NaschriftKees Both (1942-2021)

Kees Both (1942-2021): De groene pedagoog met het eerlijke hart

Kees Both met een van zijn vijf kleinzoons. Beeld
Kees Both met een van zijn vijf kleinzoons.

Als kinderen iets wilden weten over de natuur, zei natuurpedagoog Kees Both altijd: ‘Vraag het de plant zelf maar’. Via beleving leerden kinderen pas echt. De pionier in het onderwijs zorgde ervoor dat natuur onderdeel werd van het lesprogramma. Zelf had hij als kind ervaren hoe helend het bos kan zijn.

Dana Ploeger

De bescheiden en beminnelijke Kees Both deed niet snel iets voor zichzelf, bij hem ging het altijd over het grotere geheel. In de driehoek natuur, onderwijsontwikkeling en levensbeschouwing viel de naam van Kees al snel. Hij ontwikkelde en bestudeerde het thema groene pedagogiek, schreef er vele publicaties over, introduceerde nieuwe termen en belichaamde het zelf. Al stond hij al tientallen jaren niet meer voor de klas, hij bleef in de kern de meester die graag kennis wilde overdragen.

Je kon geen polder of bos met hem in wandelen zonder een verhaal vol natuurweetjes te horen. “Je moet de namen van de planten weten, want dan kun je ze begroeten”, was een van zijn gevleugelde uitdrukkingen. Hij liet de natuur graag haar werk doen in de ontwikkeling van kinderen. Behalve op natuuronderwijs drukte Kees een stevige stempel op het Jenaplanonderwijs: de twintig grondbeginselen komen mede uit zijn koker. Als onderwijspionier wordt hij gegrepen door de kracht van zelfontwikkeling die centraal staat op deze scholen. Met zijn boek Jenaplan ’21 zet hij in de jaren negentig ‘samen leren’ echt op de kaart. Hij is zijn tijd ver vooruit door de biografie van het kind voorop te plaatsen.

Tijdens een van zijn vele natuurexcursies met kinderen. Beeld
Tijdens een van zijn vele natuurexcursies met kinderen.

De breed geïnteresseerde Kees houdt enorm van studeren: in zijn werkkamer thuis in Hoevelaken voelt hij zich senang tussen de keurig gerubriceerde boekenkasten: de vele boeken over pedagogiek, evolutiebiologie, theologie, natuur en filosofie zijn grondig door hem bestudeerd. Daarnaast gaat de krant niet de deur uit voordat Kees de schaar erin heeft gezet; het levert tachtig ordners vol knipsels op – eentje vol natuurmopjes, een geinige liefhebberij.

Vele meters geschreven

De natuurpedagoog laat een omvangrijk en divers oeuvre na als inspiratiebron en om “je wakker te maken voor de problematiek”, zoals hij het zelf uitdrukte. Vele organisaties in het onderwijs, de kinderopvang, de wetenschap en natuur- en milieueducatie, zoals de Stichting Groene Pedagogiek, Stichting Oase en Stichting Springzaad, laven zich aan zijn deskundigheid die hij deelt via presentaties, websites, artikelen en boeken. Hij heeft vele meters geschreven en is zeer taalvaardig. Kees introduceert nieuwe termen en toont zich scherp in het observeren, hij gaat graag met je in gesprek over de inhoud en ziet snel waar iemands talenten zitten. Daarbij is hij altijd eerlijk.

Als peuter in de tuin. Beeld
Als peuter in de tuin.

Zijn jonge leven begint kommervol wanneer hij als baby van tien maanden zijn moeder Sjaan verliest, die omkomt bij een verkeersongeval. Het is midden in de oorlog en vader Christiaan, die bij de douane werkt, zoekt een huishoudster om voor Kees en zijn oudere broer Arie te zorgen. Na enige tijd trouwt hij met haar en ze krijgen nog een dochter Sjanie. Maar dan overlijdt in 1949 ook zijn vader aan een hartstilstand – iets waar hij later nooit over zal spreken. Kees is dan zeven jaar en neemt vanaf dat moment het leven zoals het komt. Hij groeit op bij zijn tweede moeder Cor, op wie hij erg gesteld is.

Ze verhuizen naar Amersfoort en daar ontdekt Kees zijn natuurliefhebberij. Hij voelt alle vrijheid en geniet van het ontdekken van de flora en fauna op de Utrechtse Heuvelrug. Als tiener is hij actief bij de padvinderij; zijn insignes worden keurig in een album geplakt. Al lijden zijn schoolprestaties wel onder alle buitenactiviteiten. Om zich grondiger te verdiepen in de natuur, wordt hij lid van de Christelijke Jeugdbond voor Natuurstudie, waar hij opleeft tijdens de excursies en kampen. Na de mulo en de kweekschool gaat hij in 1965 aan de slag als leerkracht in Lisse en daarna in Harderwijk, waar hij veel ruimte krijgt om zijn lessen vorm te geven. Een onderwijsinspecteur zegt na een bezoek: “Bij Both in de klas klinkt veel geroezemoes, maar er wordt wel hard gewerkt”.

Nieuwe onderwijsvormen introduceren

Al snel merken collega’s dat Kees vooral een vernieuwer is, hij introduceert geregeld kersverse onderwijsvormen. Het is dan ook niet vreemd dat hij de overstap maakt naar de Commissie Modernisering Leerplan Biologie en daarna naar de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) – een ware speeltuin voor hem. In die periode publiceert hij flink wat artikelen en is een van de auteurs van het boek Het gebruik van de schoolomgeving. Ook gaat hij weer studeren: pedagogiek.

Met zijn vrouw Han en drie van hun vier kinderen in de jaren zeventig. Beeld
Met zijn vrouw Han en drie van hun vier kinderen in de jaren zeventig.

Kees is dan al enige jaren getrouwd met docent huishoudkunde Han Reitsma, die hij ontmoet bij Arjos, de jeugdafdeling van de ARP. Beiden zijn geëngageerd, maatschappelijk bewust, gelovig en hebben oog voor de medemens. Hun relatie klopt vanaf de eerste dag als een bus. Na de geboorte van dochter Jelka en zoon Christiaan bezoekt Han op een dag een gezin uit de kerk met een adoptiekind uit Suriname. Dan weet zij dat dit hun weg is naar gezinsuitbreiding en zo komen de Surinaamse Radjish en Bianca, broer en zus, bij hen wonen.

Het gezin is maatschappelijk betrokken en milieubewust; ze hebben nooit een auto. Han is in de praktijk de grote aanjager en organisator van hun engagement. Kees werkt en studeert veel en is vooral in zijn hoofd geëmancipeerd. Het is Han die de dagelijkse zorg op zich neemt en met haar vrijwilligerswerk handen en voeten geeft aan hun gezamenlijke rechtvaardigheidsgevoel.

Non-conformisme en speelsheid

Er gaat geen weekend voorbij of ze trekken met hun kinderen de natuur in. Als wandelende natuurencyclopedie vertelt Kees veel, maar laat hen vooral zelf beleven. Een andere gezinsactiviteit is zingen, na de maaltijd wordt er veelvuldig meerstemmig of in canon gezongen. Kees maakt zelfs een eigen gezinszangboek. Als vader en later ook als opa valt hij op door zijn non-conformisme en speelsheid. Hij is altijd in voor het bouwen van een boshut of een verkleedpartij. In het luisteren naar persoonlijke perikelen is hij minder bedreven, daarvoor kunnen de kinderen beter bij Han terecht.

Zijn nieuwsgierige grondhouding staat centraal in al zijn werk. Dat is ook het uitgangspunt bij het vormgeven van het Jenaplanonderwijs in de jaren tachtig en negentig. Hiervoor reist hij geregeld met collega’s Ad Boes en Tom de Boer naar het buitenland, waar ze op scholen in Oostenrijk en Duitsland hun moderne ideeën delen. Ook hier speelt beleving een rol. Kees laat deelnemers aan de cursussen eerst naar buiten gaan om gevallen bladeren te verzamelen om die daarna tot lesstof te verwerken.

Kees trok er graag op uit in de natuur. Beeld
Kees trok er graag op uit in de natuur.

In zijn vrije tijd is hij actief in diverse besturen, de kerkgemeenschap en het Franciscaans Milieuproject Stoutenburg, waar natuur en spiritualiteit samenvallen. Zijn altijd aanwezige enthousiasme krijgt een behoorlijke knauw als hij op 61-jarige leeftijd op slag doof wordt. Ineens is Kees afgesloten van de wereld en mist vooral het zingen, alle gesprekken en de vogelgeluiden. Maar zijn nimmer aflatende doorzettingsvermogen zorgt ervoor dat hij een gehoorimplantaat krijgt. Elke lente doen Han en hij een wedstrijdje wie als eerste de tjiftjaf of de zwartkop hoort – de lentebodes. Dat jaar is die malle competitie een emotioneel moment. Hoewel het implantaat een zegen is, maakt het hem ook kwetsbaar en minder soepel.

Onderscheiden, erkend

Een ander moeilijk verteerbaar punt in zijn leven is zijn boek over de filosofische basis onder het natuuronderwijs, waarop hij hoopt te promoveren. Hij is er uiteindelijk bijna 25 jaar mee bezig en steeds komt er iets tussen; hij wisselt meermaals van promotor en het lukt hem niet om het tot een perfect eindproduct te krijgen. Des te verheugder is hij met zijn onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau – hij voelt zich hierdoor erkend.

Inmiddels merkt zijn omgeving dat Kees steeds vaker zijn scherpte verliest. De diagnose Alzheimer zet een definitief punt achter zijn werk. Gesprekken voeren is moeilijk en dat maakt hem verdrietig. Hij ondergaat zijn ziekte gelaten, zolang Han in zijn buurt is, is het goed voor hem. Toch blijft hij blijmoedig zijn steentje bijdragen: twee jaar geleden demonstreerden ze nog samen in Amsterdam voor een beter klimaat.

Ook zijn vijf kleinkinderen en de tuin kunnen blijven rekenen op zijn inzet en betrokkenheid. “Van buiten word je beter”, roept hij altijd. Naar de dagbehandeling neemt hij standaard een rugzak mee met zijn bomenboekjes, een meetlint en drie loepen. Ondanks zijn ziekte wil hij goed voorbereid voor de dag komen. Tot op het laatst een schoolmeester. En in het verpleeghuis waar hij de laatste maanden woont, vindt hij nog immer de weg naar de tuin. Kort voor zijn overlijden, rijdt zijn familie hem met bed en al naar buiten. Het doet zijn glimoogjes voor de laatste keer oplichten.

Cornelis Both werd geboren op 11 december 1942 in Meerkerk en overleed op 8 september 2021 in Leusden.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden