Herman Regelink met zijn vrouw Willemien en dochter Gerreke.

NaschriftHerman Regelink (1944-2020)

Herman Regelink (1944-2020) was een man van de wereld, op zijn eigen erf

Al woonde Herman Regelink 75 jaar op hetzelfde erf in de Achterhoek, hij was allesbehalve in zichzelf gekeerd. Zijn huis stond als vanzelfsprekend voor iedereen open.

Herman Regelink was boer, maar daarmee deed je de Achterhoeker tekort. Op de vierkante kilometer in het buurtschap Warken waar hij zijn hele leven woonde, was Herman tevens leraar, pleeg­vader, mantelzorger, kampeerboer en actief bestuurslid voor verenigingen en raden in het nabijgelegen Warnsveld. Hij bracht de wereld in al zijn toonaarden en culturen zijn huis binnen door de deur wagenwijd open te zetten voor mensen die dat even nodig hadden. Of dat nu een kind in de knel was, een boerenknul die wat al te stevig puberde of een vluchteling die tegen de muren opliep in het nabijgelegen asielzoekerscentrum. Mensen in zijn omgeving trokken weleens de wenkbrauwen op bij al die reuring, maar de vriendelijke, rustige Herman genoot er juist van. Hij wilde iets betekenen voor een ander. Niet omdat hij vond dat hijzelf zo’n goed mens was, hij droeg gewoon graag een steentje bij. Of zoals zijn oudste vriend Ab zei: “Herman droeg een flinke steen bij.”

Hoe al die mensen bij Herman en zijn vrouw Willemien terechtkwamen? Het leek als vanzelf te gaan. Zo kampeerde er 54 jaar ieder Pinksterweekend een gezin in het bosje op hun grond – inmiddels met vele nazaten. Zij waren ooit aan komen fietsen. En 35 jaar geleden was er die jonge dominee met een diepe depressie, die hen hielp bij het schilderen van de schuur. De twee mannen praatten wat, er viel her en der een grap en zo knapte de man zoetjesaan op. De dominee vergat die onbezoldigde gastvrijheid zijn hele leven niet meer. Herman deed niet aan hulpverlening, maar zei: “Onze deur staat altijd open. Pik maar mee wat je nodig hebt.”

Herman wist zelf hoe het voelde om gezien en geliefd te worden. Nadat zijn moeder Dina zes miskramen achter de rug had, was zijn komst in de hongerwinter van 1944 zeer gewenst. Als enig kind kreeg hij alle ruimte: al jong reed hij met paard en wagen, maar hij had het hart niet om vijf minuten te laat thuis te komen. Dan zwaaide er wat. Later begreep hij dat de strengheid van vader Johan uit bezorgdheid voortkwam.

Kwajongensstreken

Het liefst ging Herman op pad met vriend en buurjongen Ab Heuvelink, zelf afkomstig uit een gezin van acht. De nodige hectiek in dat gezin vond Herman prachtig: hij mocht er graag ravotten en voetballen. Bij hem thuis konden de jongens dan weer in alle rust een potje jokeren – al eindigde dat soms abrupt, want Herman kon slecht tegen zijn verlies. Kwajongensstreken haalden ze uit: met de katapult steentjes schieten tegen de langsrijdende trein. En ze zagen eens een bosbrand en wilden weten of dat inderdaad zo snel ontvlamt. De jongens, net 15, staken een stukje heide in brand en wisten niet wat ze meemaakten. Nooit eerder waren ze zo bang en ternauwernood konden ze het vuur doven.

Herman Regelink gaf al jong melklessen, hier als twintiger.

Na de lagere school ging Herman naar de mulo, maar hij had zijn zinnen gezet op de boerderij van zijn ouders. Uit dwarsigheid voerde hij op de mulo niets uit en hij kwam zo als vanzelf op de lagere landbouwschool terecht en nam al jong boerderij Boerkamp over. Die eerste jaren werkte hij fijn samen met zijn vader, soms trokken ze erop uit om stiekem een haas te schieten. Herman was inmiddels getrouwd met Willemien Eskes, een warmhartige, rasechte boerendochter, die hij had leren kennen op een instuif van de kerk. Ze waren een goed tweespan: hun werkvergaderingen duurden hooguit een minuut. En in het uitzonderlijke geval dat ze ruzie kregen, werd het vooral heel stil in huis. Tot ze het snel goedmaakten en verder gingen met hun taken. Hermans ouders, die op hetzelfde erf woonden, leunden flink op het stel. Jarenlang zorgden Herman en Willemien voor hen. Herman voelde zich verantwoordelijk, zeker nadat hij als tiener had meegemaakt dat zijn moeder bijna het leven liet als gevolg van haar depressies. Dat tekende hem en hij durfde niet goed nee te zeggen tegen zijn ouders. Meestal loste Willemien de strubbelingen op.

Herman voelde het ook als zijn plicht om de boerderij netjes op orde te hebben. Dat merkte je goed bij de melklessen die hij jarenlang gaf aan boerenjongens en -meiden uit de hele Achterhoek. Dan was hij streng: vieze kleding of vuile nagels duldde hij niet. Herman werd niet snel boos en was al helemaal geen man van dikke woorden; meestal zag je aan zijn blik wel hoe hij ergens over dacht. De jongens konden goed met hun zorgen bij hem terecht: hij verstond de kunst van het luisteren en oordeelde zelden. En ze brachten gekkigheid mee. Daar hield hij van.

Ruimte voor anderen

Herman kon goed relativeren en bracht met humor en een kwinkslag luchtigheid in problematische situaties. Mede door die kwaliteiten was hij jarenlang voorzitter van de kerkenraad en bestuurslid van de Rabobank en de Coöperatie. Die functies vergrootten zijn wereld en gaven hem kennis van zaken. Eind jaren tachtig kreeg hij meermaals banen elders aangeboden: bij de zuivelfabriek als controleur en als leraar op de landbouwschool. Hij voelde zich heus gevlijd, maar koos keer op keer voor zijn boerenbedrijf. Dat beviel hem goed, mede dankzij alle hulp van Willemien.

Herman Regelink als kleuter.

Vanuit die stevige basis ontstond als vanzelf ruimte voor anderen. Vele pleegkinderen staken hun voetjes bij hen onder de tafel; enkelen kwamen alleen in de weekenden of vakanties, anderen bleven langere tijd. Het leidde tot een dynamisch gezinsleven waarin Gerreke, hun enige dochter, een belangrijke spil was. Vader en dochter hadden een bijzondere band: samen ondergrondse hutten bouwen, kampvuren maken en naar de bioscoop om James Bondfilms te kijken. Of ze trokken met hun IJslandse paarden de velden in – een grote liefde van Herman. Jaren later reisde het gezin met aanhang zelfs naar IJsland om de paarden in hun oorspronkelijke habitat te bewonderen.

Zijn respect voor de natuur zat diep. Bestrijdingsmiddelen gebruikte hij alleen in uiterste gevallen en in de wei zag hij in één oogopslag waar kievitsnesten zaten; daar plaatste hij zelfgefabriekte nestbeschermers overheen, zodat ze met maaien niet vermorzeld werden. In 1993 won hij met de 18-jarige koe Roza een eervolle prijs, nadat ze 100.000 liter melk had gegeven – een unicum. Herman was er luchtig over: goede verzorging en discipline, dat was wat hij erin had gestopt. Het was extra zuur voor Herman dat na alle investeringen de overheid met het Natura 2000-plan op de proppen kwam. Exact het gebied rond hun boerderij kreeg de bestemming natuurgebied. Na lang wikken en wegen besloten ze de boel te laten opkopen. Dat ging hen zeer aan het hart, maar je hoorde Herman niet mopperen. Als het hem teveel werd, ging hij een even blokje om.

Vakantiewoning

Na de verkoop in 1999 gingen de bedrijfsschuren neer en in een historische schuur kwam een vakantiewoning en een paardenstalling. Het werkplezier kwam terug en ze hadden nu de gelegenheid om te reizen naar Amerika, IJsland, Zuid-Afrika en Australië. Toen ze in dat laatste land hun dochter bezochten, die er ­stage liep voor haar studie geneeskunde, voelde hij even spijt. Zoveel rust en ruimte, zoveel mogelijkheden om te boeren... als hij dat toch dertig jaar eerder had ontdekt? Maar dan was Herman direct realistisch: met zijn keuze voor het boerenbedrijf op zijn geboortegrond, met alles wat ze daar voor elkaar hadden gebokst, had hij een goed leven gehad.

Herman Regelink en zijn vrouw Willemien op het vernieuwde dak van de boerderij.

Na een ziekte in 2001 ondervond hij aan den lijve dat ook hij kwetsbaar was, het raakte hem meer dan hij had verwacht. Met verlies en ziekte kon de Achterhoeker lastig overweg. Tegelijk ervaarde hij toen dat hij juist op die vierkante kilometer in Warken de volheid van het leven had ervaren. Hij was dankbaar voor alle mensen die in verbinding met hen stonden, en hij genoot meer van het kleine: een lekkere stamppot, op het terras koffiedrinken met zijn vrouw en de vele logeerpartijen van de twee kleinkinderen. Op zijn 75ste verjaardag vlak voor Kerst zei Herman nog: “Weet je Willemien, ik geniet elke dag”.

Hermanus Regelink werd geboren op 20 december 1944 in Warnsveld, alwaar hij op 2 januari 2020 overleed.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden