Een Jezidi-familie in een vluchtelingenkamp in Irak, vier jaar nadat zij slachtoffer werden van ISIS. De vrouw links kan sindsdien niet meer praten.

VoorpublicatieIrak

Je kunt als verslaggever niet immuun blijven voor het geweld

Een Jezidi-familie in een vluchtelingenkamp in Irak, vier jaar nadat zij slachtoffer werden van ISIS. De vrouw links kan sindsdien niet meer praten. Beeld Eddy van Wessel

Na tien jaar wonen en werken in Irak neemt correspondent Judit Neurink afscheid van Irak. Ze verhuisde naar Athene, moe van het land dat een gewelddadige vriend werd.

“Binnenkort ga ik naar Engeland”, kondigt de jonge ober aan in het Koerdische restaurant in Athene. Hij heeft naar Iraakse gewoonte eerst de flesjes mineraalwater gebracht – ook al is het Griekse kraanwater uitstekend – en toen de volle borden met geurend lamsvlees, saus en rijst. Als ik hem in het Koerdisch bedank voor de maaltijd, die me even terugvoert naar zijn land, vertelt hij dat hij uit Sulaymaniya komt, de stad die vijf jaar lang ook mijn woonplaats was.

Zoals veel Iraakse asielzoekers is hij in Griekenland gestrand, na een gevaarlijke overtocht in een gammel bootje vanuit Turkije. Maar hier wil hij niet eindigen, dus gaat hij binnenkort weer op weg met een andere smokkelaar. Veel van de jonge Koerden die ik in Iraaks-Koerdistan sprak, droomden van Duitsland, Nederland of Engeland. Op zoek naar sociale vrijheid, seks en rijkdom. “Ik verdien maar vijftien euro per dag”, klaagt hij. Dat is waar veel Grieken het sinds de recessie ook mee moeten doen. In Sulaymaniya verdiende hij meer, zegt hij. Ik zeg het niet hardop, maar denk het wel: ga dan alsjeblieft terug, want daar hebben ze werkende jongeren zoals jij hard nodig.

Na tien jaar wonen in Irak, het opzetten van een mediacentrum en berichten over wederopbouw en oorlog, heb ik me teruggetrokken in de Griekse hoofdstad. Ik was moe en had de hoop verloren dat het in Irak ooit nog goed zou komen. De islamitische terreurgroep ISIS was verslagen, maar ik kon het volgende conflict alweer voorspellen. Ook de dood van haar leider Abu Bakr al-Baghdadi zal geen verandering brengen. Mijn Iraakse jaren hebben me geleerd dat in dit land geweldsspiralen elkaar opvolgen: na ieder conflict zijn de zaden voor het volgende alweer geplant. ISIS speelt daarbij een belangrijke rol.

Het geweld in Irak leidt tot zoveel menselijk leed dat je er als waarnemer en verslaggever niet immuun voor kunt blijven. Om de verhalen door te kunnen geven moet ik de emoties voor mijn lezer vertalen. Vooral het lot van de Jezidi’s heeft me geraakt, zozeer zelfs dat ik een tijdlang slechts met moeite kon werken. Professionele hulp voorkwam dat ik totaal instortte, maar ik besefte daardoor wel dat ik weg moest uit Irak. Temeer omdat ik na het einde van de oorlog tegen ISIS steeds meer moeite had om financieel rond te komen.

Het is een ontwikkeling die veel buitenlandse correspondenten treft. We lopen risico’s en raken opgebrand, maar onze honoraria gaan niet omhoog. Onze verhalen zijn letterlijk steeds minder waard. Ik moet leuren met mijn artikelen om ze geplaatst te krijgen. Ik raakte een column in een tijdschrift kwijt, omdat die niet in een nieuw concept zou passen. Mijn belangrijkste opdrachtgever besloot mijn bureauvergoeding te schrappen. Een andere nam mijn stukken opeens niet meer af, nadat er een nieuwe chef buitenland was aangetreden. Een soortgelijke combinatie van factoren bracht een ervaren collega die in Thailand werkte, in zo’n depressie dat hij voor een trein sprong.

Die enorme druk vormt ook de achtergrond van een droom die zich in mijn geheugen heeft gegrift, waarin ik in een vergadering naast de Koerdische premier zat. Toen ik me kritisch toonde, legde hij een hand over de mijne. Een beschermend gebaar, terwijl hij benadrukte hoe waardevol hij mijn kritiek vond. In de droom vroeg de premier vervolgens om met hem mee te rijden. Ik moest vertrekken, zei hij in de auto, want hij kon mijn veiligheid niet meer garanderen. Ik vroeg hem: maar u hebt toch de macht? Hij schudde zijn hoofd: ik heb niet iedereen onder controle.

Onderbewuste angst

Nee, zo goed ken ik de premier (die inmiddels president is) niet, al heb ik hem meermaals kort gesproken en hem een van mijn in het Koerdisch vertaalde boeken overhandigd. Een gelegenheid waarbij hij waardering voor mijn werk uitsprak. De droom tekent de onderbewuste angst waarmee je altijd leeft, als je werkt in een land als Irak. Onafhankelijk functioneren betekent voortdurend meerdere ballen in de lucht houden en relaties onderhouden met mensen met wie je dat soms helemaal niet wilt. Artikelen en boeken worden niet altijd in dank afgenomen. Ik heb er kennissen en zelfs vrienden door verloren. Ik was een tijdlang niet welkom bij de Iraakse ambassade in Den Haag. En ik ben vertrouwelijk gewaarschuwd dat ik me gedeisd moest houden.

In 2003 bezocht ik Irak voor het eerst. Dictator Saddam Hoessein was net verjaagd. Het land zoemde van de beloften. Alles zou beter worden, nu het wrede regime weg was. Het begon met de satellietschotel, die de Irakezen eindelijk de wereld buiten Irak onthulde die Saddam hun had onthouden. Daarmee kwam het besef dat het elders beter was en de belofte dat dit ook voor Irak mogelijk was.

Waar die beloften echter mee moesten concurreren, besefte ik toen ik in Bagdad het indrukwekkende huis bezocht van een rijke zakenman. Het was beschadigd door een Amerikaanse bom die vlakbij was ingeslagen. De zakenman was boos op de Amerikanen die zijn land kwamen bezetten. Hij maakte zich bijna net zoveel zorgen over het herstellen van zijn paleisje als over zijn financiële vooruitzichten, omdat Saddams systeem – waarin hij rijk was geworden – als gevolg van de invasie ineenstortte.

Weg van de haat van de buren

Ik herinner me de verhuiswagen vol goedkoop meubilair in een andere wijk. Het gezin van de man die voor Saddams gehate geheime dienst werkte, maakte zich uit de voeten naar Jordanië. Weg van de haat van de buren en de nieuwe machthebbers, die slachtoffer waren geweest van de dienst waarvoor hij trouw zijn opdrachten had uitgevoerd. Een paar maanden later volgde het ontslag van het leger en de ambtenaren die banden hadden met Saddams Baathpartij. Toen vielen de zaden helemaal in vruchtbare aarde. Met hun gevoelens van slachtofferschap, frustratie en discriminatie waren veel Irakezen een makkelijke prooi voor het gewelddadige verzet tegen de Amerikaanse bezetter.

Verlies, haat, angst, frustratie. In combinatie met de afwezigheid van de sterke arm van de dictator waren dat de elementen die in 2003 de eerste geweldsspiraal teweegbrachten. Het was lang niet de laatste. De ingrediënten voor een volgend conflict liggen in Irak voor het oprapen. Al was het maar, omdat veel mensen dierbaren, hun huis en hun inkomen hebben verloren.

Jezidi-kinderen spelen aan de rand van het kamp.Beeld Eddy van Wessel

Zo gingen slechts twee jaar nadat in Irak ISIS was verslagen, de jongeren massaal de straat op om met hun Tuk-tukrevolutie ingrijpende veranderingen af te dwingen. Het harde optreden van politie en milities en de honderden doden voedden slechts hun vastberadenheid en dus nieuw geweld.

Zoals een Koerdische collega het eens tegen me zei: in het Midden-Oosten bestaat het leven uit angst voor oorlog, lijden tijdens die oorlog, vluchten voor de oorlog, herstellen van de oorlog en bidden dat er geen nieuwe oorlog komt. Een vermoeiende cyclus. En dat generaties lang.

Na tien jaar wonen in Irak, en vijftien jaar erover schrijven, wilde ik niet meer. Het land waarmee ik een haat-liefdeverhouding had ontwikkeld, maakte me kapot. Na de aanvankelijke opbouwjaren had ik te veel verschrikkelijks gehoord en gezien, van te dichtbij. Het glimmende zonlicht waaraan ik verslaafd was geraakt, verloor de strijd met de depressies. Ik moest weg.

Onverschilligheid en somberte

Als dit voor mij als buitenstaander gold, hoe is het dan voor mensen die Irak hun land noemen, of Koerdistan hun regio? Is er angst, of juist hoop? Zie je rechte ruggen of juist verslagenheid? Mijn stemming wordt ook beïnvloed door de mensen om me heen, die zich vastklampen aan ieder beetje hoop. Iedere keer dat dit verdwijnt, lijken ze dieper weg te zakken in onverschilligheid, somberte of wanhoop.

Een graadmeter is het verlangen van jonge mensen om te vertrekken, en dat van ouders om hun kinderen een veelbelovender toekomst in het buitenland te bezorgen. De bereidheid om daar duizenden dollars aan uit te geven, die in eigen land heel goed besteed hadden kunnen worden om de zoon – want het zijn ontegenzeggelijk vooral de jonge mannen die vertrekken – aan een goed leven te helpen. Een goede opleiding, een zakelijke investering, wat dan ook. Toch kiezen veel Irakezen ervoor te vertrekken. Er zijn tijden dat ik geen gesprek kan aangaan zonder dat ik om hulp daarbij word gevraagd.

Zij die in Europa niet zijn geslaagd, lopen er niet mee te koop, of hun verhaal wordt niet geloofd. Velen doen meerdere pogingen, verliezen jaren van hun leven en worden telkens teruggestuurd. Volgens de Europese asielprocedures zijn grote delen van Irak veilig, zeker nu ISIS verslagen is verklaard.

Net als ik maken Irakezen zich zorgen over de toekomst van hun land. Velen zijn ervan overtuigd dat de cycli van geweld zich niet laten doorbreken, maar meestal hebben ze geen andere keus dan toe te kijken. Het Iraakse paspoort, zo vaak betiteld als het slechtste ter wereld, laat hen maar naar een paar landen reizen. Visa zijn steeds moeilijker te bemachtigen. En tegelijkertijd grijpen in eigen land politieke partijen steeds vaker naar nationalisme om hen ervan te overtuigen dat ze in hun eigen land thuishoren.

Voor mij waren er alleen jaarlijks te verlengen Koerdische verblijfsvergunningen, en na tien keer besloot ik geen nieuwe meer aan te vragen. Ik neem afscheid van Irak, na ruim vijftien intensieve jaren sinds ik er na Saddams val kennis mee maakte. Het voelt als een afscheid van een dierbare vriend. Een gewelddadige vriend ook, met wie ik niet meer kan leven, maar wel een vriend die ik voortdurend zal missen.

Dit is een bewerkt fragment uit Geweld is nooit ver weg. Tien jaar berichten uit Irak van Judit Neurink. Verschijnt 28 februari. Uitgeverij Jurgen Maas.

Lees ook:

In Hawija heersen haat en woede jegens Nederland

Burgerslachtoffers in Hawija stellen de Nederlandse staat verantwoordelijk voor het inferno dat volgde op het bombardement van een explosievenfabriek van IS. Ze zitten klem: eerst werden ze onderdrukt door IS, nu verwijt de regering ze dat ze de radicale groep destijds met open armen ontvingen.

Slachtoffers Nederlandse bom op Hawija melden zich massaal voor schadevergoeding

Een Nederlandse luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek van IS in Irak vernietigde ook een woonwijk. Advocaat Zegveld werkt namens de slachtoffers aan een rechtszaak tegen de staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden