Beeld Thijs Kettenis

Zomercolumn Thijs Kettenis

Het verantwoordelijkheidsgevoel van de gemiddelde Griek houdt op bij zijn voordeur

Een seconde of twee zit ik verstijfd op mijn stoel. In een reflex klap ik mijn laptop dicht. Uit het niets is zojuist een sloot water hard op de tafel van het terras van mijn appartement geplonsd, op een paar centimeter van de computer. Nog steeds druppelt het. Ik kijk omhoog, en zie dat het water uit een afvoerpijpje van een balkon komt, twee verdiepingen boven mij. Rond turend tel ik tegen de twintig soortgelijke pijpjes, van zes etages met balkons over de volle lengte. Weer wat ontdekt, een paar dagen nadat ik verhuisd ben naar dit tijdelijke appartement op de begane grond. Mijn terras is onderdeel van de afwatering van al mijn bovenburen. Als zij hun planten sproeien of balkon schoonmaken, komt het water via de open lucht op mijn tegels terecht. Negen van de pijpjes hangen recht boven mijn voordeur.

Op de vraag waarom er geen afvoerpijpen via de muur de grond ingaan, blijft mijn nieuwe huisbaas het antwoord schuldig. “Daar moet je mee leven”, zegt ze. “En zet je wasrekje op een strategische plek en tijdstip buiten.” Oké, maar kunnen die bovenburen dan niet eerst even kíjken naar mijn terras, of op zijn minst waarschuwen als er een plens water aankomt? De gezichtsuitdrukking van mijn huisbaas biedt weinig hoop. “Ik ben bang dat het zo niet werkt.”

Zoek het maar uit

Dat antwoord had ik kunnen zien aankomen. Het verantwoordelijkheidsgevoel van de gemiddelde Griek houdt op bij zijn voordeur, en begint pas weer bij het huis van een familielid. Iedereen daartussenin zoekt het zelf maar uit. Openbare ruimtes zijn vaak een zootje. Voorbijgangers gooien hun troep vanaf de straat op mijn terras – elke dag kan ik chipszakken, waterflesjes en zakdoekjes van de tegels en uit het gras plukken.

Inmiddels weet ik welke pijpjes het meest riskant, want vaakst in gebruik zijn. Daaronder heb ik emmers neergezet, vooral om glijpartijen van bezoekers en mijzelf op de gladde tegels te voorkomen. Vlak voor mijn verhuizing uit mijn oude woning had ik mijn oom en zijn vriendin een paar dagen op bezoek. Alle drie vonden wij het niet heel prettig toen zij de eerste ochtend om acht uur uit hun slaap werden gedrild. Het oorverdovende geboor bleek pal onder onze bedden plaats te vinden: de onderbuurman was zijn oude badkamer aan het slopen.

Ongelooflijk kwaad

Toevallig was dat ook mijn toenmalige huisbaas, met wie ik in de loop van de zes jaar dat ik er woonde zelfs bevriend was geraakt, meende ik. “Ik wist ook niet dat ze zo vroeg zouden komen”, loog hij toen ik hem belde – zelf had hij die nacht bij zijn vriendin geslapen. “Ik wist niet dat je logés had”, probeerde hij vervolgens – alsof de overlast alleen dan vervelend is. Had hij niet op zijn minst even kunnen waarschuwen? Sorry, daar had hij niet aan gedacht. Het zou nog maar één dag duren. Dat werden er drie.

Later, toen we zoals vaak een drankje deden, kwam hij erop terug. Hij was geschrokken omdat ik zo ongelooflijk kwaad was geweest. Inmiddels kon ik erom lachen. Ik vertelde hem dat Nederlanders bij dreigende overlast een paar dagen van tevoren een briefje in de lift hangen, met excuses bij voorbaat, en een telefoonnummer voor vragen. Mijn ex-huisbaas rolde met zijn ogen. Ook hij moest nu lachen. “Dat gaat te ver. Ik zou nooit in Nederland kunnen wonen.”

Trouw-correspondenten vervangen deze weken Rob Schouten en Wim Boevink. Meer van deze columns leest u op trouw.nl/dossier/zomercolumns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden