NaschriftHenk den Os (1950-2020)

Henk den Os (1950-2020) kleurde zijn leven zonnebloemgeel

Henk den Os met zijn vrouw Hannah tijdens een reis naar Nepal in 2017. Beeld
Henk den Os met zijn vrouw Hannah tijdens een reis naar Nepal in 2017.Beeld

Zijn zonnige kledingstijl was een manier om weerstand te bieden tegen de harde maatschappij. En hij versierde er zijn eigen leven mee. Henk den Os was glaskunstenaar, kok en moestuinier, maar bovenal levenskunstenaar.

In Amsterdam kenden veel mensen Henk den Os vanwege zijn verschijning. Hij groette graag iedereen en op een terras werd hij geregeld aangesproken door een journalist of fotograaf. Zijn gestalte van bijna twee meter, gekleed in zonnebloemgeel, met zijn haar in een knot en ­Indiase sik, kon ook weinigen ontgaan. Henk noemde het de ‘gele levenswijze’. Wat stond voor zonnig, positief, betrokken en licht relativerend in het leven staan. Want, zo vond hij: je moet het leven wel een beetje durven versieren.

“Mensen ontdooiden als ze me zien. Geel werkt als een soort antidepressivum”, zei hij in een eerder interview in Trouw. Die zonnige levenshouding ontsproot tijdens een rondreis door India en Nepal in 2003 met zijn vrouw Hannah Bouma. De twee reisden wat af, eerst door Afrika en later werd Azië favoriet. Bij de Indiase monniken in saffraangele gewaden kwam de onrustige, ADHD-achtige man tot rust. Hij praatte met ze, luisterde goed en wist dat hij het anders wilde aanpakken. Tot die tijd was niets te gek geweest voor Henk. Hij genoot van alle geneugten van het leven en stond eigenlijk altijd aan. Zijn nieuwsgierigheid en hang naar avontuur waren ontembaar.

Geboren als enig kind in een arbeiders­gezin in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt wist hij maar al te goed dat je zelf iets van je leven moest maken. Zijn moeder Sara was coupeuse en vader Jan, een vriendelijke brompot, was metselaar. Zijn hele jeugd hoorde hij dat je als dubbeltje nooit een kwartje zou worden. Hoewel hij makkelijk naar de hbs kon, ging Henk naar de mulo. Zijn moeders spaarzaamheid nam hij over – hij kon van niets iets maken.

Zon en watermeloen

Vanaf zijn puberteit voelde hij een sterke drang om zich los te maken uit het kleinburgerlijke milieu. Hij had de tijd mee in de ­jaren zestig en zoog gretig het vrije leven in zich op. Op zijn zeventiende liftte hij naar Istanbul en verbleef drie maanden in de ­Matala-grotten op Kreta, destijds bewoond door hippies. Hij leefde van de zon en at ­dagenlang watermeloen. Toen het geld echt op was, belde hij op het politiebureau zijn ouders, die wat overmaakten voor de reis naar huis.

Terug in Amsterdam woonde hij in kraakpanden en ging na een opleiding sociaal-maatschappelijk werk aan de slag in buurthuis De Vuurtoren. Vanaf het eerste moment begeleidde hij verslaafden. Eerst in Amsterdam, vervolgens in Zaandam bij de voorloper van verslavingsorganisatie Brijder. Henk werd jong vader, met zijn vrouw Joke kreeg hij twee dochters: Eva en Kirsten. Hoewel dol op de meiden, wilde hij van een alledaags gezinsleven niets weten. Het waren roerige jaren waarin zijn recreatieve drugsgebruik een probleem werd in de relatie.

Na de scheiding ontmoette hij Jennie uit Wales met wie hij zoon James kreeg en in de jaren tachtig in Amsterdam samenleefde. Ook die relatie hield geen stand. Wat meer stabiliteit ontstond toen hij een eigen woning aan de Realengracht kreeg, waar de kinderen enige tijd deels bij hem woonden.

Oordeelvrije houding

Henk had intussen de post-hbo-opleiding verslavingszorg en gezinstherapie afgerond, en werkte als gezinstherapeut. Hij kon als geen ander speels omgaan met gespannen situaties en was met zijn oordeelvrije houding en humor geliefd bij cliënten. Hij zocht altijd naar een ingang om verbinding te ­maken en keek naar de mens achter de verslaving. Dat maakte dat hij betrokken, maar ook kwetsbaar was.

De situaties waarin zijn cliënten vast­zaten, raakten hem vaak persoonlijk. Zijn uitlaatklep was muziek. Henk had geen ­specifieke muzieksmaak, maar hield van uiteenlopende genres: van klassiek tot jazz, van punk tot techno. Zijn muziekliefde groeide mee met de tijd waarin hij leefde en zo was hij in de jaren tachtig met een vaste groep vrienden en zijn rode kampeerbus veel op alternatieve muziekfestivals te ­vinden en bezocht hij in de jaren negentig geregeld xtc-party’s om daarna vaste gast bij Paradiso te worden.

Vanaf eind jaren tachtig leefde hij samen met Hannah, die hij via een collega had ­leren kennen en die net als hij met een betrokken blik de wereld in keek. Dierenwelzijn, het milieu, ze waren er sterk mee begaan. Zijn ideale wereldbeeld was tevens zijn achilleshiel: hij ging er steeds meer ­onder gebukt. Hoewel koning in relativeren, lukte het hem niet om wat luchtigheid in zijn persoonlijke werksituatie te brengen.

Zijn gortdroge grappen en bulderende lach verdwenen naar de achtergrond. Hij ­irriteerde zich aan alles, maar vooral aan de toename van zorgprotocollen. Ook had hij inmiddels zoveel ellende aan zich voorbij zien trekken, dat hij er niet goed meer tegen kon. Net de vijftig gepasseerd kreeg hij een burn-out. Eenmaal thuis op de bank bleef hij maar denken aan die ene junk, die hij ­jaren had begeleid en die kort daarvoor voor zijn ogen was neergeschoten. Hij kon zichzelf niet meer zijn, vond hij. En stopte met werken.

Gele draad

Na een periode van stilte waarin hij dagen ‘ontzettend veel niks deed’, zoals hij altijd zei, gingen de luiken van zijn bestaan weer open. Hij keek nieuwsgierig om zich heen: wat zou hij gaan ondernemen? Het werd een caleidoscoop aan activiteiten, waarin altijd een ‘gele draad’ te vinden was. Hij kookte vegetarische gerechten in buurtboerderij Ons Genoegen en later bij buurtcentrum De Horizon, waar bewoners en mensen met psychiatrische problemen van zijn Indiase en Arabische kookkunsten genoten.

Hij maakte vaker een tripje naar Frankrijk, waar zijn volwassen dochter Kirsten woonde. Met James, die om de hoek woonde, trok hij er geregeld op uit. In deze periode lukte het hem om de band met zijn kinderen inniger te maken: ze konden alles tegen hem zeggen. Ook die ommezwaai vond zijn oorsprong in India. Hierna kwam niet alleen de gele kledij, maar wilde hij minder op zichzelf en meer op anderen gericht zijn. Hij verdiepte zich samen met Hannah in meditatie en besloot minder gehaast te ­leven.

Henk op zijn zeventigste verjaardag met Kirsten en James, twee van zijn drie kinderen. Beeld free
Henk op zijn zeventigste verjaardag met Kirsten en James, twee van zijn drie kinderen.Beeld free

In zijn biologische tuin met geel tuinhuis en wapperende boeddhistische vlaggetjes kwam hij tot rust. Hij teelde van alles tot aan eetbare bloemen aan toe en deelde graag zijn oogst. Samen met een vriend goot hij een tijdje betonnen Boeddhabeelden. Ook was hij een periode geboeid door kralen: als Henk iets ontdekte, dook hij er helemaal in. Het meest gegrepen werd hij door glaskunst, dat hij ontdekte na een cursus glas-in-lood.

Hij maakte een eindeloze stroom aan kunstzinnige beelden, raamwerken en schalen van glas. Zijn atelier verhuisde om de ­zoveel tijd, omdat hij altijd in anti-kraakpanden werkte. James verhuisde hem en de loodzware glasoven zo’n acht keer. Af en toe exposeerde hij en verkocht wat werk. Maar daar ging het hem niet om, hij genoot van het maakwerk, de lichtinval, de kleurfacetten van glas. Daarin kon hij zich helemaal verliezen. Zo bleef Henk een druk baasje: een afspraak met hem maken bleef een hele toer.

Een sluimerende hepatitis gooide roet in het eten. Hij moest zware kuren ondergaan en verloor niet alleen zijn vitaliteit maar ook zijn volle bos met haar – een flinke dobber voor de ijdele man. “Ik ben nu eenmaal een pronkdier”, zei hij over zichzelf. Hoewel Henk buiten de deur nog altijd dezelfde zonnige verschijning bleef, merkten zijn ­geliefden dat zijn lontje korter werd. Zeker toen er vorig jaar leverkanker werd geconstateerd.

Meditatie van licht

De medicatie beïnvloedde zijn stemming negatief. Daarbij raakte hij gefrustreerd, niet alleen door zijn lichamelijke teruggang, maar ook omdat hij de wereld steeds verder zag afglijden. Hij kon het maar moeilijk verkroppen dat een schone en vredelievende wereld steeds moeilijker haalbaar bleek met alle ellende op aarde. Eén ding was voor Henk klip-en-klaar: hij wilde niet als een kasplantje eindigen. Hij koos voor kwaliteit van leven en bedankte vorig jaar voor verdere ingrijpende chemokuren en regelde zijn euthanasie tot in de finesses.

Rond zijn moment van sterven werd hij niet alleen omringd door zijn innige kring, maar ook door vrienden en bekenden, die op voorhand het tijdstip van de euthanasie hadden doorgekregen – vergezeld met een speciale lichtmeditatie. En zo werd Henk nabij en op afstand begeleid door tientallen mensen die liefdevolle energie stuurden en die tijdens de meditatie zelf ook beelden van licht, zonnegeel en sterren zagen. En zijn graf wordt het kleurrijkste graf van ­Amsterdam beloofde Hannah hem.

Henk den Os werd geboren op 13 maart 1950 in Amsterdam en overleed aldaar op 15 december 2020.

Trouw beschrijft wekelijks het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden