‘Hoe kunnen zwarte jongeren een identiteit ontwikkelen, als hun achtergrond niet wordt gewaardeerd?’

Tien GebodenGlenn Helberg

Glenn Helberg, ‘mental health father’ van de queercommunity: ‘Wat moet ik met die witte waarheden?’

‘Hoe kunnen zwarte jongeren een identiteit ontwikkelen, als hun achtergrond niet wordt gewaardeerd?’Beeld Mark Kohn

Glenn Helberg (Willemstad, 1955) is psychiater en activist. Dit jaar ontving hij de Jos Brink Oeuvreprijs als ‘mental health father’ van de queercommunity. Op 14 september verschijnt het boek dat hij samen met Irene Zwaan schreef: Als ik luister. Persoonlijke reflecties over de complexiteit en diversiteit van ons bestaan.

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Als we naar Gods aangezicht geschapen zijn, lijkt Hij dus ook op mij. Met al mijn gebreken en eigenaardigheden. Want ik vind het wel een beetje flauw om voor de slechte dingen een duivel te verzinnen; als je alles hebt geschapen dan óók de minder goede kanten. En wat ik zo mooi vind: wie het geloof heeft, kan bergen verzetten. Dat betekent dat we, gebruik makend van al die energieën, iets kunnen creëren waar iedereen plezier aan mag beleven of datgene voeden wat alleen maar tot destructie leidt. De keuze is gigantisch: wordt het iets moois? Of maken we alles kapot?”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“De God in wie ik moest geloven was de God van de witte man. Een witte God. En dan had-ie ook nog eens een witte zoon. Weet je wat ik op dit moment – eigenlijk voor het eerst – voel? Woede! Het idee dat iemand mij eens even gaat vertellen wat de waarheid is; welk beeld aanbeden moet worden en welke beelden uit den boze zijn. Alles is gemaakt met dezelfde bouwstenen en het hangt af van de wijze waarop die bouwstenen ten aanzien van elkaar trillen of het vlees, hout, steen of iets anders wordt.

Zie je die plant? Da’s mijn lievelingsplant. Is al jaren van de ene naar de andere praktijkruimte mee verhuisd, doet het overal fantastisch, maar in 2011, toen ik nog maar een nierfunctie overhad van negen procent, ging het ineens heel slecht met de plant. Pas na mijn operatie bloeide hij weer op. Ik was eerst alleen maar verbaasd: hé, hij doet het weer! Tot een van mijn vrienden, die veel verstand heeft van de Surinaamse cultuur, me vertelde dat het de Moeder Aarde-plant was, Mama Aïsa, die van alles aanvoelt en met je meegroeit. Kan het waar zijn? Geen idee. Boeddha zegt: je hoeft niet te geloven. Dat je het ervaart is veel belangrijker.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Nu ik ouder word, vind ik het fijn om de naam van God bij de niet-maakbaarheid van het bestaan te gebruiken, bijvoorbeeld door uit te spreken dat we elkaar over een tijdje weer zullen terugzien als God het wil. We zijn arrogant genoeg om te denken dat we alles maar kunnen bepalen, maar hoezo ga ik er zo makkelijk van uit dat ik je weer zal ontmoeten? Ik ben niet gezond, dus moet ik er iedere dag rekening mee houden dat ik kan sterven. De beste voorbereiding op de dood is goed te leven.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Het begon al tijdens de opleiding: je wordt getraind om aan het werk te zijn als iedereen ontspant. Een arts dient altijd paraat te zijn. Hoezo zondagsrust? Vorig jaar ben ik begonnen met afbouwen en nu realiseer ik me pas hoe hard ik al die jaren heb gewerkt. Ik had het niet anders kunnen, niet anders wíllen doen, maar het bevalt me heerlijk dat ik nu wat meer tijd voor mezelf kan nemen.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder maakte mensen blij. Ze was heel sociaal. Mijn vader leek een wat stillere man omdat hij minder woorden gebruikte, maar de woorden die hij koos, waren altijd krachtig. Hij heeft me veel geleerd. Daar was hij zelf aanvankelijk nogal onzeker over. Toen mijn moeder overleed, was ik dertien en mijn vader dacht erover om mij naar een Nederlands jongensinternaat te sturen. Als ik nu die verhalen hoor van kerkbestuurders die beweren dat ze geen idee hadden hoe zondig het er in die tehuizen aan toeging, dan denk ik: hoe is dat nou mogelijk? Dat wist ik tóen al. Daarom wilde ik er juist naartoe, haha! Maar de dominee stak er een stokje voor. Hij zei dat mijn vader een prima opvoeder zou zijn. En dat was-ie. Hij heeft het fantastisch gedaan. De relatie tussen mijn vader en mij was al hecht, maar de dood van mijn moeder heeft ervoor gezorgd dat we nóg closer werden.

Ze had cyste-nieren. Ik heb altijd geweten dat ze niet heel oud zou worden. Als ze ziek was, was ze ook echt héél erg ziek. Ik heb me later gerealiseerd dat alle liefde naar haar toe ging, ik wilde voor haar zorgen. Niet omdat ik dacht dat ik haar daar nog mee redden kon, maar ik wilde de weinige jaren die ze had zo plezierig mogelijk maken voor haar. Dat is me in latere liefdesrelaties nog wel­eens opgebroken. Ik schoot onmiddellijk in die zorg-modus, iets wat ik als arts ook al deed – ik was trouwens medicijnen gaan studeren omdat mijn moeder het graag wilde, zelf was ik liever danser of toneelspeler geworden – en kwam dan aan mezelf niet toe.

Het moment van afscheid van mijn moeder was, als ik er nu aan terugdenk, zo ongelooflijk vol van betekenis. We stonden om haar heen, nog een laatste keer met z’n vijven, toen zij het leven verliet. Ik heb vreselijk veel verdriet gehad, heb me zelfs tot mijn zestiende min of meer aangesloten bij de Jehova’s getuigen omdat ik dacht dat ik via dat geloof mijn moeder terug zou vinden, tot het tot me doordrong dat ze er nog altijd was. Later begon ze in dromen te verschijnen. En via de boodschappen die ik doorkreeg, lukte het me ook om me alsnog van haar los te maken. Zo werd ik op een dag, vlak voordat ik zou afstuderen, gebeld door een oom die vertelde dat mijn moeder hem had doorgegeven dat ik de bloemen die ik zou gaan krijgen allemaal naar haar graf moest brengen. Die oom had geen idee waar het over ging, wist niet eens dat ik afstudeerde, maar ik greep het moment aan om me als een puber te gedragen en besloot meteen om niet álle bloemen aan mijn moeder te geven. Je krijgt een hoop van me, ik hou van je mama, maar ik ben er zelf ook nog.

‘Boeddha zegt: je hoeft niet te geloven. Dat je het ervaart is veel belangrijker.’ Beeld Mark Kohn
‘Boeddha zegt: je hoeft niet te geloven. Dat je het ervaart is veel belangrijker.’Beeld Mark Kohn

Met mijn vader heb ik een heel ander proces meegemaakt. Op een gegeven moment waren we twee volwassen mannen, tegenover elkaar, terwijl ik nog steeds het kind van mijn vader kon zijn. Ik kan je nog een foto laten zien waarop ik bij hem, al op gevorderde leeftijd, op z’n schoot zit. Hij stond het later ook toe dat ik voor hem ging zorgen. Het laatste halfjaar van zijn 91-jarige leven was niet makkelijk. Ik geef je een korte versie van het verhaal: hij lag in het ziekenhuis, één been was jaren eerder afgezet en het andere zou nu ook geamputeerd moeten worden. Mijn vader vroeg of hij z’n onderbeen mocht behouden zodat hij nog een buig-functie zou hebben en met een prothese zou kunnen lopen.

Ze zijn hem tegemoetgekomen, maar na vier operaties binnen zes maanden, was het klaar. We hebben echt alles gedaan om te helpen, er echt voor gestreden, steeds maar onderhandeld, maar het ging gewoon niet meer. De schade liep steeds verder op. Toen ik te horen kreeg dat een rolstoel de laatste optie was, heb ik die boodschap telefonisch – voor het eerst, want ik was al die tijd bij hem geweest – doorgegeven. ‘Is er echt geen andere oplossing?’ ‘Nee papa, ze zeggen dat ze niks meer kunnen doen.’ We hingen op en een paar uur later kreeg hij een hartaanval. Ze gaven hem wat medicijnen, hij sliep in en overleed op het moment dat ik thuis, midden in de nacht, heel plotseling wakker werd.

Toen ik in het ziekenhuis aankwam, was hij nog warm. Ik heb naast hem gezeten tot hij helemaal koud was. Het ontroert me weer, weet je dat? Ik heb zoveel van die man gehouden. Maar hij is er nog. In mij. Net zoals mijn moeder. Ik zie ons vaak op de bank zitten, met z’n drietjes. Vader links, moeder rechts en ik ertussenin.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Ze zeggen dat elke arts zijn eigen kerkhof heeft. Dat is ook zo. Je moet leren dat mensen je ontvallen. Leren hoe je daarmee om moet gaan. Toen de schizofrene jongen die ik in behandeling had, ondanks al onze gesprekken, een einde aan zijn leven maakte, ging ik me afvragen wat ik had gemist, wat ik nog méér had moeten doen. Maar nog voor dat gewone, normale schuldgevoel een neurotisch schuldgevoel kon worden – iets wat maar niet overgaat – wist ik: je kúnt niet alles tegenhouden. Als psychiater probeer ik te beïnvloeden en ik heb de verantwoordelijkheid om te helpen waar ik kan, maar het blijft toch een bijrol. Uiteindelijk spelen we allemaal zelf de hoofdrol in ons eigen bestaan.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Een van mijn vorige vriendjes werd ooit verliefd op een ander, maar – zo werd me beloofd – hij zou niet met die jongen vrijen. Ik zei: ‘Vree je maar met hem, dan zijn we daar van af want al de tijd die je nu aan hem besteedt, had je aan mij moeten besteden.’ Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat iemand voor eens en altijd bij me moet blijven. Als kind had ik een angstige gedachte, dat de vrouw met wie ik later getrouwd zou zijn op een dag misschien geen seks meer zou willen en dat die seks van mij dan ook de zolder op kon. Mijn vader leerde mij: als je een relatie hebt met iemand, dan moet je elkaar op alle terreinen blijven bevredigen. Anders werkt het niet. Ik heb het al een paar jaar heerlijk in mijn eentje, al begin ik de intimiteit ook wel een beetje te missen. Ik merk dat ik opensta voor nog één grote liefde in mijn leven. Als die niet meer komt, ben ik ook tevreden, hoor. We zullen het zien. Een cijfer voor mijn liefdesleven? Zeg, in welk gebod staat dit? Hahaha! Mag ik het zeggen als ik voorgoed mijn ogen sluit? Ik leer nog elke dag.”

VIII Gij zult niet stelen

“Mooie dubbele moraal is dat: je gebiedt mensen niet te stelen om daarna in naam van God hun land leeg te roven. Of: je overweegt een derde vaccin tegen corona te verstrekken en steelt vervolgens – met de Bijbel in je handen – de gezondheid van de mensen in Afrika die nog niet eens één keer geprikt zijn. Tuurlijk, stelen doe je niet. Dat heb ik ook geleerd, maar de schellen zijn me wel van de ogen gevallen: de wereld hangt van diefstal aan elkaar. En op het moment dat je wil aantonen dat ons, zwarte mensen, geld is onthouden en je over herstelbetalingen wil praten, word je zélf voor een misdadiger uitgemaakt. Toen ik als voorzitter van OCAN (Stichting Overlegorgaan Caribische Nederlanders, AV) rondliep in Den Haag, kreeg ik dit letterlijk te horen van de VVD’er André Bosman, woordvoerder voor Visserij, Waterveiligheid en Antilliaanse zaken: ‘Jullie zijn gewoon één grote boevenbende! Wat nou excuses? Jullie willen alleen maar geld zien!’

Weet je, ik heb steeds gedacht dat Nederland het moederland was – een moeder die je in haar armen sluit – maar nee, moederland betekent letterlijk: de koloniale macht. Die macht heeft fouten gemaakt. De overheid moet nu zélf het voortouw nemen: investeren in onderwijs, in educatie, zichtbaar maken hoe racisme, door de slavernij in gang is gezet, ervoor heeft gezorgd dat zwarte mensen nu nog steeds in achterstands­posities zitten. Zo moet het herstel er óók uitzien. En het zou helpen om de mensen die generaties lang bestolen zijn niet als bedelaars te blijven behandelen.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Ik mocht van mezelf mijn mond niet langer houden. Er waren opeens heel veel zogenaamde deskundigen die iets te melden hadden over de multiculturele samenleving. Dat was de push-factor die mij, uit m’n praktijkruimte, zo op het podium van het openbare debat duwde. Ik hoorde al die verhalen aan en dacht: wie geeft jullie het recht om hier zomaar iets over te zeggen? En hoe is het mogelijk dat iedereen het nog gelooft ook? Wat moet ik met die witte waarheden? Hoezo doe je onderzoek naar het gedrag van, bijvoorbeeld, Antilliaanse jongeren, en neem je daarin de koloniale geschiedenis niet mee? Wat zijn al jouw oordelen waard als je de context buiten beschouwing laat? Hoe kunnen zwarte jongeren een identiteit ontwikkelen als hun achtergrond – en die van hun ouders – niet wordt gewaardeerd?

Natuurlijk kom je dán in de problemen. Daar wordt vervolgens een onderzoekje op losgelaten en dan krijg je: Antillianen zijn criminelen. O ja? Hoe kun jij, Westers product, denken dat je alles weet? Ik móest daarover spreken, vragen stellen, maar dan heb je ineens een te grote mond, zou je een toontje lager moeten zingen. Nou, dat maak ik zelf wel uit. Ik zing gewoon mee en niemand bepaalt op welke toonhoogte ik dat moet doen. Confrontaties zijn onvermijdelijk, maar pas als je inziet waar het is misgegaan kun je proberen er iets aan te veranderen. Verandering gebeurt niet vanzelf, er is altijd weerstand. Als je het op een energie­niveau bekijkt, zou je kunnen zeggen: anders gaan trillen. En dat kost tijd.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Als ik jaloers ben, wil ik zo snel mogelijk van dat gevoel af omdat ik weet hoe verterend het kan zijn. Ik denk veel na, ik observeer graag, maar ik ben vooral iemand die in actie komt. Ik hou er niet van als dingen grijs worden of te lang gaan duren. Er zit een stuwende kracht in mij, een motortje dat moet blijven draaien. Er is nog genoeg te doen.”

Lees ook:

‘Kerken moeten met racisme aan de slag’

Op papier hebben alle grote kerken in Nederland zich uitgesproken over het eigen slavernijverleden. Maar de Lutherse Kerk en Evangelische Broedergemeente vinden dat niet genoeg. Het is tijd voor daden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden