Herman Brusselmans.

InterviewHerman Brusselmans

Herman Brusselmans: De Nederlandstalige literatuur stelt niets meer voor

Herman Brusselmans.Beeld Sander de Wilde

In een nieuw, hyperincorrect boek maakt Herman Brusselmans gehakt van de moderne Nederlandstalige literatuur. Tal van collega-schrijvers moeten het ontgelden, zoals Griet Op de Beeck met haar ‘knotsknieën’. ‘Ik verheug me al op de reacties.’

Hij heeft de grootste knuppel gepakt die hij kon vinden. En die werpt hij nu met een rotvaart in het hoenderhok van de Nederlandstalige letteren. Herman Brusselmans (63) strikes again. Zijn nieuwste boek Geschiedenis van de moderne literatuur, een beschouwende roman, is een vileine aanklacht tegen de ingedutte literaire wereld. In ironisch proza sneert hij erop los. Geen enkele schrijver is veilig voor zijn giftige ganzenveer.

Stilistische afzeikerij, daar excelleert Brusselmans in. In het boek valt hij collega-auteurs aan op hun matige werk, maar vaker nog op hun lichamelijke gebreken. Zo maakt hij de ‘vlezige’ Stella Bergsma belachelijk met haar ‘blonde pruik’, ‘knullig aangebrachte lipstick’ en ‘hangtieten’. Rasoptimist Rutger Bregman zet hij weg als een ‘mislukte goeroe’ met een ‘spraakgebrek’. Griet Op de Beeck heeft volgens hem ‘knotsknieën’ en Lize Spit ‘ongetwijfeld schimmel in haar pruim’.

Een klassieke Brusselmans, kortom: hoe fouter, hoe beter. De auteur verkoopt ook allerlei grappen over ‘negers’, joden en transgenders. De ene lezer zal erom grinniken, de ander krijgt vermoedelijk een galaanval. “Des te beter”, zegt Brusselmans aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Gent. “Ik verheug me al op de reacties.”

In het boek – zijn 84ste – wisselt Brusselmans de kritische beschouwingen af met autobiografische passages. Hij beschrijft zijn jeugd in het Vlaamse plattelandsdorp Hamme, zijn carrière en zijn leven in coronatijd. De auteur rijst uit het werk op als een tragische persoon, ten prooi aan angsten, somberheid en woedeaanvallen. Hij schreef het vuistdikke boek ook als een liefdesroman, een ode aan zijn 33 jaar jongere vriendin Lena, zonder wie hij verloren zou zijn. “Dit boek is alles ineen”, vat hij samen. “Een mengeling van meligheid en ernst.”

Herman Brusselmans (1957) is een verguisd, maar ook bewonderd schrijver. De Vlaming debuteerde in 1982 met de verhalenbundel Het zinneloze zeilen. Drie jaar later brak hij door met De man die werk vond. Inmiddels staan er 84 boeken op zijn naam. Hij schrijft autobiografisch en met humor over thema’s als drank, seks, sigaretten en verveling. Zijn critici vinden hem een zwetskous die vrouwen en minderheden beschimpt. Brusselmans is geregeld te gast in amusementsprogramma’s op televisie.

Vanwaar dit ironische boek over de moderne Nederlandstalige literatuur?

“In de jaren tachtig heb ik twee soortgelijke boeken geschreven: De geschiedenis van de Vlaamse letterkunde en De geschiedenis van de wereldliteratuur. Dat is lang geleden. Ik wilde nog een keer zo’n boek schrijven waarin ik mijn kennis en ervaring in de literatuur benut. Vooraf wist ik al dat ik me daar enorm mee ging amuseren. Al die schrijvers, die ik meestal persoonlijk ken, wilde ik eens een stevige behandeling geven.

“Ik bespreek de moderne literatuur vanaf 2008. Dat jaartal is inderdaad arbitrair, het had ook 2007 kunnen zijn. Rond die periode zijn veel jonge schrijvers gedebuteerd, zoals Maartje Wortel, de broers Heerma van Voss en Joost de Vries. Zij zijn degenen die nu in Nederland en Vlaanderen de literatuur maken.”

Herman Brusselmans: ‘Jongeren hebben nul komma nul interesse in literatuur’. Beeld Sander de Wilde
Herman Brusselmans: ‘Jongeren hebben nul komma nul interesse in literatuur’.Beeld Sander de Wilde

In het boek schets je een dramatisch beeld van die literatuur.

“Het ís ook dramatisch. De literatuur is dood. De top 60 van meest verkochte boeken in Nederland stelt helemaal niets meer voor. Er staan nog maar twee of drie originele Nederlandstalige fictieve werken in. Lale Gül scoort enorm met Ik ga leven. En je hebt ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen. Verder is er niks. In België is de wekelijkse top-100 zelfs gestopt vanwege een faillissement. Alles ligt plat op z’n kont.

“Als je signeert, zie je dat het publiek sterk verouderd is en voor een groot deel uit vrouwen bestaat. Niks op tegen, zolang je ook jongeren aan het lezen krijgt. Maar dat lukt niet. Jongeren hebben nul komma nul interesse in literatuur.

“Je ziet het ook aan de talkshows op tv. Tien, vijftien jaar geleden zaten daar nog geregeld schrijvers in, vooral in De Wereld Draait Door. Ze kwamen iets vertellen over hun boek. Nu is dat allemaal gedaan. Lale Gül mag nog komen praten, maar alleen over de bedreigingen die ze krijgt.

“Mensen op straat kunnen nauwelijks nog vijf Nederlandstalige schrijvers opnoemen. Mij kennen ze wel omdat ik veel tv-werk doe – vaak in de meest stompzinnige programma’s, maar goed, it pays the rent. De dag na zo’n uitzending zeggen mensen: je had gisteren op tv een mooi hemd aan. Maar of je een boek hebt gepubliceerd of niet, dat interesseert de meesten geen fuck. Ik zie niet in hoe je daar verandering in kunt brengen.”

Brusselmans: ‘Als Twitter en Instagram de boel overnemen, komt de literatuur er nooit meer tussen.’ Beeld Sander de Wilde
Brusselmans: ‘Als Twitter en Instagram de boel overnemen, komt de literatuur er nooit meer tussen.’Beeld Sander de Wilde

Wat is de oorzaak van deze crisis?

“Het ligt deels aan het onderwijs. Het vak Nederlands, vroeger redelijk geliefd, is totaal niet meer populair. Men zoekt het nu meer in de computerkunde. Je ziet het ook aan de populariteit van influencers, die met een paar bikinifoto’s en wat berichtjes over hun vakantie op Ibiza 500.000 mensen bereiken. Dan denk ik: als Twitter en Instagram de boel overnemen, komt de literatuur er nooit meer tussen. Na vijf pagina’s in een boek zijn mensen hun concentratie al kwijt. Daarom is het natuurlijk niet erg slim om een boek van 600 bladzijden over moderne literatuur uit te brengen. Ik weet dat het geen bestseller zal worden, maar ik trek me daar niets van aan.

“Er is ook geen literaire scene meer. Vroeger had je literaire cafés en literaire tijdschriften. Maar die zijn verdwenen of stellen niks meer voor. Kijk ook naar de recensies: welke krant recenseert nog meer dan twee Nederlandstalige boeken per week? Bijna geen enkele. Je leest wel interviews met schrijvers. Maar ik word vaker geïnterviewd over mijn jongere vriendin dan over mijn boeken.

“In mijn begintijd, veertig jaar geleden, was het anders. Toen had je nog een hele buzz rond literatuur. De kranten stonden een maand van tevoren al vol met speculaties over de nieuwe Reve of Hermans. Allemaal voorbij. Als een krant morgen meldt dat Daan Heerma van Voss een nieuwe roman gaat uitbrengen, wie ligt daar dan wakker van?”

Ligt het ook aan de kwaliteit van de boeken?

“Absoluut, 99 procent van de boeken had beter ongeschreven kunnen blijven, maar dat was altijd al zo. Ik lees wel eens een bloemlezing van ‘de schrijvers van morgen’, en dan denk ik: twaalf of dertien verhalen, allemaal bagger. Dat kan ook aan mij liggen. Ik heb zoveel gelezen dat ik bijna nooit meer verrast word. Zo’n bestseller als het debuut De avond is ongemak van Rijneveld vind ik nog redelijk bijzonder, al is het niet mijn soort boek. Maar het tweede boek van zo’n aanstormende auteur is meestal al heel wat minder. De tweede roman van Lize Spit, Ik ben er niet, is veel te snel op de markt gegooid, vol met druk- en taalfouten. De kassa moest blijkbaar rinkelen.”

In je boek zet je veel schrijvers voor schut. Waarom doe je dat?

“Omdat ik het leuk vind om mensen belachelijk te maken. Ik fantaseer er dan over of de vernederde persoon het serieus gaat nemen of niet. Esther Verhoef noem ik bijvoorbeeld alleen omdat ze een lekker wijf is. Als ze dat leest, roept ze waarschijnlijk: oh, hij heeft het niet eens over mijn boeken, alleen over mijn lekkere lijf! Dan schiet ik al bijna in de lach.

“Het is grotendeels scherts. Ik heb geen enkele vijand in het literaire milieu. Ik schrijf wel vaak ‘die en die is een klootzak’, maar er is niemand met wie ik moet afrekenen. Misschien worden sommige collega’s straks heel boos. Prima, daar kijk ik eigenlijk wel naar uit. Een beetje leven in de brouwerij.

“En ik drijf ook de spot met mezelf, hè. Ik zeg gerust dat ik vroeger de held van de Vlaamse literatuur was, met m’n 40.000 exemplaren per boek, maar dat ik nu een sukkel ben die nog maar 5000 exemplaren verkoopt. Een gast met een ouwelijke puistensmoel, dode haarpunten en een lulletje van niks.”

Brusselmans:  ‘Je mag een vrouw zelfs geen vrouw meer noemen, want iedereen is half vrouw en half man. Dan denk ik: kus m’n kloten.’ Beeld Sander de Wilde
Brusselmans: ‘Je mag een vrouw zelfs geen vrouw meer noemen, want iedereen is half vrouw en half man. Dan denk ik: kus m’n kloten.’Beeld Sander de Wilde

Heb je nooit medelijden, bijvoorbeeld met Tommy Wieringa, die volgens jou ‘het schrijftalent van een uitgedoofde bolknak’ heeft?

“Nee, want ik zeik alleen mensen af die zich kunnen verdedigen. Schrijvers hebben hun eigen podium om mij terug te pakken. Dan krijg je polemiek, dat vind ik leuk. Dat is ook al zo’n genre dat volledig dood is: elkaar de huid volschelden op een stilistische, letterkundige manier. Gerrit Komrij en Jeroen Brouwers konden het goed. Maar de meeste schrijvers zijn vriendjes van elkaar, hun neef zit in een literair comité of ze kennen iemand in de jury van een literaire prijs. Ze kijken daarom enorm uit met wat ze schrijven. Ik doe dat helemaal niet. Het kan me geen fuck schelen of ik een literaire prijs krijg. Ik krijg al veertig jaar geen prijs, dus ik ga me nu niet ineens inhouden.”

Integendeel, het lijkt alsof je er in deze hypercorrecte tijd een schepje bovenop doet, met zinsneden als ‘negers in een strooien rokje en een gevilde kippenpoot door hun neusbeen’.

“Dat klopt. Vaak denk ik: waar zijn we in godsnaam mee bezig? De strijd tegen racisme is met die hele woke-beweging een parodie geworden. Dat vond ik al bij Zwarte Piet, en dat vind ik ook bij het feit dat je het woord ‘neger’ niet meer mag gebruiken. Daarom drijf ik ook de spot met genderfluïditeit en met de regenboogvlag waar steeds weer een nieuw symbool bij moet. Je mag een vrouw inmiddels zelfs geen vrouw meer noemen, want iedereen is half vrouw en half man. Dan denk ik: kus m’n kloten.

“Het is ook een kwestie van generaties. Ik ben een ouwe zak van het Vlaamse platteland. Mijn vriendin is net dertig geworden, zij is wél met woke bezig. Alle respect, maar af en toe een grapje moet toch kunnen?”

Veel mensen vinden je een seksistische racist.

“Absoluut, maar dat ben ik totaal niet. Ik maak alleen grapjes over het dolgedraaide antiracisme. Je wordt dan automatisch gezien als een racist, wat natuurlijk onzin is. Ik ben tegen discriminatie, ik ben ontzettend links. Maar links betekent ook dat je de vrijheid moet krijgen om overal grappen over te maken zonder dat je gebrandmerkt wordt. Die vrijheid verdedig ik met hand en tand.

“Ik sta op geen enkele manier achter de denkbeelden van pakweg Geert Wilders. Toch kan ik net zo goed een column schrijven waarin ik Wilders ophemel. Ik vind Wilders geen verschrikkelijke man die dood moet. Integendeel, hij heeft een bepaalde amusementswaarde. Die man mag gewoon blijven, want die komt toch nooit aan de macht. Met zulke uitspraken breng ik lezers graag in verwarring, zodat ze zich afvragen: wat is dat nu met die gast? Meent hij dat nou of niet? Is-ie links of rechts, is het wel of geen racist? Ik vind het leuk om dat spel te spelen.”

Brusselmans: ‘Ik ga niet over de onderdrukking van de vluchteling schrijven in de hoop dat het een bestseller wordt’. Beeld Sander de Wilde
Brusselmans: ‘Ik ga niet over de onderdrukking van de vluchteling schrijven in de hoop dat het een bestseller wordt’.Beeld Sander de Wilde

Wil je niet eens je koers verleggen, om jongere lezers te trekken?

“O, nee. Ik heb nooit gedacht: uit welke richting waait de wind, dan schrijf ik daar een boek bij. Die geëngageerde literatuur, daar heb ik me altijd van gedistantieerd. Ik ga niet over de onderdrukking van de vluchteling schrijven in de hoop dat het een bestseller wordt. Vaak zijn dat trouwens heel saaie boeken zonder enige humor.

“Mensen vragen me wel eens: waarom schrijf je niet een boek als De Zeven Zussen of Vijftig tinten grijs? Dan zou je miljonair zijn! Ten eerste: ik zou het niet kunnen. Ten tweede: ik bén al miljonair. Nee, ik zit wel safe.”

Herman Brusselmans
Geschiedenis van de literatuur
Prometheus, 608 blz., € 27,50

Lees ook:

Herman Brusselmans: Kiplekker moet kipkreupel worden

Kiplekker moet uit de Van Dale. Of op z’n minst een andere betekenis krijgen in het bekendste woordenboek van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden