Inge de Bruijn: ‘Ik ben eigenlijk nog steeds een simpel meisje uit Barendrecht dat toevallig hard kan zwemmen.’

InterviewInge de Bruijn

Inge de Bruijn: Er komt nooit meer iets waar ik zoveel passie voor voel als zwemmen

Inge de Bruijn: ‘Ik ben eigenlijk nog steeds een simpel meisje uit Barendrecht dat toevallig hard kan zwemmen.’Beeld Maartje Geels

Toen ze stopte met zwemmen keek ze erg uit naar het ‘normale leven’. Maar Inge de Bruijn is er wel achter gekomen dat de wereld heel hard kan zijn. ‘De bobo’s liepen na de successen de polonaise met me: ‘onze Ing’. Toen ik stopte, was het stil.’

Het is donderdagmiddag en lunchtijd. Inge de Bruijn bestelt een salade met een verse jus d’orange. “Doordeweeks eet ik altijd gezond”, zegt ze, “maar in het weekend wil ik een vette hap.” Ze lacht. De toon lijkt gezet. De voormalige zwemkampioen heeft naar eigen zeggen het hart op de tong. Maar wie goed luistert, ontdekt dat ze bij sommige onderwerpen wel degelijk naar de juiste woorden zoekt.

Deze zomer zullen weer tientallen Nederlandse sporters op jacht gaan naar olympisch succes. Jarenlang hebben zij alles opzijgezet voor dat ene, ultieme doel. Maar als dat bereikt wordt, wat dan? De Bruijn (47) is nog altijd de succesvolste Nederlandse sporter op de Zomerspelen, met acht medailles waarvan vier gouden. Het leven daarna bleek een ontdekkingsreis zonder spoorboekje. Een groot contrast met het schematische en uitgestippelde bestaan dat een topsporter leidt.

Grensverleggende zwemster

Inge de Bruijn (1973, Barendrecht) verbaasde tijdens haar hoogtijdagen de wereld met het ene na het andere wereldrecord. Ze verlegde letterlijk grenzen - een uitzonderlijke prestatie in zo’n mondiale sport. Op de Olympische Spelen van Sydney in 2000 was ze met drie gouden medailles de koningin van het zwembad. Madame Butterfly, zoals een van haar bijnamen luidde, won vier jaar later in Athene nog een gouden plak.

Na haar sportcarrière is ze regelmatig te zien in tv-programma’s, als deelneemster en presentatrice. Ook geeft ze zwemclinics en lezingen voor bedrijven. In 2008 kende NOC-NSF haar de Fanny Blankers-Koen Trofee toe voor haar buitengewone verdiensten voor de Nederlandse sport.

Vooral het in de belangstelling staan, was wennen. Opeens kon ze niet meer anoniem over straat. Plotseling wilden wildvreemden met haar op de foto. Dat verbaasde haar. “Daar word je niet in getraind of op voorbereid. Ik ben eigenlijk nog steeds een simpel meisje uit Barendrecht dat toevallig hard kon zwemmen.”

Roddelblad

De Bruijn denkt dat een actrice of zangeres zich er meer van bewust is dat bekendheid erbij hoort. “Ik weet nog dat ik bij een benzinepomp stond en mezelf voor het eerst op de voorpagina zag staan van een roddelblad. Ik had geen idee dat sporters ook voer waren voor dat soort tijdschriften.”

Ze benadrukt dat ze niet wil klagen. Absoluut niet. Daar houdt ze niet van. Bovendien heeft de roem ook vele deuren voor haar geopend en nieuwe ervaringen mogelijk gemaakt. Maar het is wel een nieuwe werkelijkheid. “Ineens wordt alles onder de loep genomen. Wat je draagt, hoe je praat, alles. Natuurlijk heb ik vooral gevoeld hoe blij ik mensen heb gemaakt met mijn prestaties. Maar er wordt door een select groepje geoordeeld en veroordeeld. Voor hen doe je het nooit goed genoeg. Dat was echt wennen. Als zwemmer zat ik in een veilige bubbel. Half vijf opstaan, naar het zwembad, acht uur trainen, eten en dan om negen uur, na Sesamstraat bij wijze van spreken, naar bed. Dat was jarenlang mijn leven. Dan heb je niet te maken met interactie met andere mensen.”

Na het stoppen keek ze erg uit naar het ‘normale leven’, maar ze is er wel achter gekomen dat de wereld heel hard kan zijn. Gelukkig is ze er steeds beter in geworden om de meningen van buitenstaanders van zich af te laten glijden. “Die bekendheid heeft positieve en negatieve kanten. Als je me vraagt wat voor mij het zwaarst weegt, neig ik toch naar het positieve. Omdat ik het geweldig vind dat ik mensen kan inspireren.”

Kwetsbare kinderen

Bijvoorbeeld als ambassadeur. Sinds deze maand is De Bruijn verbonden aan de stichting Het Vergeten Kind. Waar menig BN’er om ondoorgrondelijke redenen uithangbord wordt van een goed doel, voelt De Bruijn zich echt persoonlijk verbonden met het onderwerp. Zij was acht toen ze samen met haar moeder, twee zussen en broertje naar een blijf-van-mijn-lijfhuis vluchtte. “Bij ons thuis was sprake van huiselijk geweld. Gelukkig koos mijn moeder voor het geluk van haar kinderen en haarzelf. Ik wil nu op mijn beurt jongeren bij wie het thuis niet veilig en fijn is, laten voelen dat ze geliefd zijn.”

Daarom verzorgde ze de aftrap van de zogeheten Heppie Tour van de stichting, die langs pretparken en dierentuinen voert. De Bruijn ging een dagje mee naar Avonturenpark Hellendoorn, om kwetsbare kinderen daar een zorgeloze dag te geven. Uit eigen ervaring weet ze hoe belangrijk zo’n moment kan zijn. “Mijn moeder moest van de bijstand rondkomen met vier kinderen. Wij konden nooit op vakantie. Daar was geen geld voor. Ik ben nooit vergeten dat we een keer gratis naar Ponypark Slagharen mochten. Zo kan één dag echt verschil maken, vanwege een blijvende blije herinnering.”

Confronterend vindt ze het niet, dit ambassadeurschap. “Ik heb wat er is gebeurd echt een plek gegeven. Dat is het verleden. Bovendien is het bij mij een successtory geworden met het zwemmen. Dat geeft de kinderen van nu misschien hoop: durf te blijven dromen. Het hoeft niet altijd negatief te blijven.”

'Je kan heel lang teren op je talent, maar uiteindelijk leer je van complimenten niks.' Beeld Maartje Geels
'Je kan heel lang teren op je talent, maar uiteindelijk leer je van complimenten niks.'Beeld Maartje Geels

De Bruijn denkt dat het streberige in haar misschien te maken heeft met die positie waarin ze als kind zat. Volgens haar zijn er veel topsporters die in hun jeugd iets heftigs hebben meegemaakt. “Dat kan positief uitpakken, omdat je erdoor leert vechten.”

En vechten moest ze, ook tijdens haar zwemcarrière. Nu Tokio nadert denkt ze nog vaker dan anders terug aan toen. De Olympische Spelen zijn zo indrukwekkend om mee te maken. De Bruijn debuteerde op achttienjarige leeftijd in Barcelona (1992). “Ik was al moe voor ik het zwembad in dook.” Het ene moment zag ze de toenmalige koning van Spanje Juan Carlos in het atletendorp lopen, het volgende spotte ze de Jamaicaanse topatlete Merlene Ottey. Ze bleef foto’s maken. En die keer dat ze in de eetzaal naast tennisser Boris Becker zat, kreeg ze geen hap door haar keel. “Al die indrukken, de grootsheid van het evenement, daar moet je tegen bestand zijn.”

Acht jaar later in Sydney wist ze dat het anders moest. Ze lag voornamelijk op haar bed te rusten. De toerist uithangen? Nee. “Alles wat ik in Barcelona verkeerd deed, liet ik daar achterwege. Ik was alleen maar gefocust op mijn races.” Drie keer goud won ze. Nog altijd wordt ze emotioneel bij het zien van de beelden, met name van de 100 meter vlinderslag – haar eerste triomf en haar favoriete slag. “Dat was de race van mijn leven. Zo’n uniek moment dat alles perfect gaat, dat alles op z’n plek valt. Een magisch gevoel.”

Het is me niet komen aanwaaien

Toen ze daar op het podium stond, flitste er van alles door haar heen. Haar jeugd, de eenzaamheid van de trainingsjaren, alle opofferingen. “Er zijn jaren geweest dat ik bijna elke dag heb gehuild. Het is me niet komen aanwaaien.”

Eén keer drukte ze op de pauzeknop, uitgerekend in een olympisch jaar. Ze was gekwalificeerd voor de Spelen van Atlanta in 1996 maar besloot niet te gaan, vanwege motivatieproblemen. “Dan gaat dus je hoofd eraf in Nederland.” Er was geen begrip. Ze moest haar auto inleveren, sponsors stopten. “Als sporter besta je gewoon even niet meer.”

De Bruijn is er nog steeds van overtuigd dat het de juiste beslissing was. Zij wilde op dat moment doen wat leeftijdsgenoten deden: uitgaan, lol maken. Na een maand al sloeg de verveling toe. Is dit nou wat ik zo heb gemist? “Ik zat met krokodillentranen voor de tv naar de olympische wedstrijden te kijken. Dat was goed. Ik geloof dat je soms hard op je plaat moet gaan om vooruit te komen.”

Via via kwam ze toen in contact met de Amerikaanse succestrainer Paul Bergen – coach B, zoals De Bruijn hem nog altijd noemt. Zijn spartaanse methoden sloegen aan. “Je kan heel lang teren op je talent, maar uiteindelijk leer je van complimenten niks. Kritiek helpt je verder. Daar ben ik in Amerika achter gekomen. Daar hervond ik het plezier en de passie.”

De belangrijkste les die Bergen haar meegaf, was dat ze meer kon dan ze dacht. Niet lang na hun eerste ontmoeting gaf hij haar een kaartje met daarop tijden waar ze toe in staat zou zijn. Ze verklaarde hem voor gek. Vier seconden sneller dan haar persoonlijke records? Het waren de tijden die ze in Sydney zou zwemmen. Ze gunt dat de ‘vergeten kinderen’ van nu ook, iemand die zo in ze gelooft.

De vrijheid om zelf te beslissen

Toen ze haar badpak opborg, had ze niet een duidelijk plan voor ogen wat ze met de rest van haar leven wilde. Echt tijd om na te denken was er ook niet, want de aanbiedingen stapelden zich op. Ze liep modeshows, deed fotoshoots en werkte als BN’er mee aan tal van tv-programma’s. Toch begrijpt ze niet waar haar reputatie vandaan komt dat ze van aandacht houdt. “Ik heb dat altijd gek gevonden. Het is echt niet zo dat ik tegen alles ja heb gezegd. Natuurlijk denk je in het begin bij heel veel: o, dat is leuk. Maar ik heb geleerd om daar selectiever in te worden. Je moet ook begrijpen dat ik alleen het wereldje van het zwemmen kende. Nooit mocht ik een uitstapje maken. Daarom was ik zo nieuwsgierig naar van alles. In Amerika had ik jarenlang één mentor, één regisseur, die alles voor mij bepaalde. Toen ik stopte, had ik opeens de vrijheid om het zelf te beslissen. Daar genoot ik van.”

Tegenwoordig werkt De Bruijn als presentator van het RTL 4-programma Nederland Ontdekt en is ze columnist van De Telegraaf. Ook geeft ze presentaties en lezingen voor bedrijven en verzorgt ze zwemclinics. Af en toe zwemt ze nog voor zichzelf. “Altijd geniet ik als ik het water induik. Dat voelt vertrouwd en vrij.” Ze woont om de hoek bij haar moeder in haar geboorteplaats Barendrecht. “Er komt nooit meer iets waar ik zo gepassioneerd over ben als zwemmen. Dat weet ik. Dan nog kan je het wel zo leuk mogelijk maken.”

Dat gaat eigenlijk best goed. Of ze ook de waardering krijgt die ze verdient, als een van de grootste Nederlandse sporters ooit? Ze omzeilt de vraag door te zeggen dat ze zichzelf gelukkig prijst met alles wat ze heeft mogen meemaken. Vooral het reizen, want daar was tijdens haar jeugd nooit geld voor.

Toch blijft het opmerkelijk dat haar ervaring niet door NOC-NSF of de zwembond wordt benut. “Ik vind het juist fijn om te helpen en zou mijn kennis en ervaring graag willen delen. De bobo’s liepen na de successen de polonaise met me: ‘onze Ing’. Toen ik stopte, was het stil.”

Trouwen is rouwen

Verder is ze gelukkig. Al had ze jaren geleden graag een gezin gesticht. “Ik ben nooit getrouwd en heb geen kinderen. Daarin ben ik niet succesvol geweest, haha. Dat van die man vind ik niet zo erg. Mijn moeder zei altijd: trouwen is rouwen. Maar een kinderwens had ik destijds wel. Ik heb me erbij neergelegd dat het anders is gelopen en geniet nu van mijn zeven neefjes en nichtjes, die ik vaak zie.”

“Succes trekt goede en slechte mensen aan. Ik had daar aanvankelijk niet zo’n goed gevoel voor. Als iemand vriendelijk glimlachte, ging ik er lang van uit dat dat goed bedoeld was. Daarna ben je meer op je hoede.”

“Nog niet zo lang geleden ben ik tweemaal op stilteretraite in Spanje geweest. Daar leer je weer het kleine waarderen en dankbaar te zijn voor wat je hebt. Ik ging terug naar de kleine Inge en daar heb ik ook geleerd om mijn vader te vergeven. Een week lang sluit je alle prikkels buiten en leer je weer helemaal te grounden. Zo verander je als mens voortdurend. Vroeger kon ik een ijskonijn zijn en egoïstisch, juist door de sport. Onlangs zei een familielid dat ik een fijner mens ben geworden, rustiger en meer begaan met anderen. Dat vind ik het mooiste compliment.”

Lees ook:

Hoe ik mijn zwemvrees overwon en zelfs begon te houden van de pleisters op de bodem van het bad

Als kind zat Lisa Huissoon kotsend van angst in de auto op weg naar het zwembad. Nu zwemt ze ’s avonds in de stromende rivier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden