Oud-voetballer Harvey Esajas: ‘Luister, niks op aarde is van mij, en dat is ook nooit van mij geweest. Ik mag het een tijdje gebruiken, zo zie ik het.’

InterviewHarvey Esajas

Harvey Esajas voetbalde voor grote clubs, maar nu wil hij imam worden. ‘Ik moet de mensheid helpen’

Oud-voetballer Harvey Esajas: ‘Luister, niks op aarde is van mij, en dat is ook nooit van mij geweest. Ik mag het een tijdje gebruiken, zo zie ik het.’Beeld Maartje Geels

Voormalig profvoetballer Harvey Esajas heeft veel meegemaakt. Na zijn bekering tot de islam heeft hij een nieuw levensdoel gevonden: hij wil imam worden.

Marije van Beek

Hij neemt plaats aan de eetkamertafel in zijn eengezinswoning in Diemen, en vouwt zijn handen. “Bismillah, ir-rahman ir-rahiem”, zegt de 47-jarige oud-profvoetballer Harvey Esajas, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Oftewel: “In naam van God, de barmhartige, de genadevolle”. Daarmee is een islamitische zegenbede uitgesproken over het interview.

De man die voor tal van grote voetbalclubs speelde: van Feyenoord en Ajax tot Real Madrid (waar hij alleen meetrainde) en AC Milan, is een aantal jaar geleden bekeerd tot de islam, en wil nu imam worden. Hij is begonnen met een opleiding, en leert Arabisch. Schuin achter hem, op de deur naar de keuken, hangt een poster met het alfabet.

Meer dan tien vrienden vermoord

Esajas groeide op in de Amsterdamse Pijp van de jaren tachtig, waar hij omging met jongens die al lang en breed het criminele pad op waren. “Die kwamen gerust met 100.000 gulden thuis”, herinnert Esajas zich. “Ik was zelf gewoon ondeugend, aan dat stelen deed ik niet mee. Maar ik hing wel bij ze. Meer dan tien van die vrienden zijn er vermoord. Ik had een talent, gelukkig, en een moeder die me daaruit wegtrok.”

Toen zijn voetbalcarrière stilviel in Spanje, werkte hij vervolgens een tijdje als afwasser en in een circus. Na een paar jaar kreeg hij via zijn vriend Clarence Seedorf nog een kans bij AC Milan – ook al woog hij toen 130 kilo. Ze kregen hem weer fit, maar zijn carrière kwam niet meer echt van de grond. Terug in Nederland is hij zich op jongerenwerk gaan richten. Een aantal jaar geleden heeft hij met zijn vrouw Diana Speksnijder een stichting opgezet, waarbij sport een middel is om kwetsbare jongeren te helpen.

Jezus met blond haar en blauwe ogen

Esajas is opgegroeid in de Evangelische Broedergemeente, waar zijn moeder en een groot deel van zijn Surinaamse familie naartoe gaat. “Ik ging ’s zondags mee naar de kerk, tot ik vanwege het voetbal een geldig excuus had. Al heel jong struikelde ik daar over dingen. Op Kerstavond moest ik een keer naar voren komen, waar een dominee mij vroeg wat een engel is. Dat wist ik: een boodschapper. Maar ik stelde een brutale wedervraag. Ik zei: ‘Waarom staat er geschreven dat Jezus blond haar en blauwe ogen had, als hij uit het Midden-Oosten komt?’ Ik vond dat moeilijk te rijmen. Van mijn vader, die rasta is, wist ik dat Salomo een zwarte man was, omdat Haile Selassie van hem afstamde. Mijn vraag was: waar is mijn gemeenschap dan in die hele kerk? Hoezo is er voor ons geen plek?

Esajas: ‘Mijn hele voetbalcarrière heb ik aan meditatie gedaan’.  Beeld Maartje Geels
Esajas: ‘Mijn hele voetbalcarrière heb ik aan meditatie gedaan’.Beeld Maartje Geels

“Ik dacht hierdoor: ik moet zelf gaan zoeken, en niet zomaar geloven wat ze mij vertellen. Ik heb wel altijd geweten dat er iets is wat groter is dan ons allemaal. Mijn hele voetbalcarrière heb ik aan meditatie gedaan. Op mijn zeventiende ging ik samen met oom Errol in Rotterdam een cursus volgen. Voor de wedstrijd zonderde ik me altijd twintig minuten af. Om te ademen, om mijn mantra te herhalen. Dan kon ik lekker m’n wedstrijd spelen. Dat je in een vol stadion staat waar duizenden mensen schreeuwen. Maar jij hoort dat niet, jij hoort alleen maar je collega’s en die bal – ‘poem’.”

Koranverzen kwamen binnen

Een jaar of zes geleden raakte Esajas gesprek met een oude kennis, die hem een verhaal liet lezen over de profeet Mohammed. Toen is hij naar de moskee gegaan, vertelt hij, waar een imam de koran voor hem opensloeg, en twee verzen met hem las. Het eerste vers was soera 112. Hij slaat met zijn vlakke hand op tafel. “Bam, die kwam binnen.”

Het tweede vers dat ze lazen is het zogeheten troonvers, Ayat el Kursi. In één ademteug zegt Esajas de tien regels op, uit het hoofd. “Allah is de levende, op zichzelf bestaande, eeuwig levende”... “Slaap noch sluimer overvalt hem”, et cetera. Hij blijft even stil, en zegt dan: “Ja, dát is voor mij het universum. Dit is precies wat ik altijd al voelde. Zo omschrijf ik hem, zo interpreteer ik hem. Ik heb daar bij die imam meteen de geloofsbelijdenis uitgesproken.”

Ter plekke? Wat zeiden familie en geliefden?

Hij knikt naar zijn vrouw, Diana Esajas-Speksnijder, die naast hem aan tafel zit. “Ik kende haar toen net drie maanden. Dus ik bel haar vanuit de moskee: ‘Ik moet je wat vertellen: Ik ben zojuist bekeerd tot de islam’. Zij zei: ‘Oh. Wát heb jij gedaan? En nu? Wat betekent dat voor ons?’”

Ook zij is niet lang daarna bekeerd, vertelt Diana. “Eigenlijk zijn we samen die hele transformatie doorgegaan. Een simpel voorbeeld: dan was hij al aan het bidden, maar had hij de televisie nog keihard aan staan. Ik zei dan: Dat kan toch niet zo? Je moet toch even helemaal stil worden?”

Hij: “Het ging vanzelf. Je groeit. Mijn familie zei: dit is wat jij altijd al was, nu is het er pas uit.”

Sindsdien bidt hij vijf keer per dag, vertelt Esajas. “Ik maak er tijd voor om Allah te prijzen en te loven. Hij is mijn schepper. Ik heb tien vingers dankzij hem, ogen, en een neus. Ik ben dankbaar voor elke ademhaling. Het had al over kunnen zijn.”

Het leven van de Esajassen werd er namelijk niet plots makkelijker op. In 2018 verloor Diana haar vader, en Harvey zijn jongere broertje. “Op zijn 37ste, aan ‘k’”, zucht hij. En het jaar daarvoor was zijn eigen leven in gevaar. “Ik heb in coma gelegen, had een vleesetende bacterie in m’n lichaam zitten, en heb 13 operaties gehad. Mijn vrouw en moeder moesten twee keer afscheid nemen van me. Ik ervaar het leven sindsdien alsof ik in de bonustijd zit. Dat heeft er ook mee te maken dat ik een openbaring heb gekregen in het ziekenhuis. Allah heeft me geantwoord.”

Wat zei hij?

“Mijn missie is helder: ik moet de mensheid helpen, en me daarvoor ondergeschikt maken aan anderen. Daar ga ik mijn vrede uit halen.”

Maar was u niet al lange tijd coach en jongerenwerker?

“Ja, dat klopt, maar toen viel alles in elkaar. Dit is wie jij bent, dit is wat jij moet doen.”

Nederland, Diemen, 27-10-2021
Harvey Esajas leert Arabisch. Beeld Maartje Geels
Nederland, Diemen, 27-10-2021Harvey Esajas leert Arabisch.Beeld Maartje Geels

Esajas is de gemoedelijkheid zelve, maar zegt halverwege het gesprek plots ook te geloven dat ‘het Westen in oorlog is met de islam’. Hij doelt op anti-islamsentimenten, die ook in overheidsbeleid zitten, zoals bij het nikabverbod, zegt hij. Even later is hij kritisch op imams in Nederland die uit het buitenland komen. “Met alle respect voor hen, maar ze kennen onze cultuur niet.”

Waarom bent u Arabisch gaan leren?

“Ik wil zelf de Koran kunnen lezen, zodat ik geen interpretaties hoef te volgen. In het begin ben je zoekende: je gaat veel sprekers volgen, en dan zie je opeens al die onderlinge verschillen. Er waren dingen die wel mochten bij de een en niet bij de ander. Toen kwam ik tot de conclusie: ik moet terug naar de bron. Naar wat de profeet zegt, wat in de koran staat. En naar hoe dat de eeuwen daarna is uitgelegd, de jurisprudentie die ervan is gemaakt. Ik bestudeer al die dingen nu, en kan je zeggen: dat is al zóveel informatie.

“Als ik dan met mijn vrouw aan het praten ben over het geloof, dan kan ik haar uitleggen: kijk, hier staat het geschreven, het is niet mijn eigen opinie. Zij moet haar eigen weg gaan natuurlijk, dat is tussen haar en Allah. Ik probeerde wel een vrouwvriendelijke moskee te vinden voor haar, waar ze haar rustig en netjes opvangen als zuster, en helpen om kennis te vergaren.”

Hoe bedoelt u, een vrouwvriendelijke moskee?

Zij: “Een moskee waar ik me thuis voel als westers denkende vrouw die hier geboren en getogen is, en redelijk geëmancipeerd leeft, haar eigen geld verdient. Kijk, als bekeerling is het vaak best wel eenzaam. Het is dat wij het zo met z’n tweeën doen, maar het is niet makkelijk om je weg te vinden.”

Harvey Esajas (1974)

Esajas doorliep de jeugdopleidingen van Ajax en RSC Anderlecht, maar ging in 1993 uiteindelijk spelen bij Feyenoord. Hij speelde even geen betaald voetbal, bracht een jaar door bij FC Groningen, en voetbalde daarna korte periodes bij kleinere clubs. Eind jaren negentig vertrok Esajas naar Spanje, waar hij met het tweede elftal van Real Madrid trainde. Hij stopte, had een tijdje een discotheek in Spanje en werkte in een circus. Tot het Italiaanse AC Milan hem in 2005 weer fit wist te krijgen. Omdat hij er niet veel aan spelen toekwam, vertrok Esajas weer naar kleinere Italiaanse clubs, en daar eindigt zijn profvoetbalcarrière. Terug in Nederland wordt hij jongerenwerker en straatcoach.

Hij: “Sowieso is het best even zoeken voor je een moskee vindt waar je je thuis voelt. Ik heb veel maten die ik nog van school ken uit de Marokkaanse gemeenschap. Dus wij kwamen bij hun moskeeën terecht, maar heel veel draait daar om families. Bij de ene moskee zeiden ze dat degene die mij Arabisch zou gaan leren, ook dezelfde stroming als zij moest volgen. Ik zei: wat maakt dat uit voor hoe ik Arabisch leer? Dus je wilt iemand die mij gaat indoctrineren? Bij een andere moskee, die vrij open en liberaal is, had ik het heel leuk. Ik heb daar veel geleerd, ben in een jongerencomité gaan zitten. Toch blijft die taal iets lastigs. De preek werd op een gegeven moment vanuit het Arabisch naar het Nederlands vertaald: alleen was dat wel een heel korte samenvatting. Maar het belangrijkste hebben ze in die moskee wel door: dat het geloof in je hart zit, en niet in je hoofd.”

Wat zou u als imam tegen uw jongere zelf zeggen?

“Ik denk dat het probleem voor mij was, in de tijd dat het niet goed ging met mij, dat ik mezelf al van tevoren opgegeven had. Dat het toch niets zou worden. Daarom zou ik zeggen: er is altijd hoop, maar de eerste stap moet wel van jezelf komen.

“En: wat Allah mij geeft, kan niemand tegenhouden. Er was een tijd dat alles in mijn leven vijf sterren was: De beste hotels, alles top of the bill. Maar aan die hele voetballerij heb ik in totaal drie vrienden overgehouden, terwijl ik bij wijze van spreken 100.000 man kende. Dus zó oppervlakkig is die wereld. Luister, niks op aarde is van mij, en dat is ook nooit van mij geweest. Ik mag het een tijdje gebruiken, zo zie ik het. De islam leert je ook: wees als een vreemdeling, een reiziger op aarde.”

Bent u een ander mens geworden van uw bekering?

“Ik had als jonge voetballer de naam dat ik een vrij moeilijk karakter had. Ik ben wel eerlijk, ja: als ik je niet moet, dan ga je dat merken. Als iets me niet bevalt, dan ga ik je dat zeggen. Dat is nog steeds zo. In de moskee hebben ze dat ook wel door: deze broeder legt meteen de vinger op de zere plek. Van een nieuweling nemen ze natuurlijk niet zomaar alles aan. Maar op een gegeven moment was het wel van: ‘Broeder, praat met m’n zoon alsjeblieft: hij hangt te veel op straat’. Het zat goed tussen ons, dus ik kon zeggen: ‘Maar broeder, misschien moet jij een keer een dagje thuisblijven uit de moskee, en in plaats daarvan wat tijd aan je zoon besteden. Jij bent de vader. Dus in plaats van alleen maar met het gebed bezig te zijn moet je ook met de opvoeding bezig zijn. Dat hoort ook bij het geloof.’

“Ik ben ook weleens in een moskee geweest waar ik dacht: huh, dit is toch een huis van aanbidding? Families hadden er ruzie en scholden elkaar gewoon uit. Ja, dan stuur ik een brief naar het bestuur, van: ‘Hallo, waarom treden jullie hier niet tegen op?’

“Wat wel anders is: Ik heb sereniteit en rust gevonden in de islam. Het vermogen om dingen los te laten. Dat wil ik doorgeven. En het gaat maar om die ene persoon die je raakt. Die ene vindt dan hopelijk ook weer een andere, en die leert het weer een andere, en zo wordt het een keten.”

Lees ook:

Van schoonmaker tot geestelijk verzorger: Saïda Aoulad Baktit over haar roeping

Saïda Aoulad Baktit wist van schoonmaakster in het ziekenhuis op te klimmen tot islamitisch geestelijk verzorger. Ze is in het Radboud UMC een vraagbaak voor patiënten en personeel.

Hoogleraar islamstudies Christian Lange: ‘Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht’

Hoogleraar Christian Lange won een prijs voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Een gesprek over de sharia, digitale onderzoeksmethoden en geur in de Koran.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden