InterviewPeter Singer

Het coronavaccin eerst voor de alleroudste Nederlanders? Slechte keuze, vindt ethicus Peter Singer

Beeld Suzan Hijink

Overheden kijken in de coronacrisis te veel naar het redden van levens en te weinig naar het redden van levensjaren, waarschuwt de Australische ethicus Peter Singer. 

Zestigplussers met onderliggende aandoeningen zijn als één van de eersten aan de beurt als de coronavaccins binnenkomen in Nederland, kondigde het kabinet vorige week aan naar advies van de Gezondheidsraad. Daarbij geldt: hoe ouder, hoe eerder aan de beurt. Want: wie 95 is, heeft doorgaans een lagere weerbaarheid tegen het virus dan iemand van 70, en een grotere kans eraan te overlijden. Dus als we het sterftecijfer willen terugdringen, is die oudste groep het best te redden. Logisch toch?

Niet helemaal, zegt de Australische ethicus Peter Singer (74), hoogleraar aan onder meer Princeton University. Iemand van 95 loopt gemiddeld meer risico dan iemand van 70, dat klopt. Maar: die persoon van 70 heeft gemiddeld genomen wel nog drie of vier keer meer levensjaren voor de boeg. Singer argumenteert dat de dood van een 70-jarige daarom ook ‘drie of vier keer zo erg’ is. Zo bezien is het niet vanzelfsprekend om eerst de álleroudste Nederlanders te redden, maar juist de oudere risicogroepen met meer goede toekomstjaren voor de boeg.

“Overheden moeten in de coronacrisis minder focussen op het aantal sterfgevallen, en meer op het aantal verloren levensjaren”, stelt Singer – grijze haren, vriendelijke lach – via Zoom. Is dan niet elk mensenleven evenveel waard? “Dit debat heb ik ooit gevoerd met een priester in Engeland”, antwoordt hij. “Ik vraag me af: rouwen mensen echt even veel om iemand die tegen het einde van zijn of haar leven is? Als iemand van 90 sterft, is dat dan net zo’n tragedie als wanneer bijvoorbeeld een kind of een 50-jarige sterft? Ik geloof van niet. We denken aan het verloren leven, verloren kansen en positieve ervaringen.”

Singer is als auteur van ‘Animal Liberation’ (1975) en met zijn werk over wereldarmoede een van de invloedrijkste ethici ter wereld. Hij wordt geroemd en bekritiseerd als boegbeeld van het utilitarisme, een filosofische stroming van pakweg twee eeuwen oud die stelt dat onze handelingen goed zijn naarmate de gevolgen ervan goed zijn. Hoe meer geluk voor een zo groot mogelijke groep, hoe beter, is de gedachte.

De Australische ethicus Peter Singer (74). Foto: Leif Tuxen.Beeld Leif Tuxen

U vindt dat we met de coronavaccins eerder ‘levensjaren’ moeten redden dan ‘levens’. Moeten kwetsbare 100-jarigen met onderliggende aandoeningen volgens u achterin de rij aansluiten?

“Ja, ik denk van wel. De belangrijkste ethische vraag voor wereldleiders is: hoe maximaliseer je de gezondheidswinst van vaccins? Begin dan met 70-jarigen met onderliggende aandoeningen, die gemiddeld genomen veel meer te verliezen hebben dan 90-plussers. Alleen als het risico op sterven aan corona ook drie of vier keer zo hoog is, vind ik het legitiem om met de alleroudsten te beginnen, maar dat betwijfel ik.”

Al decennia krijgt u kritiek dat uw berekenende visie ‘onmenselijk’ zou zijn. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen, als u stelt het leven van één zeventigjarige ‘evenveel waard’ is als dat van drie of vier negentigjarigen.

“Als je het filosofisch wilt benaderen, moet je eerst de vraag stellen: waarom is het erg als iemand sterft? Je kan verschillende dingen zeggen. Zoals het verlies van positieve ervaringen die de persoon zou hebben. Tuurlijk is het verlies dan groter wanneer de persoon jonger is – ervan uitgaande dat andere factoren gelijk zijn, dus niet wanneer die jonge persoon heel erg depressief is en die oude niet.”

“Het is waar: iemand van 90 met een fijn leven, wil ook graag blijven leven als je het zou vragen. Maar ik denk tegelijkertijd dat veel 90-jarigen herkennen dat ze een fair go hebben gehad. Het zou interessant zijn om het henzelf te vragen: stel dat u kon kiezen tussen uw eigen dood of dat van uw kleinkind? Dan zou bijna iedereen zeggen: laat mij sterven en niet mijn kleinkind.”

Waarom zou de Nederlandse Gezondheidsraad bij het vaccineren meer voor het terugdringen van sterftecijfers gaan dan op het redden van zoveel mogelijk levensjaren, zoals u zou doen?

“Ik weet niet genoeg over de Nederlandse Gezondheidsraad. Maar de gedachte dat elk leven gelijke waarde heeft, is onder grote groepen breed geaccepteerd. Het is de officiële positie van de Rooms-Katholieke kerk. Pausen hebben gezegd dat ze elk leven zien als gelijkwaardig, los van de kwaliteit ervan of de lengte van het leven. Misschien volgt de Gezondheidsraad dat standpunt, en is het minder controversieel.”

“Zelf neem ik een controversiëler standpunt in, kijkend naar kwaliteit van leven en de mentale toestand van personen. Ik denk bijvoorbeeld niet dat we het vaccin snel moeten geven aan mensen die sterk aan alzheimer of andere vormen van dementie lijden. Die kwaliteit van leven is erg laag. In het geval van mijn eigen moeder was er nog wel een periode waarin al duidelijk was dat ze alzheimer had, maar waar haar levenskwaliteit nog goed was. Maar haar laatste twee jaar – ze stierf op haar 92ste – zou ik niet denken dat ze langer had willen leven, als ze capabel was geweest om die vraag te begrijpen.“

Zou de politiek zich daaraan durven te branden: om stokoude, kwetsbare dementerenden later te vaccineren dan vitale zestigjarigen met astma, ook een risicogroep? Is dat praktisch niet onmogelijk te bepalen? Singer reageert koeltjes dat hij daar de moeilijkheid niet zo van inziet. Medische keuzes worden nu ook al vaak gemaakt op basis van rekensommen met ‘gezonde levensjaren’, waarin het redden van een jong, vitaal persoon meer prioriteit heeft dan dat van een oude dementerende. “Dit is niet anders.”

De discussie die Singer al decennia voert – hoeveel is het redden van een leven waard? – is tijdens de coronacrisis en lockdowns prangender dan ooit. Weinigen beantwoordden hem in Nederland zo concreet als de onderzoekers achter de eerste ‘coronarekening’, die eerder deze maand verscheen in economietijdschrift ESB. De lockdowns doen waarschijnlijk meer kwaad dan goed, stelde TU Delft-onderzoeker Bas Kolen daarin. Want: de economische en maatschappelijk schade zouden op termijn – onder meer door werkloosheid – meer gezonde levensjaren kosten dan redden. Eerder durfden Nederlandse economen zich niet aan zo’n rekensom te wagen, en ook Kolen oogstte kritiek omdat de som volgens collega’s té complex is. Hoe weet je bijvoorbeeld hoeveel sterfgevallen we hadden gehad zonder lockdown? En was de klap voor de economie niet juist groter geweest als het virus vrij spel had gekregen?

Singer vertelt hoe hij zelf uit een extreem strenge lockdown komt in de Australische staat Victoria, die begon in de eerste week van juli. “We hadden een avondklok, je mocht niet meer dan vijf kilometer van huis, het dragen van mondkapjes was verplicht en we mochten geen bezoekers thuis ontvangen.”

Ondanks de veel strengere beperking dan in Nederland, vermoedt de filosoof dat zijn overheid juist heeft gehandeld. “Begin juli hadden we meer dan 700 nieuw besmettingen per dag in Victoria, nu zijn er al 27 dagen geen nieuwe besmetting.” Hoewel hij vindt dat overheden véél meer moeten investeren in kosten-batenanalyses zoals die van Kolen, maakt het resultaat in Victoria het voor de hoogleraar ‘moeilijk om tegen de lockdowns te argumenteren.’ Anders dan Kolen vermoedt hij dat de economische en maatschappelijke schade zonder lockdown op de lange termijn even aanzienlijk zou zijn.

U vindt een lockdown legitiem als die op termijn meer geluk of welzijn oplevert voor de bevolking, dan pijn of ongenoegen. De kritiek op die utilitaristische denkwijze is dat u fundamentele waarden zoals vrijheid over het hoofd ziet.

“In Australië viel het me inderdaad op dat de kleine demonstraties die er waren vooral over vrijheid gingen, en niet over de mogelijk schade van de lockdowns op de maatschappij. Demonstranten waren niet bang voor economische crisis en werkloosheid, maar vreesden een dictatuur, omdat de president een half jaar lang noodwetten kon instellen. Terwijl het volgens mij overduidelijk was dat de overheid dat voor niets anders wilde gebruiken dan het coronavirus beteugelen.”

“Begrijp me niet verkeerd: ik vind vrijheid ook een belangrijke waarde. Ik zie vrijheid alleen niet als intrinsieke waarde – iets dat belangrijk is om wat het in zichzelf is – maar als instrumentele waarde. De waarde van vrijheid ligt er voor mij in dat het geluk en welzijn promoot, en lijden vermindert. Als mensen zelf keuzes kunnen maken over hoe ze willen leven, leidt dat over het algemeen tot meer geluk dan wanneer een stel bureaucraten die keuzes maken. Ik geloof dus in het belang van vrijheid vanwege de gevolgen die het heeft voor mensen, maar inderdaad niet in het belang van vrijheid puur om de vrijheid.”

Op de vraag wat de grootste ethische les is die we van de coronacrisis kunnen leren, geeft de Australische hoogleraar een verrassend antwoord. “Het verminderen van onze consumptie van dieren.” Al sinds de jaren ’70 is Singer vegetariër, omdat hij het lijden van sommige dieren als even erg ziet als dat van mensen. “Als iedereen veganist was geweest”, zegt Singer nu, “hadden we denk ik geen coronacrisis gehad, of uitbraken zoals de vogelgriep.” Zo’n 70 procent van de mondiale virusuitbraken, legt hij uit, ontstaan door consumeren of door onze omgang met dieren. Singers laatste boek ‘Why Vegan‘, dat vorige maand verscheen, gaat hier onder meer over.

Als één van de gezichten van de ‘effectief altruïsme’-beweging vindt Singer daarnaast dat iedereen die kan, de plicht heeft om minstens tien procent van zijn of haar inkomen af te staan aan ‘effectieve’ goede doelen. Doelen dus die zoveel mogelijk mensenlevens en levensjaren redden, met name in ontwikkelingslanden. Hij richtte The Life You Can Save op, een platform dat helpt met het uitzoeken van goede doelen.

U maakt zich al decennia hard voor het terugdringen van wereldarmoede en het redden van mensenlevens in ontwikkelingslanden. Is de coronacrisis een afleiding van die missie?

“Ja. Tot nu toe stierven er wereldwijd bijna anderhalf miljoen mensen aan corona. Volgens Unicef sterven er elk jaar vijf miljoen kinderen onder de vijf jaar. Onze focus ligt nu op corona, maar denk aan de rampen die al jaren gebeuren, waarmee we vooruitgang boekten, zoals het terugdringen van malaria-doden, mazelen-doden, veilig water of een basisinkomen voor sommige mensen. Voor zulke goede doelen is het nu moeilijker om donateurs te werven.”

“Ik geef bewust niet aan specifieke coronafondsen, hoewel sommige goede doelen waaraan ik geef zich er wel mee bezig houden. Development Media International, bijvoorbeeld, steunt lokale radiozenders in ontwikkelingslanden, zodat inwoners belangrijke informatie krijgen over gezondheid en hoe corona te vermijden. Dat is heel effectief.” 

Maakt u zich zorgen over de verdeling van het coronavaccin aan minder welvarende landen, nu de meeste Pfizer-vaccins al door rijke landen zijn gereserveerd?

“Ja. De Australische overheid heeft aangekondigd dat het vaccins gaat verdelen in Zuid-Pacifische landen, dat is positief. Maar ik hoop dat alle welvarende landen hun verantwoordelijkheid nemen. Wat nog niet zo eenvoudig is, want veel landen hebben oplopende tekorten omdat ze hun eigen economie hebben gestimuleerd en banen van mensen hebben beschermd.”

In een gedachte-experiment stelt u dat we allemaal de plicht hebben om kinderen in ontwikkelingslanden te redden, net zoals we de plicht voelen een verdrinkend kind in een park te redden. Geldt dat volgens u ook voor de Nederlandse overheid? Heeft die de plicht om buitenlandse levens te redden met een coronavaccin?

“Overheden hebben een primaire verantwoordelijkheid naar hun eigen burgers. Je kunt niet verwachten dat ze gelijke waarde hechten aan het redden van levens in het buitenland. Maar het is wel de vraag hoe groot die scheidingslijn moet zijn. Zo hebben de Verenigde Staten negen miljoen dollar over om een Amerikaans mensenleven te redden. Dat is het bedrag dat daar wordt gehanteerd wanneer een kruispunt wel of niet aangepast moet worden. In een lagelonenland kun je een mensenleven redden voor slechts drieduizend tot vijfduizend dollar, bijvoorbeeld door malaria-preventieprogramma’s.”

“Mijn punt: met het geld waarmee één Amerikaans burger wordt gered, kunnen tweeduizend mensen in minder welvarende landen gered worden. Ik weet niet wat het precies kost om met een coronavaccin een leven in een ontwikkelingsland te redden, maar dat zal zeker geen negen miljoen zijn. In mijn ogen hebben rijkere overheden de morele plicht om levens te redden in andere landen, zeker wanneer het kan voor een fractie van het geld waarmee ze eigen burgers zouden redden.”

Lees ook:

Hoe moeten we denken over dieren?

Hoe verhouden we ons tot dieren en hoe gaan we met ze om? Welke denkers kunnen ons helpen om antwoord op die vragen te vinden? In de vijfdelige serie ‘Denken over dieren’ stellen we de belangrijkste dierethici voor. In de eerste aflevering: Peter Singer en Tom Regan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden