Klein verslag Wim Boevink

Het verlengen naar de verte op de langste weg van Australië

Uithuizig zal ik deze week zijn en dat roept vooraf al een gevoel van Fernweh op, een verlangen naar de verte, of liever een terugverlangen ernaar. In de boekhandel kom ik in het weekend een boek tegen dat ik anders nooit zou aanschaffen, maar nu wel.

Een fietsboek. Zo’n boek van iemand die verslag doet van zijn fietstocht. Van de schrijver, Gijs van Middelkoop, heb ik nog nooit gehoord. Het heet: ‘Duizend graden in de schaduw. Een fietsreis dwars door Australië’. Gijs fietst met zijn vriendin Aimée. Ze houden wel van een sportieve uitdaging.

Gijs en Aimée hebben meer gefietst. Door Canada en de Rocky Mountains. Boek: ‘Beren op de weg’. Door de Verenigde Staten, van Miami naar San Francisco. Boek: ‘Amerikanen fietsen niet’. En Gijs en Aimée fietsten over het Japanse eiland Kyushu. Boek: ‘Japanners komen nooit te laat’.

En nu dus Australië.

Sprankelend continent

Australië! Het land dat ik dit jaar bezocht met mijn broers en zus. We reden met een auto bijna drieduizend kilometer door de zuidoosthoek van het continent, Victoria, New South Wales. Zo niet Gijs en Aimée. Zij fietsten een tocht van vijfduizend ­kilometer van Perth naar Sydney. Van kust tot kust.

En dit lees ik dan op de eerste ­pagina van het boek: “Een paar maanden geleden hadden Aimée en ik besloten dat we een lange fietstocht door Australië wilden maken. Australië leek ons een sprankelend continent. Er leefden al 50.000 jaar mensen, de zon scheen er bijna altijd, en het zat vol met opvallend merkwaardige dieren. Maar bovenal had het die hallucinerende, bijna betoverende leegte.”

Kijk, zo vat je land samen. Puntig, ­direct en zakelijk. Ik voel een vreemde jaloezie opkomen. Ik heb thuis gezeten en boeken gelezen van Australische schrijvers en historici, Miles Franklin, Patrick White, Manning Clark, Tim Winton, Helen Garner, Gerald Murnane om iets van dat land en zijn fameuze outback te begrijpen en ik kwam niet verder dan de rand.

Maar je kunt er ook gewoon doorheen fietsen. En vlot ook.

Eyre Highway, het langste stukje rechte weg van Australië. Beeld Flickr.

Ik wil alles weten

Op pagina 3 lees ik al: “Na een uurtje of twee rustig fietsen, verlaten we Perth via de buitenwijk Perth-Midland en duiken een donker bos in”. Dan kun je toch niet meer ophouden met lezen?

“Aimée smeert onze broodjes.” Ik wil alles weten. Een eind verder, intussen al in de Nullarbor-woestijn:

“Boven ons strekt de hemel zich uit als een oneindige koepel, een ­gigantische, blauwe stolp. De zon spuwt laaiend vuur.”

En weer verder (met 181 km woestijn voor de boeg): “Beiden hebben we drie liter water in onze bidons, die in houders op onze fietsen zitten. Daarnaast hebben we drie klotsende waterzakken op onze fiets gebonden: één van twee liter en twee van vier liter. Verder hebben we nog een fles Sprite van 1,25 liter en een pak sinaasappelsap van anderhalve liter. Dat moet toch genoeg zijn ...”

Of het genoeg was, verraad ik hier niet. Ze bereiken een bord. Vóór hen ligt Australië‘s langste rechte weg: 146,6 km zonder bocht.

Ja, zo leer je een land kennen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden