Trudy Scheele-Gertsen stond in de jaren zestig haar kind gedwongen af. ‘Wat er met mij en hem gebeurd is, is mensonterend. Daarom wil ik het aan de kaak stellen.’

Interview Ongehuwd zwanger

Haar pasgeboren zoon werd tegen haar wil weggehaald: ‘Het is mensonterend’

Trudy Scheele-Gertsen stond in de jaren zestig haar kind gedwongen af. ‘Wat er met mij en hem gebeurd is, is mensonterend. Daarom wil ik het aan de kaak stellen.’ Beeld Bram Petraeus

De dan 22-jarige Trudy Gertsen staat in de jaren zestig haar zoon af, tegen haar wil. Vandaag stelt ze de Staat daarvoor aansprakelijk.

De eerste grote klap kwam in november 1967. Trudy Gertsen (21) is vijf maanden in verwachting en ongehuwd. Ze heeft haar opleiding tot verpleegkundige afgerond zonder iemand over haar zwangerschap te vertellen. Hadden de nonnen bij wie de vrouwen tijdens de verpleegstersopleiding inwoonden het geweten dan had ze er onmiddellijk uit gelegen. Daar twijfelt ze geen moment aan.

Nu is ze terug bij haar ouders, in de volle verwachting dat ze daar kan bevallen van haar kind. Daarna zal ze een baan zoeken en een huis waar ze haar zoon zal opvoeden. Haar vriend, de vader van de baby, blijkt een ander meisje te hebben. Het zij zo, denkt ze, dan doe ik het alleen.

Maar in plaats daarvan neemt haar moeder haar mee naar buiten, uit wandelen, en vertelt haar dat ze het kind moet afstaan. Trudy is niet welkom in haar ouderlijk huis.

De nu 73-jarige Trudy Scheele-Gertsen valt stil als ze vertelt over die wandeling, neemt een slok water. “En thuis was best een groot huis. Maar het kon niet. Het was onmogelijk.” Ik heb iets voor je geregeld, zei haar moeder op die herfstdag, meer dan vijftig jaar geleden. Ze stuurde haar dochter naar de Paula Stichting in Oosterbeek, naar een tehuis voor ongehuwde moeders.

“Ik had nooit verwacht dat mij dit zou overkomen”, blikt Scheele-Gertsen terug. “Ik had me nooit verdiept in afstand doen. Ik dacht: hoe komt mijn moeder erbij? En ik dacht meteen: dat gaat niet gebeuren.” Maar ze moest ergens naartoe. “Ik had nog drie maanden te gaan. Wat moest ik dan?” Een ongehuwde zwangere vrouw zou nergens worden aangenomen, laat staan een woning kunnen huren.

Fleurige kamertjes, in pasteltinten gelakte bedjes

Trudy kwam terecht in een van de vele huizen voor ongehuwde moeders die in Nederland te vinden waren. Het tehuis van de Paula Stichting lag op een ruim terrein aan de rand van het bos in Oosterbeek. ‘Ultramodern’, jubelde het Leidsch Dagblad in de zomer van 1967, met ‘in pasteltinten gelakte bedjes’ en ‘fleurige kamertjes’ en gerund door de Kleine Zusters van de Heilige Joseph.

Trudy, inmiddels 22, heeft het er in de drie maanden dat ze er woont niet naar haar zin. “Daar zat ik dan”, zegt ze. Ze herinnert zich dat de meeste andere vrouwen net als zij op hun kamer bleven, dat ze de stichting niet vertrouwde en dat de nonnen onaardig waren. Haar ­baby wilde ze houden. “Daar was ik heel duidelijk in”, zegt ze stellig. Dat is ook te lezen in het dossier dat ze heeft opgevraagd over haar tijd in het tehuis. “Is van plan het kind te behouden”, schrijven de nonnen in januari 1968 aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Het liep anders. Scheele-Gertsen schat dat er in de tijd dat zij in Oosterbeek woonde tussen de vijftien en twintig vrouwen in het huis zaten. Allemaal stonden ze hun baby af. Allemaal moesten ze geblinddoekt bevallen. “Maar ik stond erop dat ik mijn kind mocht zien.” Maar ook al beviel ze zonder blinddoek, haar zoon werd onmiddellijk na de ­geboorte, in februari 1968, bij haar weggehaald. “Dat was standaard. En dan gingen ze ook nog heel hard praten om het geluid van het kind te overstemmen.”

Trudy mocht haar zoon niet zien van de nonnen, herinnert ze zich, maar ze drong aan en zag hem in die dagen één keer. Negen dagen na de geboorte werd ze opgehaald door haar moeder, haar zoon bleef achter bij de Paula Stichting.

15.000 kinderen geadopteerd tussen 1956 en 1984

De zoon van Scheele-Gertsen is een van de duizenden kinderen die is afgestaan tussen 1956 – toen de adoptiewet het mogelijk maakte adopties juridisch goed te regelen – en 1984, toen abortus werd gelegaliseerd. Ruim 15.000 Nederlandse kinderen werden in die periode geadopteerd, schreef de Radboud Universiteit in 2017 in een ­onderzoek naar binnenlandse adopties, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van veiligheid en justitie. Dat zijn er meer dan vijfhonderd per jaar. Achter die cijfers gaan waarschijnlijk tussen de 13.000 en 14.000 vrouwen schuil, schat de Radboud ­Universiteit.

Het is onvoorstelbaar dat al die vrouwen hun kind vrijwillig hebben afgestaan, zegt Scheele-Gertsen. “Dat doen vrouwen niet op die schaal, dat gebeurt alleen bij hoge uitzondering.” De Radboud Universiteit schreef in 2017 dat er in die periode geen sprake was van formele dwang, maar dat de druk van artsen, maatschappelijk werkers, ouders en andere betrokkenen om het kind af te staan zo heftig kon zijn, dat het wel erg moeilijk was voor vrouwen om bij de eigen wens te blijven om de baby te houden.

Volgens Scheele-Gertsen is dat nog mild uitgedrukt. Zij stelt vandaag, als eerste moeder die afstand heeft gedaan, de staat aansprakelijk voor het leed dat haar is aangedaan. Ze is gedwongen haar zoon af te staan, zegt ze, hoewel ze meermalen had aangegeven hem zelf te willen opvoeden.

Uit de dossiers die Scheele-Gertsen heeft opgevraagd, blijkt onder meer dat de Paula Stichting, ook al had die in januari nog geschreven dat Trudy haar kind wilde houden, in maart aan de kinderbescherming schreef dat moeder uit de ouderlijke macht moest worden gezet, omdat ze zelf afstand wilde doen van haar kind, omdat ‘ze van mening is dat ze alleen niet voor het kind kan zorgen’.

Scheele-Gertsen wil erkenning voor het leed dat haar is aangedaan.

Met spoed uit de ouderlijke macht ontzet

Het is een van de redenen dat Scheele-Gertsen de Nederlandse staat aansprakelijk stelt. De kinderbescherming, onderdeel van de staat, had kunnen ­weten dat Trudy haar kind helemaal niet wilde afstaan, zegt advocaat Lisa-Marie Komp van advocatenkantoor Prakken d’Oliveira.

Uit het dossier blijkt hoe Trudy meermalen aangeeft voor haar kind te willen zorgen. Toch zet de kinderbescherming haar in maart tijdelijk uit de ouderlijke macht en vervolgens in november 1968 definitief. Dat laatste gebeurt met spoed, vlak nadat Trudy zich weer bij de kinderbescherming en het tehuis in Oosterbeek had gemeld met de mededeling dat ze voor haar kind wilde zorgen. Ze had een kamer gehuurd in het progressieve Amsterdam en werkte als verpleegkundige op de kraamafdeling van het Wilhelmina Gasthuis.

Nog steeds acht de kinderbescherming de ongehuwde moeder ongeschikt om voor haar kind te zorgen. Die beslissing wordt genomen zonder Trudy te horen, die dan meerderjarig is, zegt advocaat Komp.

Het steekt Scheele-Gertsen dat er in het dossier dingen staan die niet kloppen. Zo had ze wel contact met de vader van haar kind, kenden haar ouders de man in kwestie wel en had zij niet, zoals de kinderbescherming zei, ontslag genomen bij het ziekenhuis waar ze haar opleiding tot verpleegkundige volgde: haar contract liep af, omdat haar opleiding was afgerond. “Nooit is mij gevraagd of dat allemaal wel klopte.” Het wordt de staat verder kwalijk genomen dat Trudy nooit is verteld dat ze recht had op een bijstandsuitkering of op geld van de vader van het kind.

Moeder-kindrelatie is heilig

Maar het belangrijkste argument van advocaat Komp is dat ook in de ­jaren zestig al in de Nederlandse wet en in het door Nederland ondertekende Verdrag voor de rechten van de mens stond dat de band tussen moeder en kind in principe heilig is. Alleen bij hoge uitzondering mogen kinderen worden weggehaald bij hun moeder, en al helemaal als dat meteen na de geboorte gebeurt. “De zorg had erop gericht moeten zijn moeder en kind bij elkaar te houden”, zegt Komp.

Tot in de jaren vijftig was de zorg voor ongehuwde moeders daar ook op ingesteld. Maar onder invloed van de toen progressieve psychiaters Han Heijmans en Kees Trimbos veranderde dat. In 1953 schrijft Trimbos in de brochure ‘Zorgenkinderen’ voor het eerst dat het voor ongehuwde moeders beter is om afstand te doen van hun kind, ‘niet alleen voor psychisch gestoorde ongehuwde moeders, maar ook voor die gevallen, welke sociaal en pedagogisch onvoldoende mogelijkheden hebben om de belangen van hun kind te kunnen behartigen’.

Daarna slaat de stemming snel om. In 1961 noemt de Hendrik Pierson Vereniging, met tehuizen voor ongehuwde protestantse moeders en kinderen, het bij elkaar houden van moeder en kind ‘een uiterst gevaarlijke en hachelijke zaak’ en roept op ‘de propaganda’ zo in te richten dat moeders ervan overtuigd worden dat afstand doen het beste is voor hun baby. Ook de Fiom, de federatie van instellingen voor ongehuwde moeders, is daar dan van overtuigd. Kranten nemen het standpunt over. In 1965 noemt ook Trouw het boek ‘De ongehuwde moeder en haar kind’, waarin Heijmans en Trimbos uiteen­zetten waarom scheiding de voorkeur heeft boven een kind laten opgroeien bij een alleenstaande moeder, ‘een voortreffelijke leidraad’.

Haar zoon had last van ‘moedergemis’

Trudy ging vanaf de zomer van 1968 regelmatig langs bij haar zoon in Oosterbeek. Hoewel de kinderbescherming haar uit de ouderlijke macht had gezet, omdat het voor haar zoon beter zou zijn om niet bij haar te wonen, ging het toen al niet goed met haar kind, las Scheele-Gertsen vorig jaar in de dossiers. Hij had last van ‘moedergemis’ staat er, hij had heimwee en huilde veel. “Ik ben nog nooit zo overstuur ­geweest als toen ik dat las”, zegt ze.

In zijn dossier staan ook afkortingen: 2T, 4T, 8T. Scheele-Gertsen denkt dat het jongetje twee keer per dag thioridazine kreeg om hem rustig te krijgen, een antipsychoticum dat van de markt is gehaald vanwege ernstige bijwerkingen.

Uiteindelijk gaf Scheele-Gertsen toestemming voor adoptie om te voorkomen dat haar zoon in het tehuis zou opgroeien. Pas als hij twee jaar en acht maanden oud is, komt het jongetje in een gezin terecht. Vanaf dat moment mag zijn biologische moeder hem niet meer zien, ze weet niet waar hij heengaat. “Nog een trauma”, zegt Scheele-Gertsen. Het zal 48 jaar duren voor ze elkaar opnieuw zien.

Vijftig jaar zwijgen

De publieke opinie slaat in die periode nogmaals om. Alleenstaande moeders hoeven zich ineens niet meer te schamen, de anticonceptiepil komt op de markt en de seksuele moraal verandert. Het wordt onvoorstelbaar dat moeders hun kinderen afstaan.

Scheele-Gertsen schaamt zich zo dat ze vijftig jaar lang zwijgt over wat ze heeft meegemaakt, alleen de man met wie ze begin jaren zeventig trouwt en met wie ze nog drie kinderen krijgt, weet er al die jaren van. Tot ze een jaar geleden haar drie jongste kinderen vertelt over haar oudste zoon en ze hem, aangemoedigd door haar oudste dochter, een bericht stuurt. Het contact is er, maar helemaal vanzelfsprekend wordt het nooit meer.

“Wat er met mij en hem gebeurd is, is mensonterend”, zegt Scheele-Gertsen. “Daarom wil ik het aan de kaak stellen.” De schaamte was groot, en nog steeds lijkt ze verbijsterd over wat haar is overkomen.

Ze eist niet alleen erkenning voor het leed dat haar is aangedaan, maar wil ook weten wat er precies is gebeurd in die periode waarin meer dan 10.000 vrouwen hun kind afstonden. Was er een stimulans om zoveel mogelijk kinderloze echtparen van kinderen te voorzien? Waarom verdween de zorg voor moeders en kinderen uit de huizen voor ongehuwde moeders? Ze eist dat deze en andere vragen worden meegenomen in het onderzoek dat minister Sander Dekker van rechtsbescherming begin dit jaar aankondigde naar de omstandigheden waarin vrouwen afstand deden van hun kinderen.

Lees ook
Trudy Scheele-Gertsen stelt de Staat aansprakelijk voor gedwongen afstaan van haar kind

Meer dan tienduizend moeders stonden in de jaren vijftig, zestig en zeventig hun kind af. Trudy Scheele-Gertsen (73) stapt nu als eerste van hen naar de rechter. ‘Wat er met mij en hem gebeurd is, is mensonterend’.

‘Ik ben een weggeefkind.’ Over de gevolgen van een adoptie

In de zomer van 2018 publiceerde schrijver en dichter Eke Mannink haar debuutroman ‘Zo stroom ik van je over’, over de gevolgen van een adoptie. Die van haarzelf, welteverstaan. De bedoeling was een punt te zetten achter een lang verhaal, het werd een nieuw begin

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Sander Dekker staatssecretaris is. Hij is minister van rechtsbescherming.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden