Chiméne kijkt naar buiten terwijl ze aan het breien is.

FotoreportageAmsterdam-Noord

Het verdriet van Amsterdam-Noord: Die rijken maken de buurt er niet beter op

Chiméne kijkt naar buiten terwijl ze aan het breien is.Beeld Willeke Duijvekam

Luxe appartementen en hippe koffiebarretjes rukken op in Amsterdam-Noord. Daar hebben de armere inwoners van het stadsdeel niets aan. Fotografe Willeke Duijvekam portretteert ze in haar fotoserie ‘Vetarm’.

Overal in het appartement van Chiméne Vester (58) in de Van der Pekbuurt in Amsterdam-Noord hangen prenten die uit duizenden kleine, kleurige steentjes bestaan. Een boeddha, een katje, haar overleden hond. Vester heeft ze er zelf een voor een opgeplakt, die steentjes, ­tijdens de corona-lockdown toen ze maandenlang niemand zag en ‘diamond painting’ haar enige bezigheid was.

Tijdens de lockdown ging het bijzonder slecht met haar, vertelt ze. “Ik bleef hele ­dagen op bed liggen, at niks, of alleen brood. Mijn knie deed zeer – die is recent geopereerd – en ik had geen zin om een half uur in de keuken te staan. Ik ben vijf kilo aange­komen. Als ik niet eet, kom ik juist aan.”

Het is woensdagochtend tien uur, ze zit op de bank, op de tv loopt een kookprogramma van RTL4. Naast haar zit Elizabeth, een vriendin uit Urk die een katje kwam brengen. Sjakie, een tijgertje van negen weken die zich verstopt onder de bank. Sjakie moet haar nieuwe maatje worden. Vlak voor de lockdown moest Vester haar 15-jaar oude ­labrador Desi – “mijn lust en mijn leven” – laten inslapen. De hond had kanker. “Kijk”, ze toont haar mobiel, “zo groot was de bult.” Zelf heeft ze longproblemen, reuma, over­gewicht, borderline. “U kunt beter vragen wat ik níet heb, dan bent u sneller klaar.”

Chiméne brengt de post rond. Beeld Willeke Duijvekam
Chiméne brengt de post rond.Beeld Willeke Duijvekam

Vester bewoont een tweekamerappartement van 38 vierkante meter met tuintje, sociale huur, in een arbeiderswijkje uit de ­jaren twintig van de vorige eeuw. Het is een van de vele ‘tuindorpen’ in Noord, gebouwd voor de toenmalige havenarbeiders en om de overvolle volkswijken als de Jordaan te ontlasten. Nu Noord in de lift zit en mensen van de overkant van het IJ trekt, groeit de tegenstelling tussen rijk en arm.

Fotografe Willeke Duijvekam zoomt in haar fotoserie ‘Vetarm’ in op de arme onderkant van het stadsdeel, die achterop dreigt te ­raken nu Noord wordt opgestuwd in de vaart der volkeren. Er wonen veel dikke mensen, zegt Duijvekam, zelf Noorderlinge. En dat overgewicht gaat vaak samen met een laag inkomen. Chiméne Vester is een van de deelnemers aan de fotoserie.

Vester weegt 89 kilo en zit bij de ­‘gewichtige dames’, een stichting in Noord die vrouwen met overgewicht helpt. Elke week gaan ze aquajoggen. “Als je weinig geld hebt, kun je niet de dingen kopen die goed voor je zijn”, legt Vester het verband tussen armoede en ­overgewicht uit. “Dan koop je goedkope maal­tijden.”

null Beeld Willeke Duijvekam
Beeld Willeke Duijvekam

Chiméne (58) werd zwanger op haar 19de ‘omdat ze het huis uit wou’. Nu doet ze, ondanks veel gezondheidsklachten, vrijwilligerswerk. Maar tijdens de ­lockdown zat ze vooral thuis. Bij ­dieetclub De Gewichtige Dames ontdekte ze aquajoggen.

Ze is een half jaar geleden ­gestopt met vlees eten, maar vegetarische ­alternatieven zijn vaak duur, zegt ze: “Die neem ik alleen als ze in de aanbieding zijn.”

Vester leeft van de bijstand en heeft 1050 tot 1100 euro per maand te besteden (waar de zorgverzekering al van af is, die houdt het UWV in). Haar huur – ze weet het bedrag precies – is “493 euro en 30 cent”. Dan zijn er nog kosten voor gas, water, stroom, internet, haar telefoon, de tram en bus – bij elkaar meer dan 200 euro. Ze houdt dus iets van 350 tot 400 euro per maand over om van te leven. Dat lukt, maar dan moet er niet iets geks gebeuren.

Van armoede word je een koopjesjager, zegt ze. Aan een kledingstuk geeft ze nooit meer dan 10 euro uit. “Ik koop mijn kleren op de markt. Dit hier” – ze plukt aan haar shirt – “kostte 3 euro”. Ze koopt ook wel eens bij de Zeeman, maar dan alleen als het in de aanbieding is. Bij de Primark kocht ze laatst wat shirtjes voor haar twee kleindochters, van 2,50 per stuk. Als die kleinkinderen – hun namen heeft ze op haar rechterarm ­laten tatoeëren – op bezoek zijn, legt ze die in haar eigen bed en slaapt zelf op de bank in haar woonkamer. Vesters droom: een appartement met een extra kamer.

Maar ze is al blij als ze in haar huidige woning kan blijven, vertelt ze. De woningbouwvereniging wil de hele buurt saneren. De woningen krijgen naar het schijnt zelfs vloerverwarming. Prachtig, maar ze heeft gehoord dat de huur omhooggaat naar 720 euro. “Dat kan ik niet betalen.”

Veel arme mensen worden ‘weggerenoveerd’ uit buurten als de Van der Pekbuurt, zegt Astrid Klok (50), die na haar ziekte (borstkanker) in de bijstand belandde en veel vrijwilligerswerk doet in Noord. Ze geeft kinderen kookles en organiseerde ­tijdens de lockdown een mini-voedselbank. Ze heeft met een groep van twintig andere oude Noorderlingen de actiegroep ‘Noordas’ opgericht en bij het stadsbestuur een petitie ingediend tegen huurverhogingen. “Er is sprake van verdringing.”

Jennifer geeft haar hondje Gucci een kus. Gucci deelt zij met haar ex-man. Beeld Willeke Duijvekam
Jennifer geeft haar hondje Gucci een kus. Gucci deelt zij met haar ex-man.Beeld Willeke Duijvekam

Jennifer (44) is doof geboren. Ze is actief in de kerk en knutselmoeder bij de ­buitenschoolse opvang, en moeder van vier kinderen. Alleen de twee jongste wonen bij haar. Toen de vader haar verliet kon ze niet voor alle vier de kinderen zorgen.

In de tuindorpen in Noord heerste decennialang een dorpse, hechte sfeer. Kinderen en kleinkinderen bleven in het ‘dorp’ wonen. Maar meer en meer concentreerde zich hier ook de armoede, zeker toen in de jaren zestig en zeventig de havenbedrijven sloten. Sociologe Saskia Welschen onderzoekt voor de Hogeschool van Amsterdam de gentrificatie in Amsterdam-Noord. “Wat opvalt zijn de harde contrasten, dat maakt het stadsdeel zo interessant. Het heeft de ­afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt maar er blijven hardnekkige eilanden van armoede bestaan. Met name in de tuindorpen wonen veel mensen die net boven het minimum zitten, of eronder.”

Welschen: “Door de manier waarop de woningmarkt zich ontwikkelt, is sociale huur de verzamelplek van armoede. In buurten als de Van der Pekbuurt of Floradorp in Noord is dat heel zichtbaar. Naast de oude bewoners die arm zijn, stromen nieuwe kwetsbare bewoners binnen. Mensen met een zorgachtergrond, een beperking of een GGZ-achtergrond, statushouders. Als de woningvoorraad krimpt, stijgt het percentage van mensen met voorrang. Dat is een neveneffect van het huisvestingsbeleid voor kwetsbare groepen van de gemeente.

Jennifer op de bank met haar jongste zoon.  Beeld Willeke Duijvekam
Jennifer op de bank met haar jongste zoon.Beeld Willeke Duijvekam

“Wijken die veel sociale huur hebben worden dus steeds armer. Het stapelt zich op. Vroeger was de sociale huur wat gemengder qua inkomensgroepen. Je ziet in bepaalde wijken een concentratie van bewoners met lage inkomens en sociaal-economische problematiek.”

En daarnaast, zegt ze, heb je nu in Noord “heel aantrekkelijke nieuwbouwprojecten die zich richten op hogere inkomensgroepen.”

Als je in Floradorp de Kamperfoelieweg oversteekt, beland je bij die nieuwbouwprojecten. De straat ligt als een harde grens tussen oud en nieuw in de wijk. Van de dorpse sfeer van de tuindorpen kom je in een rommelige hoek met industrie, bedrijfspanden en winkelcentra waar het ene na het andere glimmendnieuwe appartementencomplex verrijst met namen als ‘Nova Zembla Lofts’ en ‘Black Jack’. Hier krijgt het nieuwe Noord gestalte. Aan de kade liggen volledig duurzame woonboten van het project ‘Schoon schip’. Voor de nieuwe, rijkere bewoners is Noord een plek die wat betaalbaarder is dan de rest van Amsterdam, een stadsdeel ook waar nog ruimte is voor experiment, dat iets alternatiefs heeft en kunstenaars trekt.

Tineke en haar buurvrouw Wil nemen deel aan de 1000 van het Noorderpark, waarbij de deelnemers samen 1000 kilometer afleggen. Beeld Willeke Duijvekam
Tineke en haar buurvrouw Wil nemen deel aan de 1000 van het Noorderpark, waarbij de deelnemers samen 1000 kilometer afleggen.Beeld Willeke Duijvekam

Tineke (57) is alleenstaande moeder, een van haar drie jongens woont nog thuis. Hij weet zijn baan niet altijd vast te houden en om rond te komen is zijn bijdrage aan het huishouden wel nodig. Tineke heeft rugproblemen, wat haar belemmert bij het vinden van werk.

Maar neem nu dat duurzame experiment Schoon schip, zegt Floradorp-bewoonster Astrid Klok, geboren en getogen Noorderlinge. “Wat die nieuwe bewoners niet zien, is dat er daarvoor aan die kade oude bootjes lagen in dat kanaal, van daklozen, mensen die arm waren en het moeilijk hadden. Ik kende enkele van hen goed. Voor hen was nog plek in Noord. Ze werden daar al ­jaren gedoogd, maar nu moesten ze opeens wijken voor de nieuwe Noorderlingen met hun mooie duurzame plannen. Ik ben het daar niet mee eens.”

Ook in de tuindorpen zie je de tegenstelling arm en rijk, zegt Klok. Sociale huurhuizen die vrijkomen worden verkocht voor bedragen die Klok achterover doen slaan. “Een rijtjeshuis bij mij in Floradorp kostte zeven ton. En dat wordt dan verhuurd aan expats. Tegenover mij in mijn straat ging laatst een ander huis voor 575.000 euro weg. De woning naast mij ging in de vrije huursector en kostte meteen 1200 euro per maand.” Contact tussen oud en nieuw is er in Floradorp nauwelijks, ziet ze. Ook zelf >> >> vindt ze het moeilijk met de nieuwe kopers een band op te bouwen. “De kloof is groot. Nieuwe Noorderlingen leven op hun eigen eilandjes.”

Tineke ligt op de bank. Ze doet elke dag een dutje op de bank, omdat zij ’s nachts niet goed slaapt vanwege een rugvergroeïng. Beeld Willeke Duijvekam
Tineke ligt op de bank. Ze doet elke dag een dutje op de bank, omdat zij ’s nachts niet goed slaapt vanwege een rugvergroeïng.Beeld Willeke Duijvekam

Sociologe Welschen: “Floradorp is een wijk waar het best hard is gegaan met de verkoop van voormalige huurwoningen. Toen ik er in 2014 onderzoek deed, was 85 procent nog sociale huur. Die verhouding zijn rap veranderd. Alles is in beweging nu. Het commerciële en culturele aanbod gaat zich richten op die instroom van rijkere bewoners. Er komen er voorzieningen die die groepen bedienen. In buurten als de Van de Pekstraat openen allemaal hippe barretjes en koffieplekjes. De oude bewoners denken: dat is niet voor ons. Het is te duur voor ze en ze voelen zich er niet thuis.

“Zowel die concentratie van problematiek als het mengen van de buurt doen wat met het thuisgevoel van oud-Noordelingen. Zij hebben het gevoel dat de onderlinge zorgzaamheid verdwijnt.”

Dat vindt ook Dickie Gingnagel, een andere deelnemer aan het fotoproject Vetarm. Hij is opgegroeid in volksbuurt het Blauwe Zand. “Kijk es, vroeger werd er meer voor ­elkaar gedaan, je kon wat zeggen tegen ­mekaar. Maar nu heb je best veel nieuwe Amsterdammers, hè. Vroeger was Noord echt ­armoede, schulden. Als je zei dat je uit Noord kwam, dan hoorde je niet bij Amsterdam. Je ziet het nu veranderen. Dure woningen zie je nu.”

Dickie kleedt zich aan in zijn slaapkamer. Beeld Willeke Duijvekam
Dickie kleedt zich aan in zijn slaapkamer.Beeld Willeke Duijvekam

Dickie (51) woog op zijn twaalfde al 110 kilo. Toen hij was aangekomen tot 160 kilo kreeg hij een maagverkleining. Nu zit hij op 90 kilo. Hij is laag­geletterd en werkt op een sociale werkplaats.

Gingnagel werkt op een sociale werkplaats. Hij is laaggeletterd, leerde pas na zijn dertigste lezen en schrijven. Hij woog 160 kilo, maar toen zijn dokter zei dat hij zo de vijftig niet zou halen, gooide hij het roer om. Hij kreeg een maagverkleining, een buikcorrectie, liep bij een diëtiste. “Ik zit nu op 90 kilo”, zegt hij trots. “En ik ben 51.” Zijn rijtjeshuis – op het nummerbord een sticker van Ajax – is netjes, de keuken brandschoon, de huiskamer kaal. Een blauwgrijze hoekbank die de halve kamer opslokt, een joekel van een tv. Op de salontafel een Telegraaf. Een schilderijtje aan de muur. Meer niet.

De mensen die ‘uit de stad’ komen hebben een andere mentaliteit, ziet hij. En er is nu steeds meer betaald parkeren in Noord, er komen andere winkels. Jammer, vindt hij. Hij woont tegenwoordig in de Kadoelen, in een eigen koopwoning. Hij is goed terechtgekomen, kon het huis samen met zijn broer kopen. “In mijn straat letten we nog wel op elkaar”, zegt hij tevreden.

Dickie hangt de was op in de slaapkamer van zijn broer. De pop is gemaakt voor Dickie’s vijftigste verjaardag. Beeld Willeke Duijvekam
Dickie hangt de was op in de slaapkamer van zijn broer. De pop is gemaakt voor Dickie’s vijftigste verjaardag.Beeld Willeke Duijvekam

Rijke nieuwe bewoners ziet Chiméne Vester in haar buurtje niet. Wel ‘buitenlanders’. Bij haar in de straat zijn er nog maar een paar ‘Nederlanders’, zegt ze. “De vrouw op de hoek – mevrouw Gratis noem ik haar – komt uit Syrië vandaan. Er zijn andere buitenlanders bij gekomen, zoals Surinamers. Dat hoor je wel op straat, dat is geen Nederlands. Het is een internationale straat hier.

“Dat vind ik op zich niet erg. Die mensen moeten ook ergens wonen. Maar ik zou wel in een straat willen wonen waar wat meer Nederlanders zijn. Dan is er meer contact, denk ik. Vroeger woonden hier allemaal junkies en dronkaards, maar daar had ik tenminste wel contact mee. Gingen we op een bankje zitten, in het zonnetje, met een pilsje – nou ja, voor hen dan. Beetje ouwehoeren, gein trappen. Dat mis je nu gewoon.”

Willeke Duijvekam (1968) is documentair fotograaf. Ze werkt in opdracht en heeft daarnaast haar eigen langlopende projecten. Zo ­portretteerde ze mannelijke kloosterlingen, kinderen met overgewicht en ­jongeren met een ­visuele handicap. Met haar reeks ­‘Mandy en Eva’ (2007-2013), over twee genderdysfore meisjes, won ze in 2011 een World Press Photo Award en in 2014 een prijs bij de Zilveren ­Camera. Voor ­’Vetarm’ verdiepte ze zich in de levens van vijf bewoners van volkswijken in ­Amsterdam-Noord die kampen met ­armoede en over­gewicht. Het idee hiervoor kwam van theatermaakster Saskia Huybrechtse.

Lees ook:

Amsterdam durft de tweedeling tussen arm en rijk niet serieus aan te pakken (maar dat moet wel)

Amsterdam liet Noord in de 20ste eeuw uitgroeien tot het armoede-eiland van de stad. Nu pikken hoogopgeleiden de huizen in. Logisch dat dit leidt tot yuppofobie, schrijft Bas Kok. En toch moet de stad doorpakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden