Indonesië

Huib van Mook zat klem tussen Nederland en Indonesië

Wouter van der Star, zoon van Huib van MookBeeld Suzanne Liem

Huib van Mook verspeelde als hoogste gezagsdrager in Indonesië het vertrouwen van de Nederlandse politiek. Zijn zoon moest zijn vader maar vergeten, vond zijn voogd. Deel 2 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, die 75 jaar geleden begon.

Hij was de koloniale bestuurder die het in Nederland verbruide door in 1945 te gaan praten met de leider van de pas uitgeroepen onafhankelijke Republiek Indonesië, Soekarno: voor Nederland de man die in de oorlogsjaren had geheuld met de Japanse bezetter. Dat gesprek had luitenant-gouverneur-generaal Huib van Mook zijn baan gekost als koningin Wilhelmina niet had geweigerd hem te ontslaan.

Het voorjaar daarop stelde Van Mook voor de Republiek Indonesië te erkennen; hij was daarna de voornaamste architect van het Akkoord van Linggadjati, waarin nieuwe gezagsverhoudingen werden geregeld op een manier die veel Nederlanders te ver ging. Van Mook was daarna echter ook voorstander van Operatie Product (de eerste ­‘politionele actie’), die bedoeld was om de onafhankelijkheidsstrijders in het gareel te krijgen en de Nederlandse ­economische belangen veilig te stellen.

Huib van Mook, kortom, laat zich in de geschiedschrijving niet zo makkelijk in een hokje plaatsen.

Uiteindelijk diende hij zelf in 1948 zijn ontslag in, waarna nog een lange maatschappelijke carrière volgde. Hij werkte bij de Verenigde Naties in New York toen in 1954 zijn zoon Wouter werd geboren, een zoon die niet zijn achternaam draagt, maar die van de moeder: Gien van der Star, aanvankelijk de secretaresse en later de vriendin van zijn vader. Van Mook bleef altijd getrouwd met zijn eerste vrouw. Van der Star is nooit erkend door zijn vader, dat wilde zijn moeder om de een of ­andere reden niet. “Mijn moeder was ook al veertig toen ze mij kreeg, het leeftijdsverschil was ongeveer twintig jaar. In die tijd, de jaren vijftig, waren er niet veel vrouwen die na hun veertigste kinderen kregen. Ik was een ­ongelukje, dat moet er even bij gezegd worden.”

De zoon van Huib van Mook

Wouter van der Star (1954), zoon van Huib van Mook en Gien van der Star, studeerde Nederlands in Groningen en werd filmer, boekhandelaar en vertaler, voornamelijk van filosofische werken.

De vader die hij als kind kende, was iemand anders dan de man over wie hij later las. “Hij verwende mij helemaal rot, ik kreeg alles wat ik wilde. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik veel las en dat ik heel goed was op school. Daar hechtte hij veel waarde aan, want dat was hij zelf ook geweest. Ook de interesse in boeken, en later het verzamelen van boeken, heb ik van hem. Hij las mij iedere avond voor. Vooral kinderboeken, maar ook kinderversies van boeken voor volwassenen, zoals ‘Moby Dick’.”

Een uitermate benauwende, oud-Indische sfeer

Het gesprek vindt plaats in het Haagse Hotel Des Indes, op Van der Stars verzoek, omdat zijn vader daar zo graag kwam. In de fotogalerij van prominente gasten op de mooie overloop valt op dat Van Mook ontbreekt. Is hij niet prominent genoeg? Bij aankomst zegt Wouter dat hij zich vergist heeft; het moet het vroegere gelijknamige ­hotel in ­Jakarta zijn geweest.

Op verzoek heeft hij zijn jeugdfoto’s en een aantal familiefoto’s van zijn ­ouders meegenomen. “Helaas zijn ­alle fotoboeken met die vierkante kieken, zoals mijn vader dat noemde, gemaakt met een Kodak-boxje, door mijn ooms weggemaakt. Dit zijn de enige jeugd­foto’s die ik nog heb.” We zien Van Mook als student met snor en knijp­brilletje, Van Mook met zijn vrouw op het Rokin, Wouter in de tuin van het huis in Amerika, familiefoto’s in Frankrijk en vakantiefoto’s met een nieuwe auto in de Vaucluse.

Na Van Mooks pensionering, toen Wouter vijf jaar oud was, verhuisde het gezin naar L’Isle-sur-la-Sorgue in Zuid-Frankrijk. “Mijn vader had geen zin om in Amerika te blijven en wilde naar een plek met een aangenaam ­klimaat en goede drank.” Lachend: “Ik dronk ook elke dag wel een glaasje wijn”. Van Mook was een verstokte ­roker, vertelt Van der Star, ondanks zijn longemfyseem. Na zijn dood in 1965 verhuisden Gien en Wouter naar Uithoorn en toen twee jaar later ook zijn moeder overleed, werd de dertienjarige Wouter ondergebracht bij broers van zijn moeder, eerst bij de ene broer, daarna bij de andere. “Ik ben mij pas gaan verdiepen in wie mijn vader was geweest, nadat ik door mijn tweede en laatste voogd letterlijk de deur uit was getrapt. Ik moest van hen maar vergeten dat mijn vader ooit had bestaan. Dat was de toon die er heerste in die huizen: een uitermate benauwende, oud-Indische sfeer.”

In de verhalen over zijn vader zocht de jonge Van der Star wel naar manieren om opstandig te zijn. “Zodat ik iets kon zeggen als ‘vuile ouwe koloniaal’, bijvoorbeeld. Ik was hartstikke links. Het probleem was dat ik de sfeer rond alles wat met Nederlands-Indië te ­maken had, zo ontzettend conservatief vond.”

‘Ik mag die Soekarno ook niet, maar ik ga wel met hem praten’

Van Mook werd geboren op Java, maar studeerde in Nederland. Daarna keerde hij terug naar Indonesië. Daar had hij al een bestuurlijke carrière van ruim twintig jaar achter de rug, toen hij in 1941 minister van koloniën werd van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen. Tijdens de Japanse ­invasie van Java week hij, begin maart 1942, uit naar Australië en vervolgens naar Londen.

“Mijn vader is altijd weggezet als een verrader en een lafaard”, zegt Van der Star daarover. “Maar het feit dat hij als een van de laatsten met het vliegtuig bij wijze van spreken vanaf het gazon van het paleis Batavia is vertrokken, bewijst anders. Hij ging pas nadat hij een schriftelijk bevel tot vertrek had gekregen van gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. Anders was hij gebleven. En als hij was gebleven, dan was hij waarschijnlijk geëxecuteerd door de Japanners.”

Tijdlijn

17 augustus 1945 Soekarno en Hatta roepen de Republiek Indonesië uit, onder druk van nationalistische jongeren. Mohammad Hatta wordt vicepresident.

Oktober 1945-begin 1946 Bersiap-periode, met massale gewelddadigheden van Indonesische strijdgroepen gericht tegen elk buitenlands gezag. Daarbij vallen mogelijk meer dan 35.000 dodelijke slachtoffers, onder wie veel (Indische) Nederlanders.

Maart 1946 Koloniaal bestuurder Huib van Mook stelt voor de Republiek Indonesië te erkennen. Nederlandse troepen worden in Indonesië toegelaten om Britse posities over te nemen.

15 november 1946 Ondertekening Akkoord van Linggadjati. Doel is een Verenigde Staten van Indonesië dat samen met Nederland de Nederlands-Indonesische Unie vormt. Dat gaat veel Nederlanders te ver.

25 maart 1947 De Nederlandse Tweede Kamer ratificeert het Akkoord van Linggadjati, dat echter flink is bijgesteld. In Indonesië is het intussen permanent oorlog.

21 juli-5 augustus 1947 Operatie Product (eerste politionele actie) op Java en Sumatra door Nederlandse strijdkrachten.

19 december 1948-5 januari 1949 Operatie Kraai (tweede politionele actie). Hiermee wilde legercommandant Spoor een einde maken aan Soekarno’s Republiek Indonesië. De internationale reacties zijn furieus, de VN-Veiligheidsraad dreigt met internationale sancties.

7 mei 1949 Nederland en de Republiek Indonesië sluiten een akkoord (de ‘Van Roijen-Roem-overeenkomst). Daarmee wordt gehoor gegeven aan de resolutie van de Veiligheidsraad.

23 augustus-2 november 1949 Rondetafelconferentie in Den Haag voor een definitieve regeling van het conflict.

27 december 1949 Soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië. Die wordt door Soekarno binnen een jaar omgevormd tot eenheidsstaat.

Van Mook keerde in oktober 1945 ­terug naar Jakarta als hoogste Nederlandse gezagsdrager in Nederlands-­Indië. Daar zaten onder meer 150.000 Nederlanders nog in de Japanse interneringskampen. De Britten moesten zorgen voor hun evacuatie en waren bereid daarvoor extra troepen te sturen. Daarvoor stelden ze volgens Van Mook-biograaf Tom van den Berge als voorwaarde dat Nederland zou gaan onderhandelen met Soekarno. Van Mook zag geen andere uitweg dan te doen wat de Engelsen van hem vroegen. Het parlement in Nederland veroordeelde dit en vroeg koningin Wilhelmina hem te ontslaan. Dat wilde ze niet, op zo’n ongelukkig moment midden in de strijd. Van der Star: “Mijn ­vader was in dat opzicht pragmatisch. Hij zei: ‘Ik mag die Soekarno ook niet, maar ik ga wel met hem praten, want anders komt er helemaal niets van de grond’.” Die episode vormde de opmaat tot zijn uiteindelijke vertrek in 1948, toen hij een groot deel van het vertrouwen van de politiek had verloren.

‘Hij was geen Nederlander, hij was een Indonesiër’

“Ik denk dat mijn vader de situatie waarin hij terechtkwam toen hij na de Japanse bezetting werd aangesteld als luitenant-gouverneur-generaal, waarschijnlijk zelf ook heeft onderschat”, zegt Van der Star. “Hij was geen politicus; hij had geen geduld met mensen die in de Tweede Kamer urenlang zaten te ouwebeppen. Dan dacht hij: dat gaan we anders doen. Ja, daar kweek je vijanden mee. Maar als er één persoon van het gezag in Nederlands-Indië was die begreep hoe Indonesië in elkaar zat, dan was hij het wel.”

“Ik zou mijn vader omschrijven als iemand die in andere tijden waarschijnlijk meer waardering zou hebben gekregen, maar die helaas door de geschiedenis na de Tweede Wereldoorlog is ingehaald. Hij kwam klem te zitten, zowel in Nederland als in Indonesië, eigenlijk zijn vaderland. Hij was geen Neder­lander, hij was Indonesiër. En als hij de kans had gekregen om de tijd te nemen en niet onder druk van de omstandigheden iets te snel allerlei besluiten had genomen, dan had hij misschien nog een succes kunnen zijn. Of tenminste iemand die niet in de geschiedenis­boekjes staat als een voetnoot bij de ­koloniale geschiedenis. Hij had de ­capaciteiten om veel te bereiken.”

Op de terugweg wordt in de trein naar Amsterdam de tas van Wouter ­gestolen, met daarin ook zijn jeugd­foto’s.

Dit interview maakt deel uit van het project Kinderen van de Oorlog. Hiervoor fotografeert en interviewt Suzanne Liem nazaten van grote spelers tijdens het dekolonisatieproces, aan Indonesische en aan Nederlandse zijde. Het project verschijnt volgend jaar in boekvorm bij uitgeverij WalburgPers. Met dank aan Hotel Des Indes in Den Haag.

Lees ook:

Hier een opruier, in eigen land een held
Deel 1 van de serie over de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië: de dochters van Mohammed Hatta, eerste vicepresident van de Republiek Indonesië en nationale held.

Verantwoordelijk voor de nalatenschap van opa
Gustika Jusuf-Hatta (1994) is kleindochter van Mohammad Hatta. Ze studeerde oorlogsstudies in Londen en is jeugdadviseur bij het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden