Maaza Mengiste op het writers unlimited festival in Den Haag.

SchrijversinterviewMaaza Mengiste

Maaza Mengiste: Ik strijd door te schrijven

Maaza Mengiste op het writers unlimited festival in Den Haag.Beeld Hollandse Hoogte / Stijn Rademaker

De Ethiopisch-Amerikaanse Maaza Mengiste onderzoekt in haar romans hoe vrouwen oorlog en conflict ervaren.

New York is ver, maar ook weer niet. Zo bel ik met schrijfster Maaza Mengiste (1974) alsof ze naast me zit – inclusief grote-stadsgeluiden – en heeft zij vanuit haar appartement al de tentoonstelling gezien waar ik, vlakbij in het Rijksmuseum, nog naartoe wil. Mengiste is erg enthousiast over Slavernij.

“De expositie is absoluut een voorbeeld van de manier waarop we kunst kunnen inzetten om over geschiedenis te praten. We zijn geneigd naar kunst te kijken als iets dat losstaat van de werkelijkheid. Het vertegenwoordigt schoonheid. Maar in deze kunstwerken zie je dat er een directe connectie is met het echte leven, en de lelijke kant daarvan. Zeer gedetailleerd ook nog. En toch zijn de beelden mooi. Alles wat je ziet, is gecompliceerder dan het platte plaatje zelf. Die gewaarwording, die soms ongemakkelijk kan zijn, doet me denken aan hoe ik voor mijn eigen boeken te werk ben gegaan.”

Maaza Mengiste ontvluchtte als vierjarige met haar ouders de Ethiopische hoofdstad Addis Abbeba en groeide op bij haar grootouders in Amerika. In 2010 debuteerde ze met De leeuw en de keizer, een roman waarin ze beschrijft hoe het gezin van arts Hailu overeind probeert te blijven tijdens de Ethiopische revolutie van 1974 en de terreur van de Derg, het nieuwe militaire bewind. Haar tweede boek, De schaduwkoning, werd onder meer genomineerd voor de Booker Prize. Momenteel wordt het verfilmd.

In haar debuutroman De leeuw en de keizer vertelde Mengiste het verhaal van de Ethiopische revolutie in 1974, waarbij keizer Haile Selassie werd afgezet. De net in het Nederlands verschenen opvolger De schaduwkoning gaat een stap terug in de tijd, naar de invasie van het land door fascistisch Italië, in de jaren dertig. Waar haar eerste boek afsloot met een flinke literatuurlijst, begint en eindigt De schaduwkoning heel anders: met een foto van een jonge vrouw. Wat zegt die keuze over haar schrijfproces?

‘Soldaten controleerden hoe je leefde’

“De leeuw en de keizer is deels gebaseerd op mijn eigen herinnering, mijn eigen beelden ook. Mijn ouders zijn toen ik vier was gevlucht uit Ethiopië, maar ik herinner me nog zeer levendig hoe het was in die revolutietijd. Je huis werd binnengevallen en doorzocht. Soldaten controleerden hoe je leefde. De bibliografie die ik toevoegde was een gebaar aan de lezers: alles wat voor mij heel reëel is, maar waar zij meer over willen weten, kunnen ze opzoeken. Natuurlijk heb ik sindsdien stapels boeken over het onderwerp gelezen, maar De schaduwkoning had een veelsoortiger research nodig. Het gaat voor mij om het geheugen in al zijn vormen.

“Al bijna twintig jaar verzamel ik foto’s van mijn geboorteland. Aanvankelijk was ik niet bezig met het waarom – ik vond ze mooi, daar heb je het weer. Voor mijn eerste boek deed ik een promotietour in Italië, en daar bleek enorm veel materiaal te vinden. Op vlooienmarkten, bij straathandelaars, in antiekwinkels: overal vind je collecties foto’s die gemaakt zijn tijdens de Italiaanse bezetting. Mijn verzameldrang werd steeds gerichter, en zou uiteindelijk bepalend zijn voor De schaduwkoning.”

In De schaduwkoning raakt de jonge vrouw Hirut, samen met haar werkgeefster Aster, betrokken bij het verzet tegen de Italianen. Uiteindelijk vechten ze aan het front voor hun land. Net als Mengistes eigen overgrootmoeder – waar de schrijfster overigens pas gaandeweg achter kwam.

“Ethiopiërs vertellen graag over moed, trots en verzet. Het is het enige Afrikaanse land dat nooit succesvol gekoloniseerd is. Maar niemand, ook mijn familie niet, spreekt over de andere kant. De dagelijkse realiteit. De rol van vrouwen, hoezeer zij leden en lijden – ook op dit moment, met de machtsstrijd in Tigray. Dat ze zich moesten behelpen met half-kapotte wapens, met nauwelijks eten. Dat ze verkracht werden.

Een deel van mijn familie is half-Italiaans. Dat was een gegeven, over hoe dat kwam werd niet gepraat. Door mijn onderzoek ben ik mijn eigen voorouders, vooral de vrouwen, op een heel andere manier gaan zien. Het schrijven heeft mij een geschiedenis teruggegeven waar ik me voorheen totaal niet van bewust was. Het heeft me geleerd waarnaar ik moet vragen, en hoe, om een gesprek op gang te krijgen. Inmiddels vraag ik ook vrienden om met hun ouders te praten. Daar komen fascinerende verhalen uit.”

Taal als verbinder, dus. Maar in je boeken is taal vaak ook een wapen?

“Absoluut. Zeker in het Ethiopië van de jaren dertig kon taal een enorme hindernis zijn. Italianen hielden tribunalen zonder vertalers erbij, zodat mensen niet wisten wat ze ten laste werd gelegd, zich niet konden verdedigen, en ten slotte werden geëxecuteerd.

Er was een periode dat de kinderen op school Italiaanse les kregen. Dat was heel bewust een verbasterde versie, grammaticaal incorrect, op laag niveau. Net genoeg voor die kinderen om te kunnen gaan functioneren als een ondergeschikt iemand en dan zodra ze iets zeiden dom te klinken.”

In ‘De schaduwkoning’ voer je de fotograaf Ettore Navarra op, die de gruweldaden van zijn leger vastlegt, maar ook ‘mooie’ portretten probeert te maken van gevangenen die daar niet op zitten te wachten.

“Na afloop van een lezing in Italië stond een toehoorder op. Zijn vader was piloot geweest tijdens de oorlog in 1935, vertelde hij. De mensen in de zaal reageerden mopperig: in Italië is dat een vrij onbekend deel van de geschiedenis, waar niet over gepraat wordt. Deze man wilde graag het archief van zijn vader aan mij geven, omdat hij vond dat erover geschreven moest worden.

Een dagboek en stapels foto’s waren al die jaren in een doos bewaard, in een kast waar niemand in de buurt mocht komen. Pas toen vader overleed, kwam de zoon erachter dat hij mosterdgas had gedropt op Ethiopië, met afgrijselijke gevolgen. Die kennis had hem geknakt. Het lukte hem niet die vader van wie hij had gehouden te verenigen met de piloot.

Maaza Mengiste: ‘Vrouwen moeten voortdurend hun persoonlijk territorium beschermen.’ Beeld Hollandse Hoogte / Stijn Rademaker
Maaza Mengiste: ‘Vrouwen moeten voortdurend hun persoonlijk territorium beschermen.’Beeld Hollandse Hoogte / Stijn Rademaker

Ettore Navarra, van Joodse afkomst, is zelf deels een slachtoffer. Hij probeert wel te communiceren met de Ethiopische vrouwen, zijn foto’s daarvoor te gebruiken, maar hij is zich niet bewust van zijn positie als Europeaan. Als vijand. Op www.project3541.com beschrijf ik de foto’s uit mijn collectie zo feitelijk mogelijk, en geef ze een historische context. Wat me daarbij opvalt, is hoezeer de fotograaf het beeld van de persoon voor de camera kan manipuleren. Zeker een oorlogsfotograaf. Dat doe ik uiteraard als schrijver ook, maar een andere kant op. Ik probeer mijn personages macht terug te geven.”

En een naam.

“In de Verenigde Staten kregen slaven een nieuwe, vaak heel specifieke naam. Ineens heetten ze Caesar, of Zeus. Dat was spottend bedoeld. Ik geef de personages in mijn boek namen die hun voorouders gekozen kunnen hebben.

Een van de vrouwen in mijn boek wil dat niemand weet hoe ze heet. Zij heeft zoveel meegemaakt, dat haar naam het enige is dat ze nog over heeft. Als ‘de kokkin’ – niemand kent haar anders – weet ze zich te handhaven tot in het legerkamp. Daar dwingt de Italiaanse machthebber gevangenen van een klif te springen. De kokkin prent hen in om hun naam te noemen als ze gaan ‘vliegen’, zodat degene die de opdracht uitvoert, weet wie hij doodt. Hun naam is een erkenning van wie ze zijn.”

‘Dit zijn geen tijden om te doen alsof je alleen maar een echtgenote of zuster of moeder bent,’ zegt Aster in ‘De schaduwkoning’. Spreekt ze daar met jouw stem?

“Ik denk niet dat ik, als mijn ouders in Ethiopië waren gebleven, soldaat was geworden, zoals mijn hoofdpersonen. Mijn manier van strijden is schrijven. Het bevragen van de positie van de vrouw in de oorlog. Het doet iets met een man en met zijn zelfbeeld, als er een vrouw naast hem rent op het slagveld. Het doet iets met hem als hij zijn vijand onder vuur neemt, en die heeft een jurk aan.

Vrouwen maken veel persoonlijke, intieme oorlogen mee. Er is altijd het territorium van het lichaam dat beschermd moet worden. Mannen hebben geen idee van de psychologische, fysieke en emotionele processen die je doorstaat om over straat te kunnen lopen zonder verbaal of fysiek aangevallen te worden.

Ook in de VS moet elke vrouw die als ‘anders’ wordt gezien manieren vinden om zich te handhaven. Constant onderhandelen met de ruimte waarin je je begeeft. Het wordt je natuur. Pas als je op een plek komt waar het niet hoeft, kun je ineens ontspannen, en merk je het verschil.”

In jouw boeken worden zoons gemist en dochters geofferd.

“Naar huidige maatstaven is het niet politiek correct om daar zo’n nadruk op te leggen. Maar ik kon deze boeken niet schrijven met als basis de regels van nu. Wat destijds waarde had, was het hebben van een zoon. Zonder zoon heb je geen nalatenschap. Terwijl dochters… Haile Selassie gaf zijn dochter Zenebework weg aan de prins van Tigray. Een man die veel ouder was dan zij, en haar mishandelde. Ze vroeg om hulp, Haile Selassie redde haar niet en ze stierf. Het behouden van zijn macht woog zwaarder dan het behouden van zijn dochter.”

Je beschrijft het dagelijks leven heel zintuiglijk. Inclusief het fysieke geweld. Hoe bereidde je je daar op voor?

“Heel leerzaam was het werk van Plutarchus, dat me leerde dat leiders moeten kunnen werken met enorme landschappen. Het is bijna schaken. Je moet manoeuvreren met stukken. Daarnaast ben ik, en daar is iedereen altijd stomverbaasd over, een groot fan van martial arts-films. De vechtchoreografieën daarin laten zien wat het lichaam allemaal kan. Het is heel leuk om dat te beschrijven, mijn korte momentje om iets superhelden-achtigs te doen.”

In je twee boeken schets je twee catastrofale periodes in de geschiedenis van Ethiopië. Ga je ook over het hier en nu schrijven?

“Het is hartverscheurend om van afstand de hongersnood, de slachtingen, de verkrachtingen, het vernietigen van scholen en ziekenhuizen te zien. Het willekeurige moorden, de etnische zuiveringen. Ik weet niet hoe het land dit te boven moet komen. Alweer. Maar ik ben geen journalist. Het kost tijd om te kunnen duiden wat er precies gebeurt, en met name in Tigray is vandaag niet duidelijk wat er morgen zal gebeuren.

Mijn werk gaat er uiteindelijk over hoe de oorlog op kleine schaal, in eigen huis, ontstaat, en zich dan uitbreidt. Over de gecompliceerde verhouding die er, voor ieder mens op zich, bestaat tussen ‘het juiste doen’ en overleven.

Ook nu zullen mensen het moeilijk vinden om open te zijn over de trauma’s die ze oplopen. Maar deze generatie heeft wel meer mogelijkheden. Om elkaar te observeren en zich uit te spreken op social media. Of zoals velen die net als ik in diaspora leven, vanuit die positie het verhaal van hun volk te vertellen.”

Maaza Mengiste
De schaduwkoning
Ambo Anthos; 448 blz. € 24,99

Lees ook:

Noodhulpcoördinator in Tigray: ‘Wij zijn geen oplossing, wij redden alleen levens’

De noodhulpcoördinator van Artsen zonder Grenzen reisde door Tigray en Soedan en zag een gruwelijk conflict zonder zicht op vrede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden