Comfortable pyjama’s zijn gewilde items in Nairobi, waar iedereen van mooie kleding droomt. Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press
Comfortable pyjama’s zijn gewilde items in Nairobi, waar iedereen van mooie kleding droomt.Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press

Trage revolutie

Heel langzaam verdwijnt het traditionele leven in Kenia

Ilona Eveleens ziet de samenleving in Kenia veranderen. Waar de overheid nalatig is, probeert de bevolking het zelf op te lossen en vrouwen eisen steeds meer hun rol op. Maar dat laatste blijft lastig, concludeert ze na 25 jaar correspondentschap in haar afscheidsverhaal.

Haar ronde gezicht met de ­haren verstopt onder een kleurrijke hoofddoek kwam nauwelijks boven het stuur uit van de oude rammelende landrover. Ik had geen idee hoe ze heette en noemde haar mama-viazi, de aardappelmevrouw, omdat ze die een paar keer per week afleverde bij het buurtwinkeltje niet ver van mijn huis. Ze was een unieke verschijning omdat ze lange tijd de enige Keniaanse vrouw was die ik in een terreinwagen zag rijden.

Ik merkte haar voor het eerst op in 1996, kort na mijn aankomst in Nairobi. Mama-­viazi was voor mij het eerste teken dat vrouwen in het land zich losmaakten van hun traditionele rol. Nu, 25 jaar later, besturen ze niet alleen terreinwagens, maar ook bussen, vrachtwagens, tractoren en vliegtuigen. Vanzelfsprekend is dat niet want Kenia is nog altijd een traditionele maatschappij. Toch proberen delen van de samenleving zich los te maken van vastgeroeste conventies.

De worsteling van vrouwen om zich te bevrijden uit het ouderwetse rollenpatroon heb ik van nabij meegemaakt door de ervaringen van Atia Yahya. Zij is een vriendin die in een kwarteeuw opklom van verzekeringsagent tot directeur van de ziektekostenafdeling van een groot verzekerings­bedrijf. “Wij vrouwen moeten altijd harder en langer werken om ons te bewijzen”, luidde haar conclusie kortgeleden terwijl ze hardop nadacht over pensionering.

“Lange tijd was ik een van de weinige vrouwen in mijn branche. Mannelijke collega’s hadden er de gewoonte van gemaakt om te onderhandelen over grote verzekeringscontracten buiten kantoortijd, bij ­voorkeur ’s avonds laat in bars van golfclubs. Wilde ik op dat niveau meedingen, dan was ik gedwongen daaraan mee te doen terwijl het niet gepast en bovendien gevaarlijk was voor vrouwen om ’s avonds laat alleen over straat te gaan.”

Echtgenoten en kinderen zijn volgens Yahya nog altijd niet te combineren met carrière maken. Ze zag veel echtscheidingen omdat vrouwen, vooral in het bedrijfsleven, te weinig tijd overhielden voor een gezins­leven. Voor jongere collega’s is de werksituatie enigszins verbeterd omdat in steeds meer bedrijfstakken vrouwen leidinggevende posities hebben. Denk aan banken en verzekeringen. Netwerken gebeurt in die sectoren vaker tijdens kantooruren, in lunchrooms of koffiehuizen.

Respect voor de vader

In de politiek blijft de invloed van vrouwen beperkt. Dat is een mannenbastion. Vorig jaar nog werd een wet aangenomen die het trouwen van een onbeperkt aantal vrouwen voor mannen legaliseert. Tenslotte was het al een oude culturele praktijk, zo merkte de mannelijke meerderheid in het parlement op. Atia haalde daarover haar schouders op. “De vraag is: wat is belangrijker in een maatschappij? De politiek of de economie? Ik denk dat wij vrouwen op het juiste spoor zitten.”

Van buitenlandse vrouwen daarentegen wordt niet verwacht dat ze zich aan het traditionele rollenpatroon houden. Ze worden geaccepteerd als ‘anders’. Dat is ook mijn ­betiteling binnen de familie van mijn Nigeriaanse echtgenoot, Barry Koiki. Toch is het niet altijd eenvoudig om elkaars culturen te accepteren of zelfs ineen te passen in een huwelijk, zo ervoeren hij en ik. Het vereist veel geduld en wederzijds respect.

Bij Barry’s kinderen uit een eerder huwelijk zie ik hoe jongere generaties in een spagaat verkeren tussen de vaak in steen gehouwen tradities en de moderne 21ste eeuw waarin ze opgroeiden. Dat bleek toen Ayo, een van de dochters van mijn man, ons in Kenia bezocht. Ze klaagde dat van uitrusten weinig terecht zou komen na een druk jaar als financieel deskundige bij een instelling in Nigeria. Ze moest – ondanks mijn aanwezigheid – voor haar vader zorgen, zo gebood de traditie. Ik verzekerde haar dat er in ons huishouden andere gewoontes golden dan wat ze gewend was toen Barry nog in Nigeria woonde. “Ik kan papa niet laten afwassen of koken. Ik ben zijn dochter en moet dat uit respect voor hem doen”, hield ze vol.

Barry krijgt niet alleen veel respect van zijn kinderen maar hij is ook nog eens de eerstgeboren zoon in de familie van zijn ouders en staat daardoor traditiegetrouw hoog in aanzien. In ons huwelijk heeft hij zich evenwel deels aangepast aan mijn Europese cultuur en neemt ook een deel van de huishoudelijke taken op zich.

Voor Ayo geldt evenwel dat waar ze haar vader ook tegenkomt, de Nigeriaanse cultuur van toepassing is. Gewoonlijk gekleed in de laatste mode met hoge hakken en verslaafd aan haar mobiel, zit het traditionele respect voor ouderen in haar genen net als bij de meesten van haar leeftijdsgenoten in Nigeria. Tijdens haar bezoek bleef mij niets anders over dan haar overtuiging te respecteren en toe te zien hoe Barry het zich allemaal met groot plezier liet welgevallen.

Arts Jemimah Kariuki (28) organiseerde in coronatijd een  ambulancedienst voor zwangere vrouwen. Hiervoor ontving zij een award van de WHO.  Beeld REUTERS
Arts Jemimah Kariuki (28) organiseerde in coronatijd een ambulancedienst voor zwangere vrouwen. Hiervoor ontving zij een award van de WHO.Beeld REUTERS

Hoelang houden jongeren het vol in twee totaal andere werelden te leven? Ze verlaten steeds vroeger het ouderlijk huis om te gaan studeren of op zoek te gaan naar werk. De grote uitgebreide familie versplintert in kleine gezinnen of eenpersoonshuishoudens. Het sociale weefsel dat warmte en geborgenheid meebracht en diende als vangnet in slechte tijden, rafelt steeds verder uiteen.

De jonge Barasa Lumumba liet de veiligheid van een grote familie achter zich toen hij van het platteland vertrok om zich te vestigen in Nairobi. Op zoek naar een inkomen begon hij er een eenmansbezorgingsdienst waarvan ik soms gebruikmaakte. Zijn vrouw was meegekomen en eerder dit jaar kregen ze een tweeling. “Ik ben heel blij met mijn dochtertjes, maar het was toch teleurstellend dat we in één klap twee kinderen kregen”, merkte hij kort na de geboorte op. “We kunnen ons maar twee kinderen veroorloven en ik had ook graag een jongen gehad.”

Het liefst wilde hij een traditioneel groot gezin, zo een als waarin hij zelf opgroeide. Maar door zijn verhuizing naar Nairobi is die wens in rook opgegaan. Het leven in die stad is de laatste jaren erg duur geworden en ­jonge gezinnen beperken zich noodgedwongen tot twee of drie kinderen. “Mijn ouders konden niet voor ons allemaal voortgezet onderwijs betalen. Die kans wil ik mijn kinderen wel bieden. Ik moet dus wel meegaan met de veranderingen in de maatschappij.”

De Keniaanse bevolking groeide jaarlijks met ruim 4 procent toen ik er arriveerde, nu is dat gehalveerd. Dat is het gevolg van de trek naar de stad waar de gezinnen aanmerkelijk kleiner zijn dan op het platteland.

Die migratie naar de stad werd gestimuleerd toen Kenia in 1963 onafhankelijk werd. De gedachte daarachter: vooruitgang en persoonlijke voorspoed is voorbehouden aan de steden. Dus trokken mensen naar de stad, of er nu werk was of niet. De meesten eindigden in de sloppenwijken, gevestigd bij iedere welvarende wijk. Het zwaartepunt van de armoede verhuisde mee naar de ­steden waar mensen in lage-inkomens­wijken nogal eens hongerig naar bed gaan. Op het platteland ontbreekt het de bevolking weliswaar ook vaak aan voldoende geld maar er is meestal wel genoeg betaalbaar en gezond voedsel.

De overheid doet bitter weinig om de ­armoede te verminderen of perspectief te bieden. Politici zien in veel gevallen hun werk niet als een dienst aan de bevolking maar een weg naar macht die toegang verschaft tot zelfverrijking. Kenianen staan zelden op tegen de arrogantie van de macht maar klagen wel, vooral in Twittertirades. Kenia is geen land voor revoluties.

De schouders eronder

In weerwil van de nalatige overheid proberen Kenianen zelf hun leefomstandigheden te verbeteren. Vorig jaar liep ik bij toeval tegen zo’n voorbeeld aan. De coronapandemie had het leven op z’n kop gezet en de scholen in het land gingen voor driekwart jaar dicht. De leraren op staatsscholen kregen hun ­salarissen doorbetaald, maar docenten van privéscholen niet omdat ouders ophielden schoolgeld te betalen.

Privé-onderwijsinstellingen zijn in Kenia niet alleen voor rijken. Religieuze instanties subsidiëren regelmatig onderwijs voor arme kinderen. Bovendien is het onderwijs op privéscholen vaak beter dan op staatsscholen. In theorie hoef je voor die scholen niets te betalen, maar in de praktijk worden vaak ­allerlei kosten op de ouders verhaald waardoor ze soms duurder zijn dan privéscholen.

De overwegend jonge leerkrachten van de Vicodec-school (een privéschool) in het forenzenstadje Ongata Rongai gingen niet bij de pakken neerzitten na de uitbraak van de coronapandemie. Ze spitten het speel­terrein om en maakten er een moestuin van en gebruikten klaslokalen om kippen te ­fokken. Uit de verkoop van hun dieren en gewassen betaalden ze zichzelf niet alleen salarissen, maar bleven ze leerlingen van de school in Quarry, de meest armoedige wijk van het stadje, dagelijks voorzien van een maaltijd.

Juist voor deze leerlingen was de school twintig jaar eerder opgericht. Opmerkelijk is dat het vooral Kenianen zijn die geld doneerden, geen buitenlandse liefdadigheidsorganisaties. Vicodec is populair en scoort landelijk hoge cijfers bij examens die aan het einde van elk schooljaar worden afgenomen. Ook ouders uit de middenklasse melden hun kinderen aan. Zij betalen meer schoolgeld dan de ouders in Quarry die hun rekening vereffenen door te helpen klussen op de school. Bovendien dragen oud-leerlingen ook hun steentje bij, zij het financieel of als vrijwilligers.

“Het traditionele beeld van bedelende Afrikanen met grote afhankelijkheid van het buitenland moet verleden tijd zijn”, zei schoolhoofd Rose Charagu toen ik haar onlangs weer sprak. Ook zij en haar school ontdoen zich van oude gebruiken en zijn niet afhankelijk van de overheid of buitenlandse liefdadigheidsorganisaties. “We nemen zelf het heft in handen en zijn daartoe prima in staat. Ons curriculum is erop gericht om gezamenlijk aan een betere toekomst te bouwen.”

Lees ook:

Vrouwen in Kenia kunnen nu ook schoenpoetser of conducteur worden

Het is druk op het trottoir langs Kenyatta Avenue, een belangrijke verkeersader in het centrum van Nairobi. Aan beide zijden van de straat staan hoge kantoorgebouwen waar de meeste voetgangers blijkbaar werken, afgemeten aan hun donkere pakken of keurige jurken. Naast de ingang van het hoofdkwartier van een bank, zit een vrouw op een houten kist en vraagt me: “Wil je dat ik je schoenen laat glimmen?” Ik draag sandalen, weliswaar van leer, maar er valt weinig te poetsen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden