Zomercolumn Thijs Kettenis

Grieken negeren de dood het liefste

Beeld Thijs Kettenis

Het is avond en ik heb een vriend op bezoek, een jonge twintiger. Alleen maar een glas water hoeft hij, verder niks. Hij is van slag, hij heeft vanmorgen afscheid genomen van zijn grootvader. “Hij was oud, 84. Ik heb mijn moeder nog nooit zo van streek gezien”, zegt mijn vriend beduusd. “En hoe reageerde je oma?” vraag ik. “Die hebben we het niet verteld.”

Ik weet niet hoe ik moet reageren. Is dit een grap? “Wat bedoel je, niet verteld?” vraag ik na een paar seconden ongemakkelijke stilte. “We hebben gezegd dat hij slaapt. Ze kan het niet aan. Ze is al 91 en komt haar bed nauwelijks uit, alleen als we haar in een rolstoel tillen.” Ik probeer me de situatie voor te stellen. Oma is niet ernstig ziek. Ze ziet toch dat haar man er niet meer is? “Niet meteen, want ze ligt in een andere kamer in hun huis. Maar ik denk wel dat ze iets doorhad. Mijn moeder was de hele tijd aan het huilen en aan het bidden.” Hoe kán dit, wil ik weten. Maar ik vraag niks. We nippen zwijgend aan onze glazen water.

Veel drank en eten

Na ruim zes jaar in Griekenland vind ik het nog steeds lastig, omgaan met de dood. Veel mensen praten er niet over. Nooit. Toen voor buitenstaanders allang duidelijk was dat de moeder van een vriendin terminaal ziek was, bleef die vriendin zoeken naar behandelmethoden. Tot haar moeder er niet meer was. De dokter had het slechtnieuwsgesprek nooit gevoerd. Dat ze kanker had, was ook nooit hardop uitgesproken. Grieken spreken liever over de ongeneeslijke ziekte, of de ziekte van de duivel. Ook een andere vriendin verloor haar moeder een paar jaar terug aan kanker. Tot op heden spreekt zij over haar moeder ‘die wegging’. Een veelgebruikt woord voor begraafplaats is kimitirio, ofwel slaapplaats. Tegelijkertijd zijn begrafenissen veel minder somber dan in Nederland. Na afloop wordt uitbundig het leven gevierd met veel drank en eten.

Een paar dagen later is de begrafenis van de grootvader van mijn vriend. Hoe heeft oma zich gehouden, wil ik weten als ik hem even daarna weer zie. “Ze was er niet bij”, zegt hij. Ik probeer begrip op te brengen. “Gaan jullie het haar ooit vertellen?”, vraag ik voorzichtig. “Ach, ze weet het heus wel inmiddels. Waarom moeten we dat nog vertellen?”

Begripvol

Ik informeer hoe het voor mijn vriend was geweest, en voor zijn ouders en zussen. “Mijn oudste zus was er niet bij.” Ook zij blijkt nog van niets te weten. Ze is acht maanden zwanger. Het slechte nieuws zou zo maar eens voor complicaties kunnen zorgen.

Nu kan ik me niet meer inhouden. Geschokt leg ik uit dat ik me er niets bij kan voorstellen dat een vrouw niet wordt ingelicht over het overlijden van de man met wie ze decennia is samengeweest. Laat staan dat zij wordt weggehouden van zijn begrafenis. Dat ik ben opgegroeid met de gedachte dat je dingen dragelijk maakt door ze te bespreken. Mijn vriend kijkt begripvol. “Misschien is dat wel beter”, zegt hij na een tijdje. “Maar wij doen het zo.”

Hij zit intussen met een praktisch probleem. Hij is zijn snor zat, en wil hem weghalen. Maar de rouwperiode loopt nog. Scheren is dan officieel uit den boze. “Ik zal aan mijn moeder moeten vragen of het mag.” Ik zit hier met een mede-Europeaan op mijn eigen bank, in een Europese hoofdstad. Maar mijn huis voelt ineens oneindig ver weg.

Thijs Kettenis is correspondent van Trouw in Griekenland. Trouw-correspondenten vervangen deze weken Rob Schouten en Wim Boevink. Meer van deze columns leest u op trouw.nl/dossier/zomercolumns

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden