InterviewSinan Çankaya

‘In een wereld die tegen je aanduwt, is het omarmen van al je identiteiten een daad van verzet’

Beeld Patrick Post

Antropoloog Sinan Çankaya gaat in zijn boek terug naar het moment waarop hij ‘Turk’ werd. ‘Het ultieme gevolg van ongewild gedefinieerd worden, is de dood’, legt hij uit. 

Sinan Çankaya zit gedwongen thuis, waar hij tussen de online colleges door ‘Mijn ontelbare Identiteiten’ afrondde. Het boek is een persoonlijke zoektocht die terugvoert naar zijn jeugd in de gemengde Nijmeegse achterstandswijk Hatert. Hij toont hoe ontmoetingen zijn zelfbeeld en identiteit hebben gevormd. Van de politieagent die hem als kleine jongen onterecht meenam naar het bureau voor een kapot paard in de speeltuin, tot de journalist die zijn objectiviteit betwijfelde als ‘gekleurde expert’ over politiediscriminatie – terwijl hij daar toevallig op gepromoveerd was.

Inmiddels woont Çankaya in het gentrificerende Amsterdam Nieuw-West, net als Hatert een van de wijken die minister Ella Vogelaar in 2007 aanwees als ‘krachtwijken’. Hij heeft er meer gemeen met de vermogende, witte nieuw­komers dan met de vele bewoners van Turkse komaf. Het maakt hem een ongemakkelijke klassemigrant, die het gevoel van sociale vervreemding in zijn boek duidelijk laat doorklinken. “Op een bepaalde manier verlies je iets als je met mensen uit je jeugd en familieleden die kloof ervaart.”

Sinan Çankaya is antropoloog en als universitair docent verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij promoveerde op een onderzoek naar discriminatie binnen de politieorganisatie. Voor De Correspondent beschreef hij maandelijks een microrevolutie: een moment waarop hij te maken kreeg met vooroordelen, racisme of discriminatie en zich daartegen teweerstelde. 

Zijn zoektocht begon in de jaren negentig, toen het Turkse voetbalelftal steeds het onderspit dolf tegen het Nederlandse. Hoewel Çankaya aanvankelijk niet per se supporter was van het Turkse team, kreeg hij iedere nederlaag ingewreven door zijn klasgenoten op de middelbare school. Çankaya steunde de Turkse ploeg vervolgens vol overgave en toen die eindelijk eens won – Clarence Seedorf miste een strafschop – dacht Çankaya zijn revanche te gaan halen.

Dat ging niet helemaal als gepland. Wat gebeurde er?

“In de aanloop naar de wedstrijd was het gejengel van mijn klasgenoten al begonnen. Toen Turkije onverwacht won was ik door het dolle heen. Ik ging triomfantelijk naar school. Maar toen ik daar stoer wilde doen over de Turkse overwinning, haalden de jongens in de klas hun schouders op en kwamen met allerlei excuses. Nederland was de bovenliggende partij geweest, Turkije had geluk gehad, het veld was klote, de Turken waren lawaaierig. Ik snapte het niet.”

Waarom lukte het u niet om stoer te doen?

“Toen wist ik nog niet hoe de macht van de aantallen werkt, maar ik zat in een witte vwo-klas. Ik was daar een Turk. Dat etiket kreeg ik daarna nog talloze keren op me geplakt. Identiteit is altijd relationeel, het gaat vooral over hoe de omgeving jou definieert en op jou reageert. Je identiteit bezit je niet. Daarom ontkomen we niet aan onze etnische identiteit en dominante narratieven daarover. Zelf deden we ook aan die etikettering mee. We speelden met voetbal meestal Turken tegen Marokkanen. Dat was geen enkel probleem, maar zodra wij Hatert verlieten hadden die identiteiten duidelijk een minder speels karakter. Het verschil schuilt in ongewenst opgedrukt krijgen van het etiket.”

Ook uw geschiedenis­leraar Nico Konst, kopstuk van de extreem-rechtse Cen­trumpartij, plakte u een keer een etiket op toen u te laat kwam?

“Toen ik de deur opende zat Konst daar op zijn verhoogde bureau. Hij begon meteen te briesen ‘het zal nooit wat met jou worden’. Terwijl hij van alles naar m’n hoofd slingerde moest een deel van de klas lachen. Hij zei iets over mijn Turks-zijn, ik weet niet meer wat. Deze en andere ontmoetingen zijn momenten die mij hebben gevormd. Konst staat symbool voor een politieke aardverschuiving in Nederland, waarbij men anders over buitenlanders ging spreken. Het politieke spectrum is opgeschoven naar rechts, sociaal-economische thema’s doen er steeds minder toe en zijn vervangen door een nadruk op cultuur en etniciteit. Ik, jongen uit een achterstandswijk, werd plots gezien als een Turk.”

Beeld Patrick Post

Als we niet aan bepaalde onderdelen van onze identiteit kunnen ontkomen, hoe kunnen we haar dan vormgeven?

“Het neoliberale zelfbeeld zegt: ‘Je kunt alles worden wat je zelf wilt.’ Maar dat is een onjuiste analyse. Er is sprake van marginalisatie en machtsverschillen. Als ik ‘Turk’ zeg, is dat geen neutrale term, het roept allerlei associaties op. Hoe hard ik ook wegren om een eigen invulling te geven aan wie ik ben, mijn omgeving herinnert mij er op onverwachte momenten constant aan dat ik er niet helemaal bij hoor.

“Dat is steeds een frontale botsing tegen een muur die barsten slaat in je zelfbeeld. Bij ‘Nederlander’ denken we aan een wit persoon. Toch zijn die categorieën niet in beton gegoten. Ik pleit voor een gelaagder beeld en wil ruimte maken voor pluriformiteit. We kunnen een andere betekenis geven aan deze categorieën. Veel mensen bewegen zich al soepel tussen en binnen groepen. Superdiversiteit is er al.”

U stelt dat toen politici met een ‘culturele bril’ naar gast– arbeiders gingen kijken, hun zicht op gedeelde economische en sociale problemen vertroebelde.

“Als je denkt dat we te maken hebben met een hoofdzakelijk cultureel probleem, dan is je interventie ook een culturele. Als je ook andere componenten ziet, veronderstelt dat ook een andere aanpak. Ik hoor vaak dat problemen benoemd moeten worden. Ik vind: wees zorgvuldig, benoem preciezer. Als je zegt ‘het is een cultureel probleem’, dan zeg je niks. Cultuur doet op zichzelf niet zoveel, al moeten we het ook niet op voorhand uitsluiten als mogelijke verklaringsgrond. In veel situaties gaat het vooral om klasse, maar kleur hangt daar altijd mee samen.”

Welk probleem wilt u preciezer benoemen?

“Zoveel. Criminaliteit is hoofdzakelijk een probleem van ‘foute vrienden’ en zwakke wijken. Onderwijsachterstanden zijn primair klasseverschijnselen, en hangen samen met opleidingsniveau van de ouders. Nog zoiets: obesitas. Dat komt vaak voor onder Turks-Nederlandse kinderen. Dan kun je een culturele verklaring geven, dat ze veel baklava eten. Maar met een andere bril op zie je dat het hoofd­zakelijk een klasseprobleem is: arme mensen eten ongezond.

“Ik zeg niet dat we de culturele bril moeten afzetten, maar waarom is dat je startpunt? Dan krijg je beleid specifiek gericht op Turken of op Marokkanen. Al jaren kent Nederland een obsessie met culturele factoren. Daardoor heb je witte Nederlanders uit lage sociale milieus niet meer in het vizier. Hetzelfde met criminaliteit: door de overfocus op migranten door etnisch profileren mis je de criminaliteit van witte Nederlanders. Dit is geen hypothese – leiding­gevenden bij de politie weten dit. Na die buitensporige overwaardering mogen we die factoren van mij nu wel weer gaan onderwaarderen.”

U ziet een traditie van nadruk op culturele factoren, die begint bij de Centrumpartij en loopt via Bolkestein en For­tuyn naar Wilders en Baudet. Maar in uw boek bekri­tiseert u ook linkse partijen als de SP en de PvdA. Waar zijn die de fout in gegaan?

“Ik denk dat ze een verkeerde analyse hebben gemaakt. De SP heeft een idee in het hoofd van haar electoraat, de arbeidersklasse. Verzorgend personeel, schoonmakers – altijd alleen witte mensen. SP-Kamerlid Paul Ulenbelt zei een paar jaar geleden ‘eigen werknemers eerst’. Hij hield geen verhaal over internationale solidariteit, maar problematiseerde Poolse werknemers. De arbeidersklasse is natuurlijk veranderd, die bestaat ook uit migrantengroepen. Vervolgens zag je het idee bij de SP dat ze krachtig moesten zijn op culturele thema’s, anders zouden ze hun electoraat verliezen aan de PVV. Ook de PvdA had geen antwoord op die maatschappelijke veranderingen. Ze hebben De Migrant tot zondebok gemaakt en wisten geen eigen verhaal te vertellen, ze gingen mee in een rechts denken. Diederik Samsom zei dat Marokkanen een monopolie op overlast hebben.”

U heeft onderzoek gedaan naar racisme in Nederland, bijvoorbeeld naar etnisch profileren. Momenteel is politiegeweld weer in het nieuws als gevolg van de gebeurtenissen in de VS. Kunnen we de VS vergelijken met Nederland?

“Nauwelijks. De Nederlandse politie is onvergelijkbaar met de Amerikaanse – die is militaristisch en verkeert in een staat van oorlog met de eigen bevolking. Ook Amerikaanse zwart/wit schema’s passen niet goed in Nederland. We hebben een eigen Nederlands racisme. Zo bestaat er anti-zwart racisme, denk aan teksten over verschillen in intelligentie tussen rassen. Maar ook vormen van islamofobie en antisemitisme zijn springlevend, vanwege de groei van extreemrechts. Denk ook aan de smerigheid die Arnon Grunberg over zich heen kreeg toen hij tijdens de Nationale Dodenherdenking Marokkaanse Nederlanders aanhaalde. Wie antiracistisch is, zou zich tegen al deze vormen van uitsluiting moeten keren. De uitsluiting van een ander, raakt ons allemaal. Ik wil voorbij groepsgrenzen denken.”

Beeld Patrick Post

Er zijn nu in Nederland Black Lives Matter-protesten naar aanleiding van de dood van George Floyd. U stond daar ook tussen. Hoe rijmt u die protesten met ontelbare identiteiten?

“Het ultieme gevolg van ongewild gedefinieerd worden, is de dood. Zwarte mensen sterven aan institutioneel racisme. Ook in Nederland moet dit punt gemaakt worden: denk aan de dood van Mitch Henriquez en Rishi Chandrikasing door politiegeweld. We identificeren ons met internationale politieke gebeurtenissen en zijn boos. Ik voelde me in 2016 heel Turks na de couppoging in Turkije, als gevolg van het anti-Turkse sentiment toen in Nederland.

“En nu leidt politiegeweld tegen zwarte mensen in de VS tot een sterker zwart bewustzijn. Dat is heel begrijpelijk. Alleen is die ene identiteit die dan op de voorgrond treedt altijd een reductie van onze ontelbare identiteiten. Dat is het centrale dilemma in mijn boek. Tegelijkertijd zie ik mensen van alle kleuren op de protesten. Dat is hoopvol.”

U pleit voor ‘microrevoluties’ om patronen van uitsluiting te doorbreken. Waarom is dat belangrijk?

“Voor mij is het vooral ook een herinnering dat het persoonlijke ertoe doet om het verschil te maken. Een goed voorbeeld is de arrestatie van Quinsy Gario en Jerry Afriyie in Dordrecht in 2011. Met hun tweeën demonstreerden ze bij de Sinterklaasintocht tegen Zwarte Piet. Dat werd uiteindelijk een katalysator voor een bredere sociale beweging. Dat verzet heeft natuurlijk een veel langere geschiedenis, maar de recente golf begint volgens mij in Dordrecht. Het individuele kan tot collectieve vormen van verzet leiden.”

Wanneer ontketende u voor het laatst een microrevolutie?

“Bij het schrijven van mijn boek. Het is een overwinning op mezelf, ik schrijf over explosieve thema’s en heb enorm geworsteld over de juiste woorden. Doe ik hier goed aan? Moet ik dit doen? Het getouwtrek aan je zelfbeeld van alle kanten – het is ontzettend ingewikkeld om daarin je eigen stem te vinden.

“Dit is zeker geen boek dat alleen kritisch is op racisme, of witte mensen een spiegel wil voorhouden. Ik keer me tegen alle vormen van uitsluiting, en moest dus ook kritisch zijn op Turks nationalisme en op delen van mijn religieuze opvoeding. Alleen wilde ik niet meegaan met bestaande clichés, met anti-Turkse sentimenten of vormen van islamo­fobie. Ik ben liefdevol kritisch, mijn verzet is tegen alle harde, onwrikbare identiteiten. In een wereld die tegen je aanduwt en aan je trekt, is het omarmen van je ontelbare identiteiten een verzetsdaad.” 

Lees ook: 

Turkse Nederlanders voelen wel degelijk een band met Nederland

Turkse Nederlanders voelen zich verbonden met Nederland. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Wel of geen Nederlander? Jongeren met een migratieachtergrond hebben geen zin om te kiezen

Ze zijn hier geboren en getogen. Jongeren met een migratieachtergrond voelen zich thuis in Nederland en combineren onbewust verschillende culturen tot een eigen identiteit, blijkt uit een onderzoek dat dinsdag verschijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden