Premier Mark Rutte omhelst voorzitter Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité, na afloop van zijn toespraak in het Wertheimpark bij de Nationale Holocaust Herdenking, waarin hij excuses aanbood voor het Nederlandse overheidshandelen tijdens de oorlog.

InterviewGert-Jan Segers

Gert-Jan Segers: ‘Ik was een radertje in een groter proces van verzoening’

Premier Mark Rutte omhelst voorzitter Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité, na afloop van zijn toespraak in het Wertheimpark bij de Nationale Holocaust Herdenking, waarin hij excuses aanbood voor het Nederlandse overheidshandelen tijdens de oorlog. Beeld EPA

ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers vertelt voor het eerst over de aanloop naar de historische excuses van premier Rutte, eind januari, voor het handelen van de Nederlandse overheid in oorlogstijd.

Het was in november vorig jaar. Na het wekelijkse ­coalitieoverleg op maandagochtend schiet ik Mark aan: heb je nog een minuutje? En ik vertel hem waar ik geweest ben en wat ik denk. Dat er nu nog overlevenden zijn, dat dit het aangewezen moment is, 75 jaar na dato, als we nog iets willen. Bij Rutte zijn er dan twee smaken: of hij zegt snel nee, of hij pakt iets meteen op. Ter plekke belt hij met een ambtenaar van zijn ministerie. ­Tegen mij zegt hij: ‘Ik kom er op terug’.”

Bijzondere sfeer

Voor Gert-Jan Segers begint het allemaal een paar maanden eerder, met een bijeenkomst in de Ridderzaal. Op een snikhete junidag is daar een opvallend, internationaal gezelschap bijeen. Rabbijnen, dominees, politici, de Israëlische ambassadeur, andere vrienden van Israël, allemaal zijn ze op uitnodiging van staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) naar deze historische zaal gekomen. Het thema is antisemitisme en de strijd daartegen. Er hangt volgens ChristenUnie-leider Segers een bijzondere sfeer. De aanwezigen bidden samen, er klinken toespraken. Een Duitse dominee vraagt om vergeving. Een rabbijn blaast op de sjofar, de ramshoorn die in joodse erediensten wordt gebruikt.

ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins is nauw betrokken bij de organisatie. De bijeenkomst vindt plaats aan de vooravond van de Jerusalem Prayer Breakfast, een wereldwijde gebedsbeweging voor Israël. Die wordt dat jaar in Den Haag gehouden. In het bestuur zitten onder meer een Israëlische parlementariër en het voormalig Amerikaans Congreslid (en Tea Party-icoon) Michele Bachmann.

Helemaal onomstreden is de locatie Ridderzaal daarom niet. “Zelfs in de boezem van onze partij was scepsis, wie komen er allemaal op af, kunnen we dit wel doen?”, vertelt Segers. In het historisch hart van het Binnenhof mogen alleen op uitnodiging van bewindspersonen bijeenkomsten plaatsvinden. “Wat nu als iemand een beladen uitspraak zou doen over Israël of over de Palestijnen? Maar Paul (Blokhuis, red.) wilde het wel doen.”

De organisatie heeft haar oog met een reden op de Ridderzaal laten vallen. Op 29 mei 1940 houdt Arthur Seyss-­Inquart als Rijkscommissaris van de bezette Nederlanden hier zijn inaugurele rede. De Oostenrijkse nazi sluit af met Sieg Heil. Op oude beelden is te zien hoe een orkest het ‘Alle Menschen Werden Brüder’ inzet. Segers: “Hiermee is het kwaad destijds begonnen, het is een beladen plek van macht en invloed. Daarom wilde de organisatie op dezelfde plaats erkennen wat er gebeurd is.”

Op Segers maakt het verhaal van de 81-jarige rabbijn Jitschak Vorst grote indruk. Vorst is een over­levende van de Holocaust. De kleine Jitschak zit naast zijn moeder als zij in een treinwagon overlijdt, in die chaotische aprildagen van 1945 wanneer de nazi’s kamp­gevangen door heel Duitsland ­slepen.

Segers houdt zelf ook een toespraak. “Ik had de woorden niet uitgeschreven, maar ik eindigde in deze trant: ‘Als dit de plek is waar de destructie van de joden is begonnen, laat hier dan ook de verzoening beginnen.’ Dat resoneerde in de zaal.” Eppo Bruins noemt de bijeenkomst later een ‘stap in vertrouwen en herstel’ voor de aanwezigen uit de joodse gemeenschap.

Duits gezag

In 1940 noemt Seyss-Inquart in zijn ­rede de joodse Nederlanders niet expliciet. De Rijkscommissaris spreekt over het vestigen van het ‘Duitsche gezag’, de vernederingen van Versailles, de grootsheid van het Duitse volk en de band met het Nederlandse volk. Hij wil samenwerken, zegt hij, zijn gezag uitoefenen en doelen bereiken onder het Nederlandse recht.

“Voorwaarde voor de verwezenlijking van dezen mijn wil is, dat alle in actieven dienst staande Nederlandsche rechters, ambtenaren, beambten en onderwijspersoneel niet slechts de onveranderlijkheid, doch ook de logische juistheid van deze ontwikkeling zullen inzien en nauwgezet mijn dezen doelen dienende verordeningen zullen nakomen, en dat het Nederlandsche volk met begrip en beheersching deze mijn leiding zal volgen.”

Veel Nederlanders blijken aan deze voorwaarde van Seyss-Inquart te willen voldoen. Twee derde van de 140.000 ­joden overleeft de oorlog niet. Premier Rutte zal het 75 jaar later zo verwoorden: “... te veel Nederlandse overheidsfunctionarissen voerden uit wat de bezetter van hen vroeg. (...) En de bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend.”

Getuigenissen

Na de bijeenkomst in de Ridderzaal heeft Segers nog twee bepalende ontmoetingen, voor hij de premier aanschiet. Op de terugweg van de zomer­vakantie in Zwitserland bezoekt hij het Zuid-Duitse stadje Tübingen. Daar stuit hij in de christelijke boekhandel Treffpunkt Jesus Live op een tentoonstelling met de titel ‘Entdecken – Aufdecken – Das Schweigen Durchbrechen’.

“Het waren getuigenissen van inwoners over de oorlog, of verhalen over hun vaders, grootouders, moeders. Eén vrouw was kampbewaakster geweest in Auschwitz, iemand anders had als SS’er gemoord aan het oostfront. Met naam en toenaam vertelden Tübingers over de oorlogsmisdaden die ze hadden begaan.” Wat Segers dan nog niet weet, is dat ­Tübingen onder het nazibewind zich als eerste stad ‘judenrein’ verklaart. De universiteit is een broeinest van nazi-ideologie, uit de regio sluiten bovengemiddeld veel mannen zich aan bij de SS.

De expositie blijkt een initiatief van de protestante kerk, die in 2007 ook begint met de March of Life, Duitsers die langs historisch beladen plaatsen trekken, ook in Polen, de Baltische Staten en Oekraïne, en daar om vergeving vragen. Kinderen van SS’ers naast kinderen van Holocaust-overlevenden. De marsen krijgen wereldwijd navolging.

Toeval of niet, in de herfst bezoekt zo’n groep uit Tübingen Babi Jar bij Kiev, de plek van de grootste massa-executie in Oekraïne. In het ravijn zijn vlak na de inval van de Duitsers in de herfst van 1941 bijna 34.000 joden vermoord. Lichting na lichting, rij na rij.

Segers hoort pas van dit bezoek als hij zelf ook met een klein reisgezelschap bij het monument van Babi Jar staat, op uitnodiging van Christenen voor Israël. Hij spreekt in Oekraïne ook met enkele Holocaust-overlevenden. “Een oude man vertelde hoe hij als achtjarige ontkomen was, toen zijn dorp in een fabriekshal werd gedreven. Zijn moeder kocht met wat goud een politieman om. Zo ontsnapte hij aan de uitlaatgassen van de vrachtwagens, waarmee de Duitsers in één nacht 1500 mensen doodden. De schaal en de omvang van de massamoorden, dat kwam daar echt binnen. Je ziet het kwaad enigszins in de ogen, de belastende wetenschap dat waarschijnlijk gedoopte mannen, zonen van een christelijke beschaving deze misdaden hebben begaan.”

Verzoening op nationaal niveau

Een Duitse vrouw die hij daar ontmoet, Anemone Rüger, zet hem aan het denken over het excuus. Zij is in Oekraïne al veel langer betrokken bij het lot van de joodse gemeenschap, ook vóórdat ze ontdekte dat haar opa zijn joodse afkomst had verborgen door een Duitse naam aan te nemen. “Deze opa had vijf jaar gevochten in de Wehrmacht en zei altijd: ‘Daar valt niets over te vertellen’. In haar familie bracht de ontdekking van zijn joodse afkomst ruimte voor verzoening met het verleden. Ze zei tegen mij: ‘Ik hoop dat de waarheid over het verleden niet alleen op persoonlijk niveau verzoening teweegbrengt, maar ook op nationaal niveau’.”

Een joodse vriendin geeft hem het laatste zetje. Zij vertelt hem over het lange uitblijven van excuses, over de ijzingwekkende ontvangst van haar teruggekeerde familieleden, over de radiotoespraken van koningin Wilhelmina waarin het lot van de joden nauwelijks werd genoemd. Zij zegt – op zijn vraag wat een excuus van het kabinet zou betekenen: ‘Dat zou heel heilzaam zijn’.

Dan legt hij het Rutte voor. Hij is niet de eerste. In 2012 vraagt PVV-leider Geert Wilders aan de premier excuus te maken voor de ‘slappe houding’ van Wilhelmina en de Nederlandse regering in ballingschap, die ‘wegkeken van de jodenvervolging’. Aanleiding is het boek ‘Judging the Netherlands’ van Manfred Gerstenfeld, waarin wordt beschreven hoe de onderhandelingen over compensatie en restitutie tussen joodse organisaties en de Nederlandse overheid verliepen. Wijlen oud-vicepremier Els Borst (D66), een van de onderhandelaars namens het kabinet, zegt in het boek: ‘Als ik premier was geweest, dan had ik zonder aarzeling mijn excuses uitgesproken.’ Ruttes antwoord op de Kamervraag van Wilders is kort: dat is hij niet van plan.

Die novembermaandag krijgt Segers een warmer antwoord van de premier. Waarom Rutte nu wel zo snel instemt, weet hij niet. Wel merkt hij dat de premier de voorbereidingen in heel kleine kring houdt. In december belt Segers nog een keer. ‘Ik worstel heel erg met de bewoordingen’, geeft de premier toe. Hij wil zich niet ‘moreel verheffen’ boven zijn voorgangers, niet doen alsof ‘wij ­betere mensen zijn geweest dan zij’. En: “We moeten de juiste woorden vinden.”

Segers weet niet waarom hij zich pas zo laat bewust werd van de lange voorgeschiedenis van een excuus aan de joodse Nederlanders, de weerstand die er was, de bedenkingen over mogelijke compensatie. “Ik weet het echt niet, misschien was ik daar niet mee bezig, het stond sinds 2012 ook niet op de politieke agenda. Het is me ook nooit eerder gevraagd, om me daarvoor in te zetten. De zorgen over antisemitisme zijn er wel altijd geweest, dat raakt me diep. Een beschaving die er niet in slaagt haar kleinste minderheid te beschermen, verliest alles. Ik ben in politieke zin een vriend van Israël, dat ik zie als de laatste hoop van joden waar ook ter wereld die met antisemitisme te maken hebben. Ik heb Yad Vashem bezocht, de monumenten in Berlijn, in Washington...

“Nu je het zo vraagt, en nu ik het laatste jaar terugkijk, zie ik meer. Er ligt zoveel pijn. De christelijke gemeenschap heeft vanuit de geschiedenis een schuld in te lossen. Wat Maarten Luther – naar wie ik vernoemd ben – over de joden schreef, gruwelijk! Misschien zijn wij het derde en vierde geslacht, in bijbelse zin, in vloek en in zegen. De aangewezen generatie, met voldoende afstand en toch betrokkenheid. Misschien was de tijd gewoon rijp.

“Of ik hierdoor anders naar mijn eigen geschiedenis kijk? Als kind las ik avontuurlijke verzetsboeken, en dan vroeg ik mijn opa’s: ‘Wat deed jij toen?’ De ene opa had in feite niets gedaan. De andere grootouders hadden onderduikers in de schuur. Die scheidslijn liep dwars door de kerkelijke gemeenschap waar ik uit voortkom (Gereformeerde Gemeenten, red.). De ene dominee predikte verzet, de andere gehoorzaamheid aan de Duitse overheid. We kijken de andere kant op en gaan verder. Dat is maar twee generaties geleden.

“Ik besef des te meer: dit alles krijgt pas zin als het een appèl op ons doet in het nu. We moeten blijven strijden tegen antisemitisme. Het geleidelijke proces van het isoleren van een minderheid, tweederangsburgerschap, als je daarvan een begin ziet, moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. Natuurlijk spelen er nog meer kwesties. Ik denk aan de discussie over het slavernij­verleden. Aan de Molukse gemeenschap, waar veel pijn en verdriet zit. Mensen die in de knel zitten. Ja, ook in de kerken. Veel homo’s hebben de kerk verlaten met krassen op hun ziel. Het is hiermee niet afgesloten.”

Christelijke connotatie

Ergens in de tweede helft van januari vindt Rutte ‘de juiste woorden’. Op de nieuwjaarsreceptie van de koning op 14 januari vraagt Segers het nogmaals aan Ruttes ambtenaar. Die zegt hem: ‘We zijn er nog mee bezig. Het punt is: als we om vergeving vragen, dan is dat een heel christelijke connotatie, ik weet niet of dat de juiste woorden zijn. We willen wel echt een stap zetten’. Op 17 januari licht Rutte de ministerraad in over zijn voornemen. Dat valt goed, hoort Segers, er wordt lang over gesproken. Er zijn vragen, maar niemand vindt eventuele nieuwe compensatieverzoeken een belemmering om het niet te doen. De maandag daarop licht Rutte vicepremiers De Jonge (CDA), Koolmees (D66) en Segers zelf in.

Dan wordt het zondag 26 januari. Segers vertelt zijn moeder, die bij hen logeert, dat hij vandaag niet meegaat naar de kerk. Hij gaat naar het Wertheimpark. Eppo Bruins haalt hem op. Paul Blokhuis is er ook, hij legt samen met Rutte een krans. Dan biedt de minister-president – totaal onverwacht voor de meeste aanwezigen – excuses aan voor het overheidshandelen van toen. 

“Dat doe ik in het besef dat geen woord zoiets groots en gruwelijks als de Holocaust ooit kan omvatten.”

Segers kent de tekst vooraf niet, maar is ontroerd. “Ik niet alleen, sommigen huilden. Rutte erkende dat er misschien wel mensen goed hebben gehandeld, maar dat het niet genoeg was. Dat de stilte te groot is geweest. Ik vond dat hij het op een heel integere manier verwoordde. Ik sprak daar mensen van de joodse organisaties die zeiden: ‘Ik had nooit verwacht dat dit nog zou gebeuren’. Omdat Rutte daarna iets over ons gesprek losliet, heb ik veel reacties gekregen. Overlevenden die altijd verbitterd waren, maar hierdoor diep geraakt. Bedankjes op straat, mailtjes. Het is niet mijn plan geweest, wel een bijzondere ervaring om een radertje te zijn in een groter proces van verzoening.”

Lees ook: 

Excuses voor slavernij en Holocaust. Kan dat?

Rutte maakt excuses aan Joodse nabestaanden, Amsterdam wil excuses maken voor de slavernij. Kan dat? Of kunnen alleen daders om excuses vragen? Filosoof Paul van Tongeren bepleit te erkennen dat we deel uitmaken van gemeenschappen, of we willen of niet. 

Excuses van Rutte verrassen Joodse gemeenschap

Premier Rutte maakte zondag zijn excuses voor de houding van de regering tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor de Joodse gemeenschap kwam dat als verrassing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden