EssayBrood en spelen

‘Hao fangbian!’ Hoe de communistische partij China onder controle houdt met een comfortabel leven

Het nieuwe CCP-museum in Peking. Beeld Getty Images
Het nieuwe CCP-museum in Peking.Beeld Getty Images

Honderd jaar bestaat de Communistische Partij deze week. Chinezen kunnen zich geen andere leider voorstellen dan de CCP. De partij bedwelmt ze met welvaart, stabiliteit en precies genoeg vrijheid om het leven fangbian (comfortabel) te houden.

Tegen de lamp, in je glas, op je gezicht. Bij het begin van de Chinese regentijd zitten vliegende termieten overal. Ongeveer een week houden ze de stad bezig – tot ze massaal hun vleugels verliezen en wegkruipen in willekeurige gaten en kieren. Bij de telefonische hotline van de stad Shanghai weten ze er alles van. Het regende klachten over de beestjes, en er waren dit jaar 10 procent meer bellers dan vorig jaar.

Heb je een probleem, dan stap je naar de overheid. Zo werkt dat in een socialistisch land. De Communistische Partij (CCP) die donderdag honderd jaar bestaat, is al 72 jaar aan de macht in China – een gigantisch ­gebied waar dynastieën elkaar eeuwenlang bevochten, en om de haverklap uiteenvielen. Op de vraag hoe de CCP dat voor elkaar kreeg, zijn veel ingewikkelde verklaringen te verzinnen, maar de meest plausibele: het fenomeen fangbian.

Fangbian betekent comfortabel, gemakkelijk. De Chinezen strooien gul met de term. Hogesnelheidstreinen in plaats van boemels? Je elektriciteitsrekening betalen via Alipay? Een kop koffie laten bezorgen door een koerier? Hao fangbian!

Dat comfort mag wat kosten. Peking sloopte onder het fangbian-motto alle luister uit het leven. Betonnen platen bedekken wegen van aangestampte aarde en kinderkopjes. Flatgebouwen vervingen tochtige, donkere maar charmante shikumen en ­hutong – wijkjes met schitterend houtsnijwerk en gebeeldhouwde poorten.

Liefde voor het vaderland betekent liefde voor de CCP

De oudere vrouw die in de heuvels van Anhui het veld schoffelt, zal het een zorg zijn. Nog nooit was haar leven zo comfortabel. Haar man sjort de loodzware oogst aan een stok over zijn schouders de helling af. Hun ruggen mogen kromgegroeid zijn, het knagende hongergevoel van vroeger is tenminste verdwenen. Hun kinderen werken in de grote stad en sturen geld naar huis. De enige zorg is dat de kleinkinderen te lang wachten met het stichten van een ­gezin.

De Communistische Partij zorgt voor ze. Tijdens de uitbraak van het coronavirus deden vrijwilligers van de Partij boodschappen en checkten ze of het goed ging achter de gesloten deuren. Het zijn de CCP-buurtcomités die vaccinaties organiseren, bloed­donatie-ochtenden opzetten in het ziekenhuis, helpen bij het sorteren van huisvuil en informatiestalletjes bemannen als nieuw overheidsbeleid uitleg behoeft.

Vraag een oudere Chinees wat ze vindt van de toestand in de wereld, en ze zal precies vertellen wat in de staatskrant stond. Jongeren praten niet graag over de Partij of over politiek. Maar de Chinese vlag prijkt op T-shirts in de sportschool, op telefoonhoesjes en wappert aan het stuur van scooters. Liefde voor het vaderland betekent liefde voor de CCP, meent Peking. Want de CCP ís China.

Het éénpartijsysteem werkt, omdat geen levende Chinees ooit iets anders meemaakte. Vóór de Communistische Partij aan de macht kwam, was het leven niet bepaald ­beter. China werd gruwelijk onder de voet gelopen door Japan, uit elkaar getrokken door krijgsheren, en beknot door buitenlandse mogendheden in een zwak keizerrijk.

Een lantaarn met Mao Zedong in Wuhan. Beeld Getty Images
Een lantaarn met Mao Zedong in Wuhan.Beeld Getty Images

In de eerste helft van de eeuw die de CCP bestaat, was het leven ook niet bepaald fangbian. Oudere Chinezen herinneren zich de desastreuze campagnes van Mao Zedong. De Grote Sprong Voorwaarts, die de economie van het land in sneltreinvaart moest ­industrialiseren. De Culturele Revolutie die de Partij moest zuiveren van onoprechte socialisten, en mensen massaal de kans gaf af te rekenen met vervelende wetenschappers, buren, bazen of concurrenten.

Onder het mom van een revolutie, leidde de Partij het volk in een diepe, donkere put. Slechter kon het niet gaan toen Deng Xiao­ping de leiding overnam. Daarna ging het alleen maar beter. Hij ontspande de greep op het land en opende het beetje bij beetje voor de buitenwereld. Zo klom het volk zelf uit de put.

Politiek gekonkel blijft nu verborgen achter een gordijn van propaganda. Afrekeningen vinden plaats om redenen die mensen snappen. Zo werd Bo Xilai – Xi Jinpings grootste uitdager – schuldig bevonden aan corruptie, en veroordeeld tot levenslang. Daar kon niemand op tegen zijn, want er is geen Chinees die niet met corrupte ambtenaren te maken had. Achter de schermen verving de CCP bovendien het juridische raamwerk van de Chinese staat: de partij staat nu boven de regering.

Een Tesla of een BYD

Xi Jinping maakte korte metten met corruptie en liet de economie verder groeien. Maar wie aan welvaart proeft, wil meer. Vermaak bijvoorbeeld. Met 665 miljoen gamers – de helft van alle inwoners – is China de grootste markt voor computerspelletjes ter wereld. Bijna iedereen zit vastgeplakt aan zijn telefoon, een onuitputtelijke bron van spelletjes, filmpjes en kletspraat.

Met een volle buik en een land in balans, heerst onder Chinezen een gigantische behoefte aan zelfexpressie en ontplooiing. Als mensen de kans krijgen iets nieuws te proberen, duiken ze er vol in. Wie een foto­cursus volgt, loopt er met peperdure lenzen bij als een volwaardig fotograaf. Er lijkt in Shanghai geen Chinees meer rond te lopen zonder armen vol tatoeages. En hardlopers gáán voor die marathon.

De Communistische Partij volgt, maakt ruimte en regels om de bevolking tevreden te houden. Sterven 21 deelnemers bij een ultra-marathon, dan wordt de organisator ontslagen en aangeklaagd. Klagen mensen over malafide colporteurs, dan lanceert de politie een campagne om oplichters aan te pakken. De samenleving krijgt het beleid waar ze om vraagt. Voorop staat dat het leven fangbian moet blijven. Dus als vliegende termieten je slaapkamer terroriseren, dan geven telefonisten je het telefoonnummer van een verdelger.

Wie komt nog in opstand als het leven goed is? Een bezetting van het Plein van de Hemelse Vrede voor méér democratie en vrijheid van meningsuiting zit er voorlopig niet in. De werkloze demonstranten van 1989 rijden nu in een Tesla. Of beter nog: in een BYD, want Chinese merken zijn hip in China.

Chinezen laten zich fotograferen voor het feestelijk opgestelde partijlogo in Peking. Beeld Getty Images
Chinezen laten zich fotograferen voor het feestelijk opgestelde partijlogo in Peking.Beeld Getty Images

De tijd dat Chinezen naar het buitenland keken voor vermaak, kwaliteitsproducten of inspiratie, is voorbij. Een bevriende Chinese journalist, die niet met zijn naam in de krant wil, herinnert zich levendig het concert van Wham! in 1985, de eerste keer dat een buitenlandse band in China optrad. Het was fantastisch, weet hij nog. Het publiek vergaapte zich aan de nieuwerwetse haardracht, strakke broeken en beats. Na de schrale jaren van de Culturele Revolutie ging China open. Maar nadat de IJslandse zangeres Björk zich in 2008 op het podium uitsprak voor onafhankelijkheid van Tibet, trok Peking de teugels aan: wie nog in China wilde optreden mag de status quo niet in twijfel trekken. Fangbian komt met voorwaarden.

Een toren van Jenga-blokjes

China’s zucht naar het vreemde verstilde. “Die poel is opgedroogd”, zegt de journalist. “China heeft uit het buitenland gehaald wat er te halen viel. Nu sluit Peking de grenzen weer.” Honger naar technologie, cultuur en mode is er nog steeds, maar die ­vinden de Chinezen in eigen land.

In Anhui kijkt de schoffelende vrouw verheugd op als een buitenlander haar begroet met nihao. China mag er zijn, en dat snappen buitenlanders eindelijk ook. Als er al een gebrek aan vrijheid is, dan zien de meeste Chinezen dat niet. Wat is er ook te zien? De twintigers en dertigers van nu zijn de eerste generatie die zelf mag kiezen waar ze wonen, welk werk ze doen, welke kleding ze dragen en naar welke muziek ze luisteren. Jaarlijks bezoeken 134 miljoen Chinezen een – vaak democratisch – buitenland. “Opzienbarender is dat die 134 miljoen Chinezen er uit vrije wil voor kiezen om na hun vakantie ook weer naar huis te gaan”, schrijft diplomaat Kishore Mahbubani in het boek Heeft China al gewonnen?, waarin hij uitlegt dat we China niet moeten onderschatten.

Mahbubani denkt dat het land het bijzonder getroffen heeft met zijn Communistische Partij. Maar de kunst is om het leven comfortabel te houden. Want hoe bestuur je een land als je de mensen niet mag storen? In Peking hebben ze er hoofdpijn van. Zo zou het kraanwater duurder moeten worden, want de lage prijs zorgt voor verspilling. Maar wie durft de Chinezen dat te ­vertellen? De pensioenleeftijd moet meestijgen met de levensverwachting, maar de suggestie alleen al werd een paar jaar geleden nog weggehoond. De consumptie moet stijgen om de economie hoogwaardiger te maken, maar dat kan alleen door een rianter sociaal vangnet te creëren. Wie levert in? China is een toren van Jenga-blokjes. Als je een blokje weghaalt of verschuift, kan één duwtje fataal zijn.

‘Rijk worden is eervol’

Wat biedt de CCP de miljoenen jongeren die jaarlijks afstuderen aan universiteiten en aan wie interessante banen zijn beloofd? Ze verven hun haren, tatoeëren zich helemaal onder of kiezen juist voor traditionele Hanfu-kostuums om hun identiteit te laten zien. Zij willen geen saai fabrieksbaantje in Guangdong, maar wat dan wel? Om ontevredenheid tot een minimum te beperken, nam de Partij haar volk aan de hand en gaf ze iedereen een baantje. Het gevolg is dat een groot deel van de bevolking zich niet ­geroepen voelt zijn eigen weg te vinden.

De vader van twintiger Phillis Zhu sug­gereerde dat ze altijd nog metrobestuurder kon worden als het op school niet goed ging. “Hij zei: je zit er droog, warm, en het is een overheidsbaan.” Zoals miljoenen super­slimme jongeren idealiseert Zhu de overheidsbanen, met het vaste inkomen en ­zekerheid van een carrière.

Chinezen verkleed als rode soldaat in het Lange Mars Ervaring Centrum in Yingshan, Hubei. Beeld Getty Images
Chinezen verkleed als rode soldaat in het Lange Mars Ervaring Centrum in Yingshan, Hubei.Beeld Getty Images

Van alle 9,09 miljoen jongeren die dit jaar afstuderen, wil 42,5 procent het liefst ambtenaar worden, vorig jaar was dat nog 36 procent. Een overheidsbaan is fangbian – comfortabel. Maar ondertussen houdt het gebrek aan uitdaging de Chinezen tam.

Laat de CCP de teugels vieren zodat creatieve, innovatieve sectoren zich kunnen ontwikkelen, of trekt de partij de teugels juist strakker aan? Misschien dat financiële zekerheid in combinatie met meer controle de lust naar persoonlijke ontwikkeling uitdooft. Dat was tenminste hoe de CCP de geest weer in de fles kreeg na het protest van 1989. “Rijk worden is eervol”, zei Deng Xiaoping na de tragedie op het Plein van de Hemelse Vrede. Hij wilde dat mensen hun aandacht zouden verleggen van de politiek, naar hun eigen portemonnee.

Verwende Chinezen

Verwende Chinezen komen alleen in opstand als hun eigen belang op het spel staat. Demonstraties gaan over de bouw van een vuilverbrandingsfabriek of over diploma’s die minder waard worden door een scholenfusie. Hooguit maakt men zich publiekelijk druk om een Amerikaanse president die een Chinees consulaat sluit. Maar ze gaan zelden over systemische kwesties. Niemand gaat de straat op om het lot van een dissident of een kritische journalist. Laat staan dat het volk in opstand komt tegen de afschaffing van de limiet op het presidentschap, waarmee Xi Jinping in 2018 president voor het leven werd. In het buitenland zien Chinezen dat ieder alternatief voor de Chinese status quo minder fangbian is: een samenleving met meer partijen is chaotisch, traag of faalt gewoon.

Een kennis kwam laatst aan op het vliegveld van een provinciehoofdstad. Hij was in een regio geweest waar veel coronabesmettingen waren, en werd bij aankomst in een ambulance afgevoerd naar een quarantainehotel. Hij kreeg een emmer en een handdoek, en werd naar een spartaans ingerichte kamer geleid. De rest van de dag spendeerde hij met het downloaden van bestanden op zijn computer. “De wifi was supersnel”, vertelde hij tevreden. In opstand komen tegen onrechtvaardige of excessieve voorzorgsmaatregelen kwam niet eens in hem op.

Fangbian is de grootste troef van de Communistische Partij. Zolang het leven goed blijft, houdt de partij de steun van het volk. Het is de strategie van sticks and carrots. Met strenge straffen en meedogenloze vervolging houdt de partij critici en andersdenkenden onder de duim. Maar dankzij brood en spelen zijn er daar niet zoveel van. “De CCP heeft mensen zo geconditioneerd dat ze de sticks niet meer zien”, zegt de ­bevriende Chinese journalist. “Ze zijn ­bedwelmd door de carrots.”

De echte naam van de journalist is bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

In een rood bootje bereiden Chinezen zich voor op de 100ste verjaardag van de Communistische Partij

Nu de 100ste verjaardag van de Communistische Partij eraan komt, zijn historische ‘Rode Locaties’ enorm populair. De ‘bron van de partij’ is een klein bootje.

Ook op het werk eist De Partij tijd en geld op: ‘Iedereen haat de verplichte partijsessies’

Al het partijwerk kost Chinese bedrijven tijd en omzet. Toch meent Xi Jinping dat hoe groter de rol van de Communistische Partij binnen een bedrijf, hoe beter voor de economie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden