Naschrift Jurjen Vis (1958-2019)

Jurjen Vis verbond de historie met zijn eigen leven

Jurjen Vis bij zijn boekpresentatie over de armenzorg in Den Haag, waarvoor hij de Die Haghe Prijs ontving.

De geschiedenis van onze woonplaats leert ons veel over onszelf. Dat was de overtuiging van historicus Jurjen Vis in een leven vol creativiteit. Wie het niet met hem eens was, had het niet altijd makkelijk.

Een vrijdenker die zijn eigen weg plaveide. Als jongen al. Toen Jurjen Vis dertien jaar oud was klopte hij aan bij de Historische Vereniging Alkmaar omdat hij lid wilde worden. Het was een organisatie met vooral oudere heren die al snel doorhadden dat deze jongen oprecht geïnteresseerd was in de geschiedenis van zijn woonplaats. Een passie waarmee hij later zijn geld zou verdienen, ook al leek er in de tijd dat hij studeerde geen droog brood te verdienen met het beroep van historicus.

Thuis groeide hij op met één duidelijke waarheid, die van de rooms-katholieke kerk. De kerk en haar leer waren leidend in de opvoeding van de zeven kinderen Vis van wie Jurjen de jongste was. Er werd niet veel geknuffeld in het gezin, maar een uitzondering werd gemaakt voor Jurjen. Voor zijn ouders, broers en zussen was de laatstgeborene een ­cadeautje. Vertederd stonden ze om het wiegje met gele gordijnen te kijken naar de baby die druk sabbelde aan de wantjes die hem beschermden tegen zijn scherpe nageltjes. En dan was dit jongetje ook nog eens geboren op de sterfdag van paus Pius de twaalfde, van wie zijn ouders zeker wisten dat die heilig verklaard zou worden.

Pianospelen en beeldhouwen

De jongste groeide uit tot een extravert kind dat kon zingen, treffende pentekeningen maakte van plekken in Alkmaar, piano speelde en ook nog kon beeldhouwen, net als zijn moeder.

Een zekere eigenzinnigheid zat er al jong in. Naarmate hij ouder werd en kritischer werd over de leer en dogma’s van de kerk en ook de waarde inzag van andere waarheden, botste het vaker met zijn autoritaire vader. Niet met zijn moeder, zij bleven elkaar vinden op het artistieke vlak.

Als tiener werd hij minder streng opgevoed dan zijn oudere broers en zussen. Hij kon thuis lekker zijn eigen gang gaan, smokkelde soms zelfs vriendinnen mee naar zijn zolderkamer, zijn ouders hadden niets door.

Jurjen leed er wel onder dat hij door zijn vader niet werd erkend zoals hij was, iemand met een eigen mening en levenshouding. De heren van de Alkmaarse vereniging waren niet de enige oudere mensen bij wie hij zich aansloot, zijn hele leven onderhield hij vriendschappen met mensen ouder dan hij die hem konden gidsen op bepaalde gebieden van het leven.

Jurjen Vis op weg naar de kleuterschool, met de afgedragen sandaaltjes van een van zijn oudere zussen.

Roomse opvoeding

Al was hij dan kritisch tegenover de leerstellingen, tegelijkertijd koesterde hij de schatten van zijn roomse opvoeding. Met het gezin op de fiets naar de St. Adelbertabdij in Egmond of naar het bedevaartsoord Onze lieve Vrouw ter Nood in Heiloo, de vele feestdagen en de rijke rituelen. Zijn hele leven lang zou de Egmondse abdij zijn tweede thuis blijven, de abt en monniken een soort van familieleden. Ook als hij op reis ging, bezocht hij altijd kerken. Zo’n bezoek duurde reisgenoten soms te lang, dan gingen ze even een ommetje maken. Wanneer ze terugkwamen vonden ze de normaal zo bewegelijke Jurjen roerloos op dezelfde plek als waar ze hem achterlieten, gefascineerd kijkend naar een schilderij, beeld of eeuwenoude plavuizen. Als historicus verbond hij de geschiedenis met zijn eigen verleden. Veel van de historische boeken die hij schreef gaan over plekken die hij zelf kende, zoals de Abdij van Egmond en zijn geboorteplaats Alkmaar.

Een paar jaar na zijn afstuderen werd lymfeklierkanker bij hem geconstateerd. Het genezen van deze ernstige ziekte waaraan hij had kunnen doodgaan, gaf hem een soort dankbaarheid voor deze tweede kans die altijd bij hem zou blijven.

Als vader van zoon Pieter en dochter Ida, nu beiden twintigers, was hij toegewijd, trots en non-conformistisch. Zo bestelde hij tijdens een mannenuitje met zijn toen zevenjarige zoon alcoholvrij bier voor allebei. De ober weigerde dit aan een zevenjarige te schenken, waarop Jurjen om twee nul procent biertjes voor zichzelf vroeg en het vervolgens onder verblufte blik van de ober naar zijn zoon schoof. Ook al stormde het tijdens het kamperen in de tent, paps vertelde mooie verhalen en maakte grappen. De kinderen hadden een vader die tijdens een treinreis altijd een praatje aanknoopte met onbekenden in de coupé en aan die vreemdelingen vaak weer bijzondere vrienden overhield.

Geen stoffige studeerkamergeleerde

Op een krappe arbeidsmarkt voor historici wist hij als zzp’er zijn eigen werk te creëren; dat deed hij vooral door boeken te schrijven. Urenlang bracht hij door in meterslange archieven om de onderste steen boven te krijgen. Het leidde tot een lijvig oeuvre over ­onder meer de historie van Alkmaar, de abdij in Egmond en over armen, zieken, wezen en ­ouderenzorg in verschillende steden. Maar een stoffige studeerkamergeleerde was hij niet. Eerder een bon vivant, met strooien hoed of baret, twinkelende ogen achter brillenglazen, een brede lach, druk gebarend met lange armen, genietend van een goed glas wijn. Ook niet te beroerd om in een restaurant drie keer nieuwe wijn te bestellen wanneer het gebrachte niet beviel. Of om te vragen of de ober andere muziek wilde opzetten en anders de muziek maar uit te zetten.

Als twaalfjarige, boetserend aan een monnik.

Muziek was ook een diepe passie. Naast zijn studie geschiedenis had hij een paar jaar schoolmuziek gestudeerd aan het conservatorium. Jurjen was zelf tenor, speelde piano, was oprichter en dirigent van het koor Capella Nova, organiseerde huisconcerten bij hem thuis in Amsterdam, schreef muziekrecensies, publiceerde biografieën over onder meer de componisten Leo Smit en Jacques Beers en promoveerde in 2007 aan de Universiteit Utrecht met een proefschrift over de componist Julius Röntgen.

Aan de eigenzinnigheid die Jurjen zo kleurrijk en origineel maakte zat ook een keerzijde. Hij had zulke sterke opvattingen dat je van goeden huize moest komen om hem te overtuigen van een ander standpunt. Ook kon hij weerbarstig zijn en nam hij geen blad voor de mond. Dat veroorzaakte soms botsingen. Maar achter zijn directe, soms drieste optreden schemerde zoveel enthousiasme, nieuwsgierigheid en verlangen naar echt contact dat mensen hem vergaven en voor hem vielen.

Een soulmate

In de laatste jaren van zijn leven kwam alles bij elkaar. Na zijn scheiding vijf jaar geleden had hij een nieuwe liefde en soulmate gevonden met wie hij de passie voor geschiedenis, muziek en schrijven deelde. Hij had daarnaast een omvangrijk onderzoek afgerond: ‘Diaconie. Vijf eeuwen armenzorg in Den Haag’ waarvoor hij vorig jaar de Die Haghe Prijs kreeg voor het beste historische boek over Den Haag. Vrienden en familieleden zagen hem voor het eerst zonder woorden toen hij hoorde over deze erkenning.

In zijn zomerhuisje aan de Noord-Hollandse kust werkte hij aan een groot historisch project over de religiegeschiedenis van Noord-Kennemerland van nul tot nu. In zijn boek hierover zou hij verkennen hoe de religie van de vóór-christelijke tijd het leven van mensen nu bepaalt en hoe er altijd zowel liefde als ­geweld is geweest. Wanneer hij er niet aan het schrijven was, zwierf hij door de duinen. Het huishouden in het zomerhuisje kwam ­op de laatste plaats. ‘Het huis is van de muizen en ik ben er te gast’, zei hij blij­moedig.

Ook dook hij in zijn eigen verleden door in een galerietje in zijn straat een expositie in te richten met beeldhouwwerken van zijn moeder, veelal vrouwelijke naakten.

Jurjen Vis eerder dit jaar in het Duitse Koblenz.

Hij was gelukkig, al baarde zijn gezondheid hem wel zorgen. Vanwege hartproblemen zou hij dit jaar een ingrijpende operatie moeten ondergaan. Anderen wilde hij daar niet mee lastig vallen, maar soms was hij wat stiller dan normaal. ‘Ik word niet oud’, had hij weleens gezegd tegen dierbaren. Misschien had hij dat idee omdat zijn vader onverwacht op zijn zeventigste was overleden aan een hartstilstand of het was omdat hij als jongeman aan zijn ziekte een besef van sterfelijkheid had overgehouden. Hoe het ook zij, hij leefde daar niet naar, maar zat als altijd vol enthousiasme en plannen. ‘Morgen ga ik knallen’, schreef hij kort voor zijn overlijden in een appje aan zijn geliefde, verwijzend naar zijn werk.

Georgius Norbertus Maria (Jurjen) Vis werd geboren op 9 oktober 1958 in Alkmaar en overleed op 19 juli 2019 in Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden