypropyleen’, het basismateriaal voor hoogwaardige mondkapjes. Een mondkapje lijkt op het oog een simpel product, maar zonder het meltblown, de kritische filterlaag van geblazen kunststof, is het bijna waardeloos. Sinds de ­uitbraak van corona staat meltblown synoniem voor goud: iedereen wil het. Maar in Nederland kan niemand het maken.

Verlaan (Afpro) weer er alles van. “Voor een partij grondstoffen uit China hebben we zeven keer de marktprijs betaald. De economische wetten die golden, tellen nu niet meer.” Pieter Wolters, bij DSM vicepresident innovatie: “De markt was het Wilde Westen, prijzen gingen aan alle kanten door het dak. Gelukkig levert onze Duitse partner tegen een schappelijke prijs, niet veel hoger dan voor de crisis.”

In een paar weken tijd wordt een productieproces voor mondkapjes uit de grond gestampt, iets wat normaal wel een jaar kan duren. Beeld Jean-Pierre Jans

De keten van bedrijven die naast Auping, Afpro, Duflex, Panton en DSM betrokken zijn bij de productie, is lang. Chipmachinefabrikant ASML uit Veldhoven verzorgt in samenspraak met John Blankendaal een luchtbrug voor twee machines van Afpro uit China. Schaafsma Paper Group (Zaandam) levert grondstof aan Auping, EKI (Nijmegen) maakt het rubberen afdichtstripje voor op de neus en Chr. Muller Touw (Elst) levert tientallen kilometers elastiek. Hunter Douglas en Nie-met verschaffen het aluminium lipje om het kapje om de neus aan te drukken en Papyrolux uit Biddinghuizen snijdt het materiaal op maat. Het Britse BSI geeft in no-time de CE-certificering af. TNO, de TU Delft en het ­Reinier de Graaf-ziekenhuis testen de mondkapjes voor gebruik in de Nederlandse zorg. 

Als voor de machines, het materiaal en ­certificering een oplossing lijkt gevonden, moet het ministerie er een klap op geven en de order tekenen.

Moeizame samenwerking met het ministerie

Blankendaal is de eerste die opmerkt dat de samenwerking met de ministeries soms moeizaam gaat. “Bij het LCH werkten mensen die van VWS mondkapjes moesten inkopen. Een inkoper koopt een kant-en-klaarproduct in en is niet gewend om een proces voor de toekomst veilig te stellen.”

Groot Wassink: “Toen we op 27 maart samen met Panton ons aanbod opstuurden naar het LCH, hadden we nog geen vastomlijnd plan. Wij zijn Auping, u kent ons misschien van de woonboulevard, dit is hoe we aan machines, materialen en certificering denken te komen: vertrouw ons en het komt goed. Dat was ­ongeveer onze boodschap.”

Verlaan: “Wij leveren normaal gesproken aan het bedrijfsleven, dan weet je hoe de ­hazen lopen. Bij de overheid duurt alles langer. Het LCH was amper opgezet toen wij op 19 maart een voorstel deden. Ze zeiden tegen me: ‘We begrijpen je, Joost, maar jij bent niet de oplossing voor morgen.’ Wat ze niet begrepen, is dat als je essentiële grondstoffen niet ­meteen vastlegt, je overal achteraan hobbelt, omdat alle landen dezelfde grondstof willen hebben.”

Blankendaal: “Eind maart hebben we wel een keertje moeten dreigen bij het ministerie. Dat die order er echt moest komen. Het scheelde dat we steun kregen van machtige bedrijven als DSM.”

Groot Wassink: “Ja, het had sneller gekund, maar toen de order werd getekend, hadden we hier nog helemaal niets staan. Intussen werden de machines die we nodig hadden voor productie, met de dag duurder.”

Hoe zit het met de aansprakelijkheid?

Er sluimert ook nog, zeker voor Auping, een gecompliceerde kwestie: de aansprakelijkheid. Bij Afpro zit filtering en bescherming in de haarvaten, maar Auping moet omschakelen. Groot Wassink: “We zijn een bedrijf met tachtig miljoen euro omzet, met een merknaam en een reputatie, maar we hadden geen verstand van mondkapjes. Wat als een kapje toch gebreken heeft en er wordt iemand ziek? Wie is dan aansprakelijk?”

Op 3 april bevestigt het ministerie de eerste order per mail. Auping, Afpro en DSM hebben dan een consortium gevormd, waarin het ­ministerie vertrouwen heeft. Op 12 april zet VWS een handtekening onder de deal. Het ­ministerie aanvaardt dat de aansprakelijkheid bij eventuele gevolgschade voor rekening van VWS is. Dat is hoogst ongebruikelijk, maar het ministerie gaat akkoord ‘vanwege de schaarste aan FFP2-maskers en de noodzaak om de productie in Nederland snel op gang te brengen’, zo laat het aan Trouw weten. Het kapje moet aan alle Europese regelgeving voldoen – het RIVM test ze nogmaals – en belangrijk: Afpro en Auping leveren de maskers tegen kostprijs. De exacte prijs is geheim, de afspraak is dat de bedrijven werken met een open boek. Als een machine toch een ton meer kost, betaalt het ministerie.

Ondanks de aansprakelijkheid is het een luxe deal voor VWS, want op dat moment ­regeren cowboys over de mondkapjesmarkt. Certificaten worden vervalst en beunhazen staan met zakken vol cash bij fabriekspoorten om reeds verkochte mondkapjes alsnog te ­claimen. Het is een worsteling voor de ambtenaren van VWS en de leden van het LCH, die deals afsluiten tegen uit de bocht gevlogen Chinese marktprijzen. Op 28 maart worden honderdduizenden mondkapjes teruggeroepen uit ziekenhuizen, omdat ze nauwelijks ­bescherming bieden.

Zeven miljoen mondmaskers

Op de betrokken ministeries heerst dan ook optimisme over de deal met Afpro, Auping en DSM. In een update over de uitbraak van het coronavirus in Nederland meldt het kabinet op 7 april – nog voor de opdracht formeel rond is – dat de productie van mondmaskers hier ‘op gang komt’. ‘Naar verwachting kunnen de ­komende weken zeven miljoen mondmaskers worden geproduceerd.’

Die weken zijn eerder maanden. Het in ­elkaar sleutelen van de meterslange machines blijkt ingewikkeld en de afstelling van alle ­losse onderdelen is een hele klus. Iets ogenschijnlijk simpels als het geautomatiseerd ­bevestigen van een elastiekje aan een mondkapje – secondenwerk – blijkt uitdagend.

Intussen komt de invoer van FFP2-mondkapjes uit China nu wel goed op gang. Zo’n 130 miljoen zijn er besteld, acht miljoen zijn al veiliggesteld. Auping en Afpro moeten hun eerste miljoen kapjes nog leveren. Groot Wassink maakt zich geen zorgen om de Chinese concurrentie. “Die kapjes zijn nodig in de zorg, daarvoor zijn wij hiermee ­gestart. Ik denk dat we in maart hebben ­geleerd dat het in een crisis aankomt op zekerheid. Wat als de grenzen weer dicht gaan en het besmettingscijfer ook hier weer oploopt? Dan hebben we in Nederland de productie van miljoenen mondkapjes per maand veiliggesteld, binnen een dik uur rijden van Den Haag.”

Verlaan (Afpro): “We zijn hier niet aan begonnen om wereldkampioen mondkapjes maken te worden. Mijn broertje is huisarts, voor hen doe je het.”

Lees ook: 

Het gaat niet alleen om de wetenschap, het mondkapje is een overgangsritueel

Deels op basis van het onderzoek van Marianne van der Sande besloot het Duitse RIVM tot verplichte mondkapjes in openbare gelegenheden. Zelf vindt de arts-epidemioloog dat niet nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden