InterviewSchaatsen

Kampioenenmaker Jac Orie: ‘Ik zie het als een groot experiment’

Jac Orie Beeld Reyer Boxem
Jac OrieBeeld Reyer Boxem

Jac Orie is kampioenenmaker in het schaatsen. Vijf Olympische Spelen achter elkaar behaalde hij met een van zijn pupillen een gouden medaille. Hoe doet hij dat? Een portret van een schaatscoach, maar vooral van een wetenschapper. ‘Ik zie dit als groot experiment.’

Kick Hommes en John Graat

Het is midden in een tien minuten durende uiteenzetting over egoïstische en altruïstische type mensen als Jac Orie zichzelf onderbreekt. Gaat het wat ver als hij de evolutietheorie van Charles Darwin bij zijn verhaal betrekt? Misschien wel, maar het is gewoon nodig om zijn eigen filosofie uiteen te zetten. En dus vertelt hij door.

Jac Orie (53) uit Den Haag is wetenschapper. In hart en nieren. En tegelijk is hij schaatscoach. Dit jaar viert Orie zijn twintigjarig jubileum als hoofdtrainer. Zijn erelijst is groot: op alle Olympische Spelen in die twintig jaar won minstens een van zijn schaatsers een gouden medaille. Van Velde in 2002, Marianne Timmer in 2006, Mark Tuitert in 2010, Stefan Groothuis in 2014, Sven Kramer, Carlijn Achtereekte en Kjeld Nuis in 2018. Drie keer werd hij zelf Nederlands coach van het jaar.

In Peking begeleidt Orie dit jaar acht schaatsers. Hij coacht Sven Kramer in diens laatste dans, maar volgt ook het debuut van de jonge Merijn Scheperkamp. De spanning loopt op, maar dat is eigenlijk al zo vanaf december, rond het plaatsingstoernooi in Heerenveen. “Zo’n olympisch kwalificatietoernooi is heel spannend. En eigenlijk heel mooi. Dat, en Peking, vind ik echt waar het om draait. Dat wil niet zeggen dat je je heel prettig voelt. Ook ik niet. Ik wil zo graag dat die jongens en meiden winnen. Dan word ik wat recalcitrant. Dat is de houding die ik aanneem.”

Promotieplek op de VU

Het is de passie die hem al zo lang in de sport houdt. Eigenlijk wilde Orie geen schaatstrainer worden. Hij was bezig met een promotieplek op de VU in Amsterdam. In het schaatsen had hij het na 2002 wel gezien. Hij had de Spelen van Salt Lake City meegemaakt. Het was goed zo.

Tot hij in een interview met Trouw vertelde dat hij in aanloop naar die Spelen de trainingsschema’s voor ‘gouden’ Gerard van Velde had geschreven. In dat interview schudde hij de schaatswereld op. Wie vooruit wil, moet openstaan voor wetenschap, was zijn boodschap. Al in het vliegtuig terug werd hij gepolst. Het volgende seizoen leidde hij de ploeg Spaarselect. “Dat interview heeft mijn wetenschappelijk carrière verpest!”

Orie ging nooit meer weg uit de sport, al heeft de wetenschapper hem nooit verlaten. In elke zin die hij zegt tijdens het interview, dat vanwege coronaregels via Zoom wordt gehouden, bouwt hij voorbehoud in. Zijn coaching is geënt op een visie, een filosofie, waar niemand aan mag komen. Ories visie is heilig. “En als ik er iets van afdwaal, zeg ik dat tegen mezelf: nokken, kap daarmee.”

Beter worden op wetenschappelijke basis is de kern van hoe Orie werkt. Testen, testen, testen, om het maar zo te noemen. Zijn Wingate-methode, waarbij schaatsers regelmatig dertig seconden op het allerhardst moeten trappen op een hometrainer, is gevreesd. Orie: “Je moet wel als coach met de voeten op de grond blijven staan en weten dat er geen waarheid bestaat. Je hebt een methodiek. Die kan werken. Maar die moet flexibel kunnen zijn.

Een groot experiment

Het is trainen, meten en aanpassen. Telkens weer. Altijd zoeken naar nieuwe verbeterpunten. “Ik zie het als een groot experiment. Uiteindelijk komt alles voort uit het feit dat je schaatsen wilt begrijpen. Wat je nooit lukt. Je komt een beetje dichterbij. Ik begrijp méér dan twintig jaar geleden. Maar dat betekent niet dat ik minder dingen heb die ik zou moeten begrijpen. Er is nog steeds ruimte in het schaatsen.”

Hij deelt zijn filosofie over het opbouwen van een team. Een ploeg, zegt hij, bestaat uit egoïsten en altruïsten. En het is daar dat Darwin om de hoek komt. “Met zijn survival of the fittest. Dat draaide om egoïsme. Maar je hebt ook een recentere filosoof, Martin Novak. Hij ziet dat bij soorten die het goed doen, er een coöperatief aspect bij zit. Ik heb beiden bekeken en denk te weten waar een team aan moet voldoen: iets overhellend naar het samenwerken op de weegschaal van altruïsme en egoïsme. Succes verandert die weegschaal. Je zwabbert. Dan moet je op zoek naar manieren om weer goed uit te komen.”

null Beeld Reyer Boxem
Beeld Reyer Boxem

Om de paar jaar bot Orie alles af, tot de wortel. Dan zoekt hij naar andere voorwaarden om beter te worden. “Stel je voor dat jij uniek bent in wat je doet. Dan gaat de rest dat onherroepelijk kopiëren. En dan ben je weer middelmaat. Per definitie weet je op dat moment dat er nieuwe ruimte is om te excelleren. Per definitie. Wegkomen van het gemiddelde, dat is in mijn optiek innoveren.”

Mentale aspect

Ongrijpbaar, en dus moeilijk voor een wetenschapper, is het mentale aspect van topsport. Psychologen? Orie is er niet van, maar staat er voor open als de sporter in kwestie er een goed verhaal bij heeft. En als wetenschapper probeert hij toch het mentale aspect te vatten in cijfers: “Ik heb geleerd dat fitte mensen meer weerstand hebben tegen de vervelende kant van het mentale stukje.”

Maar het blijft moeilijk, weerbaarheid trainen. Dat geeft Orie grif toe. “Uit de testen kan ik een klein beetje extrapoleren. Ik kan laten zien waar we staan, en waar we heen groeien. Daar heb ik redelijke argumenten voor en ik kan het staven met redelijke cijfers. Maar het blijft moeilijk. Ik ben de laatste die zegt dat als je bij mij schaatst, jij er 100 procent uithaalt wat mogelijk is. Ik kan ook niet toveren.”

Om zichzelf uit te dagen, zoekt hij elke drie maanden een nieuw onderwerp tot de bodem uit. Het kan hem niet gek genoeg, zegt hij. Als hij op zoek is naar spierbiomechanica, gaat hij tijdens een WK schaatsen langs bij een wetenschapper in Calgary. “Of ik mail ze, bel ze, ga ik dingen vragen. Waarom is dat zo? Hoe denk jij daarover? Dat vind ik leuk.” De laatste tijd is het onderzoeksonderwerp lactaat, en de dynamiek van lactaat in een lichaam. “Dat duurt al wat langer dan drie maanden. Maar dan pluis ik ook de hele geschiedenis over het onderwerp uit.”

Diep in de nacht

Soms, als hij meegezogen wordt in enthousiasme, zit Orie tot diep in de nacht achter de computer. Wat doet hij om toch te ontspannen? “Fietsen, hardlopen, schaatssprongen maken. En ik heb twee jongens, van elf en zeventien jaar. Het is een ongelooflijke ontspanning als ik bij een judotraining van hen kan kijken. Hoef ik aan niks te denken, alleen maar kijken. Maar het klopt wel dat ik vrij makkelijk aan sta.”

Het is zijn kracht, maar ook een valkuil. Soms moet hij een spiegel voorgehouden krijgen. Hij heeft een groep mensen om zich heen met wie hij goed kan praten. Van binnen en van buiten de sport. Ze remmen hem af, indien nodig. Hij noemt geen namen. “Maar neem aan dat het niet alleen hoogleraren zijn. Als een expert onzin vertelt, is het nog steeds onzin.” Wat zijn laatste spiegel is geweest? “Dat ik te ongeduldig ben. Als ik iets in mijn hoofd heb, moet het snel gebeuren. Terwijl je soms tijd moet nemen.”

Het begeleidingsteam waarmee hij samenwerkt, bestaat uit mensen die hij blind vertrouwt. Al jaren zijn ze samen. Krachttrainer Ton Leenders, assistent Sicco Janmaat en fysio’s Nico Hofman en Willem Kruithof, om maar een paar te noemen. “Wat hoog in het vaandel staat, is loyaliteit. Ik kan alleen werken in een omgeving waar ik de mensen om mij heen 100 procent kan vertrouwen. 98 procent kan niet. Dat kan ik gewoon niet.” Het nadeel is dat hij ook wel eens teleurgesteld wordt in de loyaliteit van mensen. “Zeker. Dat is dan een tekortkoming van mij, denk ik.”

Jac Orie viert het goud van Mark Tuitert op de 1500 meter tijdens de Spelen van Vancouver in 2010. Beeld ANP
Jac Orie viert het goud van Mark Tuitert op de 1500 meter tijdens de Spelen van Vancouver in 2010.Beeld ANP

Maar als iets werkt, dan implementeert hij dat, of houdt hij het bij zich. Zelfs kleine dingen, zoals zijn sporttas, zo eentje met een lange draagband waardoor de tas op heuphoogte bungelt. Acht jaar lang heeft hij dat ding al. “Het is makkelijk. Er zitten twee vakken in. Eentje voor mijn bril, stopwatch en accreditaties. En aan de andere kant schema’s en zaken die ik belangrijk vind voor schaatsen. Zo raak ik nooit wat kwijt. In een rugzak zakt alles naar beneden, hier niet.”

In Peking kan de gouden reeks van Orie een vervolg krijgen. Hij geeft geen voorspelling. Nou ja, een standaard-antwoord: “Op alle afstanden waar we meedoen, hebben we kans. Ik heb een hekel aan resultaatdenken. Het enige wat ik weet, is dat we er goed voorstaan. En verder niks.”

Ooit promoveert Orie nog. Op datawetenschappen, en hoe je uit een bulk gegevens bruikbare cijfers kan halen. Wanneer hij klaar is weet hij zelf ook niet. Een hoopvolle schatting is over anderhalf jaar. Maar dat is niet het hoofddoel. Eerst de Spelen, dan achteraf alles analyseren en toch weer opnieuw beginnen. Het experiment is nooit af.

Lees ook:

De serie: Icecast, meekijken in de keuken van Jac Orie

In een hoekje op Spotify is een boeiende optie te vinden voor mensen die meer willen weten van de wetenschap achter de schaatssport: een nieuwe podcast over sport en ­wetenschap, Icecast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden