Column Rob Schouten

Geboren in vrede, het is een zegen

Zoals de meesten van mijn generatie heb ik nooit een oorlog meegemaakt. Geboren in vrede en nooit iets anders om me heen gezien. Weliswaar werd de Tweede Wereldoorlog mij met de paplepel ingegoten, in 1954 was die kennelijk nog vers genoeg, maar dat was vooral een kwestie van anekdotes; over de echte verschrikkingen, de holocaust, dwangarbeid, hongerwinter, moest ik elders lezen.

Mijn moeder was tijdens de evacuatie nota bene onder Duitse geleide haar geboortestad Arnhem uitgevoerd, waar ze kleren was wezen halen. En ze was op een fiets met alleen velgen van Utrecht naar Veenendaal gefietst. En mijn vader was, volgens zijn eigen getuigenis, nadat hij bij een razzia was opgepikt om te werk gesteld te worden, gewoon door z’n zuster, die gedaan had of ze zijn vrouw was, uit het werkkamp opgehaald.

Het klonk allemaal misschien licht avontuurlijk maar niet heel erg, geen vreselijke ontbering of martelende ondervragingen. Zelfs de joodse onderduiker die mijn grootouders in De Bilt onderdak hadden verleend, scheen niet voor ondraaglijke spanningen te hebben gezorgd, en hij was na de oorlog dankbaar geld blijven schenken aan een tante, die naar wel beweerd werd tijdens de onderduik een verhouding met hem had gehad. O ja, en mijn opa was een keer door een stelletje NSB’ers in elkaar geslagen omdat hij ergens niet was doorgelopen of juist wel terwijl hij had moeten stoppen, dat was me niet duidelijk.

Oorlogsgevoel

Natuurlijk was ik blij (en dankbaar, zoals het hoorde) dat ik de oorlog niet had meegemaakt maar ik had eigenlijk geen flauw idee. Ook de oorlogsspanningen die later van buiten op mij afkwamen, de Cubacrisis, Vietnam, de grote kernwapendemonstraties grepen me niet echt aan. Pas op 11 september 2001 kreeg ik voor het eerst iets van een oorlogsgevoel, ik was zevenenveertig, ik zou die dag een literaire prijs gaan ophalen in de Beurs van Berlage maar terwijl ik me in een feestelijk pak hees vlogen de vliegtuigen de Twin Towers binnen.

Omdat niemand een idee had wat er precies aan de hand was, ook burgemeester Cohen die de prijzen uitreikte niet, ging de ceremonie nog wel door maar het diner na afloop werd afgelast en dus dwaalden we even later door een uitgestorven Amsterdam. Zo moet spertijd gevoeld hebben, de avondklok. Op straat heerste een surrealistische stilte, die aan schilderijen van Carel Willink deed denken. Het voelde of je daar niet hoorde te zijn. En wie garandeerde dat Amsterdam niet het doelwit kon zijn. Die vreemde dreiging van lege straten en etalages waar niemand langsliep of voor stond te kijken associeerde ik met het oorlogsgevoel dat ik een half leven gemist had. Maar daarna ging het ook weer voorbij en herstelde het gevoel zich dat ik er niet over mee kan praten. Net zo min als over de bevrijding: de bevlagde tanks, Canadezen omhelzen, uitgedeelde sigaretten.

Ik weet ervan zoals je weet hoe het Plein van de Hemelse Vrede eruitziet zonder er ooit te hebben gestaan. Bijna zou ik me er, met de schuldeloze schuld uit de Griekse tragedies, schuldig over voelen als ik niet wist dat het eigenlijk een zegen is.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden