Naschrift

Holkje van der Veer (1960-2022): de non die graag het podium beklom

Holkje van der Veer in het theater in 2019. Beeld Ramon Mangold
Holkje van der Veer in het theater in 2019.Beeld Ramon Mangold

Holkje van der Veer hield wel van een experimentje. Hoeveel nonnen vóór haar traden er nou op met een cabaretier? Vol levenslust en geloof stortte zij zich op het leven, ondanks – of juist dankzij – haar fysieke beperking.

Bert van der Kruk

Over de dood sprak Holkje liever niet. Daarvoor leefde ze te graag, te gretig. “Ik kan nog lang genoeg dood zijn”, zei ze als het onderwerp ter sprake kwam. En weg fladderde ze naar een nieuw idee of volgend project. Zo voerde ze in haar laatste levensjaar met haar onhandige lijf een stille dans op, samen met een professionele danseres, in de kapel van haar klooster in Nijmegen. Ook besloot ze een cabaretopleiding te volgen.

De levenslust zat er al vroeg in. Als klein meisje in Amsterdam wilde ze altijd meedoen, alles uitproberen. Dat lag niet voor de hand. Holkje werd geboren met het syndroom van Marfan, een bindweefselziekte die hart, bloedvaten, ogen en skelet aantast. Ze was lang en dun, een makkelijke prooi voor pesterijen van buurtkinderen. Maar door haar verbale kracht – ze kon goed schelden en tieren – en de steun van haar broertje hield ze zich op straat staande. Een beschermende omgeving was niet nodig, ze ging naar de gewone school. Je moet jezelf kunnen redden, vond haar vader Wytze.

Langdurige ziekenhuisopnames

De ziekte was zwaar voor Holkje en legde een grote claim op het gezin. Haar ouders, maar ook oudere zus Rimke en broers Age en Wytze waren betrokken bij de vele onderzoeken. Artsen vertelden dat Holkje niet oud zou worden. “Dat zullen we nog weleens zien”, reageerde haar moeder Tine dan. Door langdurige ziekenhuisopnames leerde ze zichzelf goed vermaken; behalve goedgebekt was ze zeer creatief. Een gangmaker met veel vriendinnen.

Holkje van der Veer met haar broers Wytze en Age in 1972. Beeld Privefoto
Holkje van der Veer met haar broers Wytze en Age in 1972.Beeld Privefoto

Ze wilde altijd naar de kerk, ook als andere gezinsleden daar geen zin in hadden. Dan kon ze stampvoeten tot er toch iemand meeging naar de doopsgezinde gemeente. Holkje voelde zich thuis in deze vrijzinnige kerk met een cultuur van soberheid en gemeenschapsleven. De jeugdkelder van de kerk werd haar tweede thuis, ze raakte betrokken bij het vredeswerk. Op haar achttiende koos ze voor de volwassenendoop – redelijk jong, maar niemand was er verbaasd over. Holkje had nou eenmaal een religieuze antenne. In haar belijdenistekst schreef ze dat ze intuïtief aanvoelde dat God in haar leven aanwezig was.

Enorm korset

Ze leerde al vroeg dat het leven niet maakbaar is. “Dat vergroot het besef dat ik vandaag leef en dat het ertoe doet dát ik leef”, schreef ze later in Verlangen als antwoord. Tussen haar dertiende en negentiende liep ze – van liezen tot oren – in een enorm korset van leer en beugels. Vervolgens onderging ze een rugoperatie en moest ze een jaar revalideren. Heel ingrijpend en pijnlijk. Toch wilde ze geen ander lichaam dan ze had, niemand anders zijn dan zichzelf. “Voor mij is mijn leven een wonder dat ergens in de schoot van mijn moeder ontstaan, geweven is. Mijn hartslag, mijn levensadem, maar ook mijn lange botten en mijn kromme rug, ze zijn gegeven.”

Tussen haar dertiende en negentiende droeg Holkje van liezen tot oren een enorm korset van leer en beugels. Beeld Privefoto
Tussen haar dertiende en negentiende droeg Holkje van liezen tot oren een enorm korset van leer en beugels.Beeld Privefoto

Na de Montessori-mavo, waarover ze door veel onderbrekingen zeven jaar deed, wilde ze weg uit Amsterdam. Eerst vertrok ze, nog in een gipskorset, naar Zwitserland voor een doopsgezind vormingsjaar. Haar ouders zwaaiden haar met bezwaard gemoed uit. Daarna vond ze een nieuw leven als student in Zwolle. Na mbo cultureel werk studeerde ze in Kampen hbo kerkelijk-agogisch werk, vervolgens theologie in Utrecht. Met pubers en adolescenten wilde ze werken, daar lag haar hart. Zelf was ze ook niet de makkelijkste geweest.

Het klooster in

Bij toeval – tijdens een biertje in het café – kwam ze in aanraking met de dominicanen, een actieve religieuze orde die in Zwolle vormingswerk organiseerde. Holkje liep er stage en raakte nauw betrokken bij het gemeenschapsleven van drie zusters dominicanessen, die in de stad allerlei mensen opvingen en experimenteerden met nieuwe liturgische vormen. Het waren de progressieve jaren tachtig, waarin van alles kon. Holkje herkende bij de zusters de doopgezinde gemeenschapszin en zag in de kloostertraditie een mooie manier om haar geloof te verdiepen.

Holkje van der Veer bij een klooster bij de Zuid-Franse plaats Fanjeaux. Beeld Privefoto
Holkje van der Veer bij een klooster bij de Zuid-Franse plaats Fanjeaux.Beeld Privefoto

In de loop der jaren groeide het verlangen in te treden bij de dominicanessen. Voor haarzelf een logische stap, voor haar vader niet. Zijn dochter het klooster in? Had hij daarvoor al die jaren gehamerd op onafhankelijkheid en zelfredzaamheid? Ook was hij bang dat ze haar Friese naam zou inruilen voor een kloosternaam. Dat laatste deed ze niet bij haar professie in 1996, ze bleef zuster Holkje. En anders dan haar medezusters, die het ordekleed al jaren geleden demonstratief hadden uitgetrokken, wilde ze graag op bepaalde momenten een habijt dragen. Dat kon, maar dan moest ze het wel zelf laten maken.

Aanvankelijk had ze gezwegen over haar ziekte, maar dat viel niet vol te houden. Op haar veertigste werd ze geconfronteerd met een aneurysma. Tien jaar later kreeg ze problemen met de kooldioxidebalans in haar bloed. Sindsdien sliep ze aan de beademingsapparatuur – een hele bevrijding. Ze werd steeds opener over haar ziekte en schreef er Veer-kracht over. Het boek is geen zware kost; Holkje kon met humor en zelfspot naar haar ziekte kijken. Ze noemde zich een ‘kreupele’, niet alleen omdat ze dat was, ook omdat het woord een mooie knipoog was naar de Bijbelverhalen waarvan ze zo hield.

Mediagenieke non

In Zwolle draaide ze volop mee in vormingswerk en studentenpastoraat, maar op een gegeven moment was het klaar. De kleine gemeenschap waarin ze woonde, was erg zoekende. En Holkje zelf leek mentaal vast te lopen. Ze had meer lucht nodig, letterlijk en figuurlijk. De komst van de beademingsmachine en de verhuizing naar een appartement bij het moederhuis van de congregatie in Nijmegen brachten nieuwe energie. Ze ging boeken schrijven en trad steeds vaker naar buiten als mediagenieke non. Hoewel ze haar angsten en onzekerheden goed kende, was ze niet te benauwd om op het podium te klimmen, soms ook letterlijk, zoals tijdens een gezamenlijk optreden met cabaretier Patrick Nederkoorn.

Geheel in dominicaanse traditie werd Holkje een echte predikvrouw. Beeld Privefoto
Geheel in dominicaanse traditie werd Holkje een echte predikvrouw.Beeld Privefoto

Het podium beviel haar goed. Geheel in dominicaanse traditie werd ze een echte predikvrouw. Ze was trots op de drie nieuwe zusters die door haar zendingsarbeid intraden. Ze had nog allerlei ideeën en plannen. Maar uiteindelijk werd een nieuw aneurysma haar fataal, onverwacht. Ze werd 61 jaar – voor een Marfan-patiënt een hoge leeftijd, maar niet voor Holkje. Voor haar kwam het einde veel te vroeg.

Holkje van der Veer werd op 14 oktober 1960 geboren in Amsterdam. Ze overleed op 6 juni 2022 te Nijmegen.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden