Reportage Wederopbouw

In Raqqa is gebrek aan alles

Meisjes schommelen vlakbij een zwaar beschadigd appartementengebouw in Raqqa. Beeld REUTERS

Elektriciteit is er niet. De wederopbouw gaat langzaam. En IS duikt er alweer op. Raqqa, de voormalige hoofdstad van IS, is nog lang niet in oude staat hersteld. Daar is heel veel geld voor nodig. Maar de nieuwe burgemeester heeft dat geld niet.

Waarom helpt de wereld ons niet? Waarom is er nog steeds nergens elektriciteit? Waarom is ons wel zoveel beloofd? Het zijn de terugkerende geluiden als je inwoners spreekt van het zwaar beschadigde Raqqa.

Maar laten we positief beginnen: er zíjn in ieder geval weer geluiden in Raqqa, anders dan die van vallende bommen. Een deel van de inwoners is terug. Meteen na de val van Raqqa, oktober 2017, trof je een stad zonder bewoners. Lijken van IS strijders lagen overal. Het puin van de oorlog blokkeerde wegen. Maar nu zijn er weer winkels open. Kippenrestaurants. De groenteboer. Een sportzaak. En het puin is van de straten geduwd.

Toch word je in Raqqa vooral getroffen door het feit dat er nog steeds veel inwoners ontbreken. Hun levens hadden zich moeten afspelen in al die in elkaar geklapte en aan flarden geschoten appartementengebouwen en huizen. Het lijkt wel of er door Raqqa een paar dronken reuzen zijn gelopen die zich, al struikelend, vastgrepen aan gebouwen, om die vervolgens omver te trekken.

De wegen in de stad zijn ook op veel plekken slecht. Dat zorgt voor klandizie bij fietsenmaker Osama. Op de stoep voor zijn winkel heeft hij een fiets op zijn kop gezet en sleutelt eraan. “Veel auto’s hier gaan stuk en dan hebben mensen geen geld om ze op te knappen. Fietsen is goedkoper.” Kinderen uit de buurt hangen om Osama heen. Binnen staan nog meer fietsen. “Geen Nederlandse, het is allemaal Chinees.”

Drie jaar lang wapperde de IS-vlag

Zijn achternaam geeft hij niet. In deze stad is bijna iedereen huiverig om zijn naam te geven en te worden gefotografeerd of gefilmd. De vrees is groot om iets verkeerds te zeggen – dat is na het vertrek van IS niet veranderd. Omdat er geen vertrouwen is in de Koerden, die na IS nu de dienst uitmaken, of omdat mensen zich afvragen wanneer deze nieuwe machthebber plaatsmaakt voor een volgende. Raqqa ging in de afgelopen acht jaar jaar over van regeringshanden naar een wisselende samenstelling van rebellen en radicale milities, van wie IS de onderlinge strijd won. Zo’n drie jaar lang wapperde in Raqqa de zwarte-IS vlag, totdat een door Koerden geleide militie, de SDF, de hoofdstad van IS innam.

Wat Osama het moeilijkste vindt? “Alles.” Het gebrek aan voorzieningen. Scholen. Stroom (nergens werkt het gewone elektriciteitsnet). Eten. Banen. Geld. En Osama heeft dan wel een fietsenwinkel, maar zijn huis is verwoest. “Ik ga elke avond in de moskee slapen.”

Kleurige letters bij een rotonde in Raqqa. Beeld Hans Jaap Melissen

Er sluiten zich meer mensen bij het gesprek aan en er worden meer ergernissen geuit. Bijvoorbeeld over de prioriteiten bij de wederopbouw. Zo is de beruchte rotonde waar IS vroeger afgehakte hoofden op het hek spietste de nieuwe eyecatcher van Raqqa. Er is een stenen tableau met watertjes en bogen gemaakt, waar bankjes omheen staan. I love Raqqa staat er in grote kleurige letters naast. Het is een wel erg geforceerde poging tot vrolijkheid.

Een oude IS-tunnel, volgestort met puin

In een wijk niet ver van de rotonde geeft een oudere vrouw, Amsha Ali al-Sheikh, een kort overzicht van haar leven. Een leven dat exemplarisch is voor dat van veel meer inwoners. Haar man en één zoon zijn gedood tijdens een bombardement op een moskee in Raqqa. Een andere zoon zit al vijf jaar gevangen bij het regime van Assad. Ze woont nu in een gehuurd eenkamerappartement met de kinderen van haar zonen. Haar oude huis ziet eruit als een parkeerplaats: alleen de contouren zijn nog zichtbaar op de grond. Midden in dat vak zit een gat zo groot als een riooldeksel. Het is een oude tunnel van IS, nu volgestort met puin. IS had haar huis geconfisqueerd nadat zij was gevlucht en gebruikte de tunnel om ongezien naar een nabijgelegen flatgebouw te komen. Tot het huis werd gebombardeerd. Ali al-Sheikh komt sinds haar terugkeer naar Raqqa maar net rond en zegt vooral te leven van hulp.

Sultan, een inwoner van een appartement vlak bij een park dat eruit ziet alsof er een windhoos overheen is gegaan, is bang zijn mening over de SDF te geven. “Dat is een gevaarlijke vraag.” Hij schetst zijn leven. “Ik ben veertig, ik heb geen werk en ik zit vooral thuis. Ook uit angst. Natuurlijk is de SDF beter dan IS, maar we willen geen dictatuur zoals we hadden. We hebben veiligheid nodig en psychologische hulp.”

De SDF kon weliswaar prima vechten, denkt Sultan, maar is niet voorbereid op het besturen van een stad. Daarom is er ook civiel bestuur gekomen. Onder leiding van een soort ‘opbouwburgemeester’, Leila Mustafa, wordt er vanuit een gebouw naast de rivier de Eufraat gewerkt aan een nieuw Raqqa. Mustafa is een ongesluierde Koerdische vrouw, een enorm contrast met wat vrouwen was toegestaan tijdens het kalifaat

Boobytraps in graven

Geconfronteerd met de klachten van inwoners, draait Mustafa er niet omheen. “Ze hebben gelijk”, zegt ze meteen. “Drie problemen zijn er: politiek, voorzieningen en veiligheid. En die problemen hebben allemaal met elkaar te maken.”

Hoe kan het dat er bijvoorbeeld nog steeds nergens in de stad elektriciteit is? Mustafa legt uit dat er simpelweg te veel schade is. “Deze stad is totaal verwoest door de bombardementen van de coalitie. Als je dat vergelijkt met andere steden en kijkt naar op welke datum we de stad innamen, dan zijn we succesvol.” Het platteland buiten Raqqa heeft inmiddels wel stroom, maar in de stad moeten ze het nog doen met – instabiele – privégenerators. Dat is ook zo in het gebouw waar Mustafa werkt. Tijdens het gesprek valt de stroom steeds uit.

Een ander probleem in Raqqa is de veiligheid. “We vinden nog steeds oude mijnen onder het puin en in huizen.” Er zijn ontmijners in kleine teams bezig. Net zoals er nog steeds wordt gezocht naar massagraven in en rond de stad. Ook dat is gevaarlijk werk: IS heeft soms boobytraps verstopt in de graven.

En er zijn ook nieuwe mijnen. IS-cellen zijn weer actief in de stad. Recent ontplofte een auto, vlak bij de I love Raqqa-rotonde. Het baart Mustafa zorgen. “Aan de frontlinie is duidelijk waar je vijand is, maar na de oorlog weet je niet waar ze zijn.”

Bijna alle problemen zijn uiteindelijk te herleiden tot het enorme gebrek aan geld dat beschikbaar is om Raqqa weer op te bouwen. “We kunnen niet zeggen dat de Verenigde Staten verantwoordelijk zijn voor alle schade”, zegt de burgemeester in opbouwtijd. “Maar veel landen hebben ons wel beloftes gedaan om te helpen met de wederopbouw, en toch zien we geen geld.”

Er zijn wel kleinere projecten uitgevoerd en er worden volgens Mustafa veel studies gedaan naar de problemen. Maar voor het echte werk ontbreken de miljarden. Ook voor hulporganisaties is Raqqa een te grote klus. “Die zijn vooral bezig met voedsel en andere ondersteuning, maar niet met grootschalige wederopbouw.”

Arabische meerderheid, Koerden e baas

Terug de stad in. In een buurt wordt de weg geblokkeerd door een lange open boogtent: het teken dat er een condoleance plaatsvindt. Een teraar­debestelling gaat in deze regio snel, maar daarna is er een paar dagen de tijd om de familie te condoleren. Een aantal mannen zit op de grond in gebed voor hun door een ongeluk omgekomen neef. Ze willen daarna wel praten, maar anoniem en zonder foto’s. Het is een Arabische familie, zoals de meerderheid van Raqqa altijd Arabisch was. Toch zijn de Koerden hier nu de baas. Als ze terugkijken op al die verschillende regimes, komen de mannen toch weer uit bij Assad als meest geschikte bestuurder van Raqqa.

Assad zorgde volgens hen voor de voorzieningen, educatie, veiligheid. IS heeft alles kapotgemaakt. En de SDF doet, zeggen ze, te weinig aan educatie. Er zijn wel schoolgebouwen opgeknapt, maar er ontbreken vaak nog goede docenten.

Ook hebben de Koerden van Noord-Syrië, waar Raqqa nu onder valt, een levensfilosofie die botst met de aard van conservatieve Arabieren. Zo zijn voor de Koerden mannen en vrouwen gelijk. Er vochten bijvoorbeeld ook vrouwelijke Koerdische strijders mee om Raqqa in te nemen. En nu is er dus ook nog een vrouwelijke burgemeester.

Volgens Leila Mustafa houdt het nieuwe lokale bestuur wel degelijk rekening met de wensen van de Arabische inwoners. De meeste mensen die bij de gemeente werken komen uit deze stad, net als zijzelf. Velen zijn Arabier. Ook haar ‘co-burgemeester’ is een Arabier.

Achtergebleven buitenlandse IS-strijders

Mustafa denkt dat het nu belangrijk is dat de wereld zich blijft focussen op het feit dat IS er nog steeds is. Ze is verbaasd dat IS eerst een groot internationaal probleem was en dat nu wordt gedaan of het nu alleen maar een lokaal probleem is voor de Koerden.

“Je zag aanslagen in België, Las Vegas (nooit geclaimd door IS - red.), Frankrijk. IS is verantwoordelijk voor grote problemen, over de hele wereld. Als we niet samenwerken, komt IS zo weer terug.” Ook zit haar dwars dat Europa zo achteloos omgaat met de achtergebleven buitenlandse IS strijders. “Wij sturen onze kinderen niet naar Europa om daar te strijden. Nee, hun kinderen komen in ons land vechten.”

De rouwende Arabische familieleden in de condoleancetent hopen intussen dat de toekomst van Raqqa beter zal zijn. “We hebben zoveel meegemaakt hier, zoveel verwoesting, zoveel ellende. We hebben ook zelf de bedoeling er een betere samenleving, een beter Raqqa van te maken. Er is maar een lijn, en dat is de lijn omhoog.”

Het is een optimistische visie, die past bij wat de I love Raqqa-letters moeten uitstralen. Maar fietsenmaker Osama blijft somber: “De toekomst van Raqqa is zwart”.

Lees ook:

Zit IS achter de mysterieuze reeks branden in Koerdische graanvelden?

Bewijzen ontbreken, maar de getroffen boeren wijzen verslagen IS-strijders aan als schuldigen. Na het verlies van het kalifaat in Irak en Syrië zou de terreurbeweging door brandstichtingen wraak willen nemen.

IS-vrouw Amber verlangt terug naar Nederland: ‘Mensen hier zijn zo onbeschoft en asociaal’

Amber uit Dordrecht en Hafida uit Delft wonen met hun kinderen in een Koerdisch kamp in Syrië. Ze hopen dat Nederland hen naar huis haalt. Ook al wacht er dan straf. ‘We hebben ons lang in IS-territorium bevonden, dus dat is logisch.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden