Arout Gougoulian in Frankrijk, 2016. Beeld
Arout Gougoulian in Frankrijk, 2016.Beeld

NaschriftArout Gougoulian

Hier vond Arout Gougoulian (1962-2021) een nieuw thuis, met heel veel vrienden

Voor Arout Gougoulian, een Armeense vluchteling uit Abchazië, was het glas altijd halfvol. Dankzij zijn positieve instelling en zijn gave om makkelijk contact te maken lukte het hem hier in Nederland een nieuw bestaan op te bouwen.

Niet ver van hun huis in Rotterdam-West hebben Arout en Janna een volkstuin. Hij is er vaak te vinden en vindt het heerlijk om te tuinieren. Met zorg onderhoudt hij de moestuin, plant er bomen en bouwt met zijn zoons Arthur en Marcos een mooi tuinhuisje.

Algauw heeft hij een plek gecreëerd waar het zoemt van gezelligheid: Arout is gastvrij en iedereen is welkom. Hij heeft altijd tijd voor een gesprekje, maakt vrienden en nodigt ze uit om een wijntje te komen drinken. Lekkere hapjes zijn er natuurlijk ook. Er zijn geregeld feestjes met andere gezinnen; zijn vijftigste verjaardag viert hij groots, in de kantine heeft hij honderd mensen uitgenodigd.

Arout Gougoulian in zijn volkstuin. Beeld
Arout Gougoulian in zijn volkstuin.

Zijn leven is dan in rustiger vaarwater gekomen na jaren van grote onzekerheid over de toekomst. Nadat hij in 1994 wegens ­oorlogsgeweld met zijn gezin Abchazië is ontvlucht, probeert hij hier vaste grond ­onder de voeten te krijgen. De weg is lang en vol hobbels, maar omdat hij makkelijk contact maakt, ontmoet hij vaak mensen die het gezin willen helpen.

Gevlucht voor de Armeense genocide

Arout is van oorsprong Armeniër. Zijn grootouders zijn tijdens de Armeense ­genocide in 1915 uit Turkije gevlucht naar Abchazië, destijds een regio in Georgië ten oosten van de Zwarte Zee. Daar wordt hij in 1962 geboren in Gagra, destijds een gehucht met een kerk en vier huisjes. Als hij een jaar of 6 is, verhuist hij met zijn ouders en jongere broer naar een groter dorp verderop.

Zijn vader is boer en werkt in een kolchoz. Ze hebben er koeien, varkens, kippen en op de uitgestrekte velden wordt maïs verbouwd. Er groeit ook tabak, dat is verplicht: de opbrengst is voor de kolchoz. Als 5-jarige wordt Arout soms vroeg uit zijn bed gehaald om zijn vader te helpen op het land; terwijl vader achter de ploeg loopt, moet hij de stier leiden die de ploeg trekt. Alle kinderen in de kolchoz werken na schooltijd mee, zo ook Arout, die naar de Armeense school gaat in het dorp.

Na de middelbare school doet hij achtereenvolgens een opleiding als automonteur, gaat hij in dienst en begint hij aan een ­politieopleiding. Het politiewerk ligt hem echter niet en hij kiest voor een goed verdienende baan bij een bedrijf in oliepijpen in het noorden van de Sovjet-Unie. Daar werkt hij drie jaar, onder meer als vrachtwagenchauffeur.

Op zijn 26ste keert hij terug naar huis omdat zijn moeder is overleden. Het is een enorme klap, ze hebben elkaar al die ­jaren geschreven, maar niet meer gezien. Zonder zijn moeder voelt hij zich een wees.

Hij gaat bij zijn vader wonen en niet veel later trekt Janna bij hen in. Als kinderen woonden ze 5 kilometer bij elkaar vandaan, maar ze leren elkaar pas kennen als zij Russische taal- en letterkunde doceert op zijn voormalige middelbare school. Ze blijken allebei geïnteresseerd in biografieën en boeken over geschiedenis en psychologie. Arout is een verwoed lezer, als jongen al. Wanneer hij thuis alles uit heeft, klimt hij op een dag bij een dorpsgenoot door het raam naar binnen en neemt ongezien boeken mee.

Arout Gougoulian met zijn echtgenote Janna. Beeld
Arout Gougoulian met zijn echtgenote Janna.Beeld

Bloedig conflict

Nog geen tweeënhalve maand na hun eerste ontmoeting trouwen Janna en hij; kort na elkaar worden Arthur en Marcos geboren. Hun gezinsleven verandert na de val van de Sovjet-Unie. Als het naar autonomie strevende Abchazië in bloedig conflict komt met Georgië, wordt Arout opgeroepen voor het leger, maar hij verbergt zich in het bergachtige grensgebied.

Janna en de kinderen blijven bij haar schoonvader, tot de oorlogssituatie zo dreigend wordt dat het gezin besluit te vluchten. Na een angstige tocht via Polen bereiken ze Duitsland en krijgen daar de mogelijkheid verder te reizen naar Nederland, waar ze asiel aanvragen.

Ze verhuizen van azc naar azc en komen weinig in aanraking met het leven buiten de opvangcentra. In de kazerne in Den Bosch, waar ze een jaar verblijven, krijgen de kinderen les met andere vluchtelingenkinderen; Nederlandse leeftijdgenootjes ontmoeten ze nauwelijks.

Verliefd op Rotterdam

Dat verandert als ze na twee jaar terechtkomen in de Pauluskerk in Rotterdam, waar dominee Hans Visser zich ontfermt over dak- en thuislozen, drugsverslaafden en vluchtelingen. Arthur en Marcos gaan naar een school met Nederlandse kinderen, langzaamaan beginnen de ouders vertrouwder te raken met de Nederlandse samenleving. Janna is meteen verliefd op de stad, ook Arout voelt zich er thuis en ziet een nieuwe toekomst voor zich. Met grote gedrevenheid stort hij zich op het leren van de taal.

Hun leven hier is echter niet makkelijk en soms heeft hij heimwee naar Abchazië; pijnlijk is vooral dat hij na het overlijden van zijn vader niet naar de begrafenis kan. Ze hebben elkaar sinds hun vertrek niet meer gesproken. Intussen is de behandeling van hun zaak een eindeloos slepende procedure die hen ernstig belemmert in hun bewegingsvrijheid. Officieel mogen ze, in afwachting van een uitspraak, niet in het land blijven; zolang ze niet over de vereiste documenten beschikken, zijn ze hier in feite illegaal en kunnen ze weinig ondernemen. Het is alsof ze niet bestaan.

Arout Gougoulian voelde zich thuis in Rotterdam. Beeld
Arout Gougoulian voelde zich thuis in Rotterdam.Beeld

Geen vast woonadres

Een vast woonadres hebben ze niet; dominee Visser benadert een collega die tijdelijk zijn eigen bed afstaat. Ook een opvangcentrum biedt hun enige tijd onderdak, totdat huisvesting is geregeld in een van de panden van de Pauluskerk. Met z’n vieren delen ze een kamer, met ruimte voor een tweepersoonsbed en een stapelbed. In een grote gemeenschappelijke woonkamer ­kunnen de jongens met andere kinderen hun energie kwijt.

Hoe frustrerend de situatie ook is, Arout ziet altijd een zonnige kant: ze hebben te eten, de kinderen gaan naar school en sportles, ze dragen nette kleren, en ze hebben ­allebei een fiets.

Om wat te kunnen verdienen, verkoopt hij jarenlang de straatkrant. Voldoening biedt het niet, maar hij heeft er plezier in met voorbijgangers een praatje te maken. Daarnaast zet hij zich als vrijwilliger in voor de Pauluskerk, om zo iets terug te doen voor alle geboden hulp. Hij werkt bij de nacht­opvang en maakt eens per week met zijn zoons een gezellig ritje naar Zeewolde, waar hij bij een bakker brood ophaalt voor de Pauluskerk.

Een eigen leven

In 2003 wordt, na negen jaar wachten, eindelijk een verblijfsvergunning verstrekt en kunnen ze een eigen leven opbouwen. Ze krijgen een huis toegewezen en Arout vindt een baan als klusjesman bij een vastgoed­ondernemer. Om het salaris aan te vullen begint Janna, na een leerperiode bij een bloemist op het Centraal Station in Rotterdam, een eigen bloemenzaak. ’s Ochtends om vier uur rijdt ze naar de veiling, Arout vergezelt haar, helpt de bloemen uit te stallen in de winkel en begint om kwart voor negen aan zijn eigen werk.

Maar het gaat mis tijdens de financiële crisis: zijn werkgever moet hem noodgedwongen ontslaan. Er is weinig uitzicht op een andere baan, maar bij de pakken neerzitten is niets voor hem. Hij heeft al zo veel meegemaakt dat hij zich door deze tegenslag niet laat ontmoedigen. Integendeel. Hij helpt Janna nu fulltime, bezorgt bestellingen en doet het huishouden.

Op de markt kent iedereen hem

Een van zijn pleziertjes is twee keer in de week een bezoek aan de markt, waar iedereen hem kent. Met volle tassen aan het stuur fietst hij naar huis om nieuwe recepten uit te proberen. Koken is een nieuwe hobby – het is hem aan te zien: zeker nadat hij gestopt is met roken, wordt hij zwaar. Bij lekker eten hoort goede wijn: met Janna bezoekt hij wijnproeverijen in Bourgondië.

Ze maken meer buitenlandse reisjes, eenmaal naar Abchazië om het graf van zijn vader te zien. Het land is veranderd, ze hebben er niet veel meer te zoeken.

Arout Gougoulian met zijn vrouw en zoons in Beekse Bergen, 2019. Beeld
Arout Gougoulian met zijn vrouw en zoons in Beekse Bergen, 2019.Beeld

April vorig jaar boeken ze toch een ticket: hij heeft inmiddels al enige tijd een agressieve vorm van longkanker en wil afscheid nemen van zijn familie, maar de corona-uitbraak zet een streep door dat plan. Toch weerhouden de coronamaatregelen hen er niet van nog een paar keer op vakantie te gaan.

Allengs verslechtert zijn toestand, en een gepland reisje in januari dit jaar lukt niet meer: hij is uitbehandeld en heeft daar vrede mee. Vanzelfsprekend wil hij in Rotterdam begraven worden: hier was zijn ­leven, hier wonen zijn kinderen en kleinkinderen. Heel veel mensen komen afscheid nemen, eens temeer blijkt hoe geliefd hij is. Op begraafplaats Hofwijk krijgt hij een graf, bedolven onder een bloementapijt.

Arout Gougoulian werd geboren op 14 februari 1962 in Gagra (Abchazië) en overleed op 24 maart 2021 in Rotterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden