Naschrift Hugo Schortinghuis

Hugo Schortinghuis was klein van stuk, maar leefde groots

Hugo Schortinghuis op Tiengemeten. Beeld Arie Kievit

‘Klein geboren, klein gebleven, groots geleefd', staat boven zijn rouwadvertentie. Als achondroplast sloeg Hugo Schortinghuis zich vrolijk en vindingrijk door het leven.

Hugo Schortinghuis is vijftien als hij in een ­patatzaak wordt aangesproken door een man in pak. Die biedt Hugo honderd gulden als hij bij hem komt werken. Hugo is achondroplast, in de volksmond dwerg of lilliputter genoemd. De man in pak blijkt Toni Boltini, de circusdirecteur, die een clown van hem wil maken. Hugo is ontdaan. Klein-zijn als bron van vertier, dat staat haaks op wat hij thuis heeft meegekregen.

Hugo is de tweede zoon uit een Haags ambtenarengezin van vier kinderen. Wie ­geboren wordt met achondroplasie, ontwikkelt een normale romp, maar krijgt kortere ­armen en benen en een groter hoofd. Zijn moeder zoekt voor hem de beste artsen en ­benadert ook alternatieve genezers. Een vroege operatie heeft als resultaat dat Hugo’s hoofd minder hard groeit. Zijn lichaam wordt uiteindelijk 1,28 meter lang.

Vader Derk, een voormalig verzetsman die werkt bij het Landbouwschap, en moeder ­Addy, publiciste op het gebied van budgetvoorlichting, behandelen Hugo als de andere kinderen. In de keuken hangt een huishoudrooster voor Wilto, Janneke, Anton en dus ook Hugo. Kolen scheppen, afdrogen, tafel dekken. Hij moet het allemaal doen, zonder hulp, geen excuses. Hugo blijkt vindingrijk. Om borden en bestek op de gewenste plek te krijgen, beweegt hij zich over een rij stoelen tussen kast en eettafel. Zo is de dis gauw gedekt.

Wie klein blijft, valt op

Het klein-zijn is thuis geen onderwerp van gesprek. Hugo wordt gestimuleerd om het maximale uit het leven te halen. Met zijn handicap gaat hij slim om, maar sommige nadelen kun je niet wegnemen. Wie klein blijft, valt op. Neem die keer dat hij met vriendjes kattekwaad uithaalt bij een pomphuis in Kijkduin. Sloten die tijdens beschoeiingswerk droog moeten staan, lopen weer vol water. Aannemer boos. Omwonenden zagen dat een van de kwajongens opvallend klein was. Hugo wordt gesnapt, een schadeclaim dreigt. Uiteindelijk loopt het met een sisser af.

Met Janneke, Anton en Wilto (Hugo rechts).

Hugo pubert in een rumoerige periode, waarin de haren langer worden. Den Haag is begin jaren zestig ook het toneel van rivaliserende jongerenbendes, de Kikkers en de Bullen, die geregeld met elkaar op de vuist gaan. Hugo hoort bij de Kikkers, die bij voorkeur rondrijden op zwarte Puchs en gekleed gaan in wijde jeans en groene parka’s. Thuis hebben ze er geen moeite mee dat Hugo optrekt met deze bende. Maar als hij apetrots rondloopt in een grote zwarte cape grijpt vader Schortinghuis in. “Naar binnen jij, en die cape gaat af!” In zijn ogen maakt zoonlief zich met dat nieuwe kledingstuk tot een buitenbeentje, en dat is het laatste wat hij wil.

Amerikaanse bakken

Hugo zelf valt eigenlijk wel graag op, wil ­gezien worden. Hij is dol op auto’s, ze kunnen hem niet groot genoeg zijn. Hij steelt de show met Amerikaanse bakken, zoals een Ford Mustang, die hij kan rijden met aangepaste pedalen en automatische versnellingsbak. Ook schaft hij een speedboot aan, waarmee hij gaat varen op de Kaag. Hij kan zich zulke vervoermiddelen best veroorloven, want Hugo is een geboren handelaar. Als kind verkoopt hij al bosjes peterselie, geplukt uit moeders tuin. Op zijn achttiende schrijft hij zich in bij de Kamer van Koophandel, als jongste ondernemer van Den Haag.

De Adelaar heet de dierenspeciaalzaak annex hondentrimsalon die Hugo zo’n vijftien jaar runt in de Haagse binnenstad. Een logische stap, want hij is van jongs af bezig met dieren en helpt als 12-jarige al op een boerderij in Loosduinen. Hij is zorgzaam, maar niet kleinzielig. Spoelt op het strand een met olie besmeurde vogel aan, dan kijkt zijn broertje Anton vol compassie toe. Hugo handelt, pakt een stuk hout en verlost het dier uit zijn lijden. Met onder meer een diploma dierenverzorging op zak stort Hugo zich rond 1970 op zijn eigen dierenzaak. Met succes. Het schijnt dat zelfs koningin Beatrix haar hondenvoer persoonlijk bij hem komt aanschaffen. Of dat waar is? De bron van deze informatie is Hugo zelf en om eerlijk te zijn: hij doet zich soms wat groter voor dan hij is.

Hugo als jongeman, medio jaren zeventig.

Hij kan smakelijk vertellen en daarmee maakt hij zich ook populair in het plaatselijke nachtleven. Hij is niet alleen een graag geziene gast in cafés en strandtenten, hij kruipt zelf ook achter de bar. Hugo wordt mede-uitbater van twee horecazaken, Beach Club Wave en bar Het Hoefijzer. Zo groeit Hugo uit tot Bekende Hagenees. ‘Die kleine’, zoals kroegvrienden hem noemen, geniet van zijn status, ook omdat het zijn business ten goede komt. Van publiciteit is hij niet vies. Af en toe trekt hij bewust profijt van zijn krappe lengte. Zo werkt hij mee aan een grappig reclamespotje van een vishandel en in een remake van de speelfilm ‘Sneeuwwitje’ speelt Hugo een van de Zeven Dwergen.

Dapper, vrolijk en vindingrijk slaat Hugo zich door het leven. Maar rond zijn 35ste loopt hij tegen fysieke beperkingen op. De zakken hondevoer en kattebakgrind worden te zwaar. Zijn kleine lijf kan het gesjouw niet meer aan. “Ik slijt twee keer zo snel. Als jij één stap zet, moet ik er twee maken.” Hugo wordt arbeidsongeschikt verklaard, moet stoppen met zijn dierenspeciaalzaak, zet een punt achter zijn horeca-activiteiten en vertrekt uit Den Haag.

Buitenmens en rattenvanger

Zijn nieuwe bestemming wordt Tiengemeten, eilandje in het Haringvliet, waar hij al sinds 1973 als ‘weekender’ komt. Hij strijkt er na zijn vertrek uit Den Haag definitief neer. Als buitenmens is hij hier helemaal op zijn plek. Hoewel het lopen moeizamer gaat, vindt ­Hugo snel een lucratieve bezigheid: hij wordt muskusrattenvanger. Met zijn Jack Russell-terriërs – trouwe Digger is zijn grote trots – struint hij sloten en greppels af om klemmen te plaatsen en ‘waterkonijnen’ te oogsten. Hij krijgt per stuk uitbetaald en als de motorkap van zijn Dafje weer vol muskusratten ligt, rijdt Hugo met een grote glimlach huiswaarts.

Bijkomend voordeel van dit werk: hij bouwt een goede band op met de boeren. Geen verjaardag slaat hij over en hun kinderen mogen met Pasen eieren komen zoeken. Hij is hartelijk, gastvrij en vrijgevig. Voor zijn vrienden staat altijd wat te schenken klaar. Als familie langskomt, suddert het wild in de braadpan. Vanaf het eiland is hij betrokken bij de Bond van Kleine Mensen, waarvan hij trouw de bijeenkomsten bezoekt. Hij geldt er als inspiratiebron voor kinderen, die hij vertelt hoe ze zich als kleine man of vrouw staande kunnen houden in de grotemensenwereld. Van pesterijen lijkt hij nooit last te hebben. Wordt er wat geroepen, dan heeft Hugo zijn mondje wel klaar.

Hugo Schortinghuis maakt reclame voor zijn dierenzaak.

In 1996, als Natuurmonumenten eigenaar wordt van Tiengemeten, moeten agrariërs wijken voor de natuur. Zo’n veertig bewoners mogen blijven, verder wordt het eiland een biotoop voor rietzangers, Schotse Hooglanders, tjiftjafs en de zeearend. De mens is nog slechts welkom als gast, Natuurmonumenten rekent op 40.000 dagjesmensen per jaar. De plannen stuiten op verzet, maar Hugo ruikt kansen: “Als ik elke bezoeker een euro uit zijn zak kan kloppen, dan zit ik goed”.

Hij ontdekt al snel nieuwe handel. Met een golfkarretje rijdt hij, voor 2,50 euro de man, dagjesmensen van veerhaven naar Vliedberg, voor een mooi uitzicht over Tiengemeten. Hij vertelt er smakelijk bij. Bij zijn huis – een oude smederij – slijt hij ‘eilandproducten’, zoals honing, jam, zakjes ‘akkerrandenzaad’ en ‘kakelverse’ eieren. Niet alles is authentiek, maar Hugo verkoopt zijn gasten vooral een goed ­gevoel en een fraaie herinnering.

Het eilandleven past hem als een jas. Hier voelt hij zich vrij én beschut. Het bestaan is overzichtelijk. Hij heeft er zijn vrienden, met wie hij koffiedrinkt, de krant doorneemt, een kaartje legt en bij tijd en wijle een feestje bouwt. Ieder gaat zijn eigen gang, maar men let goed op elkaar. Na vijven, als de dagjesmensen weg zijn, wordt het stil op het eiland, op het getsjilp na.

Niet de makkelijkste

Met het verstrijken der jaren krijgt Hugo het moeilijker met de eenzaamheid. Hij heeft relaties gekend, was in zijn Haagse tijd zelfs vijf jaar getrouwd, maar Hugo geeft zelf toe dat hij niet de makkelijkste partner is. Hij blijft, ­onder meer via Facebook, actief op zoek naar vrouwelijk gezelschap, al is het alleen maar om de zorg voor zijn huis te delen. Maar de dames die in de oude smidse neerstrijken blijven er nooit lang hangen.

Het bourgondische leven dat Hugo heeft geleid, begint zijn tol te eisen. Hij is te zwaar, wat hem minder mobiel maakt. Najaar 2018 moet hij per ambulance van het eiland af, zijn benen werken niet meer. Hij voelt zich machteloos, maar vindt het niet makkelijk om woorden te geven aan die gevoelens. De laatste jaren is hij in de omgang met anderen minder tactvol, wat soms weer kan leiden tot onbegrip, irritatie of erger. Zijn laatste stek wordt verpleeghuis Buitensluis te Numansdorp. Daar kan hij, in de voor hem vertrouwde sfeer van de Hoeksche Waard, toch nog van zijn levensavond genieten.

Hugo Reinder Schortinghuis werd op 24 januari 1950 geboren in Den Haag en overleed op 16 mei 2019 in Rotterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden