ColumnKoers houden

Geslaagd voor de mondelinge test, giechelt mijn vader

null Beeld

Hoe ga je om met een bejaarde vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden door boten te bouwen?

Trea van Vliet

Er zijn auto’s op de weg”, zegt mijn vader verbaasd als we naar het ziekenhuis rijden voor zijn afspraak bij de oorarts. In zijn hoofd is de lockdown nog op volle sterkte. Zelf mag hij immers nog steeds zijn woongroep alleen verlaten voor afspraken als deze, of om bij mij thuis te eten.

We zijn laat en daarom zet ik mijn vader, die alleen nog strompelt, op de parkeerplaats in een rolstoel.

Of we last hebben van keelpijn, buikpijn, niezen, hoesten, hoofdpijn, diarree, geurverlies of smaakverlies, vraagt de mevrouw bij de receptie. ‘Geslaagd voor de mondelinge test’, giechelt mijn vader als we door mogen. Ik zet de vaart erin, we kunnen het net halen.

Pas als er aan weerszijden mensen opspringen die wild naar ons zwaaien, zie ik dat ik tegen de verplichte looproute in ga. Zonder snelheid te minderen maak ik een u-bocht, mijn vader gooit zijn armen in de lucht en beweegt mee.

‘Aaaaaaaaahhhhhhhh’, juicht hij.

Ik lach.

We blijken ruim op tijd want het spreekuur is uitgelopen, dus ik rol mijn vader naar de koffiecorner van het ziekenhuis. Als we daar aan de cappuccino zitten, valt mijn vaders oog op een brandblusser aan de muur. Hij vraagt of ik even een foto wil maken, dan noteert hij straks merk en typenummer in zijn botenschrift. ‘Ik meen dat ik brandblussers over het hoofd had gezien’, zegt hij, tevreden in zijn handen wrijvend dat dit hierbij rechtgezet is. De botenbusiness, zijn gekte, zijn lust en zijn leven.

Even later deelt hij de oorarts mee dat diens bedrijfsvoering niet klopt met al dat uitlopen. Dat hij graag even meedenkt, dat zijn uurtarief 75 euro is en dat hij alleen contante betalingen accepteert. De oorarts kijkt mij aarzelend aan. Ik grijns, draag mijn vader aan hem over en wacht buiten, dit zoeken ze zelf maar uit.

In de wachtkamer denk ik na over mijn strompelende vader met zijn opflakkerende levenslust. Voor mensen als hij ging het ineens alleen nog maar over ‘blijven leven’ waarbij de vraag ‘hoe’ uit het zicht verdween.

Opsluiten was zo gebeurd, het weer toelaten van het leven blijkt moeilijker. En dan heeft mijn vader nog veel bewegingsvrijheid terug, vergeleken met veel anderen die nog achter plastic zitten te verkommeren. ‘Me dunkt dat ik toch érgens dood aan moet gaan,’ zegt hij steeds ijsnuchter als ik hem uitleg waarom niet mag wat nog niet mag.

Mijn idee.

Ik hoop natuurlijk dat het nog even duurt voordat hij doodgaat.

Maar bovenal hoop ik dat de tijd die hij nog heeft, goede tijd is.

Met vrijheid, zonder psychoses.

Met boten en brandblussers.

Met mij, met mijn broer.

En als er weer een lockdown komt neem ik hem in huis, want dit laat ik niet nog eens gebeuren.

Dit is de laatste column van Trea van Vliet

Lees ook:
Het lijkt wel een kaping, mompelt mijn vader

Hoe ga je om met een bejaarde vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden door boten te bouwen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden