Jaroslaw Kaczynski.

Polen

Jaroslaw Kaczynski, de anti-liberaal die zijn eigen Polen bouwde

Jaroslaw Kaczynski.Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press

Jaroslaw Kaczynski keerde deze week terug in de Poolse politiek. Hij werd beëdigd als vicepremier. Ze hoeven je niet aardig te vinden, als ze je maar vrezen, is zijn motto. En hij kwam zijn beloftes na.

Nog nooit was een Poolse politicus zo gehaat én zo geliefd als Jaroslaw Kaczynski. Zijn aanhang scandeert het op rijm: ‘Jaroslaw Polske zbaw’ – Jaroslaw verlos ­Polen. Voor zijn ­tegenstanders is ‘Kaczor’ – de eend – een dictator die Polen vergiftigt en ruïneert met zijn mengsel van nationalisme en ­socialisme.

Polen gold als het schoolvoorbeeld van democratisering en modernisering, toen het land in 2015 de parlementaire meerderheid in handen legde van een bejaarde man voor wie de klok stil lijkt te staan sinds 1989. Hij leeft met zijn katten in een oud huis, spreekt geen woord over de grens, kan geen computer bedienen, heeft geen rijbewijs, geen gezin en tot een paar jaar geleden zelfs geen bankrekening. Deze week keert Jaroslaw Kaczynski zichtbaar terug in de Poolse politiek. Hij werd gisteren beëdigd als vicepremier om zo de partij bij elkaar te houden.

Anti-liberalisme

Hoe kan deze wereldvreemde figuur alle macht naar zich toetrekken? Het simpelste antwoord luidt: omdat de tijd rijp was.

De markt voor irrationele, populistische, nationalistische politiek groeide, ook in ­Polen. Of misschien is het beter te zeggen: juist in Polen. Polen was het toonbeeld van succesvolle liberale hervormingen, de tegenreactie was hier des te feller. Kaczyński voelde dit sentiment aan en maakte van ­anti-liberalisme zijn politieke handelsmerk.

Polen ontmantelde als eerste Oostblokland de communistische dictatuur en ­waagde zich aan een ‘shocktherapie’: de centraal geleide planeconomie veranderde van de ene dag op de andere in Wild West-kapitalisme.

Ook maatschappelijk was de val van het IJzeren Gordijn een schok. Voor 1989 was de samenleving een toonbeeld van kleinburgerlijkheid. Fysiek werd het leven gedicteerd door de staat, die iedereen werk en ­onderdak bood, en geestelijk door de conservatieve katholieke kerk.

Na 1989 ploegden de verworvenheden van de Westerse seksuele en anti-autoritaire ‘revolutie’ van 1968 het land om. Het aantal huwelijken en geboortes daalde, het aantal echtscheidingen en alleenstaanden steeg. Polen omarmde gretig alles wat uit het ­Westen kwam. Catching up was het motto; de achterstand inhalen.

Voor Kaczynski en zijn tweelingbroer Lech was dit een schamele tijd. Ze hadden een bescheiden rol gespeeld in het anti-communistische verzet, verenigd in de vakbond Solidarnosc. Toen Solidarnosc-leider Lech Walesa in 1990 president van het nieuwe Polen werd, hadden de tweelingbroers zich opgewerkt tot zijn naaste adviseurs. Het draaide uit op een knetterende ruzie tussen Walesa en Jaroslaw Kaczynski. Zoals een historicus het omschreef: “Van de twee alfamannetjes kon er er maar één de baas zijn”.

Kentering

Het Kaczynski-duo sleet de rest van de jaren negentig in de politieke marge. Rond 2000 begon de kentering. Kaczynski begreep dat het bestaande systeem van twee kanten kwetsbaar was. Economisch, omdat de vrije markt verliezers kent, en ideologisch, omdat grote groepen zich ontheemd voelden. Velen wilden geen multi-culti-wereld­burgers worden en verlangden terug naar de geborgen wereld van weleer.

In 2005, een jaar na toetreding tot de EU, brak Kaczynski openlijk met de liberale ­consensus door de verkiezingscampagne te framen met de leuze: ‘Solidair Polen versus liberaal Polen’. Met succes. Broer Lech werd president en tot ontsteltenis van velen vormde zijn partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) een coalitie met twee protest­partijen: volkstribuun Andrzej Lepper was de stem van de economische verliezers, de ultra-katholieke Poolse Gezinsliga sprak namens de ideologisch ontheemden. Jaroslaw Kaczynski omarmde beide groepen.

Dit wankele kabinet viel binnen twee jaar uit elkaar, maar Kaczynski week niet meer af van de ingeslagen koers. PiS ging steeds radicaler tekeer tegen het ‘post-communistische Polen’. Bij regerend centrum-rechts werkte dat op de lachspieren, maar ondertussen sloot deze retoriek naadloos aan bij de onderstroom van verbolgen ­katholieken, dromende nationalisten en economische verliezers. Want die waren er genoeg na de hervormingen van de jaren ­negentig. De werkloosheid bijvoorbeeld liep snel op, mensen die in het verleden werkten bij staatsbedrijven, verloren hun baan.

Buiten het parlement bouwde Kaczynski aan zijn eigen Polen. PiS-politici introduceerden spaarkassa’s, een soort coöperatieve banken waar Polen hun geld naar toe brachten, buiten de controle van de financiële toezichthouder. Jaren later bleek het een ­financiële piramide te zijn, die Poolse spaarders ruim een miljard euro kostte. Kaczynski had toen de macht al ­veroverd; justitieel onderzoek werd de nek omgedraaid.

De spaarkassa’s financierden ­conservatieve organisaties en vooral ‘identitaire’ media, die naar Amerikaans voorbeeld hun luisteraars, ­lezers en kijkers elke dag bevestigen in hun eigen katholiek-nationale ­gelijk. Deze ‘anti-mainstream’-­organisaties vormden samen met de stille steun van de katholieke clerus de basis onder Kaczynski’s succes.

Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press

Martelaar

De kloof in de samenleving werd nog groter, toen onverwachts op 10 april 2010 een regeringsvliegtuig verongelukte in het Russische Smolensk, met aan boord Kaczynski’s tweelingbroer. Onderzoek liet ondubbelzinnig de oorzaken zien: dichte mist en het verontachtzamen van procedures. Kaczynski lanceerde echter een ander verhaal: zijn broer, de president, had het Kremlin getrotseerd en was daarom vermoord door Poetin en diens liberale handlangers in Polen zelf. De ‘moord’ op zijn tweelingbroer maakt Kaczynski voor zijn achterban tot martelaar. Zijn tegenstanders beschuldigen hem ervan de dood van zijn broer ­cynisch voor politiek gewin aan te wenden.

Voor zijn aanhang is Kaczynski een politiek genie. Zijn tegenstanders doen zijn succes af als dom geluk, maar niemand kan ontkennen dat hij consequent, twintig jaar lang, heeft gewerkt aan zijn comeback. Tijdens de verkiezingscampagnes van 2015 nam hij de middenpartijen van twee kanten in de tang.

Kaczynski’s eerste belofte om elk gezin kinderbijslag te geven en gepensioneerden extra pensioen, werd door experts afgedaan als budgetair onhaalbaar. Een groot deel van de ­samenleving, moegestreden na een kwart eeuw bikkelhard kapitalisme, klonk het als muziek in de oren. Kaczynski’s tweede belofte, om van Polen weer een patriottisch, katholiek land te maken, werd in liberale kringen afgedaan als archaïsch, maar die was precies wat vooral de oudere generatie wilde horen.

De echte schok kwam na de ­verkiezingen: Kaczynski kwam zijn beloftes na. In een land waar politici als leugenaars worden gezien, leverde dit hem veel geloofwaardigheid op. ­Kaczynski laat zich niets vertellen door economen en vergroot de staatsschuld. Kaczynski laat zich niets gelegen liggen aan politieke correctheid en trekt conservatief-nationalistische organisaties en de katholieke kerk voor bij het verdelen van publiek geld.

Hoe harder zijn tegenstanders roepen “Ja, maar dat kan toch niet?”, hoe groter zijn geloofwaardigheid, want Kaczynski laat zien dat het wél kan. Zijn partij verdeelt elke baan binnen de overheid, tot chauffeurs en conciërges aan toe, gebruikt de publieke omroep als propaganda-­instituut, kleineert homo’s en transgenders, maakt kritische NGO’s en journalisten het leven zuur en plaatst rechters onder politieke curatele. En dat alles bewust en ongegeneerd. Door alle regels van een liberale rechtsstaat aan zijn laars te lappen, creëert Kaczynski het beeld van een leider voor wie het onmogelijke mogelijk is.

En van een leider die je moet vrezen. Kaczynski is het tegendeel van zijn voorganger Donald Tusk. De ­liberale premier, die voorzitter werd van de Europese Raad, moest het hebben van zijn charme en aantrekkingskracht. Kaczynski hanteert het omgekeerde principe: ze hoeven je niet aardig te vinden, als ze je maar vrezen.

Een beetje superieur

Zo leidt hij de partij, bij voorkeur van achter de schermen. Wie loyaal is, kan op gunsten rekenen. Wie ­tegen zijn wil ingaat, is verzekerd van zijn wraak. Volgens hetzelfde principe vernedert hij de oppositie. Het parlement vergadert pas als ­Kaczynski is uitgeslapen – hij is geen ochtendmens.

Oppositieleden worden gestraft met boetes, hun microfoon wordt uitgezet, hun spreektijd ingeperkt. Als Kaczynski zelf het spreekgestoelte bestijgt, doet hij dat expliciet ‘buiten het reglement om’. Hij scheldt de oppositie uit. Straffeloos, want zijn partij deelt de lakens uit.

Het is steeds dezelfde logica: door te breken met het fatsoen van de ­liberale democratie, ontmasker je die als krachteloos. Ook binnen Europa. Kaczynski herhaalt dat Polen niet langer op de knieën ligt voor Brussel en Berlijn. Dat klinkt pompeus, maar het raakt een gevoelige snaar in een land dat een kwart eeuw lang zich de wet moest laten voorschrijven om in aanmerking te komen voor kredieten, voor het lidmaatschap van de EU en dat van de Navo. 

Kaczynski lapt Europese regels aan zijn laars en draait de symbolische orde om. Niet wij Polen moeten ons aanpassen aan het Westen, het Westen moet een voorbeeld nemen aan ons. Wij hebben het ware, eeuwenoude, christelijke Europa bewaard, terwijl West-Europa zichzelf kastijdt met schuldgevoelens en kapituleert voor moslim-immigranten. In plaats van zich minderwaardig te voelen ten opzichte van het rijke Westen, mag Jan Kowalski – de Poolse Jan-met-de-pet – zich trots voelen, ja zelfs een beetje superieur. Dat valt bij velen in de smaak.

Gezin, kerk en vaderland

Verguisd en opgehemeld heeft Kaczynski Polen bewust in twee kampen verdeeld. Zijn tegenstanders maakt hij uit voor ‘lompenintellectuelen’, ‘tweede-categorie-mensen’, ‘de verborgen Duitse optie’, ‘post-communisten’, ‘oikofoben’, ‘vijanden van de kerk’, ‘liberale ­elites’, ‘links tuig’.

Afschuw en verontwaardiging binnen en buiten Polen veranderen niks aan het feit dat deze strategie werkt. Het afgelopen jaar heeft ­Kaczynski de verkiezingen voor het parlement, voor de president en die voor Europa in zijn voordeel beslecht. Hij heeft de linkse en liberale oppositie nog steeds in de tang. De linkse agenda is overgenomen door zoveel mogelijk geld uit te ­geven voor sociale voorzieningen. Liberaal rechts zit ook klem; het heeft geen verhaal dat qua nestwarmte kan ­tippen aan Kaczynski’s drie-eenheid: gezin, kerk en vaderland.

Lees ook: 

Uit nood wordt Jaroslaw Kaczynski de Poolse vicepremier

 In Warschau woedt in de wandelgangen van het parlement een machtsstrijd binnen de regering. Daarom grijpt Jaroslaw Kaczynski nu in. De PiS-partijbaas wordt vicepremier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden