Tien GebodenLakshmi

In de muziekindustrie is weinig plek voor vrouwen, zegt Lakshmi. ‘Daardoor worden we haast vanzelf een stelletje mega-bitches’

Lakshmi, met dank aan Tivoli Vredenburg Utrecht. Beeld Mark Kohn
Lakshmi, met dank aan Tivoli Vredenburg Utrecht.Beeld Mark Kohn

Lakshmi Swami Persaud (Wijchen, 1993), beter bekend als Lakshmi, is artiest, songwriter en theatermaker. Ze debuteerde in 2017 met het album Lakshmi. Haar debuutvoorstelling Adem speelde ze negentig keer. Op 19 juni werd haar nieuwe single Grow With You uitgebracht.

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Mijn moeder komt uit het protestantse Elst, mijn vader is een Hindoestaan, geboren in Suriname. Bij ons thuis werd uit de kinderbijbel voorgelezen, maar ik kreeg ook al die sprookjesachtige verhalen uit het Hindoeïsme mee. Mijn ouders leerden me dat je iedereen moet behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden. En dat er niet één waarheid is. Was dát maar waar. Het lijkt me heerlijk om gelovig te zijn, om ervan uit te kunnen gaan dat alles een reden heeft; dat er iemand is die op je let als je de weg afgaat die van hogerhand voor jou is uitgestippeld. Af en toe spartel ik nog behoorlijk: wat doe ik hier? Waarom zijn wíj hier? Wat is de bedoeling? En toch: ik wil zélf de verantwoordelijkheid nemen. Het is me te makkelijk om alles af te schuiven op een religie, zo van: doe maar een paar weesgegroetjes dan ben je overal vanaf. Zo werkt het niet.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Ik ben hét gesneden beeld, Lakshmi, godin van de vruchtbaarheid en het licht! Vroeger vond ik mijn naam heel stom, maar dat was vooral omdat ánderen hem stom vonden, denk ik. Pas sinds een paar jaar zie ik ook hoe lief het van mijn ouders is geweest om me dit mee te willen geven; dat ze een bepaalde lichtheid zagen die ik overigens zelf nog steeds niet heb gezien. En het is natuurlijk ook heel fijn dat ik niet lang over mijn artiestennaam heb hoeven nadenken.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Als ik bij een of ander televisieprogramma heb gezeten, kan ik het niet laten om daarna, uit een soort zelfkastijding, naar Twitter te gaan om daar de reacties te lezen. Het is me opgevallen dat de felste berichten vaak komen van keurige, oudere vrouwen, alhoewel ik de laatste tijd ook wel veel seksistische, racistische opmerkingen naar m’n hoofd geslingerd krijg. Een tijdje geleden deed ik mee aan het programma Goed Fout (PowNed, 2 mei, red.) waarin we het hadden over racisme in strips en toen zei ik dat het echt niet meer kon dat in Suske en Wiske een witte stripfiguur door vier zwarte stripfiguren werd rondgedragen. En ja hoor: ‘Hoezo kan dat niet meer?’ ‘Politiek correcte kut!’ ‘Links deugmeisje!’ Eerlijk gezegd vind ik dat gescheld prima, het zou erger zijn als extreem rechts me leuk ging vinden. Bovendien staan er in dat soort berichten heel vaak tikfouten en ik ben een grammar-nazi; als je niet kan spellen neem ik je sowieso niet serieus. Ik let wel op mijn taalgebruik, probeer in de buurt van gelovige mensen niet al te vaak ‘godverdomme’ te zeggen. ‘Jezus’ vermijden is lastiger. Dat bekt gewoon zo lekker.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Heel lang was ik als het ware in dienst van mezelf. Alles moest wijken voor Lakshmi. Ook relaties. Fuck you, ik moet dóór. Beter, sneller, meer! En als ik het bij mijn vrienden verknalde, had ik altijd de muziek nog om op terug te vallen, maar na ieder optreden had ik altijd een mega-breakdown en voelde ik me ellendig en alleen. Misschien had die prestatiedrang ook te maken met het gevoel dat ik pas goed genoeg was als ik heel hard mijn best deed; dat ik dán pas meetelde… Inmiddels ben ik samen met iemand uit het vak (Eloi Youssef, zanger van Kensington, red.), een jongen die alles bij me overhoop heeft gegooid. Ik ben knetter-verliefd, alles is chill als we samen zijn. Dit is, op persoonlijk vlak, het beste wat me ooit is overkomen. En het werk mag nu even blijven liggen; ik heb gemerkt dat het helemaal niet slecht is voor mijn mentale gesteldheid als ik wat vaker de boel de boel laat.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder was tijdens haar jeugd de ‘rebel’ in huis. Ze was het enige kind dat na de huishoudschool ging studeren en verhuisde later ook van Elst naar Wijchen, waar ze mijn vader bij vrienden ontmoette. Hij had eigenlijk een date met iemand anders, maar toen dat misliep, moet hij zoiets gedacht hebben als: dan maar met haar, haha! Nee, het was geen goed stel. Ze kregen een kind – mijn vier jaar oudere broer – maar tegen de tijd dat ik geboren werd, waren ze al een paar keer uit elkaar geweest. Water en vuur, die twee; er hing regelmatig een gigantische spanning in huis. Als ze ruzie kregen, wilde ik het liefst zo snel mogelijk verdwijnen. Er niet zijn. Ik heb het nog steeds: zodra ik merk dat mensen ruzie gaan maken, verstijf ik. Wegwezen! Ik herinner me nog goed hoe opgelucht ik was toen mijn ouders op mijn achtste definitief uit elkaar gingen. Niet alleen had ik voortaan twee huizen, maar ze kochten ook een hond om het goed te maken. Het was een boxer. Hij heette Frasier en werd een soort extra broertje voor me. Ik was super lonely in die tijd en hij was mijn enige vriend – hoe sneu dat ook klinkt. Frasier is twaalfeneenhalf geworden, dat is heel oud voor een boxer. Hij had al een TIA gehad, maar wachtte nog – dat weet ik zeker – tot ik naar huis kwam, zodat ik erbij was als hij zou dood zou gaan. Het gebeurde op tweede kerstdag. Toen is-ie op mijn schoot ingeslapen … Ik was echt ontroostbaar. Het voel nog steeds een enorme leegte. Als ik andere honden met Frasier vergelijk verliezen die het altijd … Poeh … dat is me nog niet eerder overkomen dat ik in een interview iets over Frasier mocht vertellen. En zonder meteen in huilen uit te barsten! Dat lukt me pas sinds een jaar of twee.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Ik heb een zelfdestructieve kant, maar ik ben nooit suïcidaal geweest. Ik wilde niet dood, ik wilde gewoon vluchten, minder worden, verdwijnen. Voor een show begint, denk ik nog steeds: het zou mooi zijn als ik nu flauw zou vallen, naar het ziekenhuis zou worden afgevoerd om daar, na drie weken in coma te hebben gelegen, wakker te worden en te zeggen: ‘Huh, wat? Show? O ja, sorry, kon er niks aan doen!’

“Ik ben altijd bang om het verkeerd te doen, maar ik ben óók heel nieuwsgierig van aard en doorgaans eigenlijk best een blij ei. Vroeger baarde die vrolijkheid me weleens zorgen omdat ik wist: des te blijer je nu bent, des te dieper zul je straks in je ellende wegzinken. Na een gelukkige dag kwam ik minstens een week lang vast te zitten onder een blok beton.

“Ik heb een zwaarmoedige natuur, maar ik denk dat ik er nooit zoveel last van zou hebben gehad als ik op school niet was gepest. Het begon al in groep 3. Ik was een klein, ielig meisje met onmogelijk zwart, pluizend, gigantisch veel haar dat alle kanten op stond en een eigenaardige voorkeur voor rare kleren. Het was alsof ik, in dat witte Wijchen, rondliep met een bull’s eye op m’n voorhoofd. Ik werd buitengesloten, mocht nergens aan meedoen, alles wat ik zei was gek en dom. Daarna begon het treiteren, het slaan, het schoppen … ‘We houden pas op als je stop zegt!,’ zeiden ze, maar ik was verlamd van angst en kon geen woord uitbrengen, dus gingen ze door, tot ik helemaal bont en blauw was …

“Mijn ouders, die gescheiden van elkaar een veel beter stel vormden, hadden steeds gezegd dat ik nooit zelf mocht beginnen met vechten, maar ook dat ik van me moest afbijten als het nodig was. Op een dag – dit is nog steeds het lievelingsverhaal van mijn moeder – heb ik een van die jongens geslagen. Ik herinner me het moment niet meer, maar ik weet nog wel hoe trots mijn moeder was. En hoe bevrijdend het voelde om eindelijk een keer terug te kunnen meppen.

“Ik heb nog steeds moeite om in groepen te bewegen. Als iemand iets aardigs over me zegt, ben ik in eerste instantie wantrouwend. Neem je me nou in de zeik? Het wordt langzaam minder hoor, maar dit is heel lang mijn stelregel geweest: iedereen is mijn vijand tot het tegendeel wordt bewezen.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Op mijn veertiende ging ik op mezelf wonen. Mijn ouders zagen in dat elke centimeter strengheid ongeveer 15 meter extreem gedrag zou opleveren. Ze lieten me gaan en de relatie tussen ons werd losser, veel ontspannener. Ik denk dat het een slimme keuze was. Ik kreeg al snel een vriendje met wie ik later ook in een kraakpand ging samenwonen. Het was een ruige periode: ik was in mijn middelbare schooltijd dichtgeklapt en wilde nu alleen nog maar schreeuwen, uitgaan, rebelleren. Ik was heel erg op mezelf gericht, had niemand nodig. Op liefdesgebied verdien ik zeker niet de eerste prijs. Ik nam alleen maar en gaf niets terug. Niet dat ik ooit vreemdging of zo, maar ik ben wel een paar keer heel snel van de ene in de andere relatie gestapt. En dan volgde steeds hetzelfde patroon: enorme moodswings, de ander tot de rand duwen, uitdagen, zie maar dat je bij me blijft, en als het bewijs geleverd was – hij blijft, ik ben de moeite waard – begon alles weer van voren af aan. Het moest keer op keer bewezen worden.

“Na mijn laatste vriendje heb ik het een tijdje aangekeken. Los-vast dingetjes. Oppervlakkig gedoe. Het soort aandacht dat vooral leuk is als je al in een relatie zit en je er verder toch niets mee hoeft te doen.

“Eloi kende ik al drie jaar, en we dansten in die tijd al een beetje om elkaar heen, maar ons contact werd aan het begin van dit jaar steeds intensiever, de drang om heel hard weg te lopen leek langzaam te verdwijnen en in april heeft hij me verkering gevraagd. Als in een film. Het voelt zó goed, dat ik haast durf te geloven dat het meant to be is. Echt. Kom me over zestig jaar nog maar eens opzoeken, dan zitten we waarschijnlijk ergens in het buitenland. Twee oude besjes op een bankje. Met een boxer aan onze voeten. Hoop ik.”

VIII Gij zult niet stelen

“De aarde wordt helemaal leeggeplunderd en nobody cares … het zal een soort oergevoel zijn: ik moet eerst genoeg hebben voor mezelf, mijn kinderen en de rest van mijn familie, dán zal ik pas aan een ander, mijn omgeving of de wereld denken. Vroeger ging ik op de barricades staan, met tomaten gooien en shit, maar dat helpt niet per se. Het enige wat je kunt doen is letterlijk, één op één, de conversatie aangaan. Zo lang de ander ervoor openstaat tenminste, want anders is het verspilde energie. Ik ben niet langer zo veroordelend. Als iemand vraagt: vind je het erg dat ik vlees eet? Zeg ik: nee, tuurlijk niet. Wie ben ik om daar iets van te vinden? Doe vooral je ding. Maar ik eet het niet.

“En ik doe op mijn manier natuurlijk ook mee aan uitbuiting en vervuiling, want terwijl ik me druk maak over de gigantische berg plastic, het verspillen van grondstoffen enzovoort, blijf ik toch – omdat ik niet altijd genoeg geld heb – mijn kleren bij H&M kopen. Steeds minder, maar toch, zolang ik het blijf doen zit ik fout. Ja, ik verkeer in een constante staat van schuldig. Daarom verlang ik ook zo naar Jezus. Kom, alsjeblieft. Iemand die ons alles vergeeft. Zou toch een mooie oplossing zijn.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Vroeger hield ik, uit angst om het verkeerde te zeggen, vaak mijn mond waardoor ik uiteindelijk tóch nog in de problemen kwam. Tegenwoordig meld ik het maar meteen – ‘Sorry, ik kan je niet helpen met de verhuizing want ik ben er die dag niet’ – en als ik die boodschap een paar keer herhaal, merk ik dat er niemand boos op me wordt. Ik ga niet dood. De wereld vergaat niet. Ik kan gewoon eerlijk zijn.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“In de muziekindustrie is weinig plek voor vrouwen waardoor onderlinge jaloezie soms heel erg kan opspelen en we haast vanzelf een stelletje mega-bitches worden. Als ik een optie heb om tijdens een festival op te treden en ze boeken een andere artieste, dan betekent dit automatisch dat ik niet meer mag spelen want: we hebben al een vrouw. Ik heb het afgeleerd om mijn zusters de schuld te geven want het ligt niet aan hen. Het systeem deugt niet. Hoezo is er geen ruimte voor twee vrouwen en wel voor zestig mannen? En hoezo moet een vrouw altijd bloedmooi zijn terwijl het uiterlijk van de mannen in de muziekwereld meestal bijzaak is? Als je een overdreven dikke zangeres bent, wordt het ge-owned als body-positivity, en als je, zoals ik, je haar uit verveling een keer blauw verft, maak je een statement. Per ongeluk. Waarom worden we niet geaccepteerd zoals we zijn?

“Het is een lastig te tackelen probleem hoor, want wat kan je doen om de top te bereiken zónder jezelf een of andere rol aan te meten? De top, ja. Natuurlijk. Over vijf jaar wil ik in Ziggo staan. Carré mag ook. Zingen voor een groot publiek, dat is het mooiste wat er is. De energie die je terugkrijgt uit zo’n zaal … En oké, het is ook een ziekelijk soort bewijsdrang. Misschien zit daar nog een boodschap in iedereen die me vroeger wilde dwarsbomen. Hier sta ik. En ik ga niet meer aan de kant.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden