Leerlingen van de  Tom Naude High School in Polokwane, Zuid-Afrika, in 2012.

InterviewSocioloog Jacob Boersema

Hoe kan een wit mens racisme afleren?

Leerlingen van de Tom Naude High School in Polokwane, Zuid-Afrika, in 2012. Beeld Ilvy Njiokiktjien

In Zuid-Afrika zijn door de witte bevolking harde lessen getrokken na de apartheid, zag onderzoeker Jacob Boersema. Daar kunnen wij hier in Nederland ook wat van leren.

Wanneer we het over racisme hebben, zijn we geneigd om aan zwarte mensen te vragen wat het betekent om zwart te zijn, zegt de Amerikaanse journalist John Biewen in zijn podcast ‘Seeing White’. Volgens hem is het tijd om ‘de lens en de microfoon 180 graden te draaien’: als we willen begrijpen hoe racisme werkt, moeten we witheid bevragen. Volgens Biewen is één vraag die beantwoord moet worden na het geweld tegen zwarte mensen in Amerika van de afgelopen jaren: ‘Wat is er in hemelsnaam met witte mensen aan de hand?’

Dit verhaal beluisteren? Onze collega’s van Blendle spraken het voor u in:

Het is een vraag die breder lijkt te leven, niet het minst onder witte mensen zélf. In de Verenigde Staten gingen grote groepen witte Amerikanen de straat op om te protesteren tegen racistisch politiegeweld en ook in Nederland trokken Black Lives Matter-demonstraties honderden deelnemers in overwegend witte steden als Middelburg en Groningen. Racisme, vinden veel van deze demonstranten, is een probleem van witte mensen, niet van mensen van kleur.

Kunnen witte mensen racisme afleren? Er is een land waar deze vraag al deels is beantwoord, stelt socioloog Jacob Boersema, namelijk Zuid-Afrika. Boersema promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam en werkt tegenwoordig aan New York University, een grote private universiteit in de Amerikaanse stad. Zijn boek ‘Can We Unlearn Racism?, een etnografisch onderzoek naar hoe de witte bevolking haar weg probeert te vinden in het nieuwe Zuid-Afrika’, verschijnt volgend jaar bij Stanford University Press

 De witte Zuid-Afrikaan is niet heel anders dan de witte Europeaan

Er zijn veel vooroordelen over witte Zuid-Afrikanen, vertelt Boersema op een terras in Amersfoort. In Europa worden ze vaak gezien als een extremistische, racistische minderheid die zich vastklampt aan het koloniale verleden. “Ik wilde ervoor waken om dat beeld te bevestigen. De witte Zuid-Afrikaan is in wezen namelijk niet heel anders dan de witte Europeaan. De meesten hebben geen extreme politieke overtuigingen.”

De witte bevolking in Zuid-Afrika moet zich echter hoe dan ook verhouden tot een nieuw soort maatschappij, legt de socioloog uit. Apartheid werd na een lange strijd afgeschaft in 1990; de witte minderheid verloor daarbij haar politieke machtsmonopolie. Boersema: “Ik wilde begrijpen hoe de witte Zuid-Afrikaan daar in zijn dagelijkse leven mee omgaat. Hoe is het voor hem in de buurt waar hij woont, op het werk en op school?”

Als socioloog vond hij het een ‘logische taak’ om te proberen te begrijpen hoe racisme in Zuid-Afrika werkt. “Officieel duurde de apartheid van 1948 tot 1990, maar het is een veel langer, historisch gegeven. Een socioloog bevraagt hoe verhoudingen tussen groepen veranderen als de maatschappij verandert. Bovendien hebben sociologen bewust meegewerkt aan het creëren van apartheid. Zo werd er gesproken over het tegengaan van wat in het Afrikaans ‘gelijkheidsvoeling’ heette: het proces waarbij witte Zuid-Afrikanen uit de arbeidersklasse zich gingen identificeren met zwarte mensen met dezelfde maatschappelijke klasse.” Dat moest voorkomen worden, zegt Boersema. “Witte burgers moesten zich superieur blijven voelen. Daar werd het hele apartheidssysteem op ingericht.”

Het is die erfenis die de witte Zuid-Afrikaan nog steeds parten speelt, stelt hij. “Witte Zuid-Afrikaanse mannen hebben het bijvoorbeeld moeilijk op het werk, vooral bij staatsbedrijven. Daar heeft wat ze in het Afrikaans een ‘rechtstellende aktie’ noemen plaatsgevonden: er is voorrang gegeven aan sollicitanten van kleur. De werkvloer is daardoor veel diverser geworden. Je ziet dat witte mannen het daar moeilijker vinden om onder een zwarte manager te werken. Er is onder hen veel ressentiment, veel wit chagrijn. Ze vinden het moeilijk om een historisch bepaalde machtspositie op te geven.”

Een bar in Johannesburg 2018. Beeld Ilvy Njiokiktjien

De gelauwerde fotografe Ilvy Njiokiktjien (1984) raakte in 2007 in Zuid-Afrika in de ban van de zogeheten born-frees, de eerste generatie die na de afschaffing van de apartheid werd geboren. De eerste democratische verkiezingen in Zui-Afrika werden in 1994 gewonnen door Nelson Mandela. Werk van Ilvy Njiokiktjien in de afgelopen twaalf jaar werd verzameld in het fotoboek ‘Born Free’. 

Een antiracistische houding is een manier van leven

Onder witte vrouwen gaat het overigens beter, zag hij. “Die zijn eerder geneigd om te zeggen: als ik praat met mijn collega’s en ze beter leer kennen, dan kunnen we over de verschillen in onze achtergronden heen stappen. Dan kunnen we eigenlijk heel goed samenwerken.”

Wat Boersema zag in Zuid-Afrika, was dat het afleren van racisme en vooroordelen veel zelfbewustzijn vroeg. “Het is geen kwestie van een diversiteitstraining of een bewustwordingscampagne.” In plaats daarvan zag hij Zuid-Afrikanen een diep zelfonderzoek doen. “De witte schrijver Antjie Krog, die ik ook voor mijn boek sprak, heeft het over een andere manier van in de wereld staan. Ze zegt letterlijk: ik moet een andere taal aanleren.” Een antiracistische houding is een manier van leven, wil Boersema maar zeggen. “Het kost moeite. Je moet bereid zijn om veel bij te leren, om fouten te maken en dan niet te stoppen, maar juist door te gaan.”

Daar hadden witte Zuid-Afrikanen overigens wel af en toe een duwtje in de rug bij nodig. “Nelson Mandela bracht in de jaren negentig hoop. Hij vestigde het geloof dat het kon: een nieuw soort democratisch project zonder racisme.” De Verzoeningscommissie, die na de apartheid racistische machthebbers in staat stelde om schuld te bekennen in ruil voor vergeving, droeg bij aan het gevoel dat het land opnieuw kon beginnen. Boersema: “Schaamte werkt verlammend, terwijl schuld bekennen je misschien kan aansporen om je in te zetten voor de ander die je iets hebt aangedaan.”

Nelson Mandela wist: hoop is hard werken

Maar Mandela had niet de illusie dat zijn regenboognatie zonder slag of stoot zou ontstaan, stelt Boersema. “Veel mensen vergeten dit, maar Nelson Mandela heeft tijdens zijn presidentschap duidelijk gezegd: witte Zuid-Afrikanen, jullie moeten echt beter je best doen om deze samenleving tot een succes te maken. Hij wist: hoop is hard werken.”

Kunnen we in Europa iets leren van de weg die Zuid-Afrika heeft afgelegd? Allereerst moeten we kijken hoe racisme hier wordt begrepen, zegt Boersema. “Er is in Nederland soms schroom om racisme bij de naam te noemen. In de wetenschap spreken we bijvoorbeeld liever van nationalisme, of nativisme, of discriminatie op basis van etniciteit. Racisme vinden we een moreel beladen term. We zijn gewend om te denken: racisme, dat is iets uit het verleden, of iets wat zich in ver land afspeelt. Het hoort niet bij ons hier en nu.”

Maar die beladenheid, stelt hij, is het resultaat van een politieke agenda. “Door rechts is vanaf Hans Janmaat geprobeerd om racisme als het extreme kwaad te definiëren, waardoor paradoxaal genoeg niemand meer racistisch is. Maar racisme gaat juist ook over alledaagse ongelijke behandeling, daar schreef racisme-onderzoeker Philomena Essed al over. ”

Die vorm van rechtse politiek resulteerde ook in het Fortuynisme. “Fortuyn zei: je moet de problemen van immigratie benoemen. Maar wat we nu zien, is dat een nieuwe generatie Nederlanders van kleur zegt: wij willen het racisme benoemen. Vervolgens worden zij weggezet als radicale activisten die het debat monddood maken. Terwijl: de vrijheid van meningsuiting kan niet zo selectief voor de ene groep gelden en voor de andere niet.”

Jacob Boersema: "Er is in Nederland soms schroom om racisme bij de naam te noemen."

Thierry Baudet kopieert het taalgebruik van antiracistische bewegingen 

Ook het politieke debat loopt in Zuid-Afrika voor op de Verenigde Staten en Europa, zegt de socioloog. “Het ‘wit chagrijn’ van de Zuid-Afrikaan leidde in dat land al tot een etnisch populisme: een vorm van rechtse politiek waarin wordt gedaan alsof de witte bevolking een bedreigde minderheid is.” Die vorm van witte identiteitspolitiek ziet hij ook in Europa. “Zo iemand als Thierry Baudet kopieert één op één het taalgebruik en het activisme van antiracistische bewegingen om te beargumenteren dat ‘het blanke, boreale Europa’ beschermd moet worden; witte Europeanen zijn nu de zogenaamde ‘inheemse bevolking’ die wordt bedreigd.”

Nederlanders zouden veel argwanender over dat soort witte identiteitspolitiek moeten zijn, stelt Boersema. Toch is hij hoopvol over hoe mensen in Nederland zich bewust zijn geworden van racisme, zegt hij. “Een vriend van me vertelde laatst dat hij zich op het voetbalveld in het Groningse Bedum is gaan uitspreken tegen racistische pesterijtjes. Volgens mij is dat verhaal exemplarisch voor een brede ontwikkeling. Steeds meer mensen staan op tegen racisme in hun directe omgeving.”

Maar het kan beter, denkt Boersema. “We moeten veel serieuzere pogingen doen om institutioneel racisme te begrijpen. Er zijn zoveel vragen die we onszelf en de maatschappij kunnen stellen: welke verbeteringen kunnen we doorvoeren in het onderwijs? Selecteren we kinderen niet te vroeg voor de verschillende niveaus op de middelbare school? Hoe zijn onze steden ingericht? Is het creëren van gemengde wijken een manier om integratie te bevorderen, of om witte mensen aan een goedkoop huis te helpen door middel van door de overheid gesponsorde gentrificatie?”

Wit zijn betekent: altijd het voordeel van de twijfel krijgen

Hoe ziet de socioloog zijn eigen identiteit en witheid? Wonen en werken in de Verenigde Staten en Zuid-Afrika heeft hem duidelijk gemaakt wat wit privilege inhoudt, vertelt hij. “Wit zijn betekent: altijd het voordeel van de twijfel krijgen. Er gaan in mijn carrière deuren voor me open die voor anderen dicht blijven. En ook als ik kijk naar hoe ik opgegroeid ben, zie ik hoe je als je wit bent altijd maar verwacht dat de wereld je op een bepaalde manier zal behandelen: als ik me misdroeg zagen leraren en politieagenten dat als kattekwaad. Dat zou een zwarte of Nederlands-Marokkaanse jongen van mijn leeftijd niet zijn overkomen.”

Net als de witte Zuid-Afrikanen heeft hij veel geleerd. “In de Verenigde Staten kon ik bouwen op een lange traditie van Afro-Amerikaanse sociologen die over racisme hebben geschreven. En in Nederland heb ik veel gesprekken kunnen voeren met bevriende Afrika-deskundigen zoals bijvoorbeeld Seada Nourhussen, hoofdredacteur van One World. Ik sta op de schouders van reuzen.”

Het boek moet ook een manier zijn om hen werk uit handen te nemen. “Ik snap dat zwarte experts het vermoeiend vinden om steeds maar zichzelf en hun werk te verantwoorden. Ik heb met dit onderzoek een klein beetje meer huiswerk gedaan naar wit zijn en racisme dan veel witte mensen. Ik hoop dat ik sommige mensen met dit boek werk uit handen neem en andere mensen juist aan het werk kan zetten.”

Lees ook: 

Nergens een zwarte Afrikaan in Orania

Terwijl de rest van wereld in de ban is van #BlackLivesMatter, werkt een klein dorpje in het overwegend zwarte Zuid-Afrika juist aan het behoud van de witte Afrikaner cultuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden