Frénk van der Linden: ‘Een groot deel van mijn leven bestaat uit jatwerk. Iedere vakman steelt trucs van anderen.’

Tien GebodenFrénk van der Linden

Frénk van der Linden: Ik ben te lang bang geweest, dat is uiteindelijk de kern van het verhaal

Frénk van der Linden: ‘Een groot deel van mijn leven bestaat uit jatwerk. Iedere vakman steelt trucs van anderen.’Beeld Mark Kohn

Frénk van der Linden (Hillegom, 1957) is journalist en schrijver. Hij presenteert het radioprogramma Kunststof en maakt tv-documentaires. In januari verscheen zijn boek En altijd maar verlangen – De liefdesoorlog van mijn ouders.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Het is al een tijdje uit tussen God en mij.”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Richard Feynman, een Amerikaanse natuurkundige naar wiens woord ik al sinds mijn twintigste leef, heeft ooit gezegd dat je, zolang je het niet-bestaan van God niet kunt bewijzen, geen knip voor je neus waard bent als intellectueel, wetenschapper of journalist wanneer je niet actief naar Hem blijft zoeken. Ik herinner me nog goed dat ik die tekst las en dacht: ja, dit is helemaal hoe ik me voel. Ik weet dat ik me een beetje door dit leven loop heen te klunzen, dat er nog veel werk aan de winkel is, maar ik ga het proberen. Het is voor mij een soort elfde gebod geworden: Gij zult nieuwsgierig blijven! Gij zult u ontwikkelen. Gij zult proberen om het beter te doen.

In mijn jonge jaren ben ik een paar keer naar Taizé in midden Frankrijk geweest om daar met jongeren te discussiëren en naar de kerk te gaan. Ik droeg de symbolen van de kloostergemeenschap – een kruisje en een vredesduifje – om mijn nek, maar ik kon eigenlijk alleen geloven in de boodschap die zo’n beetje door alle wereldgodsdiensten wordt omarmd: heb je naaste lief zoals jezelf. Die gedachte, dit ethisch kernbeginsel, ben ik toegedaan gebleven maar het dragen van dat kruisje – ik beken schuld – was formeel gezien in strijd met de geboden omdat ik niet in God geloofde. Ik heb trouwens later ook nog zo’n zilveren kruis met van die nepdiamantjes gehad. Nee, zonder Jezusje! Al scheelde het niet veel. Als-ie goedkoper was geweest, had het zomaar gekund. Enfin, die zoektocht naar God is dus wel degelijk elementair in mijn leven, maar of ik Hem ooit ga ontmoeten? Dat betwijfel ik.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Zo ging het voordat ik Mylou leerde kennen: niet vóór drie, vier uur ’s nachts naar bed, de volgende ochtend om half negen weer verder: stukken schrijven, gezien worden, schuim op de bek, alle dagen, altijd druk… Ik heb lang gedacht dat die neiging om zo overdreven hard te werken, om mezelf te bewijzen, te maken had met een tekort aan affectie in mijn jeugd, maar toen ik daar een keer iets over had gezegd in een interview zei mijn peettante Henny, mij zeer dierbaar, dat dit onzin was; dat ik gewoon sprekend op mijn ouders leek die ook allebei de drift hadden om overal dominant aanwezig te zijn. Ik denk dat tante Henny gelijk had, maar het is meer dan dat. Ik houd van entertainen, plus: ik dacht – net zoals mijn vader – dat wat ik te melden had, héél erg belangrijk en waanzinnig interessant was. Overigens was het ook een schijnvertoning omdat ik tijdens het showen deep down voelde dat het vooral de onzekerheid was die me zo tekeer deed gaan.

Tegenwoordig neem ik veel vaker rust. Mylou en ik maken regelmatig strandwandelingen en als ik te lang aan het werk ben, zegt ze: ‘Laptop dicht, ik weet iets veel leukers, naar boven en wel nu’.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Wat het waard is weet ik niet, maar ik vermoed toch dat het iets met je doet als je op je dertiende door je moeder op schoot wordt genomen, dat ze heel nadrukkelijk ‘Ik hou van niemand zoveel als van jou en van je zusje’ tegen je zegt en de volgende ochtend met de noorderzon vertrokken is… Het kan best zijn dat ik daardoor ben gaan denken dat ik niet lief genoeg ben om van te houden. Ik weet het niet. En ik heb het ook nooit als excuus willen gebruiken.

Ze verdween uit ons leven, met haar minnaar, John. Mijn zus Désirée en ik bleven bij mijn vader wonen die wel hertrouwde, maar zich desalniettemin verschanste in zijn woede en zijn verdriet. We toonden ons solidair; we wilden niets meer met onze moeder te maken hebben en we verscheurden haar brieven voor mijn vaders ogen.

Het was Lineke, mijn eerste vrouw, die er op aandrong dat ik het contact met mijn moeder na tien jaar stilte zou herstellen. Ik weet nog altijd hoe verscheurd ik me had ­gevoeld, hoe lang ik door woede werd geregeerd, maar het sterkst is toch de herinnering aan het moment waarop Désirée en ik haar weer in de armen sloten. Als een dier snoof ik haar geur op; er is maar één iemand die zo ruikt en dat is mijn moeder. Vanaf dat moment was alles weer goed tussen ons, misschien wel te goed. Het is heel onnatuurlijk om geen ruzie te maken, maar zij wilde niets negatiefs over mij zeggen omdat ze doodsbang was dat er weer iets zou breken en ik vond dat ik haar al lang genoeg op de brandstapel had gehouden.

Toen we te horen kregen dat ze de ziekte van Alzheimer had en nog hooguit een half jaar helder van geest zou zijn, kreeg ik het idee om een documentaire te maken waarin ik mijn ouders, los van elkaar, zou interviewen met als hoofdvraag: willen jullie echt op deze manier doodgaan? Zo konden ze elkaar ontmoeten zonder elkaar te spreken en wie weet – dat is toch, vanaf mijn dertiende, de belangrijkste gedachte geweest – wie weet komen ze daardoor wel weer bij elkaar.

Het is gelukt. Dankzij Verloren band (tv-documentaire die hij maakte over de scheiding van zijn ouders, AV) kwam, na veertig jaar zorgvuldig onderhouden rancune, eindelijk de verzoening. Ik geloof niet dat ik ooit gelukkiger ben geweest dan de avond waarop ik mijn ouders als tortelduiven op de bank zag zitten. Jan van der Linden, ontstellend grappig en ontstellend onuitstaanbaar, de beste vrachtwagenchauffeur van de Bollenstreek, geliefd bij alle arbeiders in de haven van Rotterdam, en Erica van den Brink, aanhankelijk, verzorgend, funny, ondeugend, een filmster uit de jaren vijftig, iedereen smolt voor haar…

Het was fantastisch dat ik dit voor elkaar had gekregen, maar net zoals bij mijn moeder ging ik ook bij mijn vader ruzies uit de weg. Moest ik dit droomkasteel dan weer af gaan breken? Moest ik alsnog, in zijn nadagen, zeggen: waarom kon je na al die jaren niet ophouden met je geouwehoer en gelamenteer over wat jou allemaal was aangedaan, gewoon eens naar me luisteren, voor één keer niet aan jezelf denken en interesse tonen, een arm om me heen slaan? Ik snap waarom mijn moeder bij mijn vader is weggegaan, want ik heb het óók koud gehad bij hem.

Of heb ik gezwegen omdat ik bang was dat ik hetzelfde te horen zou krijgen als mijn moeder, toen ze hem vertelde niet van één, maar van twee mannen te houden: ‘Daar is het gat van de deur. Ik hoef je nooit meer te zien.’

Ik ben na de dood van mijn moeder, in 2014, begonnen met de brieven aan mijn ouders (nu gebundeld in En altijd maar verlangen’, AV). Het was een mooie, pijnlijke ontdekkingstocht. Mijn moeder vond ik terug, maar ik kwam er gaandeweg ook achter dat ik mijn vader, ooit mijn held, eigenlijk een leven lang had gemist.”

V Gij zult niet doden

“Mijn vader had me ooit verteld dat hij er, toen mijn moeder bij ons was weggegaan, over had gedacht om zijn vrachtwagen tegen een boom aan te rijden. Eerlijk gezegd was ik gewoon even de interviewer die een bekende anekdote kwam halen toen ik tijdens de opnamen van Verloren band aan hem vroeg: ‘Ben je weleens van plan geweest om een einde aan je leven te maken?’ Ik dacht dat hij met die boom zou komen, maar ineens begon hij over het opendraaien van een gaskraan, terwijl mijn zusje en ik boven lagen te slapen… Ik kan die schok nog navoelen, weet je dat? Dus je hebt echt een moord beraamd? Je was van plan om uit het leven te stappen en mij en Désirée mee te nemen? Gelukkig belde die bewuste avond, precies op dat moment, de buurman aan. Of mijn vader zin had om een biertje te komen drinken. Huig heette die man. En hij had als SS’er gevochten bij Stalingrad. Ik heb mijn leven dus in feite aan een nazi te danken.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“Mijn vader, op z’n oude dag, slechts gekleed in een gouden tanga, zappend langs de zeventien pornokanalen op zijn televisie: dat is wel behoorlijk onkuis, ja. Hij kende geen enkele schaamte als het ging om zijn seksuele verlangens, verkocht op Koninginnedag dag z’n stukgekeken sexfilms voor twee euro per stuk… Porno, daar heb ik nooit ene bal aan gevonden, maar er is misschien toch een genetische component want ik heb wel te lang op de seksuele tour gezeten; was veel meer bezig met het fysieke deel, met de bijbehorende geilheid en verlangens, dan met de liefde zelf.”

VII Gij zult niet stelen

“Een groot deel van mijn leven bestaat uit jatwerk. Iedere vakman steelt trucs van anderen. Als ik een gerecht klaarmaak, sta ik op de schouders van Cas Spijkers en Yotam Ottolenghi, maar ik heb wel de morele plicht om er iets van te brouwen waarvan ik kan zeggen: oké, dit mag dan wel het tweehonderdvierennegentigste kipgerecht zijn, maar het is wel het mijne. Zo is het ook met interviewen.

Ik vind het ontzettend leuk om te zien dat journalisten mijn werk nabootsen – Imitation is the sincerest form of flattery – maar ik kan je in alle oprechtheid zeggen dat ik niet meer zo bezig ben met erkenning. Ik wil vooral gekend worden. Ik ben er ontstellend laat – pas na het maken van Verloren band – aan toegekomen om in mezelf te duiken, om mijn eigen gevoelswereld te verkennen en te erkennen. Om mezelf te openen. Om niet langer te huiveren of weg te rennen als iemand mij aan wil raken.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Of ik tot nu toe heb gelogen in dit gesprek? Hm… even denken… wanneer was ik ’t dichtstbij? Heb ik dingen misschien iets te rooskleurig voorgespiegeld, dramatischer gemaakt, naar mezelf toe geredeneerd? Dit klinkt als een omweg, is het niet, maar ik vind het echt moeilijk om 100 procent eerlijk te zijn. Jezus zegt: ‘Ik breng de waarheid, ik breng het zwaard’. Als je, omdat je waarheidsgetrouw wilt zijn, om vijf voor twaalf op een verjaardagsfeestje zegt dat je eigenlijk een hekel hebt aan een of andere oom of tante, je moeder of je zus, dan breekt om vijf over twaalf de Derde Wereldoorlog uit in de familie. Dus de waarheid, ja, maar met mate. En wat ook interessant is: mijn verhaal gaat nu jouw verhaal worden. Mijn waarheid wordt jouw waarheid. Ik geef een reflectie op mezelf en jij komt met jouw visie op mij. Welke delen van het gesprek kies je? Wat ga je weglaten? Dit interview zegt straks net zo goed iets over jou. De hand van de schilder zit altijd in het doek.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Ik ben nooit van mijn leven een man tegengekomen die bij het derde biertje nog durfde vol te houden dat hij zich altijd monogaam had gevoeld. Ik ben ontrouw geweest, zowel tijdens mijn eerste huwelijk met Lineke als de tweede keer, met Annet. Daar ben ik overigens wel eerlijk over geweest. Toen ik Mylou ontmoette, heb ik haar meteen verteld dat ik niet in monogamie geloofde, maar dat ik het haar onmiddellijk zou vertellen als ik gevoelens voor een ander zou krijgen. ‘O, daar kunnen we kort over zijn,’ zei Lou. Ik dacht: nu krijgen we het, dat was het dan… maar ze vervolgde: ‘Ik denk er precies zo over. Zullen we het hier bij laten?’ In de praktijk betekent dit overigens dat er geen flikker gebeurt, want onze relatie is voor mij echt heel vervullend. Ik heb me nog nooit zo veilig en vrij gevoeld. Mylou is mooi, wijs en lief. Ik geniet van het talent dat doorklinkt in haar liedjes. Ik zit niet meer verlegen om méér. Het is de beste relatie die ik ooit heb gehad, maar dat komt ongetwijfeld ook doordat ik een andere Frénk ben dan de Frénk die ik pakweg twintig jaar geleden was.

Ik ontmoette een heel moederlijke Lineke toen ik al tien jaar lang mijn moeder niet had gezien – het lijkt erop dat daar iets gecompenseerd werd – en Annet was iemand die, net als ik, niet bij haar gevoelens kon. Ze had me enorm gestimuleerd in het maken van Verloren band, maar toen vervolgens bij mij al die emoties naar boven kwamen, wist ze zich daar begrijpelijkerwijs geen raad mee. Annet, mijn eeuwige verloofde. We waren dertien jaar samen toen ik haar ten huwelijk vroeg. We zaten aan tafel en ik zei: ‘Ski’ – zo noemde ik haar – ‘Ski, wil je alsjeblieft met me trouwen?’ Eerst zweeg ze, daarna draaide ze haar hoofd naar rechts, waar haar twee katten zaten, en zei: ‘Zullen we dat dan maar doen, jongens?’ Ze zei godlof ja hoor, en van harte, maar ik denk dat we allebei wisten dat er iets niet klopte, alsof er een voorgevoel bezworen moest worden. Het was een emotioneel onvolwaardige relatie; het lukte niet onze innerlijke zielenroerselen te delen. Dat verwijt ik haar niet. Ik ben er zelf, verdrietig genoeg, te laat achtergekomen.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Marcel, mijn oudste jeugdvriend, woonde aan de goudkust van Hillegom. Zijn vader was aannemer. Ze hadden een zwembad in de tuin, luisterden naar Bach en lazen literatuur, maar wat ik vooral benijdenswaardig vond was de manier waarop die mensen in harmonie met elkaar leefden. Dat ging bij ons thuis wel anders. Ik denk dat ik mijn leven lang bezig ben geweest met gezinnetjes stichten, een zaalvoetbalteampje, de schoolkrantredactie, journalistieke projecten, altijd, overal – behalve in het echt? Poeh… Ik moest de wereld bereizen, journalistiek uitwoeden, ik was niet in staat tot het in stand houden van een volwaardige relatie – moest ik die kinderen dan later óók met een scheidingsverhaal opzadelen? – ik vond mezelf een goede journalist maar als mens een enorme klootzak, niemands liefde waard, wat moet je met zo’n vader… jezus, wat wil je dat ik zeg? Ik durfde het gewoon niet aan. Te lang bang geweest. Dat is uiteindelijk de kern van het verhaal.”

Lees ook:

Scènes uit een vechtscheiding, Frénk van der Linden geeft ruimte voor imperfectie'

Frénk van der Linden schreef een schitterend boek over huwelijk en scheiding van zijn ouders, en zijn eigen rol daarin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden