Caribische eilanden

Hoe kan de crisis in het koninkrijk worden gekeerd?

Rustige straten in Willemstad. Ook op Curaçao gelden maatregelen tegen het coronavirus. Beeld ANP

De Caribische landen binnen het koninkrijk bezwijken onder de problemen. Er is slechts één oplossing, zeggen deskundigen: maak er Nederlandse gemeenten van. 

Wie Raymond Knops over het Koninkrijk der Nederlanden hoort praten, voelt zijn frustratie. Eind mei maakte de CDA-staatssecretaris in een Kamerdebat de trieste balans op, tien jaar nadat Curaçao en Sint-Maarten een status aparte kregen. Zijn analyse: “De landen in het Caribisch deel van het koninkrijk kunnen hun eigen autonomie niet dragen.”

Knops refereerde in het Kamerdebat aan de huidige, torenhoge schuldenlast van de eilanden, terwijl Nederland in 2010 de toen bestaande miljardenschuld juist had kwijtgescholden. Niet de inwoners profiteren van economische voorspoed, maar een kleine groep machthebbers. En nu de coronacrisis voor grote problemen zorgt in de Cariben, reikt Nederland de helpende hand in de vorm van zachte leningen en medische hulp. 

Knops: “Het is eigenlijk een schande dat wij nu duizenden voedselpakketten die kant op moeten sturen om ervoor te zorgen dat mensen de dag doorkomen. Ik vind het buitengewoon schrijnend dat de landen er de afgelopen jaren dus niet in geslaagd zijn om een systeem op te bouwen waarmee ze in een crisis, of dat nou deze is of een andere, in staat zijn om deze mensen de hulp te bieden die nodig is.”

'Min of meer failliet’

Tien jaar eerder zag de wereld er voor het koninkrijk nog zo hoopvol uit. Op 10 oktober 2010 hield het land de Nederlandse Antillen op te bestaan. De drie eilandjes Bonaire, Sint-Eustatius en Saba kregen de status van ‘bijzondere gemeente van Nederland’, Curaçao en Sint- Maarten werden autonoom (wat Aruba al sinds 1986 is). De eilanden zouden een frisse, nieuwe start maken. Op het Brionplein in Willemstad, hartje Curaçao, vierden bewoners feest, in bijzijn van toenmalig koningin Beatrix. De eerste premier van Curaçao, Gerrit Schotte, riep enthousiast: “Dit is waar wij naar hebben verlangd. De dag is omgeslagen en daar wappert de vlag!”

En nu verklaart de staatssecretaris de staatkundige verhoudingen binnen het koninkrijk min of meer failliet. “Het is een harde conclusie”, erkende Knops tegen de Kamerleden. “Maar ik kan niet anders dan tot die conclusie komen.”

De uithaal van Knops roept de vraag op hoe het verder moet met het koninkrijk, dat ingewikkelde construct van een moederland aan de ene kant van de oceaan en zes Caribische eilanden aan de andere kant, op zeven- tot achtduizend kilometer afstand. Autonomie is geen succes gebleken, totale onafhankelijkheid is onbespreekbaar voor de eilanden. Wat nu?

De status van de verschillende Nederlands-Caribische eilanden. Beeld Louman & Friso

Een schrijnende en onhoudbare situatie

Voor Jan Wijenberg en Aart G. Broek is dat geen ingewikkelde vraag om te beantwoorden. Eerstgenoemde is oud-ambassadeur en voormalig adviseur van premiers van de Nederlandse Antillen. De ander is socioloog, heeft twintig jaar op Curaçao gewoond en gewerkt en doet voortdurend onderzoek naar sociale en culturele kwesties op de eilanden. Beiden zien slechts één werkbare oplossing voor het koninkrijk: maak van de zes eilanden volwaardige Nederlandse gemeenten en breng ze onder bij een provincie.

Het huidige model vinden de mannen een gedrocht. “Het 2010-besluit is desastreus geweest”, zegt Wijenberg. “De drie kleine eilandjes zijn zogenaamd ‘bijzondere gemeenten’, maar ze horen eigenlijk nergens bij. Het zijn absoluut geen volwaardige gemeenten. Ze zweven ergens in de lucht.” Broek: “En de autonome eilanden schieten op tal van terreinen tekort. Met criminaliteitsbestrijding, met onderwijs, de aanpak van de werkloosheid. Zie de milieuproblemen met de Isla-raffinaderij op Curaçao. Zie de erbarmelijke wijze waarop Venezolaanse vluchtelingen worden opgevangen. De overheidsfinanciën zijn onbeheersbaar.” Samengevat: de situatie is schrijnend en inmiddels onhoudbaar.

Het plan van Wijenberg en Broek om er zes echte gemeenten van te maken is niet nieuw. Sterker, ze begonnen hun lobby voor deze drastische herschikking binnen het koninkrijk ergens in 2005. Aan beide zijden van de oceaan was er destijds geen interesse voor. Ze kunnen zich nog een bezoek aan Johan Remkes herinneren, destijds commissaris van de koningin in Noord-Holland. De vraag was of de Caribische eilanden bij ‘zijn’ provincie mochten horen. Hij hapte niet toe. Wijenberg en Broek dachten ook nog aan Zeeland, maar dat lag te gevoelig gezien de bovengemiddelde betrokkenheid van die provincie bij de slavenhandel.

Meer geld kwijt aan de Cariben

Wat heeft hun jarenlange lobby opgeleverd? Broek zegt eerlijk: “Niets!” Wijenberg: “De geesten waren er nog niet rijp voor.” Broek: “Het klinkt akelig, maar het gaat momenteel niet goed op de eilanden. En als het erg genoeg wordt, dan komt het ooit in orde.” Wijenberg: “De Verelendungstheorie.”

Het omdopen van de zes eilanden tot volwaardige gemeenten zou enorme consequenties hebben, erkent Wijenberg. De euro wordt er ingevoerd, er komen binnenlandse vluchten tussen Amsterdam en Oranjestad en Willemstad. De Cariben krijgen het Nederlandse belastingstelsel, met aangepaste (lees: hogere) AOW en bijstand. Nederland zal aanzienlijk meer geld kwijt zijn aan de eilanden dan nu het geval is.

Familiebanden

Er is geen andere optie, betogen de twee mannen. De hardnekkige relatieproblemen tussen Nederland en de eilanden worden veroorzaakt door het Statuut, dat 65 jaar geleden is opgesteld en waarin de staatkundige verhoudingen zijn vastgelegd. En die verhoudingen laten volop ruimte voor ruzie en andere narigheid. Wijenberg: “Iedereen wisselt razendsnel van pet, afhankelijk van de situatie. De ene keer wijzen landen erop dat ze toch echt zelfstandig zijn, de andere keer noemen ze zich onderdeel van het koninkrijk.” Broek: “Curaçao, Sint-Maarten en Aruba mogen dan autonoom zijn, ze kampen met problemen die ze niet zelfstandig het hoofd kunnen bieden. Het maakt ze afhankelijk van de gunst van het moederland. De Caribische eilanden zijn bedelende horigen van Nederland.”

Wijenberg en Broek merken dat hun plan inmiddels op iets meer sympathie kan rekenen dan voorheen, zeggen ze. Maar vooralsnog klinkt er aan beide kanten van de Atlantische Oceaan nog te weinig enthousiasme. De mannen begrijpen de weerstand in de West. “Hier speelt prestige mee. De status van autonoom land geef je niet zomaar op”, zegt Wijenberg. “Een deel van de bestuurders zit niet te wachten op pottenkijkers op het eiland”, weet Broek.

Ook op het Binnenhof hebben ze nog een wereld te winnen. In de Tweede Kamer is meer animo voor het verder op afstand zetten van de eilanden dan voor het inlijven bij Nederland. De PVV wil het liefst dat de Caribische landen het koninkrijk verlaten. VVD en SP pleiten al jaren voor een soort gemenebest­model, waarbij Nederland veel minder verantwoordelijkheid draagt voor de situatie op de eilanden.

CDA-Kamerlid Van Dam voelt zich onmachtig

Het CDA moet niets hebben van een gemenebest, door Kamerlid Chris van Dam omgedoopt tot ‘supermarktmodel’. Door de eilanden verder op afstand te zetten ontken je de ‘familiebanden’, vindt hij. “We moeten kneiterhard naar elkaar toe kunnen zijn als dat nodig is, maar we steunen elkaar als we in de ellende zitten.”

Van Dam erkent, net als zijn partijgenoot Knops, dat de eilanden op dit moment niet functioneren zoals je mag verwachten van autonome landen. “De detentieomstandigheden zijn er bedroevend, het niveau van bestuur is ook niet best. Ik heb zelf gezien hoe vluchtelingen uit Venezuela worden opgevangen op Curaçao. Het is onbestaanbaar, echt onmenselijk. Maar tot de dag van vandaag zitten de mensen daar.”

Het CDA-Kamerlid voelt zich onmachtig. Eind 2019 bracht Van Dam een werkbezoek aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, waar hij, tot zijn eigen schrik, werd aangesproken op de omgang met gevangenen op Sint-Maarten. Daar worden volgens het Europees Hof de mensenrechten geschonden. Van Dam: “Hoho, antwoordde ik. Dat is een autonoom land, daar gaan wij niet over. Maar het hof houdt ook Nederland, als deel van het koninkrijk, daar verantwoordelijk voor. Dat vond ik confronterend, het heeft bij mij een knop omgezet. Landen binnen het koninkrijk dragen ook de lasten van anderen.”

Er is dus alle reden, vindt Van Dam, om de huidige verhoudingen te herzien. Maar eenvoudig zal dat niet zijn. De Verenigde Naties hebben meerdere keren bevestigd dat Nederland, als voormalig kolonisator, de eilanden niets op kan leggen. Zij gaan over hun eigen toekomst. Daarom geeft de CDA’er het ‘provinciemodel’ weinig kans van slagen. “De eilanden zullen autonomie moeten inleveren, iets waar ze lang voor hebben gestreden. Ik zie dat niet snel gebeuren.”

Emily de Jongh Elhage, de laatste premier van de Nederlandse Antillen, reageert geëmotioneerd tijdens de ceremonie rondom de opheffing van de eilandengroep in 2010. Prinses Máxima en prins Willem-Alexander zitten naast haar. Beeld ANP

Nederland als 'zuinigste jongetje van de klas’

Wat Arjen van Rijn betreft is dat ook niet nodig. Hij is buitengewoon hoogleraar staatsrecht aan de universiteit van Curaçao en gespecialiseerd in staatkundige vernieuwing. Van Rijn weigert de huidige situatie ‘failliet’ te noemen. “Dat doet geen recht aan de afgelopen zeventig jaar, die de landen van het koninkrijk met vallen en opstaan zijn doorgekomen.” De hoogleraar omschrijft de status van de drie zelfstandige eilanden als ‘mooi weer-autonomie’; het werkt zolang de zon schijnt. Maar zodra er een orkaan losbarst (of een onzichtbare orkaan, zoals het coronavirus in de Cariben wordt genoemd), is het crisis. En dan komt Nederland in beeld.

Volgens Van Rijn is het verstandig om de situatie te laten zoals die is, met de wederzijdse spanningen die daar bij horen. “De eilandbewoners zijn geen Europeanen, ze hebben een eigen cultuur, een eigen samenleving. Ze zijn trots op hun autonomie en willen helemaal geen integraal onderdeel van Nederland zijn.”

Van Rijn denkt dat een deel van de oplossing ligt in het investeren in de onderlinge relaties. Hij bepleit een permanent fonds om de eilanden financieel te kunnen helpen. Dat is een beter doel dan ‘een ver ontwikkelingsland’, vindt hij. “De eilanden horen nu eenmaal bij ons, dat is helemaal niet erg. Het kabinet zou veel meer solidariteit moeten tonen. Binnen de Europese Unie laat Nederland zich in deze coronacrisis ook al zien als het zuinigste jongetje van de klas. We moeten naar onszelf kijken. Willen we zo in het leven staan?”

'Doe er je voordeel mee’

Tijdens het lobbywerk hoorden Aart Broek en Jan Wijenberg herhaaldelijk dat hun ‘provinciemodel’ onwerkbaar zou zijn vanwege de botsende culturen. Een ‘kolderargument’, vindt Wijenberg. “De eilandbewoners zijn geen buitenaarde wezens, het zijn mensen van vlees en bloed”, benadrukt Broek.

Hun plan kan de culturele waarde van de eilanden juist verstevigen. Hoe stabieler het eiland, hoe beter je je eigen identiteit kunt bewaken, zeggen ze. Broek: “Kijk naar Friesland. Het kan best. Wij zeggen tegen de eilanden: bekijk ons plan nog eens. En doe er je voordeel mee.”

Lees ook:

Het wegblijven van toeristen stort Curaçao in een diepe crisis

Ook aan de andere kant van het koninkrijk slaat de coronacrisis ongenadig hard toe. Het toerisme is geheel stilgevallen, een ramp voor de Caribische eilanden.

Nederland draait Caribische eilanden duimschroeven aan voor coronahulp

De Caribische eilanden hebben dringend geld nodig vanwege de coronacrisis. Nederland is bereid hulp te bieden, maar wel in ruil voor hervormingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden